BESLUIT van 25 januari 1996, houdende regels met betrekking tot de
toepassing van voortplantingstechnieken bij dieren
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij van 12 juni 1995, nr. J. 958479, Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 42 en 55, eerste lid, van de Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren alsmede artikel 1, tweede lid, van de Wet op de
uitoefening van de diergeneeskunde 1990;
Gezien de adviezen van de Raad voor dierenaangelegenheden (d.d. 31
augustus 1994, kenmerk RDA/94306/HJ), de Koninklijke Nederlandse
Maatschappij voor Diergeneeskunde (d.d. 23 augustus 1994, kenmerk
0781.94/Jsve), het Landbouwschap (d.d. 29 augustus 1994, kenmerk
B042560.W01), de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (d.d. 28
september 1994, kenmerk M/B 4.140 7.1.1), Natura Artis Magistra (d.d. 5
juli 1994), de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (d.d.
24 augustus 1994, kenmerk 194.02556/U94.02269/RV), het Produktschap
Pluimvee en Eieren en het Produktschap Vee en Vlees (d.d. 30 augustus
1994, kenmerk mha nr. 26615), het Produktschap voor Vis en Visprodukten
(d.d. 22 augustus 1994, kenmerk 0975/95/JvS/AK), Rechten voor al wat
leeft (d.d. 9 september 1994), Regelgeving Veeverbetering Nederland (d.d.
1 september 1994, kenmerk 94-R0021/WW/JvG), de Stichting voor
Gezelschapsdieren (d.d. 19 augustus 1994, kenmerk 9408.40/RW), de
Stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen (d.d. 29 augustus 1994), de
Vereniging voor Fokkerijinstellingen van Varkens (d.d. 10 augustus 1994,
kenmerk JvL/MK/472) en Zuid-Oost Genetics (d.d. 9 augustus 1994);
De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1995,
nr. W11.95.0298);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij van 18 januari 1995, nr. J. 9517527, Directie Juridische
Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. voortplantingstechniek: handeling of direct met elkaar
samenhangende handelingen, bestemd om
- geslachtsprodukten te winnen,
- bevruchting tot stand te brengen met behulp van gewonnen
geslachtsprodukten, of
- dracht tot stand te brengen op andere dan natuurlijke wijze;
c. geslachtsprodukten: sperma, eicellen en embryo's alsmede delen
daarvan.
Artikel 2
1. Als dieren in de zin van artikel 42 van de wet worden
aangewezen: zoogdieren.
2. Als dieren in de zin van artikel 55, eerste lid, van de wet
worden aangewezen zoogdieren, reptielen, vissen, amfibieën en vogels.
Artikel 3
1. Voortplantingstechnieken worden toegepast op zodanige wijze
dat bij het dier niet onnodig pijn, letsel, stress of ander ongerief
wordt veroorzaakt.
2. Het is verboden om anders dan als beroep eicellen en embryo's
te winnen en in te brengen.
Artikel 4
Het operatief verwijderen van een deel van de testes bij meervallen
onder narcose is gedurende vijf jaar na in werking treden van dit
besluit toegestaan.
Artikel 5
1. Het is verboden sperma te winnen door middel van elektrische
prikkeling.
2. Het eerste lid geldt niet voor spermawinning ten behoeve van
een door de European Association of Zoos and Aquaria gecoördineerd
Europees fokprogramma voor zover het dier onder algehele narcose is
gebracht en de elektrische prikkeling geschiedt door of onder toezicht
van een dierenarts.
Artikel 6
Het operatief winnen van eicellen bij zoogdieren door middel van een
transvaginale follikelpunctie is toegestaan.
Artikel 7
Dit besluit is niet van toepassing op dierproeven in de zin van de
Wet op de dierproeven.
Artikel 8
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 9
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat
vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd
aan beide Kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die
termijn door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde
van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te
kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet
wordt geregeld.
2. Onverminderd het eerste lid, kan het tijdstip van
inwerkingtreding voor de verschillende artikelen of onderdelen van
artikelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voortplantingstechnieken
bij dieren.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 januari 1996
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
Uitgegeven de negenentwintigste februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager