6
uur na het begin van de lichtperiode in de stal onbeperkt toegankelijk
is voor de legkippen, gedurende ten minste 10 uren, en de toegangen tot
de ruimte ten minste 35 cm hoog en 40 cm breed zijn en een gezamenlijke
breedte hebben van ten minste 2 m per 1000 legkippen;
5. De oppervlakken die tot de bruikbare oppervlakte wordt
gerekend bieden steun aan alle naar voren gerichte tenen van beide poten
van de legkip.
§ 3. Houden en huisvesten van legkippen in kooihuisvestingssystemen
§ 3.1 Houden en huisvesten van legkippen in aangepaste kooien
Artikel 5
1. Legkippen die worden gehuisvest in een kooi hebben ten
minste de beschikking over:
a. 750 cm2 oppervlakte waarvan 600 cm2 bruikbare oppervlakte per
legkip, met dien verstande dat de kooi boven andere plaatsen dan de
bruikbare oppervlakte op elk punt ten minste 20 cm hoog moet zijn en
dat de totale oppervlakte van een kooi niet kleiner mag zijn dan 2000
cm2;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte die ten minste 20 cm hoog is,
waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van 15 cm per legkip en een vrije
ruimte boven de zitstok van 20 cm;
e. een voerbak waarvan de lengte van de voor de legkippen
toegankelijke kant ten minste 12 cm per legkip bedraagt;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels
tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de
legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan
wel drinknippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor
een legkip bereikbaar zijn.
2. De bodem van de kooi biedt steun aan alle naar voren gerichte
tenen van beide poten van de legkip.
§ 3.2 Houden en huisvesten van legkippen in niet-aangepaste kooien
Artikel 6
1. Legkippen die worden gehuisvest in een kooi, waarvan de
gebruiker kan aantonen dat de kooi deel uitmaakt van een
huisvestingssysteem dat voor 1 januari 2003 is gebouwd en in gebruik
genomen, hebben ten minste de beschikking over:
a. een grondoppervlakte van 550 cm2, horizontaal gemeten, die vrij
beschikbaar is en waarvan de helling niet meer bedraagt dan 8 graden,
met een vrije ruimte van 40 cm boven 65% van de grondoppervlakte en
een vrije ruimte van 35 cm boven de overige grondoppervlakte. De
ruimte onder de morsranden die de beschikbare grondoppervlakte kunnen
beperken, wordt niet tot de grondoppervlakte gerekend;
b. een voerbak waarvan de lengte van de voor de legkippen
toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt;
c. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de
legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan
wel drinknippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor
een legkip bereikbaar zijn, en
d. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels
tegengaat.
2. De bodem van de kooi biedt steun aan alle naar voren gerichte
tenen van beide poten van de legkip.
§ 4. Algemene eisen aan het huisvesten en verzorgen
Artikel 7
1. Het geluidsniveau wordt zo laag mogelijk gehouden.
Aanhoudend of plotseling lawaai wordt vermeden. Constructie,
opstelling, onderhoud en werking van ventilatietoestellen,
voedermachines of andere apparaten veroorzaken zo weinig mogelijk
lawaai.
2. Het huisvestingssysteem is zodanig opgezet dat een legkip niet
kan ontsnappen.
Artikel 8
1. De legkippen worden ten minste eenmaal per dag door de
houder geïnspecteerd.
2. De inrichting van het huisvestingssysteem is zodanig dat alle
lagen en kooien rechtstreeks en moeiteloos kunnen worden geïnspecteerd
en de legkippen gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
3. Rijen kooien zijn van elkaar gescheiden door gangen van ten
minste 90 cm breed.
4. De bodem van de onderste kooi is ten minste 35 cm boven de
vloer van het gebouw geplaatst.
5. De vorm en de grootte van de kooiopening zijn zodanig dat een
volwassen legkip uit de kooi kan worden gehaald zonder dat dit lijden of
verwondingen veroorzaakt.
Artikel 9
1. Er is voldoende goed werkende verlichtingsapparatuur
aanwezig voor een grondige inspectie van iedere legkip op elk
willekeurig tijdstip.
2. Een stal waarin legkippen zijn ondergebracht is gedurende de
lichtperiode zodanig verlicht dat de legkippen elkaar duidelijk kunnen
zien, dat zij hun omgeving visueel kunnen verkennen en dat zij hun
gebruikelijke activiteiten kunnen ontplooien. In geval van verlichting
met daglicht zijn de lichtopeningen zodanig gepositioneerd dat het licht
gelijkmatig over de stal en de kooien wordt verdeeld.
3. Per 24 uur is er een ononderbroken duisternisperiode van 8 uur
waarin de legkippen kunnen rusten. Bij de vermindering van kunstlicht
wordt een periode van halfduister in acht genomen om de legkippen de
gelegenheid te geven zonder verwondingen op stok te gaan.
Artikel 10
1. De uitwerpselen van legkippen worden regelmatig verwijderd.
Dode legkippen worden dagelijks verwijderd.
2. Lokalen, uitrusting en gereedschappen waarmee de legkippen in
aanraking komen, worden regelmatig grondig gereinigd en ontsmet, in elk
geval telkens wanneer de kooien om sanitaire redenen worden leeggemaakt,
en ook voordat een nieuwe partij legkippen wordt binnengebracht. Zolang
de stal of de kooien bezet zijn, worden alle oppervlakken en alle
installaties goed schoon gehouden.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit welzijn productiedieren.]
Artikel 12
[Wijzigt het Ingrepenbesluit.]
Artikel 13
1. Het Besluit legbatterijen wordt ingetrokken.
2. Het Besluit huisvesting legkippen wordt ingetrokken.
3. Het Legkippenbesluit wordt ingetrokken.
Artikel 14
Artikel 4 is tot en met 1 januari 2007 niet van toepassing op een
huisvestingssysteem als bedoeld in dat artikel indien de houder kan
aantonen dat het huisvestingssysteem voor 1 januari 2002 is gebouwd en
in gebruik genomen en sedertdien niet is ver- of herbouwd.
Artikel 15
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Laatstbedoeld
besluit wordt niet genomen voordat 30 dagen zijn verstreken nadat het
onderhavige besluit is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal,
en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of
door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een
der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van
dit besluit bij wet wordt geregeld.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Legkippenbesluit 2003.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 27 mei 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij,
B.J. Odink
Uitgegeven de tiende februari 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner