|
BESLUIT van 23 mei 2011, houdende bepalingen inzake de productie en
distributie van drinkwater en de organisatie van de openbare
drinkwatervoorziening (Drinkwaterbesluit)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
van 17 december 2010, nr. BJZ2010033451, Hoofddirectie Bestuurlijke en
Juridische Zaken i.o.;
Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 8, vierde lid, 10, eerste en tweede
lid, 13, eerste lid, 18, tweede lid, 21, derde tot en met vijfde lid,
22, eerste tot en met vierde lid en zevende lid, 25, tweede lid, 27, 28,
eerste lid, 29, tweede en derde lid, 38, 39, tweede lid, 40, tweede lid,
43, vierde lid, en 51, van de Drinkwaterwet, artikel 16 van de
Arbeidsomstandighedenwet, artikel 44, eerste lid, van de Grondwet, de
Mijnbouwwet, de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, 8, onderdeel a en
c, 9, onderdeel b, 12, 13, en 14 van de Warenwet, artikel 81 van de Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de artikelen 5.1, eerste en derde
lid, 5.2, eerste lid, 5.2b, derde en vierde lid, 5.3, eerste en derde
lid, 7.2, 7.4, 7.5, achtste lid, 7.8e en 7.35, vierde lid, van de Wet
milieubeheer, artikel 33, tweede lid, van de Wet op het Centraal bureau
voor de statistiek en de artikelen 3, 4, 10a, derde en vierde lid, 11 en
28 van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17
maart 2011, nr. W14.11.0003/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en
Milieu van (17 mei 2011, nr. BJZ2011043266), Hoofddirectie Bestuurlijke
en Juridische Zaken i.o.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1.1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Definities
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
biocide:
biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
BRL 6010:
Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO
INSTAL® procescertificaat voor "legionellapreventie-advisering
voor collectieve leidingwaterinstallaties", zoals deze luidde op
een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
BRL K14010-1:
Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa-attest met
productcertificaat voor "legionellapreventie met alternatieve
technieken; Deel 1: Fysische techniek inclusief beheersconcept voor
de nageschakelde installatie", zoals deze luidde op een bij
ministeriële regeling genoemd tijdstip;
BRL K14010-2:
Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa-attest met
productcertificaat voor "legionellapreventie met alternatieve
technieken; Deel 2: Elektrochemische technieken: koper/zilver-ionisatie,
anodische oxidatie", zoals deze luidde op een bij ministeriële
regeling genoemd tijdstip;
BTO 2001.175:
BTO 2001.175 "Hygiënecode drinkwater;
opslag, transport en distributie", zoals deze luidde op een bij
ministeriële regeling genoemd tijdstip;
certificatie-instelling:
door de Raad voor Accreditatie gecertificeerde instelling die bevoegd is
certificaten af te geven of in te trekken voor een product, dienst of
kwaliteitsmanagementsysteem;
chemicaliën:
stoffen of daaruit samengestelde producten, niet zijnde biociden als
bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,
die ten behoeve van de bereiding van drinkwater in contact worden
gebracht met te behandelen water of drinkwater, dan wel daaraan worden
toegevoegd met het doel een kwaliteitsverandering van dat water te
bewerkstelligen;
chemisch beheer:
wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het toevoegen van biociden
aan drinkwater;
elektrochemisch beheer:
wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van elektroden
om daardoor biociden in het drinkwater te vormen dan wel biociden aan
drinkwater toe te voegen;
fotochemisch beheer:
wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van ultraviolet
licht in combinatie met titaniumoxide om daardoor biociden in het
drinkwater te vormen dan wel biociden aan drinkwater toe te voegen;
fysisch beheer:
wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van filters,
pasteurisatie of door lagedruk-lampen opgewekt ultraviolet licht;
hemelwater:
water afkomstig van atmosferische neerslag;
huishoudwater:
water als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet, dat uitsluitend
bestemd is voor toiletspoeling;
huishoudwatervoorziening:
samenstel van leidingen, fittingen en toestellen voor de productie en
distributie van huishoudwater;
kwaliteitsmanagementsysteem:
systeem voor de bedrijfsvoering van een drinkwaterbedrijf als bedoeld in
artikel 15, dat betrekking heeft op de primaire en secundaire
bedrijfsprocessen en strekt tot waarborging van de kwaliteit van het
drinkwater en de kwaliteit van de distributie daarvan;
legionellabacterie:
bacterie behorend tot het geslacht Legionella;
legionella-beheersplan:
plan als bedoeld in artikel 38, eerste lid;
legionella-risicoanalyse:
risicoanalyse als bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid;
leveringspunt:
plaats waar:
a. het distributienet van een drinkwaterbedrijf, respectievelijk
collectieve watervoorziening, overgaat in een collectieve
watervoorziening, respectievelijk collectief leidingnet, dan wel
overgaat in een woninginstallatie of andere installatie die op dat
distributienet is aangesloten;
b. een collectief leidingnet overgaat in een woninginstallatie of andere
installatie die op dat leidingnet is aangesloten;
materialen:
industrieel gevormde vaste stoffen of daaruit
samengestelde producten, niet zijnde chemicaliën, die gebruikt
worden voor het vervaardigen en verwerken van producten die in
contact kunnen komen met te behandelen water of drinkwater en
daarbij kunnen worden afgegeven aan dat water;
Nederlandse Mededingingsautoriteit:
Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 2 van de
Mededingingswet;
NEN 1006:
NEN 1006 "Algemene voorschriften voor
leidingwaterinstallaties", zoals deze luidden op een bij
ministeriële regeling genoemd tijdstip, met inbegrip van de bij die
regeling aan te wijzen aanvullingen en correctiebladen;
NEN 3650:
de volgende delen van NEN 3650:
NEN 3650-1 "Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 1: Algemeen";
NEN 3650-2 "Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 2: Staal";
NEN 3650-3 "Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 3: Kunststof";
NEN 3650-4 "Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 4: Beton";
NEN 3650-5 "Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 5: Gietijze"»,
zoals deze luidden op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip,
met inbegrip van de bij die regeling genoemde aanvullingen en
correctiebladen;
NEN 3651:
NEN 3651 "Aanvullende eisen voor
buisleidingsystemen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken", zoals deze luidden op een bij ministeriële
regeling genoemd tijdstip, met inbegrip van de bij die regeling
genoemde aanvullingen en correctiebladen;
NEN 7171-1:
NEN 7171-1 "Ordening van ondergrondse netten – Criteria", zoals
deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, met
inbegrip van de bij die regeling genoemde aanvullingen en
correctiebladen;
NEN-EN-ISO 9001:
NPR 7171-2 "Ordening van ondergrondse netten – Procesbeschrijving",
zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip,
met inbegrip van de bij die regeling genoemde aanvullingen en
correctiebladen;
NPR 7171-2:
NEN-EN-ISO 9001 "Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen", zoals
deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, met
inbegrip van de bij die regeling genoemde aanvullingen en
correctiebladen;
noodwater-risicoanalyse:
analyse met betrekking tot het risico dat de inzet van noodwater
oplevert voor de volksgezondheid of het distributienet als bedoeld in
artikel 49;
paalkampeerterrein:
kosteloos te gebruiken kampeerterrein van Staatsbosbeheer dat met een
paal als zodanig is aangeduid;
recreatiewoning:
recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruikers het hoofdverblijf elders
hebben, voor zover dit verblijf geen deel uitmaakt van een complex van
soortgelijke verblijven dat in het kader van een bedrijf of in enigerlei
vorm van onderlinge samenwerking door de rechthebbenden wordt beheerd;
tappunt:
plaats waar het drinkwater, huishoudwater of warm tapwater beschikbaar
komt voor gebruik;
thermisch beheer:
wijze van legionellapreventie, gebaseerd op beheersing van de
temperatuur van het drinkwater of het warm tapwater;
verstorings-risicoanalyse:
analyse met betrekking tot het risico op verstoringen, bedoeld in
artikel 33 van de wet, met inbegrip van het actueel houden van die
analyse;
wet:
Drinkwaterwet.
§ 1.2. Huishoudwater
Artikel 2. Uitgezonderd van toepassing
1.
Op huishoudwater is de wet, met uitzondering van de artikelen 1, 21,
eerste lid, en 31, niet van toepassing.
2.
Voor zover huishoudwater door een drinkwaterbedrijf wordt geleverd, zijn
de artikelen 8, derde lid, en 11, eerste lid, van de wet wel van
toepassing.
