1. Voor de Nederlandse Antillen:
a. Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (P.B.
1964 no. 77), zoals deze luidde op 1 januari 1996;
b. Landsverordening ter bevordering bedrijfsvestiging en
hotelbouw (P.B. 1953 no. 194), zoals deze luidde op 1 januari
1996;
c. Landsverordening belastingfaciliteiten industriële
ondernemingen (P.B. 1985 no. 146), zoals deze luidde op 1 januari
1996;
d. Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965 no.
58), zoals deze luidde op 1 januari 1996;
e. Beleid ter uitvoering van vorenbedoelde Landsverordening op
de winstbelasting 1940 zoals bedoeld in het Protocol van 29 mei
1992 getekend door de Staatssecretaris van Financiën van
Nederland en de Ministers van Financiën van de Nederlandse
Antillen en Aruba inzake de toepassing van artikel 11 van de
Belastingregeling voor het Koninkrijk in samenhang met het
Protocol van 12 augustus 1994 getekend namens de Staatssecretaris
van Financiën van Nederland en de Minister van Financiën van de
Nederlandse Antillen, alsmede het Protocol van 8 januari 1998,
getekend door de Staatssecretaris van Financiën van Nederland en
de Minister van Financiën van de Nederlandse Antillen.
f. Nader protocol van 9 januari 1996 behorende bij het voorstel
van rijkswet houdende wijziging van de Belastingregeling voor het
Koninkrijk in verband met maatregelen met het oog op het tegengaan
van misbruik en oneigenlijk gebruik alsmede in verband met enige
technische aanpassingen;
g. Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (P.B. 1956
no. 9) met uitzondering van artikel 23c en met dien verstande dat
met betrekking tot de artikelen 79, 80, 81 en 82 de bescherming
van de Belastingregeling van het Koninkrijk is voorbehouden aan de
natuurlijke personen als bedoeld in artikel II van de Rijkswet van
13 december 1996 houdende wijziging van de Belastingregeling van
het Koninkrijk in verband met maatregelen met het oog op het
tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik alsmede in verband
met enige technische aanpassingen (Sta. 644), alsmede de
Landsverordening op de loonbelasting 1976 (P.B. 1975 no. 254),
zoals deze luidden op 1 januari 1998;
h. Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 met
uitzondering van de artikelen 23b en 23c (P.B. 1956 no. 9), en de
Landsverordening op de loonbelasting 1976 (P.B. 1975 no. 254)
zoals deze luidden op 1 januari 1996;
i. Aanschrijving van de Minister van Financiën ingevolge
artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de Landsverordening op de
Inkomstenbelasting 1943 (P.B. 1956 no. 9) juncto artikel 22 van de
Landsverordening op de Loonbelasting 1976 (P.B. 1975 no. 254)
(Belastingheffing van naar de Nederlandse Antillen uitgezonden
hooggekwalificeerde werknemers), zoals deze luidde op 1 januari
1996;
j. Landsverordening Vrije Zones 1975 (P.B. 1975 no. 211), zoals
gewijzigd bij Landsverordening van 19 september 1986 (P.B. 1986
no. 139), zoals deze luidde op 1 januari 1996, met dien verstande
dat de bescherming van de Belastingregeling voor het Koninkrijk
niet van toepassing is indien een vennootschap welke onder deze
Landsverordening kwalificeert zich in enige mate (dat wil zeggen
voor 10% of meer) toelegt op financiële dienstverlening;
k. Landsverordening op de Scheepsregistratiebelasting 1987 (P.B.
1987 no. 112), zoals deze luidde op 1 januari 1996;