| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Flora- en faunawet
REGELING
AFGIFTE EN KENMERKEN GESLOTEN POOTRINGEN
EN ANDERE MERKTEKENS
Tekst zoals deze geldt op
6 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Staatssecretaris van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op Verordening (EG) nr. 338/97 van de
Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van
in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het
desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);
Gelet op Verordening (EG) nr. 1808/2001 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 augustus 2001, houdende
uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de
Europese Unie inzake de bescherming van in het wild levende dier- en
plantensoorten door controle op het desbetreffende handels verkeer (PbEG
L 250);
Gelet op artikel 102 van de Flora- en faunawet;
Gelet op de artikelen 6, tweede lid, en 7 van
het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten;
Gelet op de artikelen 12, eerste lid, onderdeel
a en b, en 13, eerste lid, van de Regeling vrijstelling
beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet;
Besluit:
§ 1.
Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. basisverordening: Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van
de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in
het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het
desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);
b. uitvoeringsverordening: Verordening (EG) nr. 1808/2001 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 augustus 2001,
houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van
de Raad van de Europese Unie inzake de bescherming van in het wild
levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende
handelsverkeer (PbEG L 250);
c. wet: Flora- en faunawet;
d. de Minister: de minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij;
e. gesloten pootring: individueel gemerkte, ononderbroken ring of
manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is
geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de
eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden
verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang
heeft bereikt.
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op:
a. gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse diersoorten,
en
b. gefokte vogels, behorende tot beschermde uitheemse
diersoorten, voorzover deze soorten zijn opgenomen in bijlage A bij
de basisverordening.
§ 2. Ringen en merktekens
Artikel 3
1. In Nederland afgegeven gesloten
pootringen voldoen aan de volgende eisen:
a. ringen met een diameter van 2,5 tot en met 2,9 mm, gemeten aan
de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal, waarop een
geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, en zijn op zodanige wijze
voorzien van een breukzone, dat de ring knapt, indien de ring wordt
opgerekt;
b. ringen met een diameter kleiner dan 2,5 mm en groter dan 2,9 mm,
gemeten aan de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal,
waarop een geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, of zijn vervaardigd
van gekleurde kunststof, en zijn van zodanige kwaliteit, dat de ring
knapt, indien de ring wordt opgerekt.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen ringen voor
papegaaiachtigen en roofvogels vervaardigd zijn van roestvrij staal.
3. Een gesloten pootring als bedoeld in het eerste lid is
voorzien van een kleurlaag, die voor elk jaar waarin de ring mag worden
aangebracht, verschillend is.
4. De in artikel 8 genoemde organisaties verstrekken uitsluitend
gesloten pootringen waarvoor door de leverancier een schriftelijke
garantie is afgegeven dat de ringen voldoen aan de specificaties,
bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b.
Artikel 4
Een in Nederland afgegeven gesloten pootring is ten minste voorzien
van de letters NL, de aanduiding van de binnendiameter tot in tienden
van een millimeter, de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de
ring mag worden aangebracht en, per ringmaat, een uniek nummer.
Artikel 5
Een in Nederland in gevangenschap geboren en gefokt exemplaar van in
bijlage 1 bij deze regeling opgenomen soorten vogels is voorzien van een
in Nederland afgegeven gesloten pootring met een, voorzover vermeld, in
die bijlage vastgestelde maximale diameter.
Artikel 6
Een merkteken als bedoeld in artikel 7 van het Besluit vrijstelling
beschermde dier- en plantensoorten dient te zijn aangebracht en te
worden gebruikt in overeenstemming met de wettelijke eisen van de staat,
waar een merkteken aantoonbaar rechtmatig is afgegeven.
§ 3. Aanvraag gesloten pootringen
Artikel 7
1. Gesloten pootringen voor in Nederland
geboren en gefokte vogels kunnen worden aangevraagd bij een erkende
organisatie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, door invulling van een
in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen aanvraagformulier.
2. Op het in bijlage 2 opgenomen aanvraagformulier wordt de
vereiste ringmaat en het gewenste aantal exemplaren vermeld, alsmede de
soort vogel waarvoor de ring bestemd is.
3. Een niet volledig, onduidelijk of niet ondertekend formulier
wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 8
1. Als erkende rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie als
bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, zijn aangewezen en
belast met de uitreiking van gesloten pootringen:
. Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders, gevestigd te Zutphen;
. Nederlandse Bond van Hoender-, Dwerghoender-, Sier- en
Watervogelhouders, gevestigd te Utrecht;
. Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers, gevestigd te Bergen op
Zoom;
. Vereniging Aviornis International Nederland, gevestigd te Wijchen;
. Vereniging Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, gevestigd
te Eindhoven.
2. De erkende organisaties, bedoeld in het eerste lid, geven
uitsluitend gesloten pootringen af, indien aannemelijk is dat aanvrager
vogels, waarvoor een gesloten pootring wordt aangevraagd, fokt. Het
aantal door de erkende organisaties af te geven ringen wordt beperkt tot
het aantal redelijkerwijs te verwachten nakweek van de door de aanvrager
in het aanvraagformulier aangegeven soort als bedoeld in artikel 7,
tweede lid.
3. De erkende organisaties, bedoeld in het eerste lid, wijzen een
aanvraag voor gesloten pootringen af, indien het redelijke vermoeden
bestaat dat de aanvrager in strijd met artikel 10 handelt of zal
handelen.
4. De erkende organisaties, bedoeld in het eerste lid, houden een
administratie bij waarin de aantallen en codes van door hen verstrekte
gesloten pootringen zijn opgenomen, de soort vogel waarvoor de ring is
aangevraagd, de datum van afgifte, alsmede de namen en adressen van de
personen aan wie de gesloten pootringen zijn verstrekt.
5. Een administratie als bedoeld in het tweede lid wordt bewaard
gedurende een periode van ten minste 5 jaar.
6. De erkende organisaties, bedoeld in het eerste lid, leggen
elke drie maanden en wel uiterlijk 1 juni, 1 september, 1 december en 1
april van elk jaar aan de Minister de volledige administratie over van
de voorafgaande drie maanden, voorzover het vogels betreft als bedoeld
in artikel 2.
7. De erkende organisaties, bedoeld in het eerste lid,
verschaffen de Minister desgevraagd alle informatie met betrekking tot
de afgifte van gesloten pootringen.
Artikel 9
1. De aan erkende organisaties in rekening gebrachte kostprijs
voor de vervaardiging van gesloten pootringen wordt aan de aanvrager
doorberekend.
2. De erkende organisaties kunnen de in het eerste lid bedoelde
kostprijs verhogen met een bedrag ter dekking van de kosten voor de
uitreiking van ringen ter hoogte van maximaal 1,- per ring.
3. Gesloten pootringen worden niet uitgereikt dan na voldoening
van de som van in het eerste en tweede lid bepaalde bedragen.
§ 4. Gebruik gesloten pootringen
Artikel 10
1. Door de aanvrager van de in artikel 8,
eerste lid, erkende organisaties ontvangen gesloten pootringen worden
uitsluitend aangebracht op in Nederland in gevangenschap geboren en
gefokte vogels.
2. Een door de aanvrager ontvangen gesloten pootring wordt
uitsluitend aangebracht op een vogel van de soort waarvoor de ring is
aangevraagd.
3. Een aanvrager is niet gerechtigd van erkende organisaties
ontvangen gesloten pootringen aan derden te verschaffen.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 11
Een ring die of een ander merkteken dat rechtmatig is aangebracht
vσσr de inwerkingtreding van deze regeling en, voorzover van
toepassing, in overeenstemming is met de basisverordening en de
uitvoeringsverordening wordt geacht te zijn een ring of merkteken als
bedoeld in deze regeling.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 102
van de Flora- en faunawet, de artikelen 6, tweede lid, en 7 van het
Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten en de artikelen
12, eerste lid, onderdelen a en b, en 13, eerste lid, van de Regeling
vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet in
werking treden.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afgifte en kenmerken
gesloten pootringen en andere merktekens.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 maart 2002.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
G.H. Faber.
[Bijlagen verwijderd]
|
|
|