| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren (Gwwd)
INGREPENBESLUIT
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 25 januari 1996, houdende aanwijzing van en regelen
omtrent toegestane ingrepen bij dieren
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij van 3 juli 1995, nr. 959812, Directie Juridische Zaken;
Gelet op Richtlijn nr. 91/630/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 19 november 1991 tot vaststelling van minimumnormen
ter bescherming van varkens en gelet op artikel 40, tweede lid,
onderdeel c, en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren, alsmede op artikel 1, vierde lid, van de Wet op de
uitoefening van de diergeneeskunde 1990;
Gezien de adviezen van de Raad voor dierenaangelegenheden (29 juni
1994, RDA/94219/HJ), de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van
Dieren (14 juli 1994, 194.00753/U94.02069/RV), de Koninklijke
Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (25 mei 1994, 0527.94/Jsve),
het Landbouwschap (17 mei 1994, B042404a.Wo1), het Produktschap voor Vis
en Visprodukten (10 mei 1994, 0555/95/JvS/MZ), de Organisatie ter
Verbetering van de Binnenvisserij (23 maart 1994, 0637/Ra/Pe), het
Produktschap Pluimvee en Eieren tezamen met het Produktschap Vee en
Vlees (16 mei 1994, mha nr. 19972), de Nederlandse Vereniging van
Sportvissersfederaties (10 mei 1994, JW/IR.05002), de Stichting voor
Gezelschapsdieren (19 mei 1994, 9405.30/RW), Rechten voor al wat leeft
(30 mei 1994) en de Koninklijke Vereniging "Het Nederlandsche
Trekpaard" (2 mei 1994);
De Raad van State gehoord (advies van 3 oktober 1995,
nr.
W.11.95.0335);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij van 18 januari 1996, nr. J. 9517241, Directie Juridische
Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. ingreep: lichamelijke ingreep bij een dier waarbij een deel of
delen van het lichaam wordt of worden verwijderd of beschadigd;
c. ongewervelden: halfgewervelde en ongewervelde dieren, alsmede
ééncellige dieren.
§ 2. Toegestane ingrepen
Artikel 2
1. Als ingrepen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel c
, van de wet, worden aangewezen:
a. ingrepen bij ongewervelden;
b. het inbrengen van een injectienaald;
c. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen,
tenzij reeds een oormerk als bedoeld in het tweede lid, onderdeel
a, of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift
verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht;
d. het leewieken van vogels die worden gehouden of aantoonbaar
bestemd zijn om te worden gehouden in een niet gesloten ruimte;
e. het verwijderen van een deel van de achterste teen bij
mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de
nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke
consumptie;
f. het verwijderen van de sporen bij mannelijke kippen bestemd
voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden
gehouden voor de menselijke consumptie;
g. het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kippen en
kalkoenen jonger dan 10 dagen;
h. het verwijderen van de kammen bij mannelijke kippen bestemd
voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden
gehouden voor de menselijke consumptie;
i. [vervallen]
j. het onthoornen van geiten die worden gehouden met het oog op
de melkproduktie, van runderen en schapen, alsmede van dieren die
in een dierentuin worden gehouden;
k. het verwijderen van het gewei bij herten;
l. het met het oog op de veiligheid van mens of dier aanbrengen
van een gladde roestvrijstalen neusring bij mannelijke varkens en
mannelijke runderen bestemd voor de fokkerij;
m. [vervallen]
n. [vervallen]
o. het verwijderen van een deel van de staart bij biggen tot de
leeftijd van vier dagen indien blijkt dat zich op het bedrijf
staartverwondingen voordoen wanneer de ingreep niet is toegepast;
p. [vervallen;]
q. het door vijlen uniform verkleinen van de hoektanden van
biggen tot de leeftijd van zeven dagen indien blijkt dat de uiers
van zeugen of de oren of staarten van andere varkens worden
verwond wanneer de ingreep niet is toegepast, en onder de
voorwaarde dat de tanden glad en intact blijven;
r. het met het oog op leeftijdsonderzoek of visstandbeheer
nemen van schubben bij vissen;
s. het aanbrengen van een neuskapje bij fazanten;
t. het verwijderen van bijklauwtjes bij honden tot de leeftijd
van vier dagen;
u. [vervallen]
v. het verwijderen van bijspenen;
w. de endoscopische geslachtsbepaling bij diersoorten zonder
geslachtsdimorfisme, en
x. het verrichten van de keizersnede ter verkrijging van
Specific Pathogen Free dieren of gnotobionten.
2. Voorts worden aangewezen de navolgende ingrepen, voorzover zij
dienen ter identificatie van een dier, met dien verstande dat bij het
dier ten hoogste twee van die ingrepen mogen worden verricht:
a. het aanbrengen van een oormerk in één oor bij runderen,
varkens, schapen en geiten;
b. het aanbrengen van een merkteken aan een vleugel bij kippen;
c. het aanbrengen van een tatoeage;
d. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van
micro-electronica;
e. het inknippen van teenvliezen bij kippen en eenden;
f. het verwijderen van een stukje van de oorschelp bij
knaagdieren, onvruchtbaar gemaakte verwilderde zwerfkatten,
alsmede bij dieren die in een dierentuin in groepen worden
gehouden;
g. het verwijderen van een teen bij pasgeboren knaagdieren;
h. het nemen van ten hoogste vijf schubben bij reptielen;
i. het verwijderen of perforeren van delen van vinnen,
vetvinnen of vinstralen bij vissen;
j. het aanbrengen bij vissen van een uitwendig door middel van
een draad in huid, onderliggend spierweefsel of bekhoek bevestigd
genummerd metalen of kunststof plaatje of genummerd kunststof
pijpje of slangetje;
k. [vervallen]
l. het vriesbranden bij runderen, paarden en vissen;
3. Het verkorten van de boven- en ondersnavel van eenden wordt
aangewezen als ingreep als bedoeld in artikel 40, tweede lid,
onderdeel c, van de wet voor de duur van een tijdvak van tien jaar
vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voorzover de
ingreep wordt uitgevoerd bij eenden die worden gehouden in een
huisvestingssysteem met volledig roostervloer waarvan de gebruiker kan
aantonen dat het op het moment van inwerkingtreding van dit besluit
reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.
Artikel 3
De in artikel 40, tweede lid, onderdeel d, van de wet en de in
artikel 2 bedoelde ingrepen worden uitgevoerd op zodanige wijze dat bij
het dier niet onnodig pijn of letsel wordt veroorzaakt en het dier niet
meer dan nodig is in zijn functioneren wordt belemmerd.
Artikel 4
1. De ingrepen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen e, f,
g, voor zover het betreft het verkorten van de boven- en ondersnavel
bij kippen of kalkoenen die worden gehouden of bestemd zijn om te
worden gehouden, in een huisvestingssysteem waarin de dieren zich
vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende
niveaus binnen de stal kunnen bewegen, dan wel dat voldoet aan artikel
4 van het Legkippenbesluit 2003, en onderdeel h, voor zover het
betreft het verwijderen van kammen bij mannelijke kippen bestemd voor
de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor
het leggen van eieren bestemd voor de menselijke consumptie, worden
aangewezen tot 1 september 2006.
2. In afwijking van het eerste lid, worden de ingrepen, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h en s, aangewezen tot 1
september 2011, voor zover zij worden verricht bij dieren die worden
gehouden of aantoonbaar bestemd zijn om te worden gehouden in een
huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1
september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.
3. In afwijking van artikel 2, tweede lid, mag het aantal ingrepen
ter identificatie na afloop van een tijdvak van vijf jaar vanaf het
tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, slechts één bedragen
indien bij het dier reeds één ingreep ter identificatie verplicht
dan wel toegestaan is bij of krachtens enig ander wettelijk
voorschrift. Indien reeds twee of meer ingrepen bij of krachtens ander
wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan zijn, mogen vanaf het
voornoemde tijdstip geen ingrepen ter identificatie meer worden
verricht.
§ 3. Wijziging andere regelgeving
Artikel 5
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 6
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 7
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat
vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd
aan beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die
termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde
van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te
kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet
wordt geregeld.
2. Onverminderd het eerste lid, kan het tijdstip van
inwerkingtreding voor de verschillende artikelen of onderdelen van
artikelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Ingrepenbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 25 januari 1996
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
Uitgegeven de negenentwintigste februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|