BESLUIT van 13 april 2004, houdende regels inzake voorzieningen in
verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van
8 januari 2004, nr. WJZ 3077055;
Gelet op artikelen 10, vijfde lid, en 47, tweede lid, van de Gaswet;
De Raad van State gehoord (advies van 27 februari 2004, nr.
W10.04.0015/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van
5 april 2004, nr. WJZ 4023298;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Gaswet;
b. kleinverbruiker: in artikel 43, eerste lid, van de wet
bedoelde afnemer;
c. leveringsvergunning: vergunning, bedoeld in artikel 43, eerste
lid, van de wet;
d. vergunninghouder: houder van een leveringsvergunning;
e. gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: gemiddelde
luchttemperatuur te De Bilt (T) in een etmaal, gecorrigeerd voor de
gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode
uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T –
(V/1,5);
f. pieklevering: het deel van de feitelijke aflevering van gas in
een uur aan kleinverbruikers dat de hoeveelheid te boven gaat zoals
die maximaal in een uur aan deze kleinverbruikers zou worden
geleverd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaal temperatuur
in De Bilt van – 9 °C (graden Celsius).
Artikel 1a
Deze regeling berust op de artikelen 10a, vierde lid, en 47, tweede
lid, van de Gaswet.
Artikel 2
1. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zorgt voor
alle voorzieningen op het gebied van gasinkoop, flexibiliteitsdiensten
en gastransport op het landelijke gastransportnet, nodig om
vergunninghouders in staat te stellen de pieklevering te verzorgen
voor alle kleinverbruikers in Nederland. Deze voorzieningen moeten
volstaan om pieklevering te kunnen verzorgen op een dag met een
gemiddelde effectieve etmaal temperatuur in De Bilt van – 17
°C (graden Celsius).
2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt ter
uitvoering van zijn in het eerste lid genoemde taak gas beschikbaar aan
vergunninghouders op de punten waar een verbinding bestaat tussen het
landelijk gastransportnet en de netwerken van de netbeheerders, niet
zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet.
3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt de
totale omvang vast van de voorzieningen nodig voor de pieklevering voor
alle kleinverbruikers en stelt deze ter beschikking naar rato van het
kleinverbruikersbestand van de vergunninghouders. De landelijke
netbeheerder brengt de voorzieningen voor pieklevering
dienovereenkomstig in rekening aan vergunninghouders, tenzij anders
overeengekomen.
4. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet hanteert een
tariefstelling voor de pieklevering gebaseerd op de tarieven van de in
lid 1 genoemde componenten. De tarieven van deze componenten zijn
gebaseerd op ontwikkelingen in de relevante Europese markt.
5. De netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk
gastransportnet, verstrekt aan de netbeheerder van het landelijk
gastransportnet de informatie die nodig is om per vergunninghouder de
benodigde omvang van de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, te
bepalen.
6. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet voor
de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, een openbare
inkoopprocedure volgt, doet de in artikel 53 van de wet genoemde
rechtspersoon een aanbod onder redelijke voorwaarden en tegen
marktconforme tarieven.
Artikel 3
1. De vergunninghouder doet, indien hij voorziet of behoort te
voorzien dat hij niet langer in staat zal zijn om zijn plicht tot
levering van gas aan zijn kleinverbruikers na te komen of indien hij
surseance van betaling heeft aangevraagd dan wel te zijnen aanzien
faillissement is aangevraagd, daarvan onverwijld mededeling aan de
netbeheerder van het landelijk gastransportnet en aan Onze Minister.
2. Indien een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het
landelijk gastransportnet, uit de hem ter beschikking staande gegevens
redenen heeft om te vermoeden, dat de continuďteit van de levering door
een vergunninghouder in gevaar komt, meldt hij dat zo spoedig mogelijk
aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en aan Onze
Minister.
3. De vergunninghouder dan wel, indien aan deze surseance van
betaling is verleend onderscheidenlijk deze failliet is verklaard, de
bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator,
plegen op verzoek van Onze Minister overleg met hem en met de
netbeheerder van het landelijk gastransportnet met het oog op zijn
leveringsplicht en de toepassing van dit artikel.
4. Een beschikking tot intrekking van een leveringsvergunning
treedt ten hoogste tien werkdagen na de dag, waarop die beschikking is
genomen, in werking. De vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en
vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator geeft daarvan
onverwijld bericht aan de kleinverbruikers aan wie hij gas levert.
5. Na het tijdstip, waarop een beschikking tot intrekking van een
leveringsvergunning is genomen,
a. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder niet
bevoegd hun verbintenis op te schorten, en voert een netbeheerder geen
leverancierswisseling op een na dat tijdstip gedaan verzoek van die
kleinverbruikers uit, tot de inwerkingtreding of intrekking van de
betreffende beschikking;
b. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en
vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator het bestand aan
kleinverbruikers zo spoedig mogelijk geheel of in gedeelten over aan
één of meer andere vergunninghouders, die de levering van gas aan de
betrokken kleinverbruikers voortzetten;
c. neemt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor
zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat
gedurende de periode vanaf het tijdstip waarop de
intrekkingsbeschikking is genomen tot aan het tijdstip waarop zij in
werking treedt of wordt ingetrokken de levering van gas aan de
kleinverbruikers kan worden voortgezet, op verzoek van de
vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen
onderscheidenlijk de curator de betalingsverplichting over met
betrekking tot toelevering van gas ten behoeve van kleinverbruikers in
die periode.
6. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet draagt er
zorg voor dat de levering van gas aan kleinverbruikers, die op het
tijdstip waarop de intrekkingsbeschikking in werking treedt nog een
overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben, met ingang van
dat tijdstip wordt voortgezet door een andere vergunninghouder. Daartoe
coördineert hij de verdeling van die kleinverbruikers over de andere
vergunninghouders en geeft daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. De
aldus aangewezen vergunninghouder zet de levering van gas aan de aan hem
toegewezen kleinverbruikers vanaf dat tijdstip voort onder zijn
voorwaarden. De verdeling geschiedt naar evenredigheid van het totale
aantal kleinverbruikers dat de andere vergunninghouders reeds beleveren
en het daarbij behorende gasvolume, tenzij Onze Minister tot een andere
wijze van verdeling besluit. Netbeheerders verstrekken aan de
netbeheerder van het landelijk gastransportnet de gegevens, die deze
nodig heeft voor de uitvoering van deze taak.
7. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt aan
alle vergunninghouders, naar evenredigheid van het aantal
kleinverbruikers dat zij beleveren, een deel van de te zijnen laste
blijvende kosten, gemaakt ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het
vijfde lid, onderdeel c, in rekening. Elke vergunninghouder berekent het
desbetreffende bedrag door aan de kleinverbruikers die hij gas levert,
waarbij elke kleinverbruiker een gelijk bedrag in rekening wordt
gebracht.
8. Indien ondanks de toepassing van dit artikel de
vergunninghouder gedurende de periode, bedoeld in onderdeel c van het
vijfde lid, onvoldoende gas krijgt toegeleverd voor de levering aan de
kleinverbruikers, stelt de netbeheerder van het landelijk
gastransportnet in die periode naar vermogen gas ter beschikking aan de
vergunninghouder. Met betrekking tot de met deze verplichting verband
houdende, te zijnen laste blijvende kosten is het zevende lid van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
[Wijzigt het Besluit vergunning levering gas aan kleinverbruikers]
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 43
van de wet in werking treedt.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit
leveringszekerheid Gaswet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 13 april 2004
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de zevenentwintigste april 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner