| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren (Gwwd)
LEGKIPPENBESLUIT
2003
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 27 mei 2003, houdende regels voor de huisvesting en
verzorging van legkippen (Legkippenbesluit 2003)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij van 26 maart 2003, nr. TRCJZ/2003/2049, Directie Juridische
Zaken;
Gelet op Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van de Europese Unie van 19
juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van
legkippen (PbEG L 203) alsmede op de artikelen 35, 38, 40, tweede lid,
onderdeel c, 45, 108 en 111 van de Gezondheids- en welzijnswet voor
dieren;
De Raad van State gehoord (advies van 9 mei 2003; nr. W11.03.0114/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij van 26 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/4668, Directie
Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren;
b. legkip: legrijpe kip van de soort
Gallus gallus die wordt gehouden voor de productie van andere eieren
dan broedeieren;
c. huisvestingssysteem: voorziening
waarin legkippen op dezelfde wijze worden gehouden;
d. kooi: afgesloten ruimte bestemd
voor het houden van één of meer legkippen waarin de legkippen zich
niet vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende
niveaus binnen de stal kunnen bewegen;
e. bruikbare oppervlakte: een ten
minste 30 cm breed oppervlak met een helling van ten hoogste 8
graden met boven het gehele oppervlak een vrije ruimte van ten
minste 45 cm hoogte. De oppervlakte van het nest wordt niet tot de
bruikbare oppervlakte gerekend;
f. nest: afgescheiden ruimte voor een
individuele legkip of een groep legkippen die geschikt is voor het
leggen van eieren en waarin een legkip niet in contact kan komen met
bodembestanddelen die bestaan uit draadgaas;
g. strooisel: houtkrullen, stro,
gehakseld stro, turf, zand of ander materiaal met een losse
structuur dat legkippen in staat stelt aan hun ethologische
behoeften te voldoen;
h. zitstok: horizontaal aangebrachte
stok of lat van hout, metaal of kunststof zonder scherpe randen waar
de legkip op kan zitten of rusten, in ieder geval niet bestaande uit
draadgaas.
Artikel 2
1. Dit besluit is niet van toepassing
op houders van legkippen die minder dan 350 legkippen houden.
2. Legkippen worden ten minste
gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 4, 7, 8, eerste en
tweede lid, 9 en 10.
3. In afwijking van het tweede lid is
het toegestaan legkippen in een kooi als bedoeld in artikel 4a te
houden indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd
overeenkomstig de artikelen 4a en 7 tot en met 10.
4. In afwijking van het tweede lid is
het tot en met 31 december 2020 toegestaan legkippen in een kooi als
bedoeld in artikel 5 te houden indien de legkippen ten minste worden
gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 5 en 7 tot en met
10, voor zover het een huisvestingssysteem betreft waarvan de
gebruiker kan aantonen dat:
a. het voor 18 april 2008 is
gebouwd, of
b. ten behoeve van dit
huisvestingssysteem voor 18 april 2008:
1°. een milieuvergunning als
bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend, of
2°. een aanvraag voor een
bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, is
gedaan en:
– een aanvraag voor een
milieuvergunning is gedaan, of
– een melding als bedoeld in
artikel 7 van het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan,
en dat het huisvestingssysteem
voor 18 april 2010 is gebouwd en in gebruik is genomen.
5. In afwijking van het tweede lid is
het tot en met 31 december 2011 toegestaan legkippen te houden in een
kooi als bedoeld in artikel 6indien de legkippen ten minste worden
gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 6, 7, 8, eerste,
tweede en vijfde lid, 9 en10, voor zover het een huisvestingssysteem
betreft waarvan de gebruiker kan aantonen dat het voor 1 januari 2003
is gebouwd en in gebruik is genomen.
Artikel 3
1.Onze Minister registreert houders van
legkippen. Hij verstrekt daartoe aan houders van legkippen een nummer
dat geschikt is om de voor de menselijke consumptie in de handel
gebrachte eieren te kunnen traceren.
2.Onze Minister kan nadere regels
stellen ter uitvoering van het eerste lid.
3.Het is verboden legkippen te houden
zonder te beschikken over een nummer als bedoeld in het eerste lid.
4.In de nadere regels, bedoeld in het
tweede lid kan Onze Minister de medewerking vorderen van het bestuur
van het Productschap Pluimvee en Eieren voor het stellen van regelen
omtrent het aanvragen en verstrekken van de in het eerste lid bedoelde
afzonderlijke nummers. In de nadere regels, bedoeld in het tweede lid
kan Onze Minister tevens de medewerking vorderen van bedoeld bestuur
ter zake van het bijhouden van het register en het verstrekken van de
nummers.
§ 2. Houden en huisvesten van legkippen
in alternatieve huisvestingssystemen
Artikel 4
1.Legkippen beschikken ten minste over:
a. 1111 cm2 bruikbare oppervlakte
per legkip;
b. één nest per 7 legkippen dan
wel een gemeenschappelijk nest van 1 m2 per 120 legkippen;
c. een met strooisel bedekte
oppervlakte van 250 cm2 per legkip waarbij in ieder geval een
derde deel van het grondoppervlak met strooisel is bedekt;
d. een zitstok met een lengte van
15 cm per legkip die niet is aangebracht boven het strooisel. De
horizontale afstand tussen de zitstokken bedraagt ten minste 30 cm
en tussen de zitstokken en de wand ten minste 20 cm;
e. een passende voorziening die het
doorgroeien van nagels tegengaat;
f. een voerbak waarvan de lengte
van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per
legkip bedraagt of, indien het een ronde voerbak betreft, ten
minste 4 cm per legkip, en
g. een bereikbare watervoorziening
bestaande uit:
1º. een continu werkende
drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen
toegankelijke kant ten minste 2,5 cm per legkip bedraagt;
2º. een ronde drinkbak waarvan
de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten
minste 1 cm per legkip bedraagt, of
3º. één drinknippel of één
waterbakje per 10 legkippen. Bij watervoorziening via nippels
of drinkwaterbakjes zijn per legkip ten minste twee nippels of
drinkwaterbakjes bereikbaar.
2.In een huisvestingssysteem waarin de
legkippen zich vrij op en tussen de verschillende niveaus kunnen
verplaatsen:
a. is het aantal niveaus op enig
punt boven de vloer beperkt tot vier;
b. bedraagt de vrije hoogte tussen
de niveaus ten minste 45 cm;
c. zijn de voeder- en
watervoorzieningen zo over de ruimte verdeeld dat alle legkippen
er gelijke toegang toe hebben, en
d. komen de uitwerpselen van de
legkippen die zich op de hogere niveaus bevinden niet op de voor
de legkippen toegankelijke lagere niveaus terecht.
3.In een huisvestingssysteem waarin de
legkippen toegang hebben tot een ruimte buiten:
a. geven over de hele lengte van
het gebouw verdeelde uitgangen rechtstreeks toegang tot de ruimte
buiten;
b. zijn de uitgangen ten minste 35
cm hoog en 40 cm breed;
c. hebben de beschikbare uitgangen
een gezamenlijke breedte van ten minste 2 m per 1000 legkippen;
d. heeft de ruimte buiten om
verontreiniging te voorkomen een grondoppervlakte die is afgestemd
op de bezettingsgraad en het bodemtype, en
e. is de ruimte buiten voorzien van
beschutting tegen slecht weer en roofdieren, en indien nodig van
passende drinkvoorzieningen.
4.Een overdekte ruimte mag tot de in
het eerste lid, onderdeel c, bedoelde oppervlakte worden gerekend
indien de ruimte in ieder geval vanaf 6 uur na het begin van de
lichtperiode in de stal onbeperkt toegankelijk is voor de legkippen,
gedurende ten minste 10 uren, en de toegangen tot de ruimte ten minste
35 cm hoog en 40 cm breed zijn en een gezamenlijke breedte hebben van
ten minste 2 m per 1000 legkippen;
5.De oppervlakken die tot de bruikbare
oppervlakte wordt gerekend bieden steun aan alle naar voren gerichte
tenen van beide poten van de legkip.
§ 3. Houden en huisvesten van legkippen
in kooihuisvestingssystemen
§ 3.1. Houden en huisvesten van
legkippen in aangepaste kooien
Artikel 4a
1. Een kooi als bedoeld in artikel 2,
derde lid, heeft:
a. een hoogte van ten minste 60 cm
aan de zijde van de kooi waar de voerbak zich bevindt;
b. een hoogte van ten minste 50 cm
boven de bruikbare oppervlakte;
c. een oppervlakte van ten minste
25.000 cm2, en
d. ten minste twee zitstokken.
2. Legkippen die worden gehuisvest in
een kooi als bedoeld in artikel 2, derde lid, hebben ten minste de
beschikking over:
a. 800 cm2 bruikbare oppervlakte
per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en 900
cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van meer dan
twee kilogram;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte
waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van
ten minste 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok
van ten minste 20 cm;
e. een voerbak met een lengte van
de voor de legkippen toegankelijke kant van ten minste 12 cm per
legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en van ten
minste 14.5 cm per legkip met een gewicht van meer dan twee
kilogram;
f. een passende voorziening die het
doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot
waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten
minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drink-nippels of
drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip
bereikbaar zijn.
3. De zitstokken, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel d, worden op verschillende hoogtes in de kooi
geplaatst.
4. Het nest, bedoeld in het tweede lid,
onderdeel b, is minder verlicht dan andere gedeelten van de kooi en
heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30
of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de
kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
5. De met strooisel bedekte ruimte,
bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft een oppervlak van ten
minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30
of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de
kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
Artikel 5
1. Legkippen die worden gehuisvest in
een kooi als bedoeld in artikel 2, vierde lid hebben ten minste de
beschikking over:
a. 750 cm2 oppervlakte waarvan 600
cm2 bruikbare oppervlakte per legkip, met dien verstande dat de
kooi boven andere plaatsen dan de bruikbare oppervlakte op elk
punt ten minste 20 cm hoog moet zijn en dat de totale oppervlakte
van een kooi niet kleiner mag zijn dan 2000 cm2;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte
die ten minste 20 cm hoog is, waar de legkippen kunnen scharrelen
en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van
15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van 20 cm;
e. een voerbak waarvan de lengte
van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 12 cm per
legkip bedraagt;
f. een passende voorziening die het
doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot
waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten
minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drinknippels of
drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip
bereikbaar zijn.
2. De bodem van de kooi biedt steun aan
alle naar voren gerichte tenen van beide poten van de legkip.
§ 3.2. Houden en huisvesten van
legkippen in niet-aangepaste kooien
Artikel 6
1. Legkippen die worden gehuisvest in
een kooi als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, hebben ten minste de
beschikking over:
a. een grondoppervlakte van 550
cm2, horizontaal gemeten, die vrij beschikbaar is en waarvan de
helling niet meer bedraagt dan 8 graden, met een vrije ruimte van
40 cm boven 65% van de grondoppervlakte en een vrije ruimte van 35
cm boven de overige grondoppervlakte. De ruimte onder de
morsranden die de beschikbare grondoppervlakte kunnen beperken,
wordt niet tot de grondoppervlakte gerekend;
b. een voerbak waarvan de lengte
van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per
legkip bedraagt;
c. een continu werkende drinkgoot
waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten
minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drinknippels of
drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip
bereikbaar zijn, en
d. een passende voorziening die het
doorgroeien van nagels tegengaat.
2. De bodem van de kooi biedt steun aan
alle naar voren gerichte tenen van beide poten van de legkip.
§ 4. Algemene eisen aan het huisvesten
en verzorgen
Artikel 7
1.Het geluidsniveau wordt zo laag
mogelijk gehouden. Aanhoudend of plotseling lawaai wordt vermeden.
Constructie, opstelling, onderhoud en werking van
ventilatietoestellen, voedermachines of andere apparaten veroorzaken
zo weinig mogelijk lawaai.
2.Het huisvestingssysteem is zodanig
opgezet dat een legkip niet kan ontsnappen.
Artikel 8
1.De legkippen worden ten minste
eenmaal per dag door de houder geïnspecteerd.
2.De inrichting van het
huisvestingssysteem is zodanig dat alle lagen en kooien rechtstreeks
en moeiteloos kunnen worden geïnspecteerd en de legkippen gemakkelijk
kunnen worden verwijderd.
3.Rijen kooien zijn van elkaar
gescheiden door gangen van ten minste 90 cm breed.
4.De bodem van de onderste kooi is ten
minste 35 cm boven de vloer van het gebouw geplaatst.
5.De vorm en de grootte van de
kooiopening zijn zodanig dat een volwassen legkip uit de kooi kan
worden gehaald zonder dat dit lijden of verwondingen veroorzaakt.
Artikel 9
1.Er is voldoende goed werkende
verlichtingsapparatuur aanwezig voor een grondige inspectie van iedere
legkip op elk willekeurig tijdstip.
2.Een stal waarin legkippen zijn
ondergebracht is gedurende de lichtperiode zodanig verlicht dat de
legkippen elkaar duidelijk kunnen zien, dat zij hun omgeving visueel
kunnen verkennen en dat zij hun gebruikelijke activiteiten kunnen
ontplooien. In geval van verlichting met daglicht zijn de
lichtopeningen zodanig gepositioneerd dat het licht gelijkmatig over
de stal en de kooien wordt verdeeld.
3.Per 24 uur is er een ononderbroken
duisternisperiode van 8 uur waarin de legkippen kunnen rusten. Bij de
vermindering van kunstlicht wordt een periode van halfduister in acht
genomen om de legkippen de gelegenheid te geven zonder verwondingen op
stok te gaan.
Artikel 10
1.De uitwerpselen van legkippen worden
regelmatig verwijderd. Dode legkippen worden dagelijks verwijderd.
2.Lokalen, uitrusting en gereedschappen
waarmee de legkippen in aanraking komen, worden regelmatig grondig
gereinigd en ontsmet, in elk geval telkens wanneer de kooien om
sanitaire redenen worden leeggemaakt, en ook voordat een nieuwe partij
legkippen wordt binnengebracht. Zolang de stal of de kooien bezet
zijn, worden alle oppervlakken en alle installaties goed schoon
gehouden.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit welzijn
productiedieren]
Artikel 12
[Wijzigt het Ingrepenbesluit]
Artikel 13
1.Het Besluit legbatterijen wordt
ingetrokken.
2.Het Besluit huisvesting legkippen
wordt ingetrokken.
3.Het Legkippenbesluit wordt
ingetrokken.
Artikel 14
Artikel 4 is tot en met 1 januari 2007
niet van toepassing op een huisvestingssysteem als bedoeld in dat
artikel indien de houder kan aantonen dat het huisvestingssysteem voor 1
januari 2002 is gebouwd en in gebruik genomen en sedertdien niet is ver-
of herbouwd.
Artikel 15
De artikelen van dit besluit treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat 30 dagen
zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan beide
kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of
namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het
grondwettelijke aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt
gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet wordt geregeld.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als:
Legkippenbesluit 2003.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 27 mei 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij,
B.J. Odink
Uitgegeven de tiende februari 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|