Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit: Honden- en kattenbesluit 1999;
b. SRGN: Stichting Registratie Gezelschapsdieren Nederland;
c. Bureau I&R-HKB: Bureau Identificatie & Registratie
van het Honden- en kattenbesluit 1999;
d. deelkwalificatie: combinatie van eindtermen, vastgesteld
voor een bepaalde beroepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.3. van de Wet
educatie beroepsonderwijs;
e. UBN: uniek bedrijfsnummer, bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van het besluit;
f. wet: Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
g. aanvrager: migrerende beroepsbeoefenaar die erkenning van
beroepskwalificaties aanvraagt;
h. Bureau Erkenningen: organisatie die belast is met het
uitgeven van bewijzen van vakbekwaamheid in opdracht van de Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
i. beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel g,
van het Honden- en kattenbesluit 1999;
j. bedrijfsinrichting: perceelsgebonden ruimte of ruimtes
bestemd of gebruikt voor het houden van honden of katten ten behoeve van
fokdoelen of voor het houden van honden of katten ten behoeve van
verkoop of aflevering;
k. asiel: perceelsgebonden ruimte of ruimtes bestemd of
gebruikt voor het in bewaring houden van honden of katten die zwervend
zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is
gedaan;
l. pension: perceelsgebonden ruimte of ruimtes, niet zijnde
een asiel, bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden en
katten.
Artikel 2
1.
Een erkend bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel
7, eerste lid, van het besluit, omvat ten minste de volgende
deelkwalificaties:
a. Voeren van (gezelschaps)dieren;
b. Verzorgen van (gezelschaps)dieren;
c. Begeleiding voortplanting (gezelschaps)dieren, en
d. Nemen van hygiënische maatregelen.
2. De deelkwalificaties, bedoeld in het eerste lid, kunnen met
ingang van 1 augustus 2001 worden behaald.
3. Tot 1 januari 2007 wordt een door de Stichting Examens
Vakbekwaamheid afgegeven bewijs van vakbekwaamheids, aangemerkt als het
bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het
besluit.
Artikel 3
1.
Een identificatie als bedoeld in artikel 20, eerste lid,
onder a, van het besluit is een door het Bureau I&R-HKB uitgegeven
tatoeagenummer dat op aanvraag wordt verstrekt.
2. Onder de identificatie, bedoeld in het eerste lid, wordt
tevens begrepen de in het kader van het Honden- en kattenbesluit 1981
door de SRGN uitgegeven of geaccepteerde identificatienummers, mits de
tekens nog duidelijk zijn te onderscheiden.
3. Onder een identificatie als bedoeld in artikel 20, eerste lid,
onder b, van het besluit wordt verstaan een transponder dat voldoet aan
de norm ISO-11784 en ISO-11785 en waarvan na de melding, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onder c, een bewijs van registratie van het
Bureau I&R-HKB wordt ontvangen.
Artikel 4
1.
Ter uitvoering van artikel 25 van het besluit worden de
volgende formulieren vastgesteld:
a. in bijlage 1, het formulier bestemd voor de aanmelding van de
inrichting, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit;
b. in bijlage 2, het formulier, bestemd voor de melding, bedoeld in
de artikelen 6, eerste lid, en 7, tweede lid, van het besluit;
c. in bijlage 3, het formulier, bestemd voor de melding, bedoeld in
artikel 23, eerste lid, van het besluit.
2. De melding, bedoeld in het eerste lid, onder c, kan tevens
geschieden door middel van een elektronisch bestand dat voldoet aan de
daartoe op aanvraag te verkrijgen beschrijving.
Artikel 5
1.
De aanvragen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en 4,
tweede lid, worden gedaan bij het Bureau I&R-HKB, Postbus 2082,
7420 AB Deventer.
2. De formulieren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden
verzonden aan Bureau I&R-HKB, Postbus 2082, 7420 AB Deventer.
3. De melding, bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt verzonden
aan BureauI&R-HKB@gvdieren.nl.
Artikel 6
In het kader van deze regeling zijn de navolgende bedragen
verschuldigd:
a. Met betrekking tot de aanmelding en registratie van de
inrichting, bedoeld in artikel 4 van het besluit:
1º. € 28,49 voor de verwerking van de aanmelding;
2º. jaarlijks € 6,78 per toegekend UBN.
b. Voor de verwerking van de melding van de gegevens, bedoeld in
artikel 23, eerste lid, van het besluit:
1º. € 1,42 voor een melding anders dan door middel van een
elektronisch bestand;
2º. € 1,11 voor een melding door middel van een elektronisch
bestand;
3º. € 1,11 voor een melding van gegevens die ten opzichte
van een eerdere melding niet zijn gewijzigd;
4º. een door de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit te bepalen bedrag als opslag van het bedrag,
bedoeld onder 1° en 2°, voor de verificatie van een melding van
een nieuw te registreren identificatienummer als bedoeld in
artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.
c. € 56,70 voor het op aanvraag verstrekken van een
tatoeagenummer, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
d. Voor het op aanvraag verstrekken van de navolgende extra
bescheiden:
registratiebewijs:
€ 1,19;
mutatieoverzicht:
€ 10,81.
Artikel 6a
1.
De artikelen 6a tot en met 6d van deze regeling zijn van
toepassing op de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het
verkrijgen van erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot
uitoefening van het gereglementeerde beroep beheerder van een
bedrijfsinrichting, asiel of pension als bedoeld in het Honden- en
Kattenbesluit 1999.
2. Artikel 6e van deze regeling is van toepassing op de
verklaring vooraf, bedoeld in artikel 23 van de wet, en de controle,
bedoeld in artikel 27 van de wet, van een dienstverrichter die een
gereglementeerd beroep als bedoeld in het eerste lid wenst uit te
oefenen.
Artikel 6b
1.
Een aanvraag tot het verkrijgen van erkenning van
beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de wet wordt
ingediend bij Bureau Erkenningen.
2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager:
a. de documenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a
tot en met c van de wet, en
b. indien de aanvraag en de documenten, bedoeld in artikel 13,
eerste lid, onder b en c van de wet in een andere dan de Nederlandse,
Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of
vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen.
Artikel 6c
Indien de aanvrager op grond van artikel 11 van de wet een proeve van
bekwaamheid moet afleggen, draagt Bureau Erkenningen ervoor zorg dat:
a. de aanvrager schriftelijk wordt geïnformeerd over de vakken
waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, over de wijze
waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en over de kosten
van de proeve;
b. het resultaat van de proeve van bekwaamheid zo spoedig
mogelijk wordt meegedeeld aan de aanvrager.
Artikel 6d
Indien de aanvrager op grond van artikel 11 van de wet een
aanpassingsstage moet doorlopen, deelt Bureau Erkenningen de aanvrager
schriftelijk mede:
a. de vakken waarop de aanpassingsstage betrekking heeft;
b. de duur van de aanpassingsstage;
c. in voorkomend geval de aanvullende opleiding die deel uitmaakt
van de aanpassingsstage.
Artikel 6e
1.
Een dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de wet
verstrekt voorafgaand aan de eerste dienstverrichting aan Bureau
Erkenningen de volgende documenten:
a. de documenten, bedoeld in artikel 23, eerste en derde lid, van
de wet, en
b. indien de documenten, bedoeld in artikel 23, eerste en derde
lid, van de wet in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse
taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde
vertaling daarvan in één van deze talen.
2. Indien na de controle, bedoeld in artikel 27 van de wet,
blijkt dat de beroepskwalificaties van dienstverrichter als bedoeld in
artikel 21 van de wet wezenlijk verschillen van de vereiste opleiding
voor de toegang tot uitoefening van het beroep beheerder van een
bedrijfsinrichting, asiel of pension, legt de dienstverrichter een
proeve van bekwaamheid af.
Artikel 6f
Deze regeling berust mede op artikel 33, eerste en tweede lid, van de
Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het
Honden- en kattenbesluit 1999 in werking treedt.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Honden- en
kattenbesluit 1999.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
overeenkomstig het door de Minister genomen besluit,
de secretaris-generaal,
C.J. Kalden.