| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
IN-
EN UITVOERBESLUIT STRATEGISCHE GOEDEREN
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
BESLUIT van 26 april 1963, houdende regelen ten aanzien van de
uitvoer van bepaalde goederen die van strategische betekenis zijn of
kunnen zijn
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken en van
Buitenlandse Zaken van 18 april 1963, nr. 663/465 W.J.A., gehoord de
Sociaal-Economische Raad en de Commissie Regelingen In- en uitvoerwet,
door die Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de
Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22);
Overwegende, dat het belang van de internationale rechtsorde naar Ons
oordeel vereist regelen te stellen ten aanzien van de uitvoer van
bepaalde goederen, die van strategische betekenis zijn of kunnen zijn;
Gelet op de artikelen 2 en 4 van de In- en uitvoerwet (Stb.
1962, 295);
De Raad van State gehoord (advies van 10-24 april 1963,
nr. 71d);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 25 april
1963, nr. 663/561 W.J.A.);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. verordening nr. 1334/2000: verordening (EG) nr. 1334/2000 van
de Raad van de Europese Unie van 22 juni
2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de
uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (PbEG L
159);
b. niet-communautaire goederen: hetgeen daaronder wordt verstaan in
Titel I, artikel 4, onder 8, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot
vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);
c. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.
Artikel 2
1. De uitvoer van goederen, aangewezen in de bijlage bij dit
besluit, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden.
2. De uitvoer van goederen, aangewezen in bijlage I bij
verordening nr. 1334/2000, zonder communautaire algemene
uitvoervergunning bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr.
1334/2000, dan wel zonder vergunning van Onze Minister of zonder
geldige, in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven
vergunning, is verboden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer van
goederen, aangewezen krachtens artikel 3, eerste lid, van de
Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.
4. In afwijking van het tweede lid is de in- en uitvoer verboden
van goederen op lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen
bij het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen verdrag tot
verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het
gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb.
1993, 162) uit respectievelijk naar landen die niet partij zijn bij dit
verdrag.
5. De goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden
aangemerkt als strategische goederen.
Artikel 3
1. De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van
de uitvoer van goederen, zijn met betrekking tot de goederen,
aangewezen in bijlage IV bij verordening nr. 1334/2000, en de
goederen, aangewezen in de bijlage van dit besluit, van
overeenkomstige toepassing op het doen uitgaan van die goederen uit
Nederland met als bestemming een andere lidstaat van de Europese Unie,
uitgezonderd België en Luxemburg.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het doen uitgaan van
goederen als bedoeld in artikel 2, derde lid.
Artikel 3a
1. De regels die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de
uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op de
goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, waarvoor aangifte
tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182 van het Communautair
douanewetboek is gedaan.
2. Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment
van de aangifte tot wederuitvoer:
a. de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld
in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
b. korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren
aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee
waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en
C, als bedoeld in artikel 525 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende
vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr.
2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair
douanewetboek (PbEG L 253).
3. Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat
lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming
hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de
lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing
op de goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000.
Artikel 4
Onze Minister kan vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen van
de artikelen 2, eerste lid en 3a.
Artikel 5
Als categorie van strategische goederen, bedoeld in artikel 2a,
vijfde lid, onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de goederen,
aangewezen in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 6
1. Indien de wapens, genoemd in de bijlage bij het
Gemeenschappelijk optreden van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de
Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie
en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking
van gemeenschappelijk optreden 1999/34/GBVB (2002/589/GBVB, PbEG 2002
L 191) naar de tekst zoals deze bij dat gemeenschappelijk optreden is
vastgesteld, dan wel de goederen aangewezen in de bijlage van dit
besluit, Nederland worden binnen gebracht en vervolgens, zonder dat
daartoe ingevolge dit besluit een vergunning benodigd is, weer
uitgaan, vindt een melding plaats bij de Belastingdienst/Douane.
2. Indien geen summiere aangifte behoeft te worden gedaan als
bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek vindt de
melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
a. bij het binnenbrengen van de goederen,
b. door middel van het doen van de aanvraag om een consent tot
binnenkomen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en
munitie, en
c. door degene die verplicht is de onder b bedoelde aanvraag te
doen.
3. In de gevallen, anders dan die bedoeld in het tweede lid,
vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
a. op het tijdstip van de aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in
artikel 182, derde lid, van het Communautair douanewetboek, of de
aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer als
bedoeld in artikel 91 van dat wetboek,
b. op een tijdstip dat ten minste 12 kantooruren is gelegen voor
het moment waarop de wederuitvoer dan wel het douanevervoer aanvangt,
en
c. door degene die op grond van het Communautair douanewetboek
verplicht is tot het doen van de aangifte, bedoeld onder a.
4. In de situatie, bedoeld in het derde lid, geschiedt de melding
schriftelijk en omvat deze een omschrijving van de goederen alsmede de
vermelding van:
a. de hoeveelheid goederen;
b. de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming
van de goederen;
c. het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden;
d. de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en
e. de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en,
indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft
over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon.
Artikel 7
Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2 worden
daaraan voor de houder van de vergunning de volgende voorschriften
verbonden:
a. de vergunning bij de uitvoer van goederen, waarvoor zij is
verleend, in handen te stellen van de daarbij betrokken ambtenaar
van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. de vergunning, zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer
kan worden gemaakt, voor zover zij in verband daarmede niet is
ingehouden door een ambtenaar als onder a bedoeld, terstond
terug te zenden aan degene, die haar heeft verleend.
c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, binnen de
daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen te verstrekken
omtrent het van de vergunning gemaakte gebruik.
Artikel 7a
1. De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van
de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op
handelingen waarmee wordt beoogd die goederen, voor zover deze
binnengekomen niet-communautaire goederen zijn, het Nederlandse
grondgebied te doen verlaten, indien met betrekking tot die goederen
een internationaal importcertificaat als bedoeld in het Besluit
afgifte verklaringen strategische goederen is afgegeven.
2. Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van de in
het eerste lid bedoelde toepassing.
Artikel 7b [Vervallen per 20-02-1995]
Artikel 7c [Vervallen per 19-12-1993]
Artikel 8
Vergunningen en ontheffingen krachtens de Uitvoerbeschikking
strategische goederen 1963 (Stcrt. 1962, 222) verleend, worden,
voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn
verleend op grond van dit besluit.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: In- en uitvoerbesluit
strategische goederen.
Onze Ministers van Economische
Zaken en van Buitenlandse Zaken zijn belast met de uitvoering van dit
besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan
afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en Onze Minister van
Financiën.
Soestdijk, 26 april 1963
JULIANA
De Minister van Economische Zaken,
J.W. de Pous
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. Luns
Uitgegeven de tweede mei 1963
De Minister van Justitie,
A.C.W. Beerman
Bijlage Uitvoerbesluit
strategische goederen 1963
ALGEMENE TECHNOLOGIE NOOT (ATN)
De overdracht van «technologie» die «noodzakelijk» is voor de
«ontwikkeling», «productie» of het «gebruik» van goederen bedoeld
in de militaire goederenlijst is onderworpen aan de op de militaire
goederenlijst van toepassing zijnde bepalingen. Deze «technologie» is
ook aan vergunningsplicht onderworpen als deze wordt toegepast op niet
aan vergunningsplicht onderworpen goederen.
De vergunningsplicht geldt niet voor de minimaal noodzakelijke
«technologie» voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van
niet onder de vergunningsplicht vallende goederen of op de goederen
waarvan de uitvoer is toegestaan.
De vergunningsregelingen voor de overdracht van «technologie» zijn
niet van toepassing op informatie die «voor iedereen beschikbaar» is,
op «fundamenteel wetenschappelijk onderzoek» of op de voor
octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.
N.B.: Termen tussen «aanhalingstekens» zijn gedefinieerd. Zie lijst
van definities.
ML1. Lichte wapens en machinegeweren met een kaliber van 12,7 mm of
minder en toebehoren, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen
daarvoor:
a. geweren, karabijnen, revolvers, pistolen, machinepistolen en
machinegeweren, met uitzondering van:
1. musketten, geweren en karabijnen die van voor het jaar 1938
dateren;
2. replica's van musketten, geweren en karabijnen die van voor
het jaar 1890 dateren;
3. revolvers, pistolen en machinegeweren die van voor het jaar
1890 dateren en replica's daarvan;
b. speciaal voor militair gebruik ontworpen wapens met gladde loop;
c. wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van munitie zonder huls;
d. geluiddempers, speciale statieven, klemmen en vlamonderdrukkers
voor wapens bedoeld in ML1.a., ML1.b. of ML1.c.
Technische noot: Speciaal voor militair gebruik ontworpen
wapens met gladde loop als omschreven in ML1.b. zijn wapens die:
a. aan de normtest zijn onderworpen bij een druk van meer dan
1300 bar;
b. normaal en veilig kunnen werken bij een druk van meer dan 1000
bar; en
c. geschikt zijn voor munitie met een lengte van meer dan 76,2 mm
(bijv. commerciële hagelpatronen voor hagelgeweren van kaliber 12
magnum).
De in deze technische noot genoemde parameters dienen te worden
gemeten volgens de normen van de Commission Internationale Permanente.
Noot 1: In ML1. worden niet bedoeld wapens met gladde loop die
worden gebruikt voor jacht- of sportdoeleinden. Dergelijke wapens mogen
niet speciaal zijn ontworpen voor militair gebruik en ook niet
volautomatisch zijn.
Noot 2: In ML1. worden niet bedoeld vuurwapens die speciaal
zijn ontworpen voor exercitie munitie en die geen enkele soort
vergunningplichtige munitie kunnen afvuren.
Noot 3: In ML1. worden niet bedoeld wapens waarbij gebruik
wordt gemaakt van randvuurmunitie en die niet volautomatisch zijn.
ML2. Wapens met een kaliber groter dan 12,7 mm, toestellen en
toebehoren daarvoor, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen
daarvoor:
a. kanonnen, houwitsers, vuurmonden, mortieren, anti-tankwapens,
projectielwerpers en raketlanceerinrichtingen, militaire
vlammenwerpers, terugstootloze vuurmonden en
signatuur-reductietoestellen daarvoor;
Noot: ML2.a. omvat mede injectors, meetapparaten,
opslagtanks en andere speciaal ontworpen onderdelen voor gebruik met
vloeibare stuwstoffen voor in ML2.a. bedoelde apparatuur.
ML2. b. toestellen voor het gericht verspreiden of voortbrengen van
rook, gas en pyrotechnische stoffen, voor militaire doeleinden.
Noot: Signaalpistolen zijn hier niet bedoeld.
ML3. Munitie en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor, voor wapens
genoemd in de ML1, ML2 en ML12.
Noot 1: Onder speciaal ontworpen onderdelen worden mede
begrepen:
a. van metaal of plastic gefabriceerde onderdelen zoals
slaghoedjes, kogelmantels, schakels, geleibanden en metalen
munitiedelen;
b. wapeningsmechanismen, buizen, sensors en contacten voor
exploding bridge wire;
c. stroombronnen met een hoge eenmalige stootkracht;
d. brandbare hulzen voor ladingen;
e. submunitie waaronder granaatjes en mijnen en tot aan het doel
geleide projectielen.
Noot 2: In ML3 worden niet bedoeld losse flodders (blank star)
en exercitie munitie.
ML4. Bommen, torpedo's, raketten, geleide projectielen en toebehoren,
als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal
ontworpen onderdelen daarvoor:
a. bommen, torpedo's, granaten, rookbussen, raketten, mijnen,
geleide projectielen, dieptebommen, vernielingsladingen, -toestellen
en -sets, «militaire pyrotechnische middelen», patronen en
simulatoren;
Noot: In ML4.a. worden mede bedoeld:
1. rookgranaten, brandbommen en ontploffingsmechanismen;
2. raketstraalpijpen en neuskegels uit de ruimte terugkerende
ruimteschepen.
b. Uitrusting, speciaal ontworpen voor het hanteren, besturen, in
werking stellen, éénmalig toedienen van energie, lanceren, leggen,
vegen, ontsteken, misleiden, storen, detoneren of opsporen van onder
ML4.a. bedoelde voorwerpen.
Noot: Onder ML4.b. is mede begrepen:
1. mobiele uitrusting voor het vloeibaar maken van gas, geschikt
voor het produceren van 1000 kg of meer vloeibaar gas per dag;
2. drijvende elektrische stroomkabel geschikt voor het vegen van
magnetische mijnen.
ML5. Vuurleidingssystemen en aanverwante alarm- en
waarschuwingssystemen, en aanverwante systemen en apparatuur voor
tegenmaatregelen, als hieronder, speciaal ontworpen voor militair
gebruik en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
a. wapenvizieren, computers gebezigd bij bombardementen,
geschutricht-apparaten en boordbesturingssystemen voor wapens;
b. systemen voor het opsporen, aanwijzen, verkennen of volgen van
het doelwit en voor het bepalen van de schootsafstand; toestellen voor
opsporing, herkenning en identificatie; en toestellen voor
sensorintegratie.
c. apparatuur voor tegenmaatregelen voor goederen als bedoeld onder
ML5.a. en ML5.b.
ML6. Voertuigen en onderdelen daarvoor speciaal ontworpen of
aangepast voor militair gebruik:
Technische noot: In ML6 omvat de term voertuigen tevens
trailers.
Noot 1: Onder ML6 is mede begrepen:
a. tanks en andere militaire bewapende voertuigen en militaire
voertuigen met voorzieningen voor het daarop monteren van vuurwapens
of apparatuur voor het leggen van mijnen of voor het lanceren van
munitie bedoeld onder ML4;
b. gepantserde militaire voertuigen;
c. amfibievoertuigen en voertuigen voor het doorwaden van diep
water;
d. bergingsvoertuigen en voertuigen voor het trekken of vervoeren
van munitie of wapensystemen en aanverwante apparatuur voor
ladingoverslag;
Noot 2: Onder speciale aanpassingen aan een voertuig voor
militair gebruik wordt verstaan een structurele, elektrische of
mechanische wijziging die inhoudt dat een onderdeel wordt vervangen door
tenminste één speciaal ontworpen militair onderdeel. Deze componenten
zijn ondermeer:
a. luchtbanden die speciaal zo zijn geconstrueerd dat zij
kogelbestendig zijn of in leeggelopen toestand kunnen rijden;
b. drukregelsystemen voor het oppompen van banden die van binnen
uit een zich voortbewegend voertuig worden bediend;
c. bepantsering van vitale delen (zoals brandstoftanks of de
cabine van het voertuig);
d. speciale versterkingsplaat voor het monteren van wapens
Noot 3: Onder ML6 worden niet bedoeld civiele automobielen of
voertuigen, voor banken, met bepantsering.
ML7. Toxicologisch materiaal, «traangassen», aanverwante
apparatuur, onderdelen, materialen en «technologie», als hieronder:
a. biologische en radioactieve stoffen, «aangepast voor
oorlogsgebruik» teneinde slachtoffers te veroorzaken onder mensen en
dieren, schade toe te brengen aan de werking van apparatuur, aan
gewassen of aan het milieu, alsmede stoffen voor chemische
oorlogvoering;
b. voorlopers voor binaire stoffen voor chemische oorlogvoering,
als hieronder:
1. Alkyl- (Methyl-, Ethyl-, n-Propyl- of Isopropyl-)fosfonofluoridaten,
zoals; DF: Methylfosfonyldifluoride (CAS 676993);
2. O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief
cycloalkyl) S-2-dialkyl- (methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)aminoethylalkyl-
(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonothiolaten en
overeenkomstige gealkileerde geprotoneerde zouten zoals:
QL:. O-ethyl-2-diisopropylaminoethylmethylfosfoniet (CAS
57836118);
3. Chloorsarin: O-Isopropyl methylphosphonochloridaat (CAS
1445767);
4. Chloorsoman: O-Pinacolyl methylphosphonochloridaat (CAS
7040575);
c. «Traangassen» en «stoffen voor oproerbeheersing» met
inbegrip van:
1. Broombenzylcyanide (CA) (CAS 5798798);
2. o-Chloorbenzylideenmalononitril (o-Chloorbenzalmalononitril)
(CS) (CAS 2698411);
3. Fenylacylchloride (w-chlooracetofenon) (CN) (CAS 532274);
4. Dibenz-(b,f)-1,4-oxazefine (CR) (CAS 257078);
d. Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor verspreiding
van de in ML7.a. bedoelde stoffen of middelen, en speciaal ontworpen
onderdelen daarvoor;
e. Uitrusting, speciaal ontworpen of aangepast voor bescherming
tegen de in ML7.a. bedoelde stoffen of middelen, en speciaal
ontworpen onderdelen daarvoor;
Noot: ML7.e. omvat tevens beschermende kleding.
f. Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor opsporing en
identificatie van de in ML7.a. bedoelde stoffen, en speciaal
ontworpen onderdelen daarvoor;
Noot: In ML7.f. worden niet bedoeld individuele
dosismeters voor stralingscontrole.
N.B.: Zie ook 1A004 voor civiele gasmaskers en beschermende
uitrusting.
g. «Biopolymeren», speciaal ontworpen of bewerkt voor het
opsporen en determineren van chemische stoffen voor oorlogsgebruik
als bedoeld in ML7.a. en de specifieke celkweken die worden
gebruikt voor de vervaardiging daarvan;
ML7. h. «Biokatalysatoren» voor het decontamineren en
afbreken van chemische stoffen voor oorlogsgebruik, en biologische
systemen daarvoor, als hieronder:
1. «biokatalysatoren», speciaal ontworpen voor de
decontaminatie en het afbreken van de in ML7.a. bedoelde
chemische stoffen voor oorlogsgebruik, welke het resultaat zijn
van gerichte laboratoriumselectie of van genetische manipulatie
van biologische systemen;
2. biologische systemen, als hieronder: «expressievectoren»,
virussen of celkweken, die de genetische informatie bevatten die
specifiek is voor de productie van «biokatalysatoren» als
bedoeld in ML7.h.1.;
i. «Technologie», als hieronder:
1. «technologie» voor de «ontwikkeling», «productie» en
het «gebruik» van toxicologische middelen, aanverwante
apparatuur en onderdelen bedoeld in ML7.a. tot en met ML7.f.;
2. «technologie» voor de «ontwikkeling», «productie» en
het «gebruik» van de «biopolymeren» en specifieke celkweken,
bedoeld in ML7.g.;
3. «technologie», uitsluitend bestemd voor het integreren van
«biokatalysatoren» als bedoeld in ML7.h.1. in militaire
draagstoffen of in militair materiaal.
Noot 1: In ML7.a. worden mede bedoeld de volgende
stoffen voor chemische oorlogvoering:
a. Zenuwgassen
1. O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van
cycloalkyl) alkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonofluoridaten,
zoals:
Sarin. (GB): O-isopropyl methylfosfonofluoridaat (CAS 107448); en
Soman (GD): O-pinacolyl methylfosfonofluoridaat (CAS 96640);
2. O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van
cycloalkyl) N,N-dialkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of
isopropyl-)fosforamidocyanidaten, zoals:
Tabun. (GA): O-ethyl N,N-dimethylfosforamidocyanidaat (CAS
77816);
3. O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief
cycloalkyl) S-2-dialkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of
isopropyl-)aminoethylalkyl- (methyl-, ethyl-, n-propyl- of
isopropyl-)fosfonothiolaten en overeenkomstige gealkileerde
geprotoneerde zouten zoals:
VX:. O-ethyl S-2-diisopropylaminoethyl methylfosfonothiolaat
(CAS 50782699);
b. blaarvormende gassen:
1. zwavelmosterdgassen, zoals:
2-chloorethylchloormethylsulfide (CAS 2625755);
bis(2-chloorethyl)sulfide (CAS 505602);
bis(2-chloorethylthio)methaan (CAS 63869136);
1,2-bis(2-chloorethylthio)ethaan (CAS 3563368);
1,3-bis(2-chloorethylthio)-n-propaan (CAS 63905102);
1,4-bis(2-chloorethylthio)-n-butaan;
ML7. 1,5-bis(2-chloorethylthio)-n-pentaan;
bis(2-chloorethylthiomethyl)ether;
bis(2-chloorethylthioethyl)ether (CAS 63918898);
2. lewisieten, zoals:
2-chloorvinyldichloorarsine (CAS 541253);
bis(2-chloorvinyl)chloorarsine (CAS 40334698);
tris(2-chloorvinyl)arsine (CAS 40334701);
3. stikstofmosterdgassen, zoals:
HN1:. bis(2-chloorethyl)ethylamine (CAS 538078);
HN2:. bis(2-chloorethyl)methylamine (CAS 51752);
HN3:. tris(2-chloorethyl)amine (CAS 555771);
c. verdovende gassen zoals:
3-chinuclidinylbenzilaat (BZ) (CAS 6581062)
d. ontbladeringsmiddelen zoals:
1. Butyl 2-chloor-4-fluorofenoxyacetaat (LNF)
2. 2,4,5-trichloorfenoxyacetic zuur gemengd met
2,4-dichloorfenoxyacetic zuur (Agent Orange).
Noot 2: In ML7.e. zijn mede bedoeld
luchtbehandelingseenheden, speciaal ontworpen of aangepast voor
nucleaire, biologische of chemische filtratie.
Noot 3: In ML7.a. en ML7.c. worden niet bedoeld:
a. chloorcyaan;
b. blauwzuur;
c. chloor;
d. carbonylchloride (fosgeen);
e. difosgeen (trichloormethylchloorformiaat);
f. ethylbroomacetaat;
g. xylylbromide;
h. benzylbromide;
i. benzyljodide;
j. broomaceton;
k. broomcyaan;
l. broommethylethylketon;
m. chlooraceton;
n. ethyljoodacetaat;
o. joodaceton;
p. chloorpicrine.
Noot 4: De in ML7.g., ML7.h.2. en ML7.i.3. genoemde
technologie, celkweken en biologische systemen vormen een limitatieve
opsomming en in deze postonderdelen worden niet bedoeld technologie,
cellen of biologische systemen voor civiele doeleinden, zoals
toepassingen in de landbouw, farmaceutische industrie, op medisch,
veterinair en milieuhygiënisch gebied en in de voedings-industrie.
Noot 5: In ML7.c. worden niet bedoeld traangassen in
individuele verpakkingen die zijn bedoeld voor zelfverdediging.
Noot 6: Apparatuur genoemd in ML7.d., ML7.e. en ML7.f.
speciaal ontworpen en gebruikt voor militaire doeleinden zijn
vergunningplichtig.
N.B.: Zie ook 1A004.
ML8. «Militaire explosieve stoffen» en brandstoffen, met inbegrip
van stuwstoffen, en aanverwante substanties, als hieronder:
a. Substanties als hieronder, en mengels daarvan:
1. bolvormig aluminiumpoeder (CAS 7429905) met een
deeltjesgrootte van 60 micrometer of kleiner, vervaardigd van
materiaal met een aluminiumgehalte van 99% of meer;
2. metaalbrandstoffen met deeltjes hetzij bolvormig, verstoven,
sferoïdisch, in vlokkenvorm of gemalen, vervaardigd uit materiaal
dat voor 99% of meer bestaat uit één of meer van de volgende
stoffen:
a. metalen en mengsels daarvan:
1. beryllium (CAS 7440417); en een deeltjesgrootte van 60
micro-meter of minder;
2. fijn ijzer-poeder (CAS 7439896) met een deeltjesgrootte van
3 micrometer of minder, vervaardigd door reductie van ijzeroxyde
met waterstof;
b. Mengsels die één van het volgende stoffen bevatten
1. zirkonium (CAS 7440677), magnesium (CAS 7439954) en hun
legeringen met een deeltjesgrootte van mider dan 60 micrometer;
2. borium (CAS 7440428) of boriumcarbide (CAS 12069328)
brandstoffen met een zuiverheid van 85% of hoger en
deeltjesgrootte minder dan 60 micrometer;
3. perchloraten, chloraten en chromaten, samengesteld met
verpoederd metaal of andere brandstofcomponenten met hoge energie;
4. nitroguanidine (NQ) (CAS 556887);
5. samenstellingen bestaande uit fluor en één of meer van de
volgende stoffen: andere halogenen, zuurstof, stikstof;
6. carboranen, decarboraan (CAS 17702419), pentaboraan en
derivaten;
7. cyclotetramethyleentetranitramine (CAS 269410) (HMX),
octahydro-1,3,5,7- tetranitro-1,3,5,7-tetrazine,
1,3,5,7-tetranitro-1,3,5,7-tetraza-cyclooctaan, (octogen, octogene);
8. hexanitrostilbeen (HNS) (CAS 20062220);
9. diaminotrinitrobenzeen (DATB) (CAS 1630086);
10. triaminotrinitrobenzeen (TATB) (CAS 3058386);
11. triaminoguanidinenitraat (TAGN) (CAS 4000162);
12. titaansubhybride met de stoichiometrie TiH 0,651,68;
13. dinitroglycoluril (DNGU, DINGU) (CAS 55510049);
tetranitroglycoluril (TNGU, SORGUYL) (CAS 55510037);
14. tetranitrobenzeentriazoolbenzeentriazool (TACOT) (CAS
25243361);
15. diaminohexanitrobifenyl (DIPAM) (CAS 17215440);
16. picrylaminodinitropyridine (PYX) (CAS 38082892);
17. 3-nitro-1,2,4,-triazool-5-on (NTO of ONTA) (CAS 932649);
18. hydrazine