| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gemeentewet (Gemw)
BESLUIT
PLAATSEN BESTUURLIJKE OPHOUDING
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 28 april 2000, houdende regels omtrent de geschiktheid
van plaatsen waar groepen van personen bestuurlijk worden opgehouden (Besluit
plaatsen bestuurlijke ophouding)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 25 februari 2000, nr. EA2000/U58162;
Gelet op artikel 154a, achtste lid, en
176a, derde lid, van de
Gemeentewet;
De Raad van State gehoord (advies van 23 maart 2000, nr.
W04.00.0088/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 25 april 2000, nr. EA2000/464269;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. opgehoudenen: personen die op basis van artikel 154a, eerste
lid, dan wel artikel 176a, derde lid, van de Gemeentewet dan wel
artikel 158, achtste lid, dan wel artikel 180, derde lid, van de Wet
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tijdelijk worden
opgehouden;
b. plaats van ophouding: door de burgemeester onderscheidenlijk
de gezaghebber aangewezen plaats waar opgehoudenen tijdelijk worden
opgevangen.
Artikel 1a
Dit besluit berust mede op de artikelen158, achtste lid, en 180,
derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Paragraaf 2. Eisen aan de plaats van ophouding
Artikel 2
De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber draagt er zorg voor
dat voldoende maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de
opgehoudenen en andere op de plaats van ophouding aanwezigen, te
waarborgen.
Artikel 3
De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber draagt er zorg voor
dat de opgehoudenen kunnen beschikken over een redelijke
bewegingsruimte.
Artikel 4
1. De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber treft
voorzieningen opdat de opgehoudenen, indien redelijkerwijs nodig en
mogelijk, beschikken over:
a. de gelegenheid tot het gebruik van een toilet,
b. de gelegenheid tot het hebben van telefonische contacten,
c. de noodzakelijke medische zorg, en
d. informatie over de gang van zaken tijdens de ophouding.
2. De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber laat aan de
opgehoudenen zo nodig eten en drinken verstrekken.
3. Indien er sprake is van ophouding in de periode tussen één en
zes uur voormiddags, treft de burgemeester onderscheidenlijk de
gezaghebber voorzieningen opdat de opgehoudenen in ieder geval
beschikken over slaapgelegenheid, tenzij de opgehoudenen op de plaats
van ophouding, niet zijnde het middel van vervoer, aankomen na vier
uur voormiddags.
Artikel 5
1.Op de plaats van ophouding worden zo mogelijk voorzieningen
getroffen voor het mogelijk maken van het vastleggen van de gegevens
van de opgehouden personen.
2.Van de opgehouden personen die hun gegevens willen laten
vastleggen worden uitsluitend vastgelegd de naam, het adres, de
woonplaats en de geboortedatum.
Artikel 6
1. De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber treft op de
plaats van ophouding voorzieningen opdat de opgehoudenen in de
gelegenheid zijn beroep in te stellen als bedoeld in artikel 8:1 van
de Algemene wet bestuursrecht onderscheidenlijk artikel 7 van de Wet
administratieve rechtspraak BES, en een voorlopige voorziening te
vragen, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
onderscheidenlijk artikel 85 van de Wet administratieve rechtspraak
BES.
2. Deze voorzieningen bestaan in elk geval uit het beschikbaar
stellen van schrijfgerei en papier.
3. De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber draagt er zorg
voor dat een op de voorgeschreven wijze aangereikt beroepschrift of
een schriftelijk verzoek om een voorlopige voorziening, onverwijld in
handen wordt gesteld van de voorzieningenrechter van de bevoegde
rechtbank onderscheidenlijk van het Gerecht in eerste aanleg van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit plaatsen bestuurlijke
ophouding.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 28 april 2000
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
Uitgegeven de vierde mei 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|