| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Herinrichtingswet
Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
INSTRUCTIE
VOOR DE HERINRICHTINGSCOMMISSIE
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2010
Vervallen
m.i.v. 1 juli 2007
|
|
|
De Minister van
Landbouw en Visserij;
Gelet op artikel 4, zevende lid, van de
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
(Stb. 1977, 694);
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Binnenlandse Zaken,
van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur,
Recreatie en Maatschappelijk Werk.
Besluit:
Enig artikel
De instructie voor de herinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 4,
eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de
Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694), hierna te noemen ‘de
Wet’, wordt als volgt vastgesteld:
Titel 1. Werkwijze van de
Herinrichtingscommissie
Artikel 1
De herinrichtingscommissie, hierna te noemen de commissie, vergadert
als regel eenmaal per drie maanden en voorts:
a. zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht;
b. wanneer ten minste 10 leden dit schriftelijk onder opgave van
redenen aan de voorzitter verzoeken.
Artikel 2
1. De commissie stelt een agendacommissie in. Hierin hebben in
ieder geval zitting de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de
secretaris, de adjunct-secretaris en de op grond van artikel 4,
negende lid, van de wet aangewezen ingenieur van het kadaster, hierna
te noemen ingenieur van het kadaster.
2. De agendacommissie heeft tot taak de agenda voor de
vergaderingen van de commissie voor te bereiden.
Artikel 3
1. Alle vergaderingen, met uitzondering van die welke naar het
oordeel van de voorzitter een spoedeisend karakter dragen, worden door
de secretaris met inachtneming van een termijn van ten minste 21 dagen
uitgeschreven onder opgave van de plaats, de dag en het tijdstip van
de vergadering en van de te behandelen onderwerpen.
2. De leden, de adviserende leden en de ingenieur van het
kadaster ontvangen een uitnodiging. De adviserende leden kunnen zich
doen vervangen na overleg met de voorzitter.
3. Tegelijk met de uitschrijving van de vergadering brengt de
voorzitter de plaats, de dag en het tijdstip van de vergadering, alsmede
een overzicht van de te behandelen onderwerpen ter openbare kennis in
ten minste twee dagbladen, die in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse
Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, worden verspreid.
Artikel 4
Er is op de plaats waar de vergadering wordt gehouden een
presentielijst aanwezig, waarop de aanwezige leden, adviserende leden,
alsmede de ingenieur van het kadaster hun handtekening plaatsen en die
na het sluiten van de vergadering wordt gesloten door ondertekening door
de voorzitter en de secretaris.
Artikel 5
1. De commissie kan besluiten haar vergaderingen in het
openbaar te houden.
2. De deuren worden in ieder geval gesloten, wanneer in de
vergadering aangelegenheden, die personen betreffen, worden behandeld.
3. De commissie kan omtrent het in een besloten vergadering
behandelde en omtrent de inhoud van stukken, die aan de commissie worden
overgelegd, geheimhouding opleggen. Zij wordt in acht genomen totdat de
commissie haar opheft.
Artikel 6
De secretaris van de commissie legt in een verslag vast hetgeen in de
vergadering is behandeld en zendt een afschrift hiervan aan de leden en
adviserende leden van de commissie, aan de ingenieur van het kadaster,
aan de secretarissen van de in artikel 4, zesde lid, van de wet bedoelde
deelgebiedscommissies en aan de directeur van de Dienst Landelijk Gebied
van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hierna te
noemen de directeur DLG.
Artikel 7
1. De secretaris zendt afschriften van alle correspondentie met
derden aan de betrokken hoofden projecten van de Dienst Landelijk
Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in
de provincies Groningen en Drenthe, aan de ingenieur van het kadaster
en al naar gelang van het onderwerp, aan de secretarissen van de
deelgebiedcommissies.
2. De secretaris draagt zorg voor de archiefvorming volgens de
bepalingen en instructies opgesteld voor het archiefbeheer van de Dienst
Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
Artikel 8
1. De leden en de adviserende leden van de commissie ontvangen
overeenkomstig het Vacatiegeldenbesluit 1988 van Rijkswege een
vergoeding voor het bijwonen van een vergadering.
2. De in het eerste lid bedoelde leden ontvangen van Rijkswege
een vergoeding voor het verrichten van andere werkzaamheden ten behoeve
van de commissie en een reis- en verblijfskostenvergoeding
overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde vergoedingen worden
vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en
de Minister van Financiën.
Titel 2. Sub-commissies
Artikel 9
Indien de commissie op grond van artikel 4, derde lid, van de wet een
sub-commissie instelt, wordt het secretariaat van de sub-commissie
vervuld door het secretariaat van de commissie, bedoeld in artikel 13.
Artikel 10
Een sub-commissie heeft tot taak de commissie van advies te dienen
omtrent de zaken, waarvoor zij is ingesteld.
Artikel 11
Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de
leden van een sub-commissie.
Artikel 12
1. De commissie stelt een instructie op voor iedere
sub-commissie.
2. Deze instructie behoeft de goedkeuring van de Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Titel 3. Secretariaat
Artikel 13
1. De voorbereiding en de uitvoering van
de besluiten van de commissie worden, met inachtneming van het bepaalde
in artikel 4, vierde lid, van de wet, opgedragen aan een secretariaat.
2. Het secretariaat bestaat uit de secretaris van de commissie en
de adjunctsecretaris.
3. Door ieder van de in artikel 4, tweede lid, van de wet,
genoemde ministers kan tot bijstand aan het secretariaat een medewerker
worden toegevoegd.
Titel 4 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 14 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 15 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 16 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 17 [Vervallen per 25-06-2006]
Titel 5. Voorbereiding van de
herinrichtingsplannen voor de deelgebieden
Artikel 18 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 19 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 20
Nadat een herinrichtingsplan overeenkomstig het bepaalde in artikel
20 van de wet is vastgesteld, maakt de commissie de inhoud van artikel
24 van de wet bekend in ten minste twee dagbladen, die in de streek
worden verspreid.
Titel 6. Uitvoering en financiering van
werken
Artikel 21 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 22
1. De commissie maakt een werkplan op
voor de uitvoering van een herinrichtingsplan. In dit werkplan wordt in
ieder geval de jaarlijkse behoefte aan kredieten opgenomen.
2. Het werkplan behoeft de goedkeuring van de directeur DLG.
Artikel 23
1. Ieder jaar in oktober wordt het werkplan herzien, waarbij
aanpassing aan veranderde omstandigheden en aan de op de
rijksbegroting voor het komende jaar uitgetrokken gelden plaatsvindt.
2. De herziening van het werkplan geschiedt op de wijze, bedoeld
in artikel 22.
Artikel 24
De commissie draagt zorg dat de aanbesteding en gunning van het
leveren van diensten geschieden overeenkomstig het
Aanbestedingsreglement voor Diensten LNV 2003, dan wel overeenkomstig
het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten.
Artikel 25
Op de door de commissie uit te voeren werken zijn de Beleidsregels
aanbesteding van werken en het Aanbestedingsreglement Werken 2005 van
toepassing.
Artikel 26
Op de door de commissie uit te voeren werken zijn de Beleidsregels
aanbesteding van werken en het Aanbestedingsreglement Werken 2005 van
toepassing.
Artikel 27
De in de artikelen 23, derde lid, 28, zevende lid, en 76 van de wet
bedoelde schade wordt bepaald aan de hand van door de commissie vast te
stellen richtsnoeren, die de goedkeuring van de Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit behoeven.
Artikel 28
1. De ministeries verrichten betalingen voor zover zij een
bedrag voor de financiële bijdrage van Rijkswege ter beschikking
hebben gesteld.
2. De betaling van het door het Ministerie van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit ter beschikking gestelde gedeelte van de financiële
bijdrage van Rijkswege wordt verricht door de Dienst Landelijk Gebied.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de Dienst
Landelijk Gebied met een ministerie overeenkomen dat deze dienst voor
dit ministerie betalingen verricht.
4. De financiële administratie van de verrichtingen van de
commissie, die verband houdt met de door de Dienst Landelijk Gebied te
verrichten betalingen, wordt uitgevoerd door de Landinrichtingsdienst.
Deze zal hierbij het secretariaat inschakelen.
Titel 7. Registratie van pachtovereenkomsten
Artikel 29
1. De commissie zal de ingevolge artikel
62 van de wet ingekomen pachtovereenkomsten onmiddellijk na ontvangst
inschrijven in een register.
2. Zij zendt deze pachtovereenkomsten aan de ingenieur van het
kadaster ter verdere afwerking van de registratie. Deze draagt
vervolgens zorg, dat de pachtovereenkomsten, voorzien van een stempel
ten bewijze van de registratie, namens de commissie, aan de inzenders
worden teruggezonden.
Titel 8. De schattingen
Artikel 30
De commissie doet door tussenkomst van de directeur DLG een voorstel
aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor een
stelsel van classificatie van de grond met inachtneming van artikel 33,
eerste lid, van de wet en de Regeling herverkaveling.
Artikel 31
De commissie doet door tussenkomst van de directeur DLG een voorstel
aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de regels,
bedoeld in artikel 107, tweede lid, van de wet en neemt daarbij de
Regeling herverkaveling in acht.
Artikel 32
De schatters bedoeld in artikel 32 van de wet, die geen ambtenaren in
de zin van de Ambtenarenwet zijn, ontvangen van Rijkswege een door de
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vast te stellen
vergoeding.
Titel 9. Het plan van toedeling
Artikel 33
1. De Regeling herverkaveling is van
overeenkomstige toepassing op het opmaken van het plan van toedeling
door de commissie.
2. Indien de commissie op grond van artikel 21 van de Regeling
herverkaveling wenst af te wijken van de regels voor het plan van
toedeling, dan doet zij hiertoe door tussenkomst van de directeur DLG
een voorstel aan de minister.
Artikel 33a
1. Plannen van toedeling die zijn opgemaakt, voorafgaande aan
de inwerkingtreding van de regeling van de Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit en van de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 12 juni 2006, TRCJZ/2006/224
(Stcrt. 2006, 120), houdende wijziging van enkele regelingen
betreffende de werkwijze bij landinrichtingsprojecten, zijn opgemaakt
overeenkomstig de Regeling herverkaveling.
2. Ingeval bij het opmaken van het plan van toedeling is
gehandeld overeenkomstig door of in naam van de commissie vastgestelde
richtlijnen voor het opmaken van het plan van toedeling op grond van
artikel 33, zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
van 12 juni 2006, TRCJZ/2006/224, (Stcrt. 2006, 120), houdende
wijziging van enkele regelingen betreffende de werkwijze bij
landinrichtingsprojecten, en die richtlijnen afwijken van de Regeling
herverkaveling, hebben de daarvan het gevolg zijnde afwijkingen van de
artikelen 8 tot en met 20 van de Regeling herverkaveling, gelet op
artikel 21 van de Regeling herverkaveling, de instemming van de
minister.
Artikel 34
De ingenieur van het kadaster stelt het plan van toedeling op in
samenwerking met de secretaris van de commissie. Nadat hij deze
overeenstemming heeft verkregen, wordt het ontwerp ter verdere
behandeling aangeboden aan de commissie.
Titel 10 [Vervallen per 25-06-2006]
Artikel 35 [Vervallen per 25-06-2006]
Titel 11. Tijdelijk beheer van uitgevoerde
en andere werken
Artikel 36
1. De in het kader van het
herinrichtingsplan uitgevoerde werken, die overeenkomstig het bepaalde
in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet zullen
worden toegewezen, worden door de commissie beheerd en onderhouden tot
aan het tijdstip, waarop deze toewijzing plaatsvindt.
2. Ten einde het beheer en onderhoud van de in het eerste lid
bedoelde werken niet langer te doen plaatsvinden dan noodzakelijk is,
zal de commissie het voorstel, bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de
wet, zo spoedig als mogelijk aan het betrokken college van gedeputeerde
staten zenden.
3. Het beheer en het onderhoud van de in artikel 72, eerste lid,
onder c, van de wet, bedoelde gehandhaafde, niet verbeterde wegen,
waterlopen, dijken, kaden, met de daartoe behorende kunstwerken blijven
bij de beheerders en onderhoudsplichtigen tot aan het tijdstip waarop de
toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid,
van de wet plaatsvindt.
4. De in artikel 72, eerste lid, onder d. van de wet bedoelde
wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken blijven in beheer
en onderhoud bij de gemeente Groningen tot aan het tijdstip waarop de
toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid,
van de wet, plaatsvindt.
Artikel 37
Indien Gedeputeerde Staten voornemens zijn artikel 28, tweede lid,
van de wet, toe te passen, zal de commissie, alvorens in te stemmen met
het daartoe strekkende voorstel van Gedeputeerde Staten, in het bezit
moeten zijn van een schriftelijke verklaring van het betrokken openbare
lichaam of andere rechtspersoon, waaruit blijkt, dat het beheer en het
onderhoud van de uit te voeren werken is geregeld tot aan het tijdstip
waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk
tweede lid, van de wet, plaatsvindt.
Titel 12. Tijdelijk beheer van gronden
Artikel 38
1. Ter verwezenlijking van de
taakstelling, bedoeld in het herinrichtingsplan ingevolge artikel 16 van
de wet worden door het bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in artikel
28 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248), hierna te noemen
het bureau, gronden verworven op basis van een na overleg met de
commissie vastgesteld aankoopbeleid. Over de resultaten wordt periodiek
door het bureau schriftelijk verslag gedaan aan de commissie, die in de
gelegenheid wordt gesteld het gevoerde beleid ter discussie te stellen.
2. Het bureau voert in de blokken waar op grond van het
herinrichtingsplan herverkaveling zal plaatsvinden het materieel beheer
gedurende het tijdvak dat begint op de datum van verwerving van het land
en eindigt met ingang van het kalenderjaar volgende op het jaar waarin
het plan van toedeling van het betreffende blok ter visie is gelegd als
bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de wet.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid voert:
a. het bureau het materieel beheer tot aan de datum waarop de akte
van toedeling, bedoeld in artikel 95 van de wet, van het betreffende
blok in de openbare registers wordt overgeschreven ten aanzien van
land en de daarop aanwezige opstellen:
– welke worden aangewend voor niet agrarisch gebruik, voor
zover niet opgenomen in het herinrichtingsplan;
– welke gelegen zijn binnen als zodanig aangewezen
reservaatsgebieden;
– welke worden aangewend voor uitgifte in erfpacht;
b. de commissie gedurende het tijdvak, dat begint met het
kalenderjaar volgende op het jaar waarin provinciale staten het
herinrichtingsplan of een gedeelte hiervan hebben vastgesteld als
bedoeld in artikel 20 van de wet en eindigt op de datum bedoeld in het
vierde lid, het materieel beheer ten aanzien van land dat per
kalenderjaar aangewend wordt voor:
– uitvoering van werken;
– tijdelijke compensatie van grondgebruikers op wier grond
werken worden uitgevoerd;
– blijvende compensatie van grondgebruikers op wier grond
werken zijn uitgevoerd als gevolg waarvan het gebruik niet meer
mogelijk is;
– oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering welke
geen verband behoeven te hebben met de uitvoering van de werken.
4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid voert de commissie
het materieel beheer van de grond, die ter realisering van de
taakstelling wordt aangewend, gedurende het tijdvak dat begint met het
kalenderjaar volgende op het jaar waarin het plan van toedeling van het
betreffende blok ter visie is gelegd en eindigt op de datum waarop de
akte van toedeling in de openbare registers wordt overgeschreven.
5. a. Het bureau voert in die delen van het herinrichtingsgebied,
waar op grond van het herinrichtingsplan geen herverkaveling zal
plaatsvinden, het materieel beheer zolang het bureau de grond in
eigendom of pacht heeft.
b. het bepaalde in het derde lid, onderdeel b, is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat het daar bedoelde beheer eindigt op
de datum waarop de akte van toedeling van het laatste blok van het
betreffende deelgebied in de openbare registers wordt overgeschreven.
6. Het beheer dient zodanig te worden gevoerd dat:
a. het land niet met persoonlijke of zakelijke rechten wordt belast
die een zo spoedig mogelijke vervreemding ten behoeve van de gewenste
bestemming kunnen bemoeilijken of vertragen;
b. wordt zorggedragen voor een regelmatige wisseling van degenen
aan wie het land in gebruik wordt gegeven.
7. Voor ingebruikneming van land in materieel beheer bij het
bureau kunnen gegadigden zich door middel van een inschrijving bij het
bureau melden.
8. Bij het in gebruik geven van het land wordt een vergoeding
gevraagd ter grootte van de hoogst toelaatbare pachtprijs.
9. Met betrekking tot het land dat de commissie in materieel
beheer heeft:
a. betaalt zij aan het bureau een vergoeding ter grootte van de
hoogst toelaatbare pachtprijs;
b. brengt zij voor het gebruik door derden maximaal een bedrag in
rekening ter grootte van de hoogst toelaatbare pachtprijs;
c. legt zij jaarlijks verantwoording af aan het bureau.
10. De uit het materieel beheer voortvloeiende afwikkeling van de
financiële gevolgen en de daarbij behorende administratie wordt door
het bureau verricht, vanaf de datum van verwerving van het land tot aan
de datum waarop de akte van toedeling in de openbare registers wordt
overgeschreven dan wel in geval de grond van het bureau, bedoeld in het
vijfde lid, onderdeel a, vervreemd wordt.
11. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid voert de
commissie de administratie over het haar in materieel beheer gegeven
land, bedoeld het derde lid, onderdeel b, het vierde lid en het vijfde
lid, onderdeel b.
Artikel 39
Het in het herinrichtingsgebied gelegen land wordt op de volgende
wijze vervreemd:
a. uitgifte in erfpacht als bedoeld in artikel 57 van de Wet
agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248), voor zover het betreft
landbouwgrond;
b. vestiging van zakelijke rechten anders dan bedoeld in artikel
57 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);
c. overdracht in eigendom aan de Staat;
d. overdracht in eigendom aan andere openbare lichamen dan de
Staat;
e. overdracht in eigendom aan particuliere terreinbeherende
natuurbeschermingsorganisaties.
f. overdracht in eigendom aan ondernemers in de landbouw, voor
zover het landbouwgrond betreft, op voordracht van de commissie;
g. overdracht in eigendom aan derden dan wel de vestiging van een
zakelijk recht ten behoeve van derden, niet ressorterend onder a-f,
ter oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering
Titel 13. Onteigening
Artikel 40
Voordat toepassing wordt gegeven aan Hoofdstuk II van de wet zal de
commissie bevorderen, dat langs vrijwillige weg grondruil tot stand komt
tussen degenen die gronden gedeeltelijk in een te onteigenen gebied
hebben liggen en hun bedrijf wensen voort te zetten en degenen die
gronden geheel of gedeeltelijk hebben liggen buiten een te onteigenen
gebied en hun bedrijf willen beëindigen.
Titel 14. Aanwending van gronden
Artikel 41
Ten aanzien van de aanwending van verworven gronden zal de commissie
een voorstel doen in het kader van de opstelling van het ontwerp van een
herinrichtingsplan, bedoeld in artikel 16 van de wet. Voor zover gronden
in eigendom, erfpacht of pacht zullen overgaan, dient met het bureau
overeenstemming te bestaan over de prijs en in de overeenkomst op te
nemen voorwaarden en bedingingen.
Titel 15. Slotbepaling
Artikel 42
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan, in
overeenstemming met de in artikel 4, tweede lid, van de wet genoemde
ministers, gedurende de herinrichtingsperiode deze instructie wijzigen.
Behoudens in de gevallen, waarin zulks op grond van een wijziging van de
wet geschiedt, gaat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
hiertoe niet over dan nadat hij de commissie en Gedeputeerde Staten van
Groningen en van Drenthe in de gelegenheid heeft gesteld omtrent de
voorgestelde wijzigingen hun zienswijze aan hem mede te delen.
's-Gravenhage, 16 januari 1979.
De Minister van Landbouw en Visserij,
Van der Stee.
|
|
|