| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren (Gwwd)
REGELING
CONTROLEPOSTEN
Tekst zoals deze geldt op
7 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/97 van de
Raad van de Europese Unie van 25 juni 1997 betreffende de communautaire
criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in richtlijn
91/628/EEG bedoelde reisschema (PbEG L 174) alsmede op artikel 7,
vijfde lid, Besluit dierenvervoer 1994;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. verordening: Verordening (EG) Nr. 1255/97 van de Raad van de
Europese Unie van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria
voor controleposten en tot aanpassing van het in richtlijn 91/628/EEG
bedoelde reisschema (PbEG L 174);
b. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 2
Het is verboden dieren tijdens het vervoer uit te laden op een
controlepost die niet is erkend ingevolge artikel 3 van de verordening.
Artikel 2a
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, eerste, tweede
en derde lid, van de verordening.
Artikel 2b
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de
verordening.
Artikel 2c
De eigenaar of de natuurlijke of rechtspersoon die de controlepost
beheert, ziet erop toe dat de dieren de controlepost niet verlaten
voordat is voldaan aan artikel 6 van de verordening.
Artikel 2d
Het is verboden te handelen in strijd met bijlage 1 van de
verordening.
Artikel 3
1. Erkenning van een controlepost wordt op aanvraag van de
natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer
van de controlepost, verleend door de minister.
2. Erkenning wordt slechts verleend indien de controlepost
voldoet aan de artikelen 3, derde lid, 4, eerste en derde lid, en 5, van
de verordening alsmede, indien het een gebouw van een verzamelcentrum of
een verzamelcentrum als bedoeld in artikel 2, punt o, van richtlijn
64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 26 juni 1964
inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het
intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121)
betreft of als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, punt 3, van richtlijn
91/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991
inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire
handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L046), aan artikel 4, tweede
lid, van de verordening.
3. De minister kan het gebruik van een controlepost tijdelijk
verbieden in de gevallen bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de
verordening. De minister kan het tijdelijke verbod opheffen indien is
voldaan aan het bepaalde in artikel 3, vierde lid, van de verordening.
Artikel 3a
Als officiλle dierenartsen als bedoeld in artikel 6 van de
verordening worden aangewezen de dierenartsen die zijn verbonden aan de
Voedsel en Waren Autoriteit.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling controleposten.
Artikel 6
Deze regeling berust op artikel 59a van de Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 18 juni 1999.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L.J. Brinkhorst.
|
|
|