|
REGELING van de
Minister van Economische Zaken van 14 augustus 2003, nr. WJZ 3019672,
tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de levering van gas aan
kleinverbruikers (Uitvoeringsregeling Gaswet)
De
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 43, tweede lid, onderdeel b,
en derde lid, van de Gaswet;
Besluit:
§ 1.
Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Gaswet;
b. kleinverbruiker: de in artikel 43, eerste lid, van de wet
bedoelde afnemer;
c. graaddag: elke graad die de gemiddelde etmaaltemperatuur
minder bedraagt dan 18°C.
§ 2. Vaststelling jaarlijks gebruik
Artikel 2
1. Het jaarlijks gasverbruik, bedoeld in
artikel 43, derde lid, van de Gaswet, wordt vastgesteld op de hoogte van
het verbruik in het afgelopen jaar, vermenigvuldigd met het quotiënt
van 3213 en het aantal gewogen graaddagen in het afgelopen jaar, waarbij
het aantal gewogen graaddagen de som is van het aantal graaddagen in de
maanden november tot en met februari vermenigvuldigd met 1,1, het aantal
graaddagen in de maanden maart en oktober vermenigvuldigd met 1,0 en het
aantal graaddagen in de maanden april tot en met september
vermenigvuldigd met 0,8.
2. Een gasbedrijf dat de levering van gas aan kleinverbruikers
verzorgt, stelt jaarlijks telkens in dezelfde maand het in het eerste
lid bedoelde jaarlijks verbruik van gas van elk van zijn afnemers vast
en doet daarvan mededeling aan de afnemer.
Artikel 3
1. Indien het jaarlijks verbruik van gas niet kan worden
vastgesteld overeenkomstig artikel 2 of indien zich bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan in het huishouden of het bedrijf van
de kleinverbruiker waardoor verwacht kan worden dat het verbruik in
het voorgaande jaar sterk afweek van het gemiddelde over meerdere
voorafgaande jaren gemeten verbruik van de kleinverbruiker, wordt op
verzoek van de kleinverbruiker door de leverancier het jaarlijks
verbruik geschat aan de hand van gegevens over het bedrijf of de
huishouding van die afnemer.
2. Het jaarlijks verbruik van gas van een kleinverbruiker als
bedoeld in het eerste lid wordt geschat op de hoogte van het gemiddelde
verbruik van huishoudens of bedrijven die wat betreft het gebruik van
gas verbruikende apparatuur vergelijkbaar zijn met het huishouden of het
bedrijf van de in het eerste lid bedoelde afnemer.
§ 3. Niet-bedrijfsmatige levering gas aan
kleinverbruikers
Artikel 4
1. Overeenkomstig artikel 43, tweede lid,
onderdeel b, wordt gas anders dan bedrijfsmatig geleverd indien:
a. het gas uitsluitend wordt geleverd op een terrein dat de
leverancier in eigendom, pacht of erfpacht heeft en de levering van
gas in het geheel van zijn onderneming van ondergeschikte betekenis
is, dan wel een onlosmakelijk onderdeel vormt van de handelingen die
zijn onderneming verricht, en
b. de leverancier reeds voor de datum van inwerkingtreding van deze
regeling gas leverde aan beschermde afnemers, dan wel de leverancier
aan niet meer dan vijftien kleinverbruikers per jaar gas levert.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 5
De Uitvoeringsregeling Gaswet (Stcrt. 2000, 159) vervalt.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop
artikel 43 van de wet in werking treedt.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Gaswet.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 14 augustus 2003.
De Minister van Economische Zaken
L.J. Brinkhorst.
|