|
De
Staatssecretaris van Financiën van Nederland, de Minister van
Financiën van Suriname en de Minister van Financiën van de Nederlandse
Antillen;
Gelet op artikel 5, vierde lid, van de
Belastingregeling voor het Koninkrijk (Stb. 1964, 425; Gouvernementsblad
1964, 117; Publicatieblad 1964, 178),
Besluiten:
Artikel 1
De winst toe te rekenen aan een binnen een van de landen aangehouden
vaste inrichting van een verzekeraar die inwoner is van een van de
andere landen, kan, voor zoveel nodig in afwijking van artikel 5, tweede
lid, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk worden vastgesteld
overeenkomstig de desbetreffende wettelijke bepalingen van eerstbedoeld
land welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de Belastingregeling
voor het Koninkrijk van kracht zijn.
Artikel 2
1. Deze beschikking treedt in werking met
ingang van 1 januari 1965 en behoudt haar werking voor onbepaalde tijd.
2. Van 1 januari 1970 af kan de Minister van Financiën van elk
van de landen bepalen dat tussen dat land en beide of een van de andere
landen deze beschikking buiten werking treedt. De daartoe strekkende
beschikking treedt niet in werking vóór de aanvang van het tweede
kalenderjaar volgend op dat waarin zij is afgekondigd.
Artikel 3
Deze beschikking kan worden aangehaald als: Gezamenlijke beschikking
omtrent winsttoerekening bij verzekeringsondernemingen.
's-Gravenhage, 17 december 1964.
De Staatssecretaris van Financiën van Nederland,
Van den Berge.
Paramaribo, 17 december 1964.
De Minister van Financiën van Suriname,
J.A. Pengel.
Willemstad, 17 december 1964.
De Minister van Financiën van de Nederlandse Antillen,
Ern. Petronia.
|