| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene wet
erkenning EG-beroepskwalificaties
REGELING
ERKENNING EG-BEROEPSKWALIFICATIES ONDERWIJSPERSONEEL
Tekst zoals deze geldt op
6 maart 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van
16 januari 2008, nr. WJZ/2008/2010 (1602), houdende regels in
verband met de erkenning van EG-beroepskwalificaties van
onderwijspersoneel (Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties
onderwijspersoneel)
De Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 33 en 36 van de Algemene wet erkenning
EG-beroepskwalificaties;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
b. IB-Groep: Informatie Beheer Groep als bedoeld in de Wet
verzelfstandiging Informatiseringsbank;
c. aanvrager: migrerende beroepsbeoefenaar die erkenning van
beroepskwalificaties aanvraagt;
d. dienstverrichter: dienstverrichter als bedoeld in artikel 21
van de wet.
Artikel 2. Gereglementeerde beroepen in het
onderwijs
Deze regeling is van toepassing op:
a. de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het
verlenen van erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot
of uitoefening van de volgende gereglementeerde beroepen:
1°. directeur, adjunct-directeur en leraar als bedoeld in de
Wet op het primair onderwijs;
2°. directeur, adjunct-directeur en leraar als bedoeld in de
Wet op de expertisecentra;
3°. rector, directeur, conrector, adjunct-directeur en leraar
als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
4°. docent als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.
b. de verklaring vooraf, bedoeld in artikel 23 van de wet, van
een dienstverrichter die een gereglementeerd beroep als bedoeld
onder a wenst uit te oefenen.
Artikel 3. Ib-groep
De IB-Groep is belast met de taken en bevoegdheden, bedoeld in de
wet, met betrekking tot de gereglementeerde beroepen, bedoeld in artikel
2.
Artikel 4. Aanvraag erkenning
beroepskwalificaties
De aanvrager verstrekt aan de IB-Groep bij de aanvraag de volgende
documenten, bedoeld in artikel 13 van de wet:
a. een bewijs van de nationaliteit alsmede, indien de definitie
van migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 2° van
toepassing is, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning
voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 van richtlijn
nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november
2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van
derde landen (PbEU L 016), of een door een andere betrokken staat
dan Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een
verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de
Vreemdelingenwet 2000 of, indien de definitie van migrerende
beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 3° van toepassing is,
een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of
een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt
dat de aanvrager het verblijfsrecht of het duurzaam verblijfsrecht
heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III, respectievelijk
hoofdstuk IV van richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende het
recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de
lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PbEU L
158 en L 229);
b.1°. een kopie van de bekwaamheidsattesten of de
opleidingstitels, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de
betrokken staat van oorsprong of herkomst, op grond waarvan de
aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en
uitoefening van hetzelfde beroep als dat waarvoor de aanvrager
erkenning van beroepskwalificaties wenst, of
b.2°. een kopie van de opleidingstitel die door het in een derde
land bevoegde gezag is afgegeven, gewaarmerkt door dat bevoegde
gezag, en een bewijsstuk, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de
betrokken staat van oorsprong of herkomst waaruit blijkt dat dit
bevoegde gezag de opleidingstitel heeft erkend alsmede dat de
aanvrager ten minste drie jaar beroepservaring in het betrokken
beroep heeft opgedaan op het grondgebied van die betrokken staat;
c. in voorkomend geval een overzicht van de relevante
opleidingsgegevens, in ieder geval bevattende de totale cursusduur,
de bestudeerde vakken, en zo mogelijk een door de
onderwijsinstelling opgestelde globale leerstofomschrijving van deze
vakgebieden met de daarbij behorende studietijd;
d. in voorkomend geval een bewijs van de beroepservaring;
e. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet
justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring
overeenkomend document als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
wet, of een attest waaruit blijkt van een verklaring onder ede of
plechtige verklaring als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de
wet;
f. indien de aanvraag en de onder b tot en met e bedoelde stukken
in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn
gesteld, een door een beëdigd tolk/vertaler opgestelde vertaling
daarvan in één van deze talen.
Artikel 5. Proeve van bekwaamheid
1. Indien de aanvrager op grond van
artikel 11 van de wet een proeve van bekwaamheid moet afleggen, draagt
de IB-Groep ervoor zorg dat:
a. de aanvrager schriftelijk wordt geïnformeerd over de vakken
waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, over de wijze
waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en over de kosten van
die proeve;
b. de aanvrager de gelegenheid wordt geboden de proeve van
bekwaamheid af te leggen bij een door de IB-Groep aan te wijzen
opleidingsinstituut;
c. het opleidingsinstituut de criteria vaststelt voor de
beoordeling van de proeve van bekwaamheid en aan de aanvrager opgave
doet van het vereiste studiemateriaal;
d. het opleidingsinstituut de aanvrager binnen twee maanden nadat
de aanvrager te kennen heeft gegeven de proeve van bekwaamheid te
willen afleggen de gelegenheid biedt tot het afleggen van die proeve;
e. het opleidingsinstituut het resultaat van de proeve van
bekwaamheid binnen twee weken schriftelijk mededeelt aan de aanvrager
en aan de IB-Groep.
2. De aanvrager voldoet de kosten van de proeve van bekwaamheid.
Artikel 6. Aanpassingsstage
1. Indien de aanvrager op grond van
artikel 11 van de wet een aanpassingsstage moet doorlopen, deelt de
IB-Groep de aanvrager schriftelijk mede:
a. de vakken waarop de aanpassingsstage betrekking heeft;
b. de duur van de aanpassingsstage;
c. in voorkomend geval de aanvullende opleiding die deel uitmaakt
van de aanpassingsstage.
2. De aanpassingsstage duurt maximaal een jaar.
3. Voor een aanpassingsstage wendt de aanvrager zich tot het
bevoegd gezag van een relevante onderwijsinstelling met het verzoek hem
in de gelegenheid te stellen een aanpassingsstage te volgen.
4. De aanvrager wordt gedurende de aanpassingsstage begeleid door
een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, aangewezen door
het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling waarbinnen deze begeleider
werkzaam is.
5. De aanpassingsstage wordt beoordeeld op de vraag of de
aanvrager de vakken, bedoeld in het eerste lid, onder a, in voldoende
mate beheerst.
6. Het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling deelt het
resultaat van de aanpassingsstage zo spoedig mogelijk en in elk geval
binnen een maand na het doorlopen van de aanpassingsstage mee aan de
aanvrager en de IB-Groep.
Artikel 7. Herkansing
Indien het resultaat van de proeve van bekwaamheid of de
aanpassingsstage onvoldoende is, heeft de aanvrager het recht nogmaals
een proeve van bekwaamheid af te leggen of een aanpassingsstage te
volbrengen.
Artikel 8. Verklaring vooraf
Een dienstverrichter verstrekt aan de IB-Groep de volgende
documenten, bedoeld in artikel 23 van de wet:
a. een schriftelijke verklaring waaruit blijkt welk
gereglementeerd beroep de dienstverrichter tijdelijk en incidenteel
in Nederland komt verrichten en waarin gegevens zijn opgenomen
betreffende verzekering of soortgelijke bescherming tegen de
financiële risico’s van beroepsaansprakelijkheid;
b. een bewijs van nationaliteit, alsmede, indien de definitie van
migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 2° van
toepassing is, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning
voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 van richtlijn
nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november
2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van
derde landen (PbEU L 016) of een door een andere betrokken staat dan
Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een
verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de
Vreemdelingenwet 2000, of, indien de definitie van migrerende
beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 3° van toepassing is,
een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of
een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt
dat de dienstverrichter het verblijfsrecht of het duurzaam
verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III,
respectievelijk hoofdstuk IV van richtlijn nr. 2004/38/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004
betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het
grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun
familieleden (PbEU L 158 en L 229);
c. een attest dat de dienstverrichter gerechtigd is om in een
andere betrokken staat dan Nederland de betrokken
beroepswerkzaamheden uit te oefenen, en dat de dienstverrichter op
het moment van afgifte van het attest geen permanent of tijdelijk
beroepsverbod is opgelegd;
d. bewijs van beroepskwalificaties;
e. voor gevallen als bedoeld in artikel 22, onder b, van de wet
een bewijs van de daar omschreven beroepservaring.
Artikel 9. Intrekking andere regeling
De Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten, kenmerk AB/BAP -
97010148, van 18 juni 1997, gepubliceerd in Uitleg OenW-Regelingen 1997,
nummer 18B, wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning
EG-beroepskwalificaties onderwijspersoneel.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 16 januari 2008.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk.
|
|
|