| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren (Gwwd)
BESLUIT
AANWIJZING DIERSOORTEN BESMETTELIJKE DIERZIEKTEN
Tekst zoals deze geldt op
7 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 4 februari 1994, houdende aanwijzing van
diersoorten ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onderdeel e,
van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij van 4 oktober 1993, nr. J. 9315353, Directie Juridische en
Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op Richtlijn nr. 85/511/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 18 november 1985 tot vaststelling van
gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer (PbEG
L 315), Richtlijn nr. 92/40/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire
maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PbEG L
167), Richtlijn nr. 92/66/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de
bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG L 260), Richtlijn
nr. 92/119/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17
december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen
voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke
maatregelen ten aanzien van vesiculaire varkensziekte (PbEG 1993,
L 62), Richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de
bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij
dieren en in produkten van dierlijke oorsprong teneinde door voedsel
overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (PbEG 1993,
L 62), Richtlijn nr. 93/53/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 24 juni 1993 tot vaststelling van minimale
communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten (PbEG
L 175), Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Europese Gemeenschappen van 26
juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het
intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en
produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne
markt (PbEG L 224) en Richtlijn nr. 92/65/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de
veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer
in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor
ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke
communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van
Richtlijn nr. 90/425/EEG geldt (PbEG L 268);
Gelet op de artikelen 15, eerste lid, onderdeel
e, en 85, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor
dieren;
Gezien het advies van de Raad voor
dierenaangelegenheden, het Landbouwschap, het Produktschap voor Pluimvee
en Eieren, het Produktschap voor Vis en Visprodukten en het Bedrijfschap
voor de Pluimveehandel en -industrie;
De Raad van State gehoord (advies van 30
november 1993, nr. W11.93.0661);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 1 februari
1994, nr. J. 9320678, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische
Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder wet: Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren.
Artikel 2
Als soorten van dieren bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel e,
van de wet worden aangewezen alle:
a. diersoorten behorend tot de klasse zoogdieren,
b. diersoorten behorend tot de klasse vogels,
c. vissen behorend tot de superklasse Agnatha en tot de klassen
Chondrichthyes en Osteichthyes, weekdieren van het phylum Mollusca
en schaaldieren van het subphylum Crustacea.
Artikel 3
Afdeling 2 van hoofdstuk VIII van de wet is van overeenkomstige
toepassing op maatregelen als bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van
de wet ter voorkoming en bestrijding van ingevolge artikel 15, eerste
lid, aanhef, van de wet aangewezen besmettelijke dierziekten bij in
artikel 2 aangewezen diersoorten.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing diersoorten
besmettelijke dierziekten.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 februari 1994
BEATRIX
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij,
J.D. Gabor
Uitgegeven de vijftiende maart 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|