Artikel 3. Productie en distributie van huishoudwater
1.
Bij ministeriële regeling worden in
het belang van de volksgezondheid nadere eisen gesteld aan de
productie, distributie en het gebruik van huishoudwater. Daarbij kan
met het oog op dat belang onderscheid worden gemaakt tussen eigenaars
van drinkwaterbedrijven, collectieve watervoorzieningen, collectieve
leidingnetten of andere huishoudwatervoorzieningen.
2.
De nadere eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen inhouden dat het voor
eigenaars als bedoeld in dat lid die behoren tot een daarbij aangewezen
categorie, behoudens een voorafgaand door Onze Minister verleende
ontheffing, niet toegestaan is om huishoudwater te produceren voor
consumenten of andere afnemers of aan hen huishoudwater te leveren.
3.
In het in het eerste lid genoemde belang:
a. kan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid voor bepaalde tijd
en onder voorwaarden en beperkingen worden verleend;
b. kunnen de aan een ontheffing verbonden voorwaarden en beperkingen
worden gewijzigd of ingetrokken;
c. kan een verleende ontheffing worden ingetrokken.
Artikel 4. Gebruik van huishoudwater
De eigenaar van een huishoudwatervoorziening draagt er, voor zover dat
binnen zijn vermogen ligt, zorg voor dat een consument of andere afnemer
van het huishoudwater dat water alleen gebruikt of kan gebruiken voor
toiletspoeling.
Artikel 5. Productie van huishoudwater
1.
De eigenaar van een huishoudwatervoorziening gebruikt voor de productie
van huishoudwater uitsluitend hemelwater dat op een dak is opgevangen of
grondwater.
2.
Indien onvoldoende hemelwater of grondwater beschikbaar is voor de
productie van huishoudwater, wordt daarnaast alleen drinkwater gebruikt
voor die productie.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan voor toiletspoeling op een
binnen het Nederlandse territoir of het Nederlandse deel van het
continentale plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1,
onderdeel o, van de Mijnbouwwet, zeewater worden gebruikt.
4.
In afwijking van het eerste lid kan voor de productie van huishoudwater
ander water worden gebruikt indien de toezichthouder van oordeel is dat
het gebruik van dit water geen nadelige gevolgen heeft voor de
gezondheid van de consumenten en voor de aan hen toebehorende goederen.
Hoofdstuk 2. Tarieven en fusies
§ 2.1. Tarieven
Artikel 6. Vermogenskostenvoet
1.
Als methode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, voor het
bepalen van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt vastgesteld
de methode, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage C.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere
regels worden gesteld met betrekking tot de berekening van de gewogen
gemiddelde vermogenskostenvoet overeenkomstig de methode bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 7. Aandeel eigen vermogen
1.
Het aandeel eigen vermogen wordt bepaald als het totaal vermogen,
verminderd met het vreemd vermogen, gedeeld door het totaal vermogen.
2.
Bij het vaststellen van het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen,
bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, worden de volgende
criteria in acht genomen:
a. de kredietwaardigheid ten behoeve van het aantrekken van vreemd
vermogen;
b. de ruimte voor investeringen;
c. het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen.
3.
Het afwijken, bedoeld in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de
wet, van het krachtens de eerste volzin van dat lid vastgesteld maximaal
toegestane aandeel eigen vermogen is toegestaan voor zover:
a. aannemelijk kan worden gemaakt dat dit nodig is voor het doen van
investeringen,
b. dat leidt tot een verlaging van de kosten van financiering,
c. de afwijking maximaal 10 procentpunten meer bedraagt dan het maximaal
toegestane aandeel eigen vermogen.
4.
Een verzoek tot afwijking als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
wet, is met redenen omkleed.
Artikel 8. In tarief door te berekenen kosten
1.
Als kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wet, die
ten grondslag liggen aan het tarief, bedoeld in artikel 11 van de wet,
worden aangemerkt kosten die zijn of worden gemaakt ten behoeve van de
taken, genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid, van de wet.
2.
De kosten van projecten ten behoeve van de bevordering van een goede
drinkwatervoorziening in het buitenland bedragen maximaal 1% van de
raming van de omzet, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a.
3.
De kosten, bedoeld in het tweede lid, worden in mindering gebracht op de
toegestane vermogenskostenvergoeding, volgend uit de vastgestelde
vermogenskosten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere
regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van berekening van de
vermogenskosten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet.
Artikel 8a. Advies door NMa
1.
Onze Minister kan advies vragen aan de raad van bestuur van de
Nederlandse Mededingingsautoriteit voorafgaande aan:
a. het afwijken, bedoeld in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van
de wet,
b. de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet,
bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet,
c. de beoordeling van een verzoek tot fusie als bedoeld in artikel 18,
tweede lid, van de wet, voor zover het de doelmatige
drinkwatervoorziening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de
wet, in relatie tot de voorgenomen fusie betreft,
d. de vaststelling van de nadere regels, bedoeld in de artikelen 6,
tweede lid, en 8, vierde lid,
e. de vaststelling van het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen,
bedoeld in artikel 7, tweede lid.
2.
De inspecteur kan bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van
artikel 12, derde lid, van de wet en van deze paragraaf advies vragen
aan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
3.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald
onder welke omstandigheden Onze Minister respectievelijk de inspecteur
gebruikmaakt van zijn in het eerste respectievelijk tweede lid
neergelegde bevoegdheid.
Artikel 9. Raming van omzet en kosten
1.
De elementen en wijze van berekening van de tarieven, bedoeld in artikel
13, eerste lid, onder b, van de wet, worden gevormd door:
a. een raming van de met de taken, bedoeld in artikel 7, eerste en
tweede lid, van de wet, te behalen omzet, die mede is gebaseerd op de
daadwerkelijk gerealiseerde omzet in het voorafgaande kalenderjaar;
b. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die
worden doorberekend in de drinkwatertarieven.
2.
Bij de raming van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden
betrokken:
a. een in het voorafgaande jaar gerealiseerde verbetering van de
kostenefficiëntie;
b. het verslag met de resultaten van de prestatievergelijking, bedoeld
in artikel 43, eerste lid, van de wet.
3.
Aan het vereiste van kostendekkendheid van het tarief, bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van de wet, wordt in ieder geval voldaan indien
de geraamde omzet uit het tarief niet meer bedraagt dan de som van de
geraamde kosten, bedoeld in het eerste lid, onder b.
Artikel 10. Kostenposten en toerekening
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf publiceert jaarlijks voor 1
december een overzicht van de tarieven die hij in het daarop volgende
kalenderjaar voor de beschikbaarstelling en levering van drinkwater in
rekening brengt.
2.
In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt ten minste onderscheid
gemaakt in tarieven voor de volgende posten:
a. aansluitkosten,
b. vastrecht, en
c. prijs per kubieke meter geleverd drinkwater.
3.
In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt bij de tarieven
aangegeven hoe deze zijn afgeleid uit de door het drinkwaterbedrijf te
maken kosten voor de volgende posten:
a. operationele kosten,
b. afschrijvingen,
c. vermogenskosten, en
d. belastingen.
4.
In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt inzicht verschaft in
de wijze van kostentoerekening voor de levering via het distributienet
van ander water dan drinkwater.
§ 2.2. Fusies
Artikel 11. Beoordeling fusieverzoek
1.
Bij een verzoek tot fusie als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de
wet, maken de betrokken drinkwaterbedrijven inzichtelijk dat zij na de
voorgenomen fusie blijven voldoen aan de artikelen 7, eerste lid, en 32,
eerste lid, van de wet.
2.
Onverminderd het eerste lid toetst Onze Minister een verzoek tot fusie
als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet aan de mate waarin de
voorgenomen fusie de mogelijkheid tot uitvoering van een zinvolle
prestatievergelijking beperkt.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen ter
uitvoering van het tweede lid de omstandigheden worden bepaald die na
een fusie de mogelijkheid tot uitvoering van een zinvolle
prestatievergelijking kunnen beperken.
Hoofdstuk 3. De zorg voor de kwaliteit van drinkwater
§ 3.1. Drinkwaterbedrijven
§ 3.1.1. De hoedanigheid van het water
Artikel 12. Relatie met zorgplicht deugdelijk drinkwater
Voor zover de eigenaar van een drinkwaterbedrijf voldoet aan de in deze
paragraaf opgenomen bepalingen en de daarop berustende voorschriften,
voldoet hij daarmee, voor zover het betreft de in die bepalingen en
voorschriften geregelde onderwerpen, tevens aan artikel 21, eerste lid,
van de wet.
Artikel 13. Kwaliteitseisen
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat het
drinkwater op het leveringspunt en op het tappunt voldoet aan de eisen
die daaraan worden gesteld in de tabellen I, II, IIIa, IIIb en IIIc van
bijlage A, behorende bij dit besluit.
2.
Het eerste lid geldt niet voor zover het betreft drinkwater dat aan het
tappunt ter beschikking komt en dat niet aan de in dat lid bedoelde
eisen voldoet door een oorzaak die is gelegen in een op het leidingnet
van het desbetreffende drinkwaterbedrijf aangesloten woninginstallatie,
collectief leidingnet, collectieve watervoorziening of andere op het
leidingnet van een drinkwaterbedrijf aangesloten installatie.
Artikel 14. Monsterneming en analyse
Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot de volgende
onderwerpen nadere voorschriften gesteld:
a. de laboratoria die analyses uitvoeren en de bedrijven en personen die
onder verantwoordelijkheid van een laboratorium monsters nemen ter
uitvoering van dit besluit en de daarop berustende voorschriften,
b. de wijze van monsterneming en de analyse van water dat als grondstof
wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater, het behandelde water of
halffabrikaat en het geleverde drinkwater,
c. de frequentie waarmee het water wordt geanalyseerd, en
d. een daartoe op te stellen meetprogramma.
§ 3.1.2. Kwaliteitsmanagementsysteem
Artikel 15. Handleiding en bedrijfsprocessen
1.
Het toezicht door de eigenaar van een
drinkwaterbedrijf, bedoeld in artikel 21, derde lid, onder b, van de
wet, vindt plaats door middel van een daartoe op te stellen en uit te
voeren kwaliteitsmanagementsysteem, gebaseerd op NEN-EN-ISO 9001. Bij
ministeriële regeling kan een handleiding worden aangewezen die de
eigenaar gebruikt bij het opstellen van het
kwaliteitsmanagementsysteem.
2.
De primaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het opstellen en
uitvoeren van het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
a. de winning, de opslag en het transport van de grondstof waaruit het
drinkwater wordt bereid;
b. de behandeling van het gewonnen water tot drinkwater, met inbegrip
van het gebruik van chemicaliën en materialen;
c. de opslag en distributie van het drinkwater;
d. de inkoop en opslag van drinkwater dan wel van de grondstof of
halffabrikaat waaruit het drinkwater wordt bereid, en
e. de energievoorziening.
3.
De secundaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het opstellen en
uitvoeren van het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
a. de inkoop, de opslag en het beheer van chemicaliën en materialen
waarmee het water wordt behandeld en gedistribueerd;
b. de bewaking van:
1°. de kwaliteit van de grondstof,
2°. de kwaliteitsveranderingen in het zuiveringsproces,
3°. de kwaliteit van het drinkwater na de laatste zuiveringsstap,
4°. de kwaliteit van het drinkwater aan het tappunt, en
5°. het voorkomen van verontreiniging van het leidingnet van het
drinkwaterbedrijf vanuit de daarop aangesloten installaties;
c. de bewaking van de hoeveelheid afgeleverd drinkwater en de druk in
het leidingnet van het drinkwaterbedrijf;
d. de bewaking van de kwaliteit van de te gebruiken chemicaliën en
materialen in de primaire bedrijfsprocessen;
e. het ontwerp, de bouw en het onderhoud van de watervoorzieningswerken;
f. de bewaking van de conditie van de watervoorzieningswerken;
g. het uitvoeren van onderhoud en reparaties aan de
watervoorzieningswerken;
h. de bewaking van de gezondheid van het personeel, teneinde de
verspreiding van infectieziekten via de drinkwatervoorziening tegen te
gaan;
i. het hygiënisch werken bij de aanleg en het onderhoud van
watervoorzieningswerken;
j. de bewaking van de vakbekwaamheid van het personeel dat werkzaam is
in de primaire bedrijfsprocessen.
Artikel 16. Certificering
Een kwaliteitsmanagementsysteem is of wordt gecertificeerd door een bij
de Raad voor Accreditatie daarvoor geaccrediteerde
certificatie-instelling of door een certificatie-instelling die daarvoor
is geaccrediteerd door een andere accreditatie-instelling die
ondertekenaar is van de Multilateral Agreement van de European
co-operation for Accreditation (EA-01/06).
Artikel 17. Betrokkenheid inspecteur
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat jaarlijks
een auditrapport wordt opgesteld door een certificatie-instelling als
bedoeld in artikel 16 en dat dit rapport ter inzage ligt voor de
inspecteur.
2.
Indien de certificatie-instelling het certificaat van een
drinkwaterbedrijf intrekt dan wel significante afwijkingen van de
desbetreffende kwaliteitseisen constateert, stelt de eigenaar van dat
drinkwaterbedrijf de inspecteur daar terstond en volledig van op de
hoogte.
3.
Indien het kwaliteitsmanagementsysteem van een drinkwaterbedrijf niet
voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld overeenkomstig de
handleiding, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan de inspecteur
aanwijzingen geven en daarbij bepalen op welke wijze en binnen welke
termijn alsnog aan die eisen moet worden voldaan.
Artikel 18. Inrichting, werkzaamheden, vakbekwaamheid en voorlichting
Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de volksgezondheid
eisen worden gesteld als bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de wet.
§ 3.1.3. Materialen, chemicaliën en distributienet
Artikel 19. Zorgplicht
1.
Onverminderd de paragrafen 3.1.1 en
3.1.2 draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat de
materialen en chemicaliën, die gebruikt worden bij de winning, de
bereiding, de behandeling, de opslag, het transport of de distributie
van drinkwater:
a. als gevolg van dat gebruik of de wijze waarop deze materialen en
chemicaliën worden toegepast, niet in een hogere concentratie in het
drinkwater achterblijven dan voor het gebruik van die materialen of
chemicaliën noodzakelijk is,
b. ook anderszins als gevolg van dat gebruik of die wijze van toepassing
geen nadelige gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Daaronder wordt
mede verstaan het effect dat de gebruikte materialen hebben op de
vorming van biofilm in de leidingen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien bij de distributie van
drinkwater te gebruiken materialen deel uitmaken van een gebouw als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.
Artikel 20. Kwaliteitsverklaring
1.
Aan artikel 19, eerste lid, aanhef en
onder b, wordt voldaan, indien het materialen en chemicaliën betreft:
a. waarvoor een door Onze Minister erkende tijdelijke of definitieve
kwaliteitsverklaring of een aan van deze kwaliteitsverklaringen
gelijkwaardige verklaring is afgegeven, mits deze materialen en
chemicaliën dienovereenkomstig worden gebruikt of toegepast, of
b. waarvan volgens bij ministeriële regeling vast te stellen criteria
is aangetoond dat aan het bedoelde vereiste wordt voldaan.
2.
Er is een commissie van deskundigen,
belast met de uitvoering van het eerste lid en de daarop berustende
bepalingen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de oprichting, samenstelling, activiteiten, werkwijze en
kosten van de commissie.
Artikel 21. Aanleg en herstel transport- en distributienet
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat de
leidingen die deel uitmaken van zijn watervoorzieningswerken en
distributienet worden aangelegd overeenkomstig NEN 3650, NEN 3651, NEN
7171-1 en NPR 7171-2.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat
verontreiniging van het drinkwater wordt voorkomen door bij aanleg en
herstel van zijn watervoorzieningwerken en distributienet te werken
overeenkomstig BTO 2001.175.
§ 3.1.4. Niet voldoen aan kwaliteitseisen
Artikel 22. Onderzoek en herstelmaatregelen
1.
Het door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf krachtens artikel 21,
derde lid, onder d, van de wet, te verrichten onderzoek indien het
drinkwater niet voldoet aan het eerste lid van dat artikel of aan een in
de tabel I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis,
betreft de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor de
volksgezondheid. Dit onderzoek wordt terstond en volledig uitgevoerd.
2.
Voor zover uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat het
niet voldoen aan de daar bedoelde eis of eisen veroorzaakt wordt door de
kwaliteit van het door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf geleverde
water, neemt hij terstond de in het belang van de volksgezondheid
noodzakelijke en passende herstelmaatregelen waardoor het drinkwater
alsnog voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
3.
Voor zover uit het in het eerste lid
bedoelde onderzoek blijkt dat het niet voldoen aan de daar bedoelde eis
of eisen veroorzaakt wordt door een op het leidingnet van het
drinkwaterbedrijf aangesloten collectieve watervoorziening, collectief
leidingnet, woninginstallatie of andere daarop aangesloten installatie,
wordt de eigenaar of beheerder daarvan terstond en volledig
geïnformeerd door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf.
Artikel 23. Informeren toezichthouder
Indien drinkwater niet voldoet aan artikel 21, eerste lid, van de wet of
aan een in tabel I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit,
gestelde eis, informeert de eigenaar van een drinkwaterbedrijf terstond
en volledig de toezichthouder hierover alsmede over het onderzoek en de
te nemen herstelmaatregelen, bedoeld in artikel 22.
Artikel 24. Aan consumenten te verstrekken informatie
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf informeert terstond en volledig de
consumenten en andere afnemers, indien het aan hen geleverde drinkwater
niet voldoet aan artikel 21, eerste lid, van de wet of aan een in tabel
I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis.
2.
Ingeval van een situatie als bedoeld in
artikel 21, derde lid, onder e, sub 2°, van de wet, adviseert de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf terstond en volledig de eigenaars van
percelen waar drinkwater aan wordt geleverd alsmede consumenten en
andere afnemers omtrent de voorzorgs- en herstelmaatregelen die zij
kunnen nemen om nadelige gevolgen voor de gezondheid te voorkomen.
Artikel 25. Overschrijding tabel III
1.
Indien het drinkwater niet voldoet aan een in tabel III van bijlage A,
behorende bij dit besluit, gestelde eis, informeert de eigenaar terstond
en volledig de toezichthouder hierover en verricht hij terstond
onderzoek naar de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de
volksgezondheid.
2.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid neemt de eigenaar terstond de
in het belang van de volksgezondheid noodzakelijke en passende
herstelmaatregelen waardoor het drinkwater alsnog voldoet aan de daaraan
gestelde eisen, tenzij de toezichthouder van oordeel is dat de
normoverschrijding geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van
de consumenten en voor de aan hen toebehorende goederen.
3.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid informeert de eigenaar de
consumenten en andere afnemers over het niet voldoen aan de daar
bedoelde eis of eisen en adviseert hij hen omtrent de maatregelen die
zij kunnen nemen om nadelige gevolgen voor de gezondheid te voorkomen,
tenzij de toezichthouder van oordeel is dat de normoverschrijding geen
nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de consumenten en voor de
aan hen toebehorende goederen.
§ 3.1.5. Verstrekking, publicatie en archivering kwaliteitsgegevens
Artikel 26. Bewaren en bekendmaking gegevens
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf houdt de op grond van artikel 14
verkregen gegevens gedurende ten minste vijf jaar onder zich.
2.
De kwaliteitsgegevens, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk vier
weken nadat deze bij de eigenaar van een drinkwaterbedrijf bekend zijn
geworden door hem voor een ieder toegankelijk gemaakt.
3.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf stelt jaarlijks voor 1 april een
overzicht op van de kwaliteit van het door hem geleverde drinkwater in
het voorgaande kalenderjaar. Dit overzicht is openbaar en ligt ter
inzage op een voor een ieder toegankelijke plaats.
4.
Jaarlijks voor 1 april verstrekt de eigenaar aan de toezichthouder een
representatieve samenvatting van:
a. de kwaliteitsgegevens, bedoeld in het eerste lid, en
b. de herstelmaatregelen ter waarborging van de kwaliteit van het
drinkwater, bedoeld in artikel 22.
5.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere
eisen worden gesteld aan de vorm waarin de gegevens, bedoeld in het
vierde lid, worden verstrekt.
§ 3.1.6. Warm tapwater
Artikel 27. Grondstof en borging kwaliteit
1.
Warm tapwater wordt bereid uit drinkwater dat voldoet aan de
kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 13, eerste lid.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere
eisen gesteld aan de borging van de kwaliteit van het geleverde warm
tapwater.
§ 3.1.7. Ontheffing
Artikel 28. Ontheffingverlening
1.
De verlening van een ontheffing, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van
de wet, is uitsluitend mogelijk:
a. met betrekking tot een in tabel II van bijlage A, behorende bij dit
besluit, opgenomen parameterwaarde;
b. op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf;
c. voor een periode van ten hoogste drie jaren, en
d. voor zover de openbare drinkwatervoorziening in het desbetreffende
gebied redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden voortgezet.
2.
De voorschriften en beperkingen, bedoeld in artikel 21, vijfde lid,
tweede volzin, van de wet, worden gesteld in het belang van de
volksgezondheid.
3.
De intrekking van een ontheffing en wijziging of intrekking van de aan
een ontheffing verbonden voorschriften vinden plaats in het belang van
de volksgezondheid.
4.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf aan wie een ontheffing als bedoeld
in het eerste lid is verleend, stelt Onze Minister terstond en volledig
op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden
dat aan het eind van de periode, bedoeld in het eerste lid, onder c,
niet wordt voldaan aan de in dat lid, onder a, bedoelde parameterwaarde.
5.
In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister op verzoek
van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de periode waarvoor de
ontheffing geldt ten hoogste twee maal verlengen. Het eerste tot en met
vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
6.
Bij het verlenen van een ontheffing, bedoeld in het eerste lid, of bij
het verlengen van de periode waarvoor de ontheffing geldt, bedoeld in
het vijfde lid, worden in ieder geval de volgende gegevens betrokken:
a. de redenen voor de ontheffing of de verlenging daarvan;
b. de parameterwaarde waarop de ontheffing betrekking heeft, de
resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameterwaarde en
de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
c. het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het
aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele
gevolgen van de ontheffing voor de levensmiddelenindustrie;
d. een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien
noodzakelijk;
e. een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke
herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en
voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
f. de periode waarvoor de ontheffing geldt.
Artikel 29. Kortdurende overschrijdingen zonder nadelige gevolgen
1.
In afwijking van artikel 28, eerste lid, onder a, kan de toezichthouder
op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ontheffing verlenen
voor afwijking van een waarde uit tabel II, opgenomen in bijlage A,
behorende bij dit besluit, voor zover:
a. overschrijding van die waarde naar zijn oordeel geen nadelige
gevolgen voor de volksgezondheid heeft,
b. de overschrijding binnen 30 dagen door het nemen van
herstelmaatregelen kan worden opgeheven, en
c. de onder a bedoelde waarde door de eigenaar in de voorafgaande twaalf
maanden niet gedurende meer dan 30 dagen is overschreden.
2.
Bij de ontheffing stelt de toezichthouder de maximaal toegestane waarde
en duur van de overschrijding van de waarde uit tabel II vast.
§ 3.1.8. Gebruikte grondstof
Artikel 30. Onderzoek en kwaliteitseisen
1.
Bij ministeriële regeling worden:
a. regels gesteld met betrekking tot het verrichten van onderzoek naar
de hoedanigheid van het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van
drinkwater;
b. eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden
bereid.
2.
Het verbod, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, heeft
betrekking op de bereiding van drinkwater uit oppervlaktewater dat niet
voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder b.
3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op water
dat tevoren op een bij de regeling, bedoeld in het eerste lid,
vastgestelde wijze is behandeld, waarbij voor water van verschillende
hoedanigheid verschillende wijzen van behandeling kunnen worden
vastgesteld.
4.
Bij ministeriële regeling worden de
categorieën van gevallen aangewezen waarin Onze Minister een ontheffing
als bedoeld in artikel 22, derde lid, of zevende lid juncto het derde
lid, van de wet, kan verlenen.
5.
Bij ministeriële regeling worden nadere
regels gesteld als bedoeld in artikel 22, vierde lid, en zevende lid,
van de wet.
§ 3.2. Collectieve
watervoorzieningen
Artikel 31. Artikelen die van overeenkomstige toepassing zijn
1.
De artikelen 12, 13 en 14, 19 tot en met 24, 25, eerste lid, 26 tot en
met 30 en 44 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige
toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
2.
Artikel 26, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing
indien om de desbetreffende gegevens wordt verzocht door de
toezichthouder
Artikel 32. Paalkampeerterrein
In afwijking van artikel 31 zijn op een collectieve watervoorziening,
die deel uitmaakt van een paalkampeerterrein, hoofdstuk III van de wet
en de daarop berustende bepalingen niet van toepassing, voor zover bij
de voorziening is aangegeven dat het water, ook na koken of filtreren,
niet bestemd is om te drinken of voedsel mee te bereiden.
§ 3.3. Collectieve leidingnetten
Artikel 33. Artikelen die van overeenkomstige toepassing zijn
1.
De artikelen 12, 13, eerste lid, 14, 19, voor zover het betreft de in
een collectief leidingnet toe te passen materialen, 21 tot en met 25,
26, eerste lid, en 44 en de daarop berustende bepalingen zijn van
overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet.
2.
Artikel 26, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op
de eigenaar van een collectief leidingnet, voor zover daarmee gemiddeld
meer dan 1000 m3 drinkwater per dag of aan gemiddeld meer dan 5000
personen per dag drinkwater wordt geleverd.
Artikel 34. Toepassing NEN 1006
1.
De eigenaar van een collectief leidingnet draagt zorg, op de wijze en in
de mate, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, dat het
leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet, voldoet aan NEN
1006.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een leidingnet
dat deel uitmaakt van een op een binnen het Nederlandse territoir of het
Nederlandse deel van het continentale plat gelegen mijnbouwinstallatie
als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen
categorieën van leidingnetten als bedoeld in artikel 29, derde lid, van
de wet, worden aangewezen.
Hoofdstuk 4. Legionellapreventie
§ 4.1. Reikwijdte en
kwaliteitseis
Artikel 35. Reikwijdte
1.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de eigenaar van een collectieve
watervoorziening of collectief leidingnet waarop direct of indirect
tappunten als bedoeld in het vierde lid zijn aangesloten, voor zover die
tappunten aanwezig zijn:
a. in instellingen als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel 1, van het
Uitvoeringsbesluit WTZi, met uitzondering van zelfstandige
behandelcentra;
b. in zorginstellingen die behoren tot een bij ministeriële regeling
aangewezen categorie;
c. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel
van gebouwen of gedeelten daarvan:
1°. met een logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van
het Bouwbesluit 2003, met uitzondering van recreatiewoningen, huisjes op
volkstuincomplexen en gebouwen waar uitsluitend wordt overnacht door
personen die ter plaatse werkzaam zijn;
2°. met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van
het Bouwbesluit 2003, waar bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verleend
aan meer dan vijf personen;
d. in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal
Orgaan opvang asielzoekers;
e. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel
van gebouwen of gedeelten daarvan met een celfunctie als bedoeld in
artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003;
f. in een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en
veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, voor zover ten minste
één bassin een wateroppervlakte van twee m2 of meer heeft en dieper is
dan 0,50 meter;
g. op een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het
plaatsen of geplaatst houden van op de grond staande bouwwerken ten
behoeve van recreatief nachtverblijf;
h. in een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend
gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd
houden van pleziervaartuigen;
i. in een truckstop, benzinestation, wegrestaurant of andere locatie die
verband houdt met het wegvervoer, waar douchefaciliteiten aanwezig zijn,
bestemd voor openbaar gebruik.
2.
De artikelen 36, 41, 42 en 43 zijn van overeenkomstige toepassing op de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf, voor zover deze drinkwater aan
derden ter beschikking stelt, met dien verstande dat voor de toepassing
van artikel 43 geldt dat:
a. het onderzoek naar de aanwezigheid van legionellabacteriën na de
laatste zuiveringsstap ten minste iedere zes maanden wordt uitgevoerd,
en
b. het drinkwater in het distributiegebied van het drinkwaterbedrijf
onderzocht wordt met een bij ministeriële regeling vast te stellen
frequentie.
3.
Hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een
drinkwaterbedrijf, voor zover deze huishoudwater aan derden ter
beschikking stelt.
4.
Als de tappunten, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, worden
aangemerkt:
a. tappunten met een douche of andere appendage waarmee water kan worden
gesproeid of verneveld;
b. tappunten die al dan niet tijdelijk gebruikt worden voor het
aansluiten van een douche, andere appendage of toestel waarmee water kan
worden gesproeid of verneveld;
c. tappunten waarvan de eigenaar redelijkerwijze kan weten of vermoeden
dat deze al dan niet tijdelijk gebruikt worden voor het aansluiten van
een douche, andere appendage of toestel waarmee water kan worden
gesproeid of verneveld;
d. alle tappunten in een instelling als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, voor zover het een afdeling hematologie of oncologie is,
dan wel daar transplantaties worden uitgevoerd of daar patiënten met
chronische longaandoeningen of stoornissen van het immuunsysteem
verblijven.
Artikel 36. Kwaliteitseis
1.
Drinkwater en warm tapwater bevatten
minder dan 100 kolonie vormende eenheden legionellabacteriën per
liter van de bij ministeriële regeling te bepalen soorten
legionellabacterie. In de regeling, bedoeld in de vorige volzin, kan
een equivalent worden opgenomen van het in de vorige volzin opgenomen
toegestane aantal legionellabacteriën per liter.
2.
De eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief
leidingnet draagt er zorg voor dat het door hem aan derden ter
beschikking gestelde drinkwater of warm tapwater op het punt van
aflevering voldoet aan het eerste lid.
§ 4.2.
Legionella-risicoanalyse en legionella-beheersplan
Artikel 37. Legionella-risicoanalyse
1.
De eigenaar van een collectieve
watervoorziening draagt zorg voor de uitvoering van een
legionella-risicoanalyse met betrekking tot de kans, dat niet wordt
voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid, overeenkomstig
daarvoor bij ministeriële regeling te stellen voorschriften.
2.
De eigenaar van een collectief
leidingnet draagt zorg voor de uitvoering van een
legionella-risicoanalyse met betrekking tot het risico, dat niet wordt
voldaan aan artikel 36, eerste lid, ten gevolge van een omstandigheid
als bedoeld in 29, eerste lid, van de wet, overeenkomstig daarvoor bij
ministeriële regeling te stellen voorschriften.
3.
De legionella-risicoanalyse, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt
uitgevoerd door een daarvoor op basis van BRL 6010 gecertificeerd
bedrijf.
4.
Binnen drie maanden na iedere voor het in het eerste of tweede lid
bedoelde risico relevante wijziging van een collectieve
watervoorziening, respectievelijk collectief leidingnet, of het gebruik
daarvan, dan wel een wijziging van factoren die invloed kunnen hebben op
dat risico, wordt de legionella-risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid
respectievelijk tweede lid, opnieuw uitgevoerd. De verplichtingen,
bedoeld in de eerste volzin, gelden niet voor wijzigingen, die zijn
uitgevoerd op grond van artikel 40, eerste lid, of 41, eerste lid.
5.
De eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief
leidingnet draagt er zorg voor dat de uitkomsten van de op grond van het
eerste, tweede of vierde lid uitgevoerde legionella-risicoanalyse, met
een overzicht van de daarbij gebruikte gegevens en de genomen
maatregelen, voor de inspecteur ter inzage liggen ter plaatse van de
collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet. De
inspecteur kan op verzoek van de eigenaar toestaan dat de hiervoor
bedoelde stukken op een andere plaats voor hem ter inzage liggen. De
inspecteur kan verzoeken om toezending van de gegevens aan hem, in een
door hem aangegeven vorm.
6.
Indien de inspecteur van oordeel is dat
de legionella-risicoanalyse, bedoeld in het eerste, tweede of vierde
lid, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet
aan de bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften, kan hij de
eigenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, verplichten tot het
wijzigen, aanvullen of opnieuw uitvoeren van de legionella-risicoanalyse
binnen een daarbij aangegeven termijn. Het vijfde lid is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 38. Legionella-beheersplan
1.
Indien uit een legionella-risicoanalyse als bedoeld in artikel 37,
eerste, tweede of vierde lid, blijkt dat er een risico is dat niet wordt
voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid, draagt de eigenaar van
de desbetreffende collectieve watervoorziening of het desbetreffende
collectieve leidingnet er zorg voor dat een daarvoor overeenkomstig BRL
6010 gecertificeerd bedrijf op basis van de legionella-risicoanalyse een
legionella-beheersplan opstelt met betrekking tot de inrichting en het
beheer van die collectieve watervoorziening of dat collectieve
leidingnet, dan wel laat hij door dit bedrijf een daarop betrekking
hebbend, bestaand legionella-beheersplan herzien. Het
legionella-beheersplan strekt ertoe dat voldaan wordt aan de artikelen
27 en 36, eerste lid.
2.
In het in artikel 37, vierde lid, bedoelde geval wordt het
legionella-beheersplan binnen drie maanden na het tijdstip van
gereedkomen van de in dat lid bedoelde legionella-risicoanalyse
opgesteld, dan wel wordt een bestaand legionella-beheersplan binnen drie
maanden na dat tijdstip herzien, indien de legionella-risicoanalyse
daartoe aanleiding geeft.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de
eigenaar, bedoeld in het eerste lid, het in dat lid bedoelde risico
binnen drie maanden na het tijdstip van gereedkomen van de
legionella-risicoanalyse opheft door zodanige wijzigingen in de
collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet dat daardoor
niet langer periodieke beheersmaatregelen zijn vereist.
4.
Het legionella-beheersplan omvat ten minste de volgende onderdelen:
a. tekeningen of beschrijvingen waaruit de ligging en inrichting van de
collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet blijkt;
b. gegevens over de in de collectieve watervoorziening of collectief
leidingnet opgenomen toestellen waarmee warm tapwater wordt bereid,
leidingen en overige toestellen;
c. gegevens over de herkomst, aard en kwaliteit van het water dat wordt
gebruikt voor de bereiding van drinkwater, met inbegrip van warm
tapwater;
d. de uitkomsten van de uitgevoerde legionella-risicoanalyse of
legionella-risicoanalyses;
e. de maatregelen die zijn of worden genomen, de werkinstructies voor
het uitvoeren van de maatregelen en de voorschriften die worden
toegepast voor bediening, onderhoud en controle van de collectieve
watervoorziening of het collectieve leidingnet, voor zover deze
betrekking hebben op de beheersing van de bij de
legionella-risicoanalyse aangetroffen risico’s, waarbij tevens
wordt aangegeven wie door de eigenaar belast is met de uitvoering van de
maatregelen, welke bevoegdheden daarvoor bestaan en op welke wijze en in
welke frequentie de uitvoering van die maatregelen plaatsvindt;
f. de tappunten waarop en de frequentie waarin het drinkwater wordt
onderzocht op de aanwezigheid van legionellabacteriën overeenkomstig
artikel 43;
g. in geval van een collectieve watervoorziening of een collectief
leidingnet binnen een inrichting als bedoeld in artikel 35, eerste lid,
onder a of b: een omschrijving van de getroffen voorzieningen om het
risico van verbranding bij personen, die vanwege hun lichamelijke of
geestelijke gesteldheid niet of onvoldoende in staat zijn de temperatuur
van het bij de lichaamsverzorging of anderszins gebruikte drinkwater op
een veilig niveau in te stellen, te voorkomen;
h. de maatregelen die worden genomen indien er aanwijzingen zijn dat
niet wordt voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid.
Artikel 39. Terinzagelegging en wijziging
1.
In gevallen waarin op grond van artikel 38 een verplichting bestaat tot
het opstellen van een legionella-beheersplan, draagt de eigenaar van een
collectieve watervoorziening of collectief leidingnet er zorg voor dat
het legionella-beheersplan voor de inspecteur ter inzage ligt ter
plaatse van die collectieve watervoorziening of dat collectieve
leidingnet. De inspecteur kan op verzoek van de eigenaar toestaan dat
het legionella-beheersplan op een andere plaats voor hem ter inzage
ligt. De inspecteur kan verzoeken om toezending van de gegevens in een
door hem aangegeven vorm.
2.
Indien de inspecteur van oordeel is dat het legionella-beheersplan,
bedoeld in artikel 38, eerste of tweede lid, onjuist of onvolledig is
dan wel anderszins niet voldoet aan de voorschriften, opgenomen in
artikel 38, vierde lid, kan hij de eigenaar verplichten tot het
wijzigen, aanvullen of opnieuw opstellen van het legionella-beheersplan
binnen een daarbij aangegeven termijn. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 40. Uitvoering maatregelen, logboek
1.
De eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief
leidingnet voert maatregelen en controles uit overeenkomstig het
legionella-beheersplan.
2.
De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, houdt in een logboek aantekening
van de krachtens hoofdstuk 4 uitgevoerde maatregelen, controles en
onderzoeken, alsmede van de resultaten daarvan. Deze gegevens worden
gedurende drie jaar bewaard.
3.
De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, draagt er zorg voor dat het
logboek voor de inspecteur ter inzage ligt ter plaatse van de
collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet of, indien de
inspecteur daarmee instemt, op een andere door de eigenaar te bepalen
plaats. Op verzoek van de inspecteur wordt het logboek aan hem
toegezonden in een door hem aangegeven vorm.
§ 4.3. Controle, melding en
maatregelen
Artikel 41. Informeren inspecteur, nemen maatregelen
1.
In geval van omstandigheden die, naar de eigenaar van een collectieve
watervoorziening of collectief leidingnet redelijkerwijze kan weten of
vermoeden, gevaar of beletsel kunnen vormen voor het voldoen aan artikel
27 of artikel 36, eerste lid, voert hij uit voorzorg de maatregelen en
controles uit die met het oog op deze omstandigheden in het
legionella-beheersplan zijn opgenomen of, voor zover daaromtrent in het
legionella-beheersplan geen maatregelen zijn opgenomen dan wel geen
legionella-beheersplan van toepassing is, de maatregelen en controles
die in deze omstandigheden redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd.
2.
Indien de inspecteur van oordeel is dat zich omstandigheden voordoen als
bedoeld in het eerste lid kan hij de volgens hem noodzakelijke
maatregelen voorschrijven. Deze kunnen afwijken van de in het eerste lid
bedoelde maatregelen. De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, is
gehouden de door de inspecteur voorgeschreven maatregelen terstond en
volledig uit te voeren.
3.
Indien het drinkwater, bedoeld in
artikel 36, eerste lid, meer dan 1000 kolonie vormende eenheden
legionellabacteriën per liter bevat, informeert de eigenaar van de
desbetreffende collectieve watervoorziening of het desbetreffende
collectieve leidingnet terstond en volledig de inspecteur. De inspecteur
kan bepalen dat de eigenaar de verbruikers terstond en volledig
informeert en adviseert over de door hen te nemen maatregelen ter
bescherming van hun gezondheid.
4.
Indien de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief
leidingnet vaststelt dat drinkwater niet voldoet aan artikel 36, eerste
lid, ten gevolge van een oorzaak die gelegen is in een op zijn
leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectieve watervoorziening,
collectief leidingnet of andere installatie, informeert hij terstond en
volledig de eigenaar daarvan en adviseert hij deze over de te nemen
herstelmaatregelen. Tevens informeert hij terstond en volledig de
inspecteur.
Artikel 42. Wijze van monstername en analyse
Het nemen en analyseren van
monsters ter uitvoering van hoofdstuk 4 en de daarop berustende
bepalingen geschiedt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast
te stellen methode.
Artikel 43. Frequentie monstername
1.
Bij de uitvoering van de
legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid,
en vervolgens ten minste om de zes maanden, onderzoekt de eigenaar van
een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet het
drinkwater op de aanwezigheid van legionellabacteriën bij de
tappunten, bedoeld in artikel 35, vierde lid.
2.
Indien de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet
maximaal zeven maanden per jaar in gebruik is, is de frequentie van het
in het in het eerste lid bedoelde onderzoek ten minste eenmaal per jaar.
3.
Bij ministeriële regeling wordt
vastgesteld op welke wijze het aantal in dit onderzoek te betrekken
meetpunten wordt bepaald. De inspecteur kan bepalen dat de
meetfrequentie of het aantal in het onderzoek te betrekken meetpunten
verlaagd of verhoogd wordt.
Artikel 44. Volgorde beheersmaatregelen
1.
De te nemen beheersmaatregelen zijn gebaseerd op thermisch beheer, op
fysisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op basis van BRL
K14010-1, op fotochemisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op
basis van BRL K14010-1 en onverminderd artikel 14 van het Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden, of op een combinatie van deze
beheersvormen.
2.
