De verordening, bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de
Gerechtsdeurwaarderswet, wordt als volgt vastgesteld.
Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders
Artikel 1 (algemeen)
De gerechtsdeurwaarder gedraagt zich zoals een goed
gerechtsdeurwaarder betaamt.
Artikel 2 (onafhankelijkheid en onpartijdigheid)
De gerechtsdeurwaarder oefent zijn beroep zo uit dat zijn
onafhankelijkheid en ambtelijke onpartijdigheid niet in gevaar komen.
Artikel 3 (beroepsuitoefening)
De gerechtsdeurwaarder oefent zijn beroep zodanig uit dat een goede
vervulling van zijn ambtelijke verplichtingen gewaarborgd is.
Artikel 4 (organisatie)
De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat de inrichting en de
organisatie van zijn kantoor voldoen aan de eisen van een goede
praktijkuitoefening. Hij ziet er op toe dat zijn medewerkers over de
bekwaamheid beschikken die is vereist voor het verrichten van de aan hen
opgedragen werkzaamheden.
Artikel 5 (geheimhouding)
De gerechtsdeurwaarder verwerkt vertrouwelijke gegevens die in de
uitoefening van zijn beroep te zijner kennis zijn gekomen, niet verder
of anders, en aan die gegevens geeft hij niet verder of anders
bekendheid, dan voor de zorgvuldige vervulling van zijn beroep wordt
vereist en hem bij of krachtens de wet is toegestaan.
Artikel 6 (weigering opdracht; informatieplicht)
Indien de gerechtsdeurwaarder meent een aan hem verstrekte opdracht
niet te kunnen uitvoeren stelt hij zijn opdrachtgever hiervan onverwijld
in kennis.
Dit geldt ook in geval van onzekerheid of onduidelijkheid omtrent een
opdracht.
Artikel 7 (teruggave opdracht)
Indien de gerechtsdeurwaarder voorziet dat hij een opdracht niet
tijdig kan uitvoeren geeft hij deze zo spoedig mogelijk terug.
Artikel 8 (uitoefenen van druk)
De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door het aankondigen van
maatregelen, welke hij niet uit hoofde van zijn opdracht, de wet en de
hem verstrekte titel daadwerkelijk kan nemen.
Artikel 9 (correspondentie in rechte)
De gerechtsdeurwaarder is gerechtigd de door hem met de raadsman van
de wederpartij gewisselde brieven in het geding te brengen, tenzij hij
weet of moet begrijpen dat de inhoud daarvan een zo vertrouwelijk
karakter draagt, dat toestemming ter zake van de raadsman van de
wederpartij niet kan worden gemist.
Artikel 10 (financiële aangelegenheden)
De gerechtsdeurwaarder handelt nauwgezet en zorgvuldig in financiële
aangelegenheden. Hij maakt geen onnodige kosten.
Artikel 11 (tarieven; proportionaliteit kosten)
De gerechtsdeurwaarder legt jegens de opdrachtgever vast welke
tarieven hij hanteert. De gerechtsdeurwaarder informeert de
opdrachtgever indien de kosten verbonden aan de uitvoering van de
opdracht - gelet op alle omstandigheden - onevenredig hoog dreigen te
worden.
Artikel 12 (optreden gerechtsdeurwaarder)
Wanneer de gerechtsdeurwaarder zich presenteert doet hij dit
zorgvuldig en in overeenstemming met de eisen van zijn beroep.
Artikel 13 (gefinancierde rechtsbijstand)
Indien de gerechtsdeurwaarder goede gronden heeft om aan te nemen dat
zijn cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, wijst
hij deze cliënt op de mogelijkheid daartoe.
Artikel 14 (bijhouden vakbekwaamheid)
De gerechtsdeurwaarder zorgt dat zijn vakkennis en praktische
vaardigheid in overeenstemming blijven met de eisen die maatschappelijke
en beroepsmatige ontwikkelingen daaraan stellen.
Artikel 15
1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beroeps- en
gedragsregels gerechtsdeurwaarders.
2. Het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van
Gerechtsdeurwaarders (KBvG) is bevoegd tot het geven van nadere regels
betreffende de in deze verordening behandelde onderwerpen.
3. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid zijn slechts
verbindend voor de leden en de organen van de KBvG en treden in werking
met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de dag van
bekendmaking of zoveel eerder als zij zelf bepaalt, met dien verstande
dat tussen de dag van de bekendmaking en die van de inwerkingtreding ten
minste een termijn van één maand ligt.
4. De nadere regels als bedoeld in het tweede lid kunnen bij besluit
van de Ledenraad worden vernietigd tot het moment waarop deze in werking
zijn getreden.