Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Flora- en faunawet

 

BESLUIT  AANWIJZING  DIER-  EN  PLANTENSOORTEN  FLORA-  EN  FAUNAWET

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 28 november 2000, houdende aanwijzing van dier- en plantensoorten ingevolge de Flora- en faunawet (Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 februari 2000, nr. TrcJZ/2000/1844, Directie Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, onderdeel a en b, en tweede lid, en 14, tweede, derde en vijfde lid, van de Flora- en faunawet;
     De Raad van State gehoord (advies van 23 maart 2000, nr. W11.00 0069/V);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 21 november 2000, nr. TrcJZ/2000/9384, Directie Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Flora- en faunawet.

 

Artikel 2

Als beschermde inheemse plantensoort als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 1 bij dit besluit genoemde plantensoorten.

 

Artikel 3

Als soorten zoogdieren waarvan gedomesticeerde dieren niet worden aangemerkt als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet zijn aangewezen:

a. de bunzing (Mustela putorius).

b. het konijn (Oryctolagus cuniculus);

c. het varken (Sus scrofa).

 

Artikel 4

Als soorten vogels waarvan gedomesticeerde vogels niet worden aangemerkt als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet zijn aangewezen:

a. de grauwe gans (Anser anser);

b. de Europese kanarie (Serinus canaria);

c. de rotsduif (Columba livia);

d. de wilde eend (Anas platyrhynchos).

 

Artikel 5

Als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 2 bij dit besluit genoemde diersoorten.

 

Artikel 5a [Vervallen per 30-05-2011]

 

Artikel 6

1. Als plantensoort als bedoeld in artikel 14, tweede en derde lid, van de wet is aangewezen de grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides).

2. Als diersoort als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet zijn aangewezen de:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x