| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Algemene douanewet
(Adw)
BESLUIT
STRATEGISCHE GOEDEREN
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 24 juni 2008, houdende regels ten aanzien
van de in-, uit- en doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik en
militaire goederen (Besluit strategische goederen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van
30 oktober 2007, nr. WJZ 7122174, gedaan na overleg met
de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de
Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van
een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en
technologie voor tweeërlei gebruik en de artikelen 1:4, eerste en
tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet;
De Raad van State gehoord (advies van
10 april 2008, nr. W10.07.0401/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8056339;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: de Algemene douanewet;
b. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
c. verordening 428/2009: de verordening (EG) nr. 428/2009 van de
Raad van de Europese Unie van 5 mei 2009 tot instelling van een
communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging,
de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik
(PbEU L 134).
§ 2. Goederen voor tweeërlei gebruik
Artikel 2
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid,
4, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste en tweede lid, 20, eerste en
derde lid, en 22, eerste, achtste en tiende lid, van verordening
428/2009, voor zover het goederen betreft.
Artikel 3
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid,
6, eerste en tweede lid, 9, tweede en vierde lid, onder c, 11, eerste
lid, 13, eerste en vijfde lid, en 16, derde en vierde lid, van
verordening 428/2009 is Onze Minister.
2. Indien Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4,
eerste tot en met vierde lid, van verordening 428/2009, heeft bepaald
dat de uitvoer of de wederuitvoer van de daarbij aangewezen goederen
zonder vergunning is verboden, is de adressaat van deze beschikking,
zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende goederen een
andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld,
verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming
mededeling te doen aan Onze Minister.
Artikel 4
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister om redenen van openbare
veiligheid of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen op, of
een vergunning verplicht stellen voor de uitvoer van goederen voor
tweeërlei gebruik die niet zijn genoemd in bijlage I van verordening
428/2009.
Artikel 4a
1. Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen
voor tweeërlei gebruik, die niet op de lijst van bijlage I van
verordening 428/2009 staan, verbieden indien deze goederen bestemd
zijn voor een van de doeleinden, genoemd in artikel 4, eerste lid, van
verordening 428/2009.
2. Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen
voor tweeërlei gebruik, die op de lijst van bijlage I van verordening
428/2009 staan, verbieden indien deze goederen een militaire
bestemming hebben als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van
verordening 428/2009.
3. Onze Minister kan besluiten dat een vergunning is vereist voor
de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik vanuit Nederland
naar een andere lidstaat indien op het tijdstip van de overbrenging
voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van
verordening 428/2009.
§ 3. Militaire goederen
Artikel 5
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. militaire goederen: de militaire goederen, bedoeld in een door
Onze Minister na overleg met Onze Minister wie het mede aangaat vast
te stellen ministeriële regeling;
b. Nederlands grondgebied: het grondgebied van het Koninkrijk der
Nederlanden in Europa;
c. invoer in Nederland: het binnenbrengen van goederen in
Nederlands grondgebied, anders dan voor doorvoer;
d. uitvoer uit Nederland: het doen verlaten van goederen van
Nederlands grondgebied, anders dan voor doorvoer;
e. doorvoer door Nederland: het vervoer van goederen die
uitsluitend het Nederlands grondgebied worden binnengebracht om via
dat gebied te worden vervoerd naar een bestemming buiten het
Nederlands grondgebied.
Artikel 6
1.Het is verboden om militaire goederen uit te voeren uit Nederland
of door te voeren door Nederland zonder vergunning.
2.Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op de uitvoer uit Nederland van militaire goederen, bedoeld
in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische
wapens;
b. op de uitvoer uit Nederland van militaire goederen naar
België en Luxemburg;
c. op de doorvoer door Nederland van militaire goederen die
uitsluitend worden vervoerd door de territoriale wateren of door
het luchtruim;
d. op de doorvoer door Nederland van militaire goederen die
afkomstig zijn uit, of als eindbestemming hebben Australië,
Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland of een van de lidstaten van de
Europese Unie of de Noord-Atlantische verdragsorganisatie.
3.Onze Minister kan besluiten dat voor de uitvoer uit Nederland of
doorvoer door Nederland van militaire goederen in situaties als
bedoeld in het tweede lid een vergunning is vereist:
a. indien het belang van de internationale rechtsorde of een
daarop betrekking hebbende internationale afspraak dat vereist, of
b. indien Onze Minister dit noodzakelijk acht voor de
bescherming van de wezenlijke belangen van de nationale
veiligheid.
4.In andere gevallen dan die, bedoeld in het tweede lid, kan bij
ministeriële regeling van Onze Minister vrijstelling worden verleend
van het eerste lid.
5.Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste
lid.
6.Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
verleend en er kunnen voorschriften aan worden verbonden.
7.Het is verboden om de goederen, bedoeld in lijst 2 van onderdeel
B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1983 tot stand
gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de
aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de
vernietiging van deze wapens (Trb.1993, 162) in te voeren in Nederland
uit landen, die niet partij zijn bij dit verdrag.
Artikel 7
1.Indien er op basis van dit besluit geen vergunning is vereist
voor de uitvoer uit Nederland of de doorvoer door Nederland van
militaire goederen, vindt een melding plaats bij een bij ministeriële
regeling aan te wijzen dienst.
2.Ten aanzien van de melding, bedoeld in het eerste lid, worden bij
ministeriële regeling van Onze Minister regels gesteld over:
a. de wijze waarop en door wie een melding moet worden gedaan,
b. het tijdstip van de melding, en
c. de inhoud van de melding.
3.Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van
het eerste lid.
4.Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste
lid.
5.Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
verleend en er kunnen voorschriften aan worden verbonden.
§ 4. Vergunningverlening
Artikel 8
1. De vergunning, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening
428/2009 en artikel 6, eerste lid, wordt verleend door Onze Minister.
2. Onze Minister kan aan de vergunning, bedoeld in artikel 9,
tweede lid, van verordening 428/2009 en artikel 6, eerste lid,
voorschriften en voorwaarden verbinden.
3. Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële
regeling van Onze Minister nadere regels gesteld over:
a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt
aangevraagd,
b. de aard van de vergunning, en
c. de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning
verbonden kunnen worden.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 9
Vergunningen en ontheffingen die verleend zijn op grond van het In-
en uitvoerbesluit strategische goederen worden geacht te zijn verleend
op grond van dit besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit strategische goederen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 juni 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
F. Heemskerk
Uitgegeven de achtste juli 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|