104
van de wet niet naleven: 100%;
b. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen handelingen verrichten, waarmee het effect van een maatregel
ongedaan wordt gemaakt: 100%;
c. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel
114, eerste of tweede lid, van de wet niet kan aantonen van welke
bedrijven de op het bedrijf aanwezige dieren afkomstig zijn, en niet kan
aantonen dat de op het bedrijf aanwezige dieren langer dan zeventien
weken voorafgaand aan de vordering ononderbroken op het bedrijf aanwezig
zijn: 100%;
d. indien de eigenaar niet aantoont dat hij heeft voldaan aan een op
grond van een wettelijk voorschrift voor diens dieren geldende plicht
tot vaccinatie tegen de aangewezen dierziekte waarmee de dieren zijn
aangetast of waarvan de dieren worden verdacht: 100%;
e. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen een verplichting als bedoeld in artikel 5:20 van de Algemene
wet bestuursrecht of als bedoeld in artikel 115, eerste lid, van de wet
niet nakomen: 100%;
f. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10a, 35, 36 of 38,
eerste of derde lid, van de Veewet of de artikelen 3, 6, 8, 9, 10, 11,
17, 18, 20, 26, eerste lid, 30 of 97
van de wet niet naleven, voorzover de bepaling betrekking heeft op de
dierziekte in verband waarmee de maatregel is toegepast of op de
diersoort waarop de maatregel is toegepast: 35% per gebeurtenis;
g. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen het bepaalde bij of krachtens de Destructiewet niet naleven:
35% per gebeurtenis;
h. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen door een bedrijfslichaam vastgestelde regels niet naleven die
betrekking hebben op de preventieve gezondheidszorg bij het houden van
dieren van de soort waarop de maatregel is toegepast: 35% per
gebeurtenis;
i. indien de eigenaar of onder diens verantwoordelijkheid werkzame
personen het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4 of 96
van de wet niet naleven, voorzover de bepaling betrekking heeft op de
diersoort waarop de maatregel is toegepast: 15% bij één, twee, drie of
vier gebeurtenissen of 35%
bij vijf of meer gebeurtenissen;
j. in afwijking van onderdeel f, indien de eigenaar of onder diens
verantwoordelijkheid werkzame personen het bepaalde in de Regeling
inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 niet
naleven, 15% bij één, twee, drie of vier gebeurtenissen of 35%
bij vijf of meer gebeurtenissen.
2. De verlaging wordt niet toegepast op de tegemoetkoming
voorzover deze betrekking heeft op producten en voorwerpen.
3. Indien een tegemoetkoming die betrekking heeft op
verschillende diersoorten wordt verlaagd op grond van het eerste lid,
onderdelen f, g, h, i, onderscheidenlijk j, waarbij het verzuim geen
betrekking heeft op alle diersoorten waarop de tegemoetkoming betrekking
heeft, wordt de verlaging slechts toegepast op het deel van de
tegemoetkoming voor de diersoort of diersoorten waarop het verzuim
betrekking heeft.
4. Indien een tegemoetkoming meer dan één keer wordt verlaagd
wegens een van de gronden, bedoeld in het eerste lid, worden de
verlagingen bij elkaar opgeteld tot een maximum van 100% van de
tegemoetkoming per diersoort.
5. Een verlaging van de tegemoetkoming vindt niet plaats, indien:
a. de verlaging zou moeten worden opgelegd wegens een verzuim dat
zich heeft voorgedaan langer dan zeventien weken voor de bekendmaking
van het besluit tot het nemen van de maatregel op grond waarvan het
recht op een tegemoetkoming bestaat, en
b. in een aaneengesloten periode van zeventien weken nadat het
verzuim zich heeft voorgedaan in Nederland geen dieren zijn gedood of
raten zijn vernietigd ter uitvoering van een maatregel ter bestrijding
van dezelfde dierziekte als waarop de maatregel, bedoeld in onderdeel
a, betrekking heeft.
Artikel 4
1. [Wijzigt het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en
bestrijding besmettelijke dierziekten]
2. Dit besluit is slechts van toepassing op een besluit tot
vaststelling van een tegemoetkoming wegens een maatregel die is
getroffen na de inwerkingtreding van dit besluit.
3. Op een besluit tot vaststelling van een tegemoetkoming wegens
een maatregel, die is getroffen voor de inwerkingtreding van dit
besluit, blijven de artikelen, genoemd in het eerste lid, van
toepassing.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlaging
tegemoetkoming aangewezen dierziekten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij horende
nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 13 oktober 2000
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de negentiende december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals