| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Huisvestingswet
BESLUIT
BUITENGEWOON OPSPORINGSAMBTENAAR INSPECTORAAT-GENERAAL
VROM 2007
Tekst zoals deze geldt op
8 februari 2009
Regeling vervalt m.i.v. 1 januari 2012
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van de Minister van Justitie van 13 december
2006, nr. 5458985/06/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon
opsporingsambtenaren bij het Inspectoraat-Generaal VROM (Besluit
buitengewoon opsporingsambtenaar IG-VROM 2007)
De Minister
van Justitie;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en
onder ten tweede, en tweede lid, van de Wet op de economische delicten,
artikel 142, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van het
Wetboek van Strafvordering, artikel 85 van de Huisvestingswet, artikel
15, derde lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
zwemgelegenheden, artikel 34, eerste lid, van de Wet op de
openluchtrecreatie, artikel 63 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening,
artikel 49, eerste en tweede lid, van de Wet op de stads- en
dorpsvernieuwing, artikel 113, eerste lid, aanhef en onder ten eerste,
en tweede lid, van de Woningwet en het Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon
opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b. Inspectoraat-Generaal VROM: het Inspectoraat-Generaal van het
ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer.
Artikel 2
Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen
toezichthoudende ambtenaren van het Inspectoraat-Generaal VROM, die over
een ontheffing als bedoeld in artikel 6, eerste lid, beschikken, en die
door de inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM mede met
het opsporen van strafbare feiten zijn belast.
Artikel 3
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is
bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten bij overtredingen van:
a. de in de artikel 1 van de Wet op de economische delicten
genoemde bepalingen van de volgende wetten:
– Warenwet
– Wet explosieven voor civiel gebruik
– Woningwet;
b. de wetten, genoemd in artikel 1a van de Wet op de economische
delicten;
c. de in artikel 23a van de Wet op de economische delicten genoemde
bepalingen van de volgende wetten:
– Kernenergiewet
– Wet inzake de luchtverontreiniging;
d. de delicten, strafbaar gesteld in de artikelen 170, 171, 172,
173, 173a, 173b, 177 en 177a, 179, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a
en 227b, 266, 267, 328ter, 359, 360, 361, 362, 363, 365, 366, 435,
vierde lid, 437, 437quater, 447c, 447d, 447e, 462 en 463 van het
Wetboek van Strafrecht;
e. artikel 84 van de Huisvestingswet;
f. artikel 62 van de Waterleidingwet;
g. artikel 23 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
zwemgelegenheden;
h. artikel 38 van de Wet op de openluchtrecreatie;
i. artikelen 46 en 47 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
j. artikelen 105a, 106, 107, 108, 109 en 110, eerste lid, van de
Woningwet;
k. de delicten tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in de
artikelen 177, 177a, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a, 227b, 266 en
267 van het Wetboek van Strafrecht;
l. het delict tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in
artikel 26 van de Wet op de economische delicten;
m. de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006
betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190).
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van
Nederland.
Artikel 4
1. Als toezichthouder van de buitengewoon
opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het
Functioneel Parket.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon
opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio
Haaglanden.
Artikel 5
De inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM brengt
jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de
Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31
december werkzaam was bij het Inspectoraat-Generaal VROM;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte
activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die
buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt
aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor
het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel
personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 6
1. Een toezichthoudend ambtenaar van het
Inspectoraat-Generaal VROM beschikt over een ontheffing van het bepaalde
in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaar, indien:
a. hij met goed gevolg een basisopleiding voor de buitengewoon
opsporingsambtenaar heeft voltooid;
b. de onder a bedoelde basisopleiding ten minste de eindtermen
omvat zoals vastgesteld bij de Circulaire Bekwaamheidseisen
buitengewoon opsporingsambtenaar, en is afgesloten met een toets;
c. de onder b bedoelde toets is beoordeeld door een onafhankelijke
examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is
vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of
bijscholing wordt gewaarborgd dat het verworven kennisniveau van de
buitengewoon opsporingsambtenaar blijft gehandhaafd.
2. Een toezichthoudend ambtenaar, die belast is met het opmaken
van technische processen-verbaal, waarbij geen verklaringen van
verdachten of getuigen behoeven te worden opgenomen, is ontheffing
verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit
buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de
legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige
benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het Besluit
buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003, worden
voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist,
geacht te zijn akten, legitimatiebewijzen en overige
benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige
besluit.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en
vervalt met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2007.
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Den Haag, 13 december 2006.
De Minister van Justitie,
namens deze:
hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken,
R.R. Joesoef Djamil.
|
|
|