| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gemeentewet (Gemw)
REGELING
DIPLOMATIEKE EN INTERNATIONALE VRIJSTELLINGEN
GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 1997
Tekst zoals deze geldt op
7 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, A.G.M. van de Vondervoort, en
de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op artikel 243 van de Gemeentewet;
Besluiten:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
1. Van de volgende gemeentelijke
belastingen wordt in de artikelen 2 tot en met 5 vrijstelling verleend:
a. de onroerende-zaakbelasting ter zake van het gebruik van
onroerende zaken;
b. de onroerende-zaakbelasting ter zake van het genot van
onroerende zaken krachtens eigendom, bezit of beperkt recht;
c. de belasting ter zake van het gebruik van woon- en
bedrijfsruimten, bedoeld in artikel 221, eerste lid, onderdeel a, van
de Gemeentewet;
d. de belasting ter zake van het genot krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht van woon- en bedrijfsruimten, bedoeld in artikel 221,
eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet;
e. de forensenbelasting;
f. de hondenbelasting;
g. de reclamebelasting;
h. de precariobelasting.
2. Een vrijstelling van een belasting, genoemd in het eerste lid,
wordt uitsluitend verleend voor zover een zaak, bedoeld in artikel 220a
of artikel 221 van de Gemeentewet, niet ter beschikking is gesteld of in
gebruik is gegeven aan een derde die zelf niet is vrijgesteld.
Hoofdstuk II. Diplomatieke en consulaire
vrijstellingen gemeentelijke belastingen
Artikel 2
1. Een vrijstelling van een belasting,
genoemd in artikel 1, eerste lid, ten behoeve van een diplomatieke of
consulaire vertegenwoordiging, wordt uitsluitend verleend voor zover die
belasting betrekking heeft op belastbare feiten die zich voordoen in het
kader van de officiële werkzaamheden van die diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging.
2. Onder de officiële werkzaamheden van de diplomatieke of
consulaire vertegenwoordiging, bedoeld in het eerste lid, wordt mede
verstaan het huisvesten van haar leden.
3. Een vrijstelling als bedoeld in dit hoofdstuk wordt niet
verleend in de gevallen waarin de Minister van Binnenlandse Zaken heeft
verklaard dat ter zake van die vrijstelling de wederkerigheid niet is
gewaarborgd.
Artikel 3
1. Van de in artikel 1, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, g en
h, genoemde belastingen, zijn vrijgesteld de diplomatieke en
consulaire vertegenwoordigingen van andere mogendheden en hun hoofden,
met uitzondering van de honoraire consuls.
2. Van de in artikel 1, eerste lid, onderdelen a, c, e, f, g en h,
genoemde belastingen zijn vrijgesteld de leden van diplomatieke en
consulaire vertegenwoordigingen van andere mogendheden, met uitzondering
van de honoraire consulaire ambtenaren, mits zij geen Nederlander zijn
en zij niet duurzaam verblijf houden in Nederland.
3. Een in het tweede lid genoemde vrijstelling ten aanzien van de
leden, wordt mede toegepast ten aanzien van de bij hen inwonende
gezinsleden en ten aanzien van hun particuliere bedienden.
4. Een vrijstelling als bedoeld in het tweede en derde lid wordt
niet verleend voor zover die belasting betrekking heeft op belastbare
feiten die zich voordoen in het kader van de uitoefening van een bedrijf
of beroep.
Hoofdstuk III. Bijzondere internationale
vrijstellingen gemeentelijke belastingen
Artikel 4
1. Van de in artikel 1, eerste lid,
onderdelen a en b, genoemde belastingen zijn, voor zover van toepassing,
vrijgesteld:
a. de Carnegie-Stichting te Den Haag, ter zake van het
Vredespaleis;
b. de Commonwealth War Graves Commission, Northern Europe Area, ter
zake van de begraafplaatsen met de blijvende zorg waarvan zij is
belast en andere onroerende zaken welke worden gebruikt voor de zorg
van de begraafplaatsen, gelegen te Bergen op Zoom, Brunssum, Groesbeek,
Holten, Mierlo, Gennep, Mook en Middelaar, Nederweert, Nijmegen,
Renkum, Vierlingsbeek, Schiermonnikoog, Sittard, Heeze-Leende, Uden,
Valkenswaard en Venray;
c. het Koninkrijk België, ter zake van de onroerende zaken gelegen
te Vlissingen, in gebruik bij het Belgische Loodswezen;
d. het Benelux-Merkenbureau en het Benelux Bureau voor Tekeningen
en Modellen, ter zake van de onroerende zaak, gelegen te Den Haag,
Bordewijklaan 15;
e. de Vlaamse Gemeenschap in Nederland te Amsterdam, ter zake van
de onroerende zaken, gelegen te Amsterdam, Nes 43, Nes 43 AA, Nes 43
II, Nes 45, Oudezijds Voorburgwal 276 en Sint Pietershalsteeg 2;
f. de Stichting Haagsche Academie voor Internationaal Recht, ter
zake van het Vredespaleis te Den Haag;
g. de stichting Institut Français des Pays-Bas, ter zake van de
onroerende zaken gelegen te Amsterdam, Vijzelgracht 2A, en te Den
Haag, Nieuwe Uitleg 10;
h. de Republiek Frankrijk, ter zake van de onroerende zaken,
gelegen te Amsterdam, Vijzelgracht 2A, en te Den Haag, Nieuwe Uitleg
10, zolang deze onroerende zaken in gebruik zijn bij het Institut
Français des Pays-Bas;
i. het Goethe Institut Nederland, ter zake van de onroerende zaken
gelegen te Amsterdam, Herengracht 470, en te Rotterdam, Westersingel
9.
j. het Instituto Cervantes, ter zake van de onroerende zaak,
gelegen te Utrecht, Domplein 3;
k. de Bondsrepubliek Duitsland, ter zake van de onroerende zaken,
gelegen te Amsterdam, Herengracht 470, en te Rotterdam, Westersingel
9, zolang deze zaken in gebruik zijn bij het Goethe Institut
Nederland.
l. The British Council, ter zake van de onroerende zaak, gelegen te
Amsterdam, Keizersgracht 343;
m. het Koninkrijk België, ter zake van de onroerende zaken in
gebruik bij de douane-autoriteiten van die mogendheid op grond van het
Verdrag tussen Nederland en België, nopens samenvoeging van
douanebehandeling aan de Nederlands-Belgische grens, van 13 april 1948
(Trb. 1951, 128);
n. de Bondsrepubliek Duitsland, ter zake van de onroerende zaken in
gebruik bij de douane-autoriteiten van die mogendheid op grond van de
overeenkomst tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland, nopens
de samenvoeging van de grenscontrole, enzovoort, van 30 mei 1958 (Trb.
1958, 81);
o. Het Europees Instituut voor Bestuurskunde ter zake van de
onroerende zaken gelegen in de gemeente Maastricht, Onze Lieve
Vrouweplein 22, 22a, 22c en 23 en Hondstraat 17 en 19.
2. Met betrekking tot de onroerende zaak, genoemd in het eerste
lid, wordt een vrijstelling van een belasting uitsluitend verleend voor
zover de onroerende zaak niet dient tot woning.
3. Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c,
e, g, h, i, j, k, l, m en n wordt niet verleend in de gevallen waarin de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft verklaard
dat ter zake van die vrijstelling de wederkerigheid niet is gewaarborgd.
Artikel 5
1. Van de in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, genoemde
belastingen zijn vrijgesteld:
a. leden van een krijgsmacht, een civiele dienst en hun gezinsleden
als bedoeld in artikel I, eerste lid, letters a, b, en c van het
Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch
Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;
b. leden van het burgerpersoneel in dienst van een Geallieerd
Hoofdkwartier, en de gezinsleden van zodanig personeel als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, letters b en c, van het Protocol nopens de
rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld
uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Parijs, 28 augustus 1952,
Trb. 1953, 11);
c. personen in dienst van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie,
daaronder mede begrepen personen, genoemd in paragraaf 8 van de
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie van 31 augustus en 11
september 1979, alsmede hun inwonende gezinsleden;
d. de strijdkrachten van vreemde mogendheden die partij zijn bij
het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. J355 en J416).
2. Personen die Nederlander zijn, en personen die in Nederland
duurzaam verblijf houden, zijn van de vrijstelling, genoemd in het
eerste lid, uitgezonderd.
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Artikel 6
De Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen
gemeentelijke belastingen wordt ingetrokken.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien
de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven
na 30 december 1996, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag
na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
en werkt zij terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diplomatieke en
internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997.
's-Gravenhage, 20 december 1996.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A.G.M. van de Vondervoort.
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend.
|
|
|