Voor zover thermisch, fysisch of fotochemisch beheer naar het
schriftelijke en gemotiveerde oordeel van het bedrijf, bedoeld in
artikel 37, derde lid, en artikel 38, eerste lid, redelijkerwijs niet
mogelijk is, kan, onverminderd artikel 14 van het Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden, worden gekozen voor
elektrochemisch beheer, voor zover dit gecertificeerd is op basis van
BRL K14010-2.
3.
Voor zover elektrochemisch beheer naar het schriftelijke en gemotiveerde
oordeel van het bedrijf, bedoeld in artikel 37, derde lid, en artikel
38, eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is, kan, onverminderd
artikel 14 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, worden
gekozen voor chemisch beheer.
4.
Bij toepassing van fysisch of fotochemisch beheer is de eigenaar van de
collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet
verantwoordelijk voor het in acht nemen van de voorwaarden en
voorschriften, opgenomen in BRL K 14010-1.
5.
Bij toepassing van elektrochemisch beheer is de eigenaar
verantwoordelijk voor het in acht nemen van de voorwaarden en
voorschriften, opgenomen in BRL K 14010-2.
6.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere
voorschriften worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het
eerste tot en met vijfde lid.
Hoofdstuk 5.
Leveringszekerheid en continuïteit
Artikel 45. Hoeveelheid en druk
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf
voldoet aan de in artikel 32, eerste lid, van de wet bepaalde
hoeveelheideis en drukeis onder niet verstoorde omstandigheden, indien
de inrichting van het distributienet en de productiecapaciteit het
mogelijk maken om op een willekeurig moment van de dag in één uur
tijd 1000 liter water op het leveringspunt van een enkelvoudige
huishoudelijke installatie te leveren, terwijl de druk ter plaatse van
het leveringspunt ten minste 150 kPa ten opzichte van het maaiveld is.
2.
In omstandigheden waarin naar het oordeel van de inspecteur naleving van
de hoeveelheideis of drukeis, bedoeld in het eerste lid, redelijkerwijs
niet mogelijk is, kan gedurende een door de inspecteur bepaalde periode
en tot een daarbij bepaalde waarde worden afgeweken van die eis.
Artikel 46. Prognose waterbehoefte
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verschaft, middels het
leveringsplan, inzicht in de redelijkerwijs te verwachten toekomstige
behoefte aan drinkwater in het distributiegebied van zijn
drinkwaterbedrijf en in de daaraan verbonden consequenties ten aanzien
van de winning, zuivering en distributie van drinkwater en neemt in dat
plan een daarop aansluitende planning voor de drinkwatervoorziening op
voor een periode van ten minste tien jaar.
Artikel 47. Verstorings-risicoanalyse
1.
Een verstorings-risicoanalyse omvat het inventariseren en analyseren van
de voor het leveringsgebied van een drinkwaterbedrijf bestaande en te
verwachten dreigingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Een
beschrijving van deze dreigingen wordt met het oog op goedkeuring van
het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet,
voorafgaand aan de indiening van het leveringsplan aan de inspecteur ter
beoordeling voorgelegd.
2.
Onze Minister kan nationale dreigingen
vaststellen en deze nader uitwerken in scenario's. Hij kan de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf verplichten deze nationale dreigingen
en scenario's op te nemen in zijn verstorings-risicoanalyse.
3.
Indien de inspecteur van oordeel is dat de verstorings-risicoanalyse,
bedoeld in het eerste lid, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel
anderszins niet voldoet aan de in bijlage B, behorende bij dit besluit,
opgenomen vereisten voor de verstoringsparagraaf van het leveringsplan,
bedoeld in het vijfde lid, kan hij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf
verzoeken om wijziging, aanvulling of het opnieuw uitvoeren van de
verstorings-risicoanalyse binnen een daarbij aangegeven termijn.
4.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf
voert de verstorings-risicoanalyse uit binnen één jaar na
inwerkingtreding van dit besluit en herziet deze ten minste éénmaal
per vier jaar of indien wijzigingen in de omstandigheden daartoe
aanleiding geven. Zo nodig geeft de inspecteur aanwijzingen.
5.
Aan de hand van de uitkomsten van de verstorings-risicoanalyse stelt de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan
een verstoringsparagraaf op overeenkomstig de vereisten, opgenomen in
bijlage B, behorende bij dit besluit,.
Artikel 48. Nooddrinkwater
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf stelt op basis van de dreigingen,
bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, in overeenstemming met de
inspecteur vast:
a. wat het maximale aantal personen is dat van nooddrinkwater moet
kunnen worden voorzien, en
b. de met dat aantal corresponderende hoeveelheid nooddrinkwater die
krachtens artikel 35, derde lid, van de wet, in geval van een verstoring
als bedoeld in dat artikel dient te worden geleverd.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat in geval
van een verstoring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet een
nooddrinkwatervoorziening wordt ingezet waarmee ten minste drie liter
nooddrinkwater per persoon per dag kan worden geleverd op de door de
gemeente aangewezen distributiepunten. Deze distributiepunten zijn
zodanig ingericht dat met één distributiepunt een gebied van
nooddrinkwater wordt voorzien, waar in niet-verstoorde omstandigheden
maximaal 2500 personen verblijven.
Artikel 49. Noodwater-risicoanalyse
1.
In overleg met de inspecteur draagt de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat bij de inzet van
noodwater een noodwater-risicoanalyse ten grondslag ligt aan de
beoordeling of het noodwater geen onaanvaardbare risico's voor
de volksgezondheid of het distributienet oplevert.
2.
De inspecteur stelt ten behoeve van de uitvoering van een
noodwater-risicoanalyse parameters ter beoordeling van de kwaliteit van
noodwater op.
Artikel 50. Eigen voorziening bij uitval externe leveranties
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beschikt over onafhankelijke
voorzieningen, die een continue levering van deugdelijk drinkwater
gedurende ten minste tien dagen waarborgen op basis van een gemiddeld
dagverbruik, teneinde de gevolgen van uitval van externe leveranties zo
veel mogelijk te beperken.
Artikel 51. Oefening
In overleg met de inspecteur
oefent de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ten minste een maal per
twee jaar de inzet van het drinkwaterbedrijf bij verstoringen, welke
oefeningen eenmaal per vier jaar worden gecombineerd met de diensten en
organisaties die deel uitmaken van het openbaar lichaam, bedoeld in
artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 9 van de
Politiewet 1993.
Artikel 52. Voortzetting levering
1.
Bij uitval van een zelfstandig onderdeel van een watervoorzieningswerk
draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat binnen 24
uur een hoeveelheid drinkwater kan worden geleverd die op dagbasis ten
minste 75% bedraagt van de hoeveelheid die wordt geleverd op de
maximumdag. Onder maximumdag wordt verstaan de dag in een kalenderjaar
waarop het drinkwaterwaterverbruik op etmaalbasis in een
distributiegebied het hoogst is, met een overschrijdingskans van eenmaal
per tien jaar. De eerste en tweede volzin gelden voor aansluitingen of
clusters van aansluitingen met een verbruik gelijk aan dat van 2000
huishoudelijke aansluitingen of meer.
2.
Voor aansluitingen of clusters van aansluitingen met een verbruik dat
minder bedraagt dan dat van 2000 huishoudelijke aansluitingen, spant de
eigenaar van een drinkwaterbedrijf zich in om te voldoen aan het eerste
lid.
3.
Bij uitval van meerdere zelfstandige onderdelen van een
watervoorzieningswerk houdt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de
levering in het door de uitval getroffen distributiegebied zo veel
mogelijk in stand.
4.
In omstandigheden waarin naar het oordeel van de inspecteur naleving van
het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de inspecteur voor
een daarbij te bepalen periode ontheffing verlenen van het in dat lid
bepaalde.
Artikel 53. Leveringsplan
1.
Het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, bevat
de gegevens, bedoeld in bijlage B, behorende bij dit besluit.
2.
De inspecteur beoordeelt een aan hem krachtens artikel 37, derde lid,
van de wet, overgelegd leveringsplan binnen zes maanden na de indiening
van dat plan. Aan het vereiste van goedkeuring, bedoeld in artikel 37,
derde lid, van de wet, wordt in elk geval voldaan indien de inspecteur
niet binnen zes maanden na de indiening een beslissing heeft genomen.
3.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf herziet het leveringsplan ten
minste eenmaal per vier jaar en tussentijds indien daar aanleiding toe
is. Op de herziening zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige
toepassing. Zo nodig geeft de inspecteur aanwijzingen.
4.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er, voor zover dat binnen
zijn vermogen ligt, zorg voor dat het leveringsplan in overeenstemming
is met het rampenplan, bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware
ongevallen, het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 69 van de
Waterstaatswet 1900 en andere voor de leveringszekerheid van de
drinkwatervoorziening van belang zijnde plannen, tenzij dat zou leiden
tot strijdigheid met de wet en de daarop berustende bepalingen.
Artikel 54. Optreden inspecteur
1.
Onverminderd artikel 50, eerste lid, van de wet, kan de inspecteur,
indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzuimt het leveringsplan
tijdig op te stellen, de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzoeken om
dit binnen een daarbij aangegeven termijn alsnog te doen.
2.
Indien de inspecteur van oordeel is dat het leveringsplan niet aan de
gestelde eisen voldoet, kan hij de eigenaar van een drinkwaterbedrijf
verzoeken het leveringsplan binnen een daarbij aangegeven termijn in
overeenstemming te brengen met die eisen.
3.
Zo nodig kan de inspecteur aanwijzingen geven bij een verzoek als
bedoeld in het eerste of tweede lid.
4.
Indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf geen gevolg geeft aan een
verzoek op grond van het eerste of tweede lid, kan Onze Minister
voorzien in het gevorderde ten laste van de eigenaar van het
desbetreffende drinkwaterbedrijf.
Hoofdstuk 6. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening
§ 6.1.
Prestatievergelijking
Artikel 55. Frequentie
De uitvoering van de
prestatievergelijking vindt plaats volgens een bij ministeriële
regeling te bepalen frequentie.
Artikel 56. Protocol
1.
Het protocol, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, bevat naast
de in dat lid genoemde elementen:
a. een beschrijving van de te hanteren prestatie-indicatoren en de
daaraan ten grondslag liggende berekeningsmethodieken;
b. een model van een verslag als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van
de wet;
c. voorschriften met betrekking tot:
1°. de bronnen die gehanteerd mogen worden voor het verzamelen van de
gegevens, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onder d, van de wet;
2°. het standaardiseren van de bedoelde gegevens;
3°. het waarborgen van de betrouwbaarheid en validiteit van die
gegevens.
2.
Financiële gegevens worden voorzien van
een goedkeurende verklaring van een registeraccountant.
Artikel 57. Prestatie-indicatoren
1.
De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor kwaliteit
hebben ten minste betrekking op:
a. bij ministeriële regeling aangewezen parameters en de daarbij
behorende waarden en de frequentie en mate van overschrijdingen daarvan;
b. de kwaliteitsbewaking;
c. de lek- en spuiverliezen;
d. de druk in het distributienet.
2.
De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor klantenservice
hebben ten minste betrekking op de volgende dienstverleningsprocessen:
a. het verhelpen van verstoringen;
b. geplande en ongeplande onderbrekingen van de levering;
c. facturering;
d. onderhoud aan het distributienet;
e. meteropname;
f. verhuizingen.
3.
De in het protocol op te nemen prestatie-indicatoren voor milieuaspecten
hebben ten minste betrekking op:
a. het energieverbruik van het drinkwaterbedrijf;
b. het percentage hergebruik van afvalstoffen van het drinkwaterbedrijf,
c. de duurzaamheid van het inkoopbeleid van het drinkwaterbedrijf.
4.
De in het protocol op te nemen
prestatie-indicatoren voor kostenefficiëntie hebben ten minste
betrekking op de kosten van drinkwater, te onderscheiden in:
a. operationele kosten;
b. vermogenskosten;
c. afschrijvingen.
§ 6.2. Verslag
prestatievergelijking
Artikel 58. Inhoud van verslag
1.
Het verslag, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet, bevat ten
minste:
a. een weergave van de prestaties van de afzonderlijke
drinkwaterbedrijven in onderlinge vergelijking op basis van de
gehanteerde prestatie-indicatoren;
b. een weergave van de veranderingen van de prestaties in de tijd;
c. een weergave van de kosten en kostenontwikkeling voor de
kostensoorten, genoemd in artikel 57, vierde lid;
d. een weergave van de kosten en kostenontwikkeling van drinkwater per
kubieke meter geleverd drinkwater en per aansluiting;
e. een weergave van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling;
f. een analyse van de gerealiseerde efficiëntieverbetering;
g. informatie over de vermogensopbouw en de opbouw van reserves;
h. informatie over de uitkeringen aan aandeelhouders en andere
winstgerechtigden.
2.
De in het verslag opgenomen gegevens en overige informatie zijn volledig
en voldoende gedetailleerd om een adequaat beeld van de prestaties van
de drinkwaterbedrijven te verkrijgen.
Hoofdstuk 7. Maatregelen in het belang van de volksgezondheid
Artikel 59. Verstrekking gegevens
Bij ministeriële regeling
worden in het belang van de volksgezondheid gegevens als bedoeld in
artikel 51 van de wet aangewezen die door de eigenaar van een
drinkwaterbedrijf aan de toezichthouder worden verstrekt, op een bij die
regeling aangegeven wijze.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen en overgangsrecht
Artikel 60. Wijziging Arbeidsomstandighedenbesluit
[Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit]
Artikel 61. Wijziging Besluit gegevensverwerving CBS
[Wijzigt het Besluit gegevensverwerving CBS]
Artikel 62. Wijziging Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden
[Wijzigt het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden]
Artikel 63. Wijziging
Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
[Wijzigt het Besluit
hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden]
Artikel 64. Wijziging Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009
[Wijzigt het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009]
Artikel 65. Wijziging Besluit milieu-effectrapportage 1994
[Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994]
Artikel 66. Wijziging
Besluit houdende tijdelijke herindeling ministeriële taken in geval van
een terroristische dreiging met een urgent karakter
[Wijzigt het Besluit
tijdelijke herindeling ministeriële taken in geval van een
terroristische dreiging met een urgent karakter]
Artikel 67. Wijziging Mijnbouwbesluit
[Wijzigt het Mijnbouwbesluit]
Artikel 68. Warenwetbesluit Verpakte waters
[Wijzigt het Warenwetbesluit Verpakte waters]
Artikel 69. Overgangsregime
1.
Een risicoanalyse, uitgevoerd op grond van of overeenkomstig artikel
17k, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, zoals dat luidde
onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, geldt
als een legionella-risicoanalyse, uitgevoerd op grond van artikel 37,
eerste, tweede en derde lid.
2.
Een beheersplan, opgesteld op grond van of overeenkomstig artikel 17l,
eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, zoals dat luidde
onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, geldt
als een legionella-beheersplan, opgesteld op grond van artikel 38,
eerste en vierde lid.
3.
In gevallen waarin het eerste of tweede lid van toepassing zijn, zijn de
artikelen 37, vierde, vijfde en zesde lid, respectievelijk 38, tweede en
derde lid, van overeenkomstige toepassing.
4.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien bij een
controle als bedoeld in artikel 24, eerste of tweede lid, van de wet
blijkt dat een risicoanalyse of een beheersplan, uitgevoerd op grond van
of overeenkomstig artikel 17k, eerste en tweede lid, respectievelijk
artikel 17l, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, onjuist
of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet aan de in
artikel 17k en 17l van het Waterleidingbesluit gestelde voorschriften.
5.
In geval van een situatie als bedoeld in
artikel 35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, onder 2°, dan wel een
situatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onderdeel i,
wordt aan de in hoofdstuk 4 bedoelde verplichtingen voor de eerste maal
gevolg gegeven binnen ten hoogste één jaar nadat dit besluit in
werking is getreden.
6.
Aan de in artikelen 15 tot en met 17
bedoelde verplichtingen wordt voor de eerste maal gevolg gegeven binnen
ten hoogste één jaar nadat dit besluit in werking is getreden.
7.
Een melding, gedaan op grond van of overeenkomstig de brieven inzake
gedifferentieerde handhaving van koper-zilverionisatie (d.d. 20 februari
2007 en 20 augustus 2008) of de brief inzake gedifferentieerde
handhaving van anodische oxidatie (d.d. 6 maart 2008), geldt als een
melding, gedaan op grond van artikel 14, derde lid, van het Besluit
gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Artikel 70. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Drinkwaterwet in
werking treedt.
Artikel 71. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Drinkwaterbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 mei
2011
BEATRIX
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J.J. Atsma
Uitgegeven de eenentwintigste juni 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
Bijlagen niet
opgenomen
|