I. Eindtermen
De havenbeveiliger weet hoe de beveiliging in een (zee)haven is
georganiseerd en hoe de taken en bevoegdheden, zowel nationaal als
lokaal, tussen de daarbij betrokken actoren zijn verdeeld.
De havenbeveiliger weet hoe de dagelijkse werkzaamheden zijn
georganiseerd en procesmatig verlopen binnen de verschillende soorten
veiligheidsniveaus en de daarbij behorende verschillende mate van
controle.
De havenbeveiliger gebruikt de door hem te gebruiken apparatuur op
een juiste wijze.
De havenbeveiliger gaat alert en correct om met de te controleren
personen op beschermd gebied, rond het schip en op de doorgangen naar
het beschermde gebied.
De havenbeveiliger herkent tijdens de veiligheidscontroles op grond
van uiterlijke kenmerken wapens, explosieven dan wel onderdelen of
combinaties van wapens en explosieven.
De havenbeveiliger voert op adequate wijze toegangscontrole en
controle van voertuigen uit en houdt op adequate wijze toezicht op
gecontroleerde vracht en de beschermde gebieden van de (zee)haven.
De havenbeveiliger handelt zorgvuldig met betrekking tot de goederen
die tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden aangetroffen.
De havenbeveiliger communiceert op adequate wijze met de aangewezen (overheids)instanties
indien er sprake is van een gevaarlijke of levensbedreigende situatie.
De havenbeveiliger handelt adequaat als er sprake is van een
gevaarlijke of levensbedreigende situatie.
De havenbeveiliger verricht zijn werkzaamheden vanuit een grondig
besef van de doelstellingen van de werkzaamheden in een (zee)haven.
II. Inhoud van de cursus
Een cursus dient te zijn gebaseerd op paragraaf 18.2 van Bijlage II
en paragraaf 18.2 van Bijlage III van verordening (EG) nr. 725/2004 van
31 maart 2004 (PbEU L 129) en ten minste de volgende onderdelen te
bevatten:
a. (Elektronische) beveiligingshulpmiddelen.
b. Controle van personen, visiteren en fouilleren van personen en
het doorzoeken van goederenstromen.
c. Scheepvaart- en haventerminologie.
d. Nood- en rampenplannen.
e. Bestaande technieken om hulpmiddelen te ontduiken.
f. Herkenning echtheidskenmerken identiteitsdocumenten.
g. Herkenning wapens en munitie.
h. Communicatie en omgaan met agressie.
i. Het beveiligingsplan voor een havenfaciliteit en de hierin
genoemde security taken.
j. Kennis van de voor zijn taakuitoefening relevante onderdelen
van de nationale en internationale wetgeving.
k. Veiligheidsniveaus (security levels).
III. Kwalificaties van de docenten
Uitgangspunt is het MBO-niveau van de cursus Havenbeveiliger.
Derhalve zal een docent inzake opleiding, praktijk- en didactische
ervaring aan de volgende eisen moeten voldoen:
1. Opleidingsniveau VMBO-beveiliging, dan wel een gelijkwaardige
opleiding.
2. Enige jaren praktijkervaring in de (haven)beveiliging (5 jaar
algemene of 3 jaar havenervaring).
3. Ervaring als docent beveiliging, waaronder ervaring met het
doceren van risico-management.
IV. Kwaliteitsborgingssysteem
De instelling die de cursus geeft, dient aan te tonen dat het over
een extern goedgekeurd kwaliteitsborgingssysteem beschikt, bijvoorbeeld
als onderwijsinstelling onder de Wet Educatie en beroepsonderwijs.