| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gerechtsdeurwaarderswet
BESLUIT
TARIEVEN AMBTSHANDELINGEN GERECHTSDEURWAARDERS
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 4 juli 2001, houdende nadere regels inzake de
ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders en de tarieven (Besluit
tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 23 mei
2001, nr. 5099743/01/6;
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 21 van de
Gerechtsdeurwaarderswet, en de artikelen 57, vijfde lid, 57a, derde lid,
en 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
De Raad van State gehoord (advies van 21 juni 2001, nr. W03.01.0251);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van
2 juli 2001, nr. 5105381/01/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Vaste schuldenaarstarieven
Artikel 1
De schuldenaarstarieven, vastgesteld bij of krachtens dit besluit
dienen mede tot dekking van de rechtstreeks met de ambtshandeling
samenhangende voorbereidende, uitvoerende en afrondende werkzaamheden
die voor een goede verrichting van die ambtshandeling noodzakelijk zijn.
Artikel 2
Onverminderd de artikelen 5 tot en met 11 en 14, bedragen de kosten,
bedoeld in de artikelen 240 en 434a van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, voor het exploot van:
a. dagvaarding, oproeping of aanzegging die het geding inleidt:
76,17;
b. betekening van een titel: 73,31;
c. betekening van een verzoekschrift met oproeping om in rechte
te verschijnen of van een aanzegging, anders dan bedoeld in dit
artikel: 60,26;
d. betekening, anders dan bedoeld in dit artikel: 64,49;
e. beslag op roerende zaken, niet zijnde registergoederen, anders
dan bedoeld in een van de volgende onderdelen, of van nadere
aanduiding van de in beslag genomen roerende zaken: 100,18;
f. beslag op roerende zaken, niet zijnde registergoederen, die
zich bevinden op een zodanige plaats dat voor de toegang daartoe de
medewerking van een derde nodig is: 134,53;
g. beslag op rechten aan toonder of order, op effecten op naam of
op overige rechten, anders dan bedoeld in dit artikel: 198,25;
h. beslag op aandelen op naam in Nederlandse naamloze
vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid: 217,61;
i. beslag op aandelen aan toonder of van beslag onder derden,
anders dan beslag op periodieke betalingen: 159,64;
j. beslag onder derden op periodieke betalingen, anders dan
beslag als bedoeld onder k: 113,63;
k. beslag als bedoeld in artikel 479b van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering: 97,04;
l. beslag onder de schuldeiser zelf, ongeacht het beslagobject:
132,92;
m. executie tot afgifte van roerende zaken, niet zijnde
registergoederen: 231,25;
n. beslag tot verkrijging van afgifte of levering van roerende
zaken, niet zijnde registergoederen: 99,45;
o. beslag op onroerende zaken of op in Nederland te boek gestelde
luchtvaartuigen: 137,65;
p. opheffing van beslag op onroerende zaken of de verklaring,
bedoeld in artikel 575, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering: 49,12;
q. beslag op schepen of niet in Nederland te boek gestelde
luchtvaartuigen: 303,42;
r. gerechtelijke inbewaringgeving: 206,46;
s. het aanslaan van biljetten houdende aankondiging van openbare
verkoop: 75,36;
t. executoriale openbare verkoop van roerende zaken: 263,73;
u. aanzegging van de overname van de executie van onroerende
zaken: 70,82;
v. gedwongen ontruiming van onroerende zaken: 197,04;
w. tenuitvoerlegging van lijfsdwang: 229,02.
Artikel 3
Onverminderd de artikelen 9, 10 en 11, bedragen de kosten, bedoeld in
artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, van
inning, verdere tenuitvoerlegging en verdeling van de opbrengst van
beslag op vorderingen tot periodieke betalingen, per maand waarin de
gerechtsdeurwaarder een betaling van de derde int:
a. in geval van enkelvoudig derdenbeslag: 9,71;
b. in geval van twee samenlopende derdenbeslagen: 15,44; en
c. voor ieder daarop volgend samenlopend derdenbeslag: 5,74
per beslag.
Artikel 4
1.Onverminderd de artikelen 9, 10 en 11, bedragen de kosten,
bedoeld in artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, voor de ambtshandeling, bedoeld in artikel 2, onder
b, d tot en met o en q tot en met w, die geen doorgang vindt, de helft
van het bedrag, vastgesteld bij of krachtens het desbetreffende
onderdeel van artikel 2, indien:
a. de gerechtsdeurwaarder ter plaatse van de uitvoering van de
desbetreffende ambtshandeling is aangetreden, en
b. de ambtshandeling geen doorgang heeft gevonden omdat de
schuldenaar vrijwillig de uit de executoriale titel blijkende
verplichting tot de prestatie nakomt die met die ambtshandeling
zou worden afgedwongen, of omdat zijn gehele of gedeeltelijke
prestatie leidt tot beeοndiging van de tenuitvoerlegging van de
executoriale titel.
2.Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande
dat de kosten worden verhoogd met de helft van het desbetreffende
bedrag.
Artikel 5
Indien de gerechtsdeurwaarder met betrekking tot dezelfde roerende
zaken de ambtshandelingen, bedoeld in artikel 2, onder m en n, verricht,
worden de kosten van de ambtshandeling, vastgesteld in artikel 2, onder
m, verminderd met 18,59.
Artikel 6
Indien de gerechtsdeurwaarder zich op grond van een wettelijk
voorschrift voor de goede verrichting van de ambtshandeling laat
bijstaan door een of meer getuigen, worden de kosten van de
ambtshandeling:
a. bedoeld in artikel 2, onder e, f, g, en n, verhoogd met
18,94;
b. bedoeld in artikel 2, onder m, o, q, v en w, verhoogd met
66,32.
Artikel 7
Indien uit het exploot blijkt dat de uitvoering ter plaatse van de
ambtshandeling:
a. bedoeld in artikel 2, onder e, f, g, h en n, langer dan
anderhalf uur heeft geduurd, of
b. bedoeld in artikel 2, onder m, q, r, t, v en w, langer dan
drie uur heeft geduurd, worden de kosten verhoogd met 18,59 voor
iedere 15 minuten dat de uitvoering ter plaatse van de
ambtshandeling langer dan anderhalf uur, respectievelijk drie uur
heeft geduurd, en worden de kosten, vastgesteld bij of krachtens
artikel 6, verhoogd met 11,02 voor iedere 15 minuten dat de
bijstand door de getuige daarbij langer dan anderhalf uur,
respectievelijk drie uur heeft geduurd.
Artikel 8
1. Voor de toepassing van artikel 434a van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, worden de kosten verhoogd met 23,44
indien:
a. het exploot, nadat betekening aan de laatstelijk aan de
opdrachtgever bekendgeworden woon- of verblijfplaats van de
schuldenaar eens of meermalen niet mogelijk is gebleken, op een
volgend adres wordt betekend, en
b. de gerechtsdeurwaarder aan de voet van het exploot de data
vermeldt waarop dat adres is geverifieerd aan de hand van gegevens
uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens of het
Handelsregister, en waarop betekening aan dat adres niet mogelijk
is gebleken.
2. Voor de toepassing van artikel 434a van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, worden de kosten van het exploot, bedoeld
in artikel 2, onder e en w, verhoogd met 47,20 onderscheidenlijk
92,32, indien de gerechtsdeurwaarder:
a. de desbetreffende ambtshandeling heeft verricht nadat een of
meer eerdere pogingen daartoe geen doorgang vonden wegens
afwezigheid van de schuldenaar of een persoon die hem kan
vertegenwoordigen op de plaats van het beslag, onderscheidenlijk
de afwezigheid van de schuldenaar op de voorziene plaats van
tenuitvoerlegging van de lijfsdwang;
b. voorafgaand aan de eerdere poging of pogingen de schuldenaar
schriftelijk over het tijdstip en doel van zijn komst heeft
bericht, en
c. in het exploot de feiten, bedoeld in de onderdelen a en b,
heeft gerelateerd.
Artikel 9
1.De kosten worden verhoogd met de door de gerechtsdeurwaarder
gedane verschotten, voor zover:
a. het doen en het beloop van de verschotten voor de goede
verrichting van de ambtshandeling noodzakelijk waren en aan de
voet van het exploot afzonderlijk zijn vermeld;
b. de verschotten niet eerder zijn betrokken in de berekening
van de proceskosten of de bepaling van de kosten van
tenuitvoerlegging, en
c. indien het betreft kosten waarvan de hoogte niet bij
wettelijk voorschrift is vastgesteld, het tweede en derde lid in
acht zijn genomen.
2.De gerechtsdeurwaarder verklaart in het exploot dat het doen en
het beloop van de verschotten voor de goede verrichting van de
ambtshandeling noodzakelijk waren en dat hij geen rechtstreeks of
middellijk belang heeft in de onderneming of derde die de kosten
factureerde.
3.De gerechtsdeurwaarder hecht een afschrift van de factuur van de
verschotten aan het exploot. Indien de factuur later wordt ontvangen,
wordt deze uiterlijk op de vijftiende dag na de maand waarin de
desbetreffende levering of de dienst is verricht in afschrift aan het
exploot gehecht en aan de schuldenaar toegezonden. De
gerechtsdeurwaarder maakt van de toezending aantekening aan de voet
van het exploot en voorziet de aantekening van een dag- en
handtekening.
Artikel 10
De kosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het
percentage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de
Omzetbelasting 1968, indien de opdrachtgever de hem in rekening
gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen
en zulks nadrukkelijk verklaart, en de gerechtsdeurwaarder aan de voet
van het exploot verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn
verhoogd.
Artikel 11
Deze paragraaf blijft buiten toepassing ten aanzien van:
a. de ambtshandeling waartoe de opdrachtgever in de gegeven
omstandigheden, waaronder zijn belangen, die van de schuldenaar en
hetgeen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is, naar het
oordeel van de rechter in redelijkheid niet had kunnen besluiten, en
b. het exploot waarbij een gebrek in een eerder exploot is
hersteld.
§ 2. Voorschotten
Artikel 12
1.De gerechtsdeurwaarder vraagt de opdrachtgever bij wijze van
voorschot geen hoger bedrag dan het bedrag dat op grond van paragraaf
1, met uitzondering van de artikelen 4 en 11, onder a, wordt
vastgesteld. De verhogingen, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 9, worden
gebaseerd op de kosten die naar zijn oordeel voor de goede verrichting
van de ambtshandeling noodzakelijk zullen zijn.
2.Voor andere ambtshandelingen dan die bedoeld in de artikelen 2 en
3 kan de gerechtsdeurwaarder bij wijze van voorschot een redelijk
bedrag vragen.
Artikel 13
Indien aan de opdrachtgever een toevoeging als bedoeld in artikel 24
van de Wet op de Rechtsbijstand is verleend, vraagt de
gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever bij wijze van voorschot geen bedrag
dat hoger is dan het bedrag dat op grond van de artikelen 9 en 10 wordt
vastgesteld. Het bedrag, bedoeld in artikel 9, wordt gebaseerd op de
kosten die naar zijn oordeel voor de goede verrichting van de
ambtshandeling noodzakelijk zullen zijn.
§ 3. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 14
1. De bedragen, vastgesteld in de artikelen 2 tot en met 8, gelden
tot en met 31 december 2002 en worden jaarlijks met ingang van 1
januari door Onze Minister gewijzigd met een percentage dat
overeenkomt met 0,6 x (A B) + (0,4 x C), waarbij:
a. A gelijk is aan het procentuele verschil tussen het
indexcijfer van de CAO-lonen per uur, inclusief bijzondere
beloningen van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan
voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau
voor de Statistiek zijn bekendgemaakt;
b. B gelijk is aan het procentuele verschil tussen het
indexcijfer van de arbeidsproductiviteit in alle sectoren van het
jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande
jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de
Statistiek zijn bekendgemaakt;
c. C gelijk is aan het procentuele verschil tussen de
consumentenprijsindexcijfers voor alle huishoudens op de meest
recente tijdsbasis van het jaargemiddelde van het jaar t-2, zoals
die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn
bekendgemaakt, en
d. onder t-2 wordt verstaan het tweede jaar voorafgaand aan het
jaar waarin de gewijzigde bedragen zullen gelden.
2. De tarieven die golden voor 1 januari van ieder jaar, blijven
van toepassing met betrekking tot de vergoeding van ambtshandelingen
die voor 1 januari van dat jaar zijn verricht.
Artikel 15
Het Deurwaardersreglement wordt ingetrokken.
Artikel 16
[Wijzigt het Besluit tarieven in strafzaken]
Artikel 17
Dit besluit berust op de artikelen 240en 434a van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 2 en 21 van de
Gerechtsdeurwaarderswet.
Artikel 18
Dit besluit, treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 2,
21 en 89 van de Gerechtsdeurwaarderswet in werking treden, met
uitzondering van artikel 14, dat in werking treedt met ingang van het
tijdstip waarop artikel 31, onderdeel L, van hoofdstuk 5 van het bij
koninklijke boodschap van 20 juni 2001 ingediende voorstel van wet tot
aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor
burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste
aanleg (Kamerstukken II 2000/2001, 27 824, nrs. 13), nadat het tot
wet is verheven, in werking treedt.
Artikel 19
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tarieven ambtshandelingen
gerechtsdeurwaarders.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 juli 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
N.A. Kalsbeek
Uitgegeven de tiende juli 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|