|
De Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 17 en 30 van de
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder wet: de Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren.
Artikel 2
1. Indien honden ingevolge een bevel als
bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet moeten zijn voorzien van
een muilkorf, dient de muilkorf te voldoen aan de volgende eisen:
een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van stevig leer of
van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de
hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de hond geen mens of
dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
opening van de bek toelaat, en dat geen scherpe delen binnen de korf
aanwezig zijn.
2. Met de in het eerste lid bedoelde muilkorven worden
gelijkgesteld muilkorven, die rechtmatig zijn geproduceerd en in de
handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie, een
staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische
Ruimte of een derde land, en die ten minste aan gelijkwaardige
technische eisen voldoen.
Artikel 3
Het is verboden een rund dat na 28 februari 1991 is ge๋nt tegen
mond- en klauwzeer te vervoeren.
Artikel 4
De Regeling betreffende maatregelen ter voorkoming van overbrenging
besmetting wordt ingetrokken.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling betreffende maatregelen
ter voorkoming van overbrenging besmetting.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 14 november 1997.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen.
|