| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
BESCHIKKING
UITVOERREGIME KOOLZAAD, RAAPZAAD EN
ZONNEBLOEMZAAD 1982
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
De Minister van
Landbouw en Visserij;
Gelet op de artikelen 9, 12 en 13 van het In-
en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 (Stb. 1963, 125);
Mede gelet op artikel 11 van de In- en
uitvoerwet (Stb. 1962, 295);
In overeenstemming met de Staatssecretaris van
Financiën;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze beschikking bepaalde
wordt verstaan onder:
produktschap:
het Produktschap voor Margarine. Vetten en Oliën:
beschikking:
de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 en wordt
overigens, voor zover nodig, de terminologie van de beschikking
overgenomen.
Artikel 2
1. Het uitoefenen van de bevoegdheden
waartoe de rijksbelastingdienst in artikel 8 bevoegd wordt verklaard en
het verrichten van de handelingen die de rijksbelastingdienst voor de
toepassing van de in artikel 3 vastgestelde heffing moet verrichten,
zijn aan deze dienst opgedragen op voet van het bepaalde in de artikelen
6, vierde lid en 13 tweede lid, van het Besluit.
2. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 2 van de
beschikking is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
1. Ter zake van hun uitvoer zijn met
inachtneming van de desbetreffende communautaire bepalingen de
navolgende goederen aan een heffing onderworpen:
Post tarief van invoerrechten: 1205 00 en 1206 00
Omschrijving van de goederen:
kool- en raapzaad, ook indien gebroken, respectievelijk
zonnebloempitten, ook indien gebroken.
Het bepaalde in de vorige zin geldt niet ten aanzien van de aldaar
genoemde goederen welke per verpakkingseenheid zijn voorzien van plombes
en labels aangebracht door de Stichting Nederlandse Algemene
Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen dan wel
gedenatureerd zijn overeenkomstig Verordening (EEG) no. 190/68 (Pb. E.G.
no. L 43).
2. De heffing bedraagt per 100 kg netto de tegenwaarde in
Nederlandse courant van het bedrag dat overeenkomstig de desbetreffende
communautaire verordeningen inzake de differentiële bedragen voor
koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad als waarborg ter zake van de
afgifte van het in artikel 8 bedoelde controle-exemplaar gesteld moet
worden.
3.
* de uitvoer van goederen van oorsprong uit andere Lid-Staten van de
Gemeenschap;
* de uitvoer naar andere landen dan de lid-staten van de Gemeenschap.
Artikel 4
1. De heffing is verschuldigd door de
exporteur.
2. Als exporteur wordt aangemerkt degene, die de aangifte ten
uitvoer heeft gedaan. Indien de aangifte ten uitvoer in opdracht van een
ander wordt gedaan, wordt de opdrachtgever als exporteur aangemerkt.
3. Indien goederen op onregelmatige wijze het Rijk hebben
verlaten, wordt als exporteur aangemerkt degene die de goederen heeft
doen uitgaan.
Artikel 5
De heffing wordt opgelegd door het produktschap.
Artikel 6
Van een voorgenomen uitvoer van aan de heffing onderworpen goederen
dient kennis te worden gegeven aan het produktschap door overlegging van
een volledig en naar waarheid ingevuld ondertekend formulier L, als
bedoeld in artikel 19 van de beschikking, waaruit ten minste blijken de:
* naam van de exporteur;
* hoeveelheid van het goed;
* oorsprong van het goed.
Artikel 7
1. Voor de betaling van de heffing wordt
vóór de uitvoer zekerheid gesteld bij het produktschap ten belope van
het verschuldigd bedrag.
2. Het produktschap stelt aantekening van de gestelde zekerheid
op het in artikel 6 bedoeld formulier.
Artikel 8
De rijksbelastingdienst geeft op daartoe gedaan verzoek een
controle-exemplaar, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 223/77 (Pb. EG
nr. L 38) of overeenkomstig het ter zake bepaalde in de desbetreffende
communautaire verordeningen inzake de differentiële bedragen voor
koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad.
Het controle-exemplaar wordt niet afgegeven dan na overlegging van
het in artikel 6 bedoelde formulier, waarop de aantekening als bedoeld
in artikel 7, tweede lid, is gesteld, voor de daarop aangegeven
hoeveelheid.
Artikel 9
1. De verschuldigdheid van de heffing
vervalt, en de gestelde zekerheid wordt teruggegeven, indien en voor
zover uiterlijk negen maanden na het stellen van de zekerheid, bedoeld
in artikel 7, het bewijs wordt geleverd, dat de bestemming, aangegeven
op het in artikel 8 bedoelde controle-exemplaar, is bereikt. Het bewijs
wordt geleverd door overlegging van dat controle-exemplaar, aangevuld
overeenkomstig het ter zake bepaalde in de desbetreffende communautaire
verordeningen inzake de differentiële bedragen voor koolzaad, raapzaad
en zonnebloemzaad.
2. Indien en voor zover het in het eerste lid bedoelde bewijs
niet wordt geleverd, wordt tot onverwijlde invordering van de heffing
overgegaan.
Artikel 10
Deze beschikking kan worden aangehaald als ‘Beschikking
Uitvoerregime Koolzaad, Raapzaad en Zonnebloemzaad 1982’ en treedt in
werking met ingang van 1 augustus 1982 op welk tijdstip de Beschikking
koolzaad en raapzaad 1972 wordt ingetrokken.
's-Gravenhage .
De Minister van
Landbouw en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
G.J. van Dinter.
|
|
|