St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Crisis- en herstelwet

 

BESLUIT  UITVOERING  CRISIS-  EN  HERSTELWET

Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 13 juli 2010, houdende regels ter uitvoering van de Crisis- en herstelwet, eerste tranche (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 15 juni 2010, nr. 3093158, gedaan mede namens Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie en in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken;
     Gelet op de artikelen 1.2, 2.2, eerste lid, 2.3, zesde lid, 2.4, eerste en derde lid, 2.9, eerste lid, onderdeel b, 2.18 en 5.1, eerste lid, van de Crisis- en herstelwet en de artikelen 105 en 107 van de Wet geluidhinder;
     De Raad van State gehoord (advies van 30 juni 2010, nr. W01.10.0253/I);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 9 juli 2010, nr. 3093990, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie en in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

eco iglo: gebouw bestaande uit een drijfelement van ten hoogste 400 m2 waarop een staal-glas of koolstof-glas constructie in de vorm van een halve bol is geplaatst, waarbij in de binnen het bouwwerk benodigde energie wordt voorzien door middel van aardwarmte, zonnecellen of miniwindturbines en in het binnen het bouwwerk benodigde water wordt voorzien door middel van een hemelwateropvanginstallatie, gecombineerd met nanofiltratie ten behoeve van de water- of drinkwatervoorziening;

mini windturbine: windturbine met een rotordiameter van ten hoogste 5 meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m2, met een horizontale of verticale rotoras, ten behoeve van levering van elektriciteit achter de meter of aan een accu ten behoeve van eigen gebruik, welke windturbine gecertificeerd is volgens IEC 61400-12 (2006), dan wel gecertificeerd is volgens de standaarden van de American Wind Energy Association of de British Wind Energy Association of het Kleinwind keur heeft op basis van de Nederlandse beoordelingsrichtlijn Kleine Windturbines, en met een tiphoogte van niet meer dan tien meter, gemeten vanaf de voet van de windturbine;

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

wet: Crisis- en herstelwet;

zuigercompressor-windturbinecombinatie: windturbine met een rotordiameter van ten hoogste vijf meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m2, met een horizontale of verticale rotoras met een hoogte van niet meer dan 25 meter, gemeten vanaf de voet van de windturbine tot de tip van de rotor, waarbij het mechanisch vermogen van de rotor direct wordt gebruikt voor de aandrijving van een zuigercompressor of een ozongenerator en die klimaatbeheersing en ammoniakreductie in melkrundveehouderijen als functie heeft, of ten doel heeft water of drinkwater te winnen uit de lucht.

Paragraaf 2. Ontwikkelingsgebieden

Artikel 2

1. Als ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet worden voor de duur van tien jaar aangewezen:

a. Stadshavens Rotterdam, omvattende het Waal-Eemhavengebied, de Rijn- en Maashaven, het Merwehaven-Vierhavensgebied en het RDM-terrein (Heijplaat) zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1;

b. Spoorzone Deventer zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2;

c. Spoorzone Zwolle zoals aangegeven op de kaart in bijlage 3;

d. Zaanstad Midden, omvattende de stadsdelen Wormerveer-Zuid, Oud Zaandijk, Oud Koog, ’t Kalf, Zaandam West, Kogerveld en Rosmolenwijk zoals aangegeven op de kaart in bijlage 4;

e. Almere Centrum Weerwater zoals aangegeven op de kaart in bijlage 8;

f. Amsterdam Buiksloterham zoals aangegeven op de kaart in bijlage 9;

g. Doetinchem Hamburgerbroek zoals aangegeven op de kaart in bijlage 10;

h. Maasdonk Nuland-Oost zoals aangegeven op de kaart in bijlage 11;

i. Soesterberg-Noord zoals aangegeven op de kaart in bijlage 12.

2. Als categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de wet worden aangegeven alle gevallen waarin een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd zou zijn te beslissen als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de wet.

3. Een ander bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid kan categorieën van gevallen aangeven waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist.

Paragraaf 3. Innovatie

Artikel 3

1. Dit artikel is van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen bedrijventerreinen binnen het grondgebied van de gemeenten:

a. Amersfoort;

b. Houten;

c. Leusden;

d. Nieuwegein;

e. Utrecht, en

f. Woerden.

2. De aanwijzing vindt plaats uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

3. Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt voor de duur van tien jaar niet voor het bouwen van een mini windturbine. Bij het bouwen van een mini windturbine wordt het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, van de wet in acht genomen.

4. Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, kan voor de duur van tien jaar worden afgeweken van paragraaf 3.2.3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voor het in werking hebben van een mini windturbine op de inrichting of op het terrein behorende bij de inrichting.

5. De geluidbelasting door mini windturbines op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelige bestemming is niet groter dan 47 db Lden, te bepalen overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.

Artikel 4

Ten behoeve van het bouwen van een eco iglo in de gemeente Leeuwarden kan voor de duur van tien jaar worden afgeweken van de artikelen 2.48, 2.68, eerste lid, 2.185, derde lid, 2.214, eerste tot en met derde lid, 2.215, 3.27, eerste tot en met vierde lid, 3.28, 3.60, eerste lid, 3.119, eerste lid, 3.120, 3.121, 3.127, tweede lid, 3.128, 3.129, 3.130 en 5.12, eerste en derde lid, van het Bouwbesluit 2003.

Artikel 5

1. Dit artikel is van toepassing binnen het grondgebied van de gemeente Leeuwarden.

2. Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt voor de duur van tien jaar niet voor het bouwen van een zuigercompressor-windturbinecombinatie met ten hoogste 400 kg ammoniak als koudemiddel:

a. op of in directe nabijheid van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van melkrundvee, of

b. met als doel (drink)water te winnen uit de lucht.

3. Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, blijft paragraaf 3.2.3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voor de duur van tien jaar buiten toepassing voor het in werking hebben van een zuigercompressor-windturbinecombinatie op de inrichting of in de directe nabijheid daarvan.

Artikel 6

Voor een omgevingsvergunning die ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen in het gebied Strijp-S in de gemeente Eindhoven met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend, is in afwijking van artikel 5.18, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht de termijn, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ten hoogste vijftien jaar.

Artikel 6a

Ten behoeve van:

a. Stationsgebied Utrecht zoals aangegeven op de kaart in bijlage 7,

b. Spoorzone Tilburg zoals aangegeven op de kaart in bijlage 13,

c. Strijp-S in de gemeente Eindhoven zoals aangegeven op de kaart in bijlage 14,

d. de uitvoering van de «Visie op de ondergrond» van de gemeente Zwolle zoals aangegeven op de kaart in bijlage 15,

kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van gebiedsgericht bodembeheer voor de duur van ten hoogste vijftien jaar besluiten tot afwijking van de artikelen:

1°. 1 van de Wet bodembescherming,

2°. 13 en 27 van de Wet bodembescherming voor zover de bodem is of wordt verontreinigd of aangetast door één of meerdere bemalingen die ten behoeve van bouw-, sloop- of onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd of die het gevolg zijn van de onttrekking of infiltratie van grondwater door één of meerdere warmte koude opslagsystemen,

3°. 28, 29, 37, 38, 39, tweede lid, 39b, 40, 42 en 88 van de Wet bodembescherming,

voor zover die afwijking geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier oplevert. Artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer is niet van toepassing op de besluiten met betrekking tot de bodem ten aanzien van deze gebieden.

Artikel 6b

Voor woningen die worden gebouwd in het project De Mars in Zutphen geldt, in afwijking van tabel 5.11 bij artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2003, als grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt, 75 procent van de op grond van die tabel geldende grenswaarde.

Artikel 7

1. Er is een commissie die tot taak heeft Onze Minister te adviseren over de vragen in hoeverre een afwijking van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 2.4, eerste lid, van de wet genoemde wetten aan haar doel beantwoordt, en of de in artikel 2.4, derde lid, van de wet bedoelde tijdsduur aanpassing behoeft.

2. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

3. De commissie bestaat uit een voorzitter en een aantal leden. De leden zijn deskundig op het terrein van de experimenten, bedoeld in artikel 2.4 van de wet, en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of andere ministeries die bij de uitvoering van die experimenten betrokken zijn.

4. Bij ministeriële regeling wordt het aantal leden en de benoemingstermijn van de voorzitter en van de leden van de adviescommissie vastgesteld.

5. De voorzitter en de leden worden door Onze Minister benoemd en ontslagen. Zij zijn telkens opnieuw benoembaar voor de termijn, bedoeld in het vierde lid.

6. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

7. Onze Minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

Paragraaf 4. Versnelde uitvoering van bouwprojecten

Artikel 8

1. Als categorieën andere projecten van maatschappelijke betekenis als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:

a. onderwijsgebouwen;

b. ziekenhuizen en verpleeghuizen;

c. verzorgingstehuizen;

d. psychiatrische inrichtingen;

e. medische centra;

f. poliklinieken, en

g. medische kleuterdagverblijven.

2. Indien een project als bedoeld in het eerste lid tevens voorziet in een beperkte mate van woningbouw, doet dat geen afbreuk aan de kwalificatie van het project als project van maatschappelijke betekenis als bedoeld in dat lid.

Paragraaf 5. Lokale projecten met nationale betekenis

Artikel 9

Als lokaal project met nationale betekenis als bedoeld in artikel 2.18 juncto artikel 2.19 van de wet worden aangewezen:

a. FlorijnAs te Assen, omvattende de gebieden Stadsboulevard, het Stadsbedrijvenpark, het Havenkwartier, de Blauwe As 2e fase, het Stationsgebied, Assen-Zuid en het Nationaal landschap Drentsche Aa ten oosten van de stad zoals aangegeven op de kaart in bijlage 5;

b. Rotterdam Central District omvattende de projecten Schiekadeblok, Weenapoint, Kruispleingarage, Delftseplein, OV Terminal, Conradstraat, Calypso zoals aangegeven op de kaart in bijlage 6, en

c. Stationsgebied Utrecht omvattende gebied 1 (Vredenburg-Catharijnesingel, Smakkelaarsveld/Nieuwe Stationsstraat, OV-terminal, Knoopkazerne, Van Sijpesteijnkwartier, Kop Jaarbeursterrein) en gebied 2 (Jaarbeurskwartier inclusief parkeerterrein en parkeergarage overzijde Merwedekanaal, Lombokplein en Paardenveld) zoals aangegeven op de kaart in bijlage 7.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 10

Onder besluiten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet worden in ieder geval niet verstaan besluiten omtrent planschade en nadeelcompensatie.

Artikel 11

1. Indien afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet op een besluit van toepassing is, wordt dit bij het besluit en bij de bekendmaking of mededeling van het besluit vermeld.

2. Indien tegen het besluit beroep openstaat, wordt bij het besluit en bij de bekendmaking van het besluit voorts vermeld dat:

a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen, en

b. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld.

Artikel 12

1. Indien afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet van toepassing is op het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, wordt dit in de uitspraak vermeld.

2. De uitspraak vermeldt voorts dat:

a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen, en

b. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld.

Artikel 13

[Wijzigt de Crisis- en herstelwet]

Artikel 14

[Wijzigt het Besluit geluidhinder]

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 13 juli 2010

 

BEATRIX

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
J.P. Balkenende

De Minister van Verkeer en Waterstaat a.i.,
J.P. Balkenende

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

Uitgegeven de zestiende juli 2010
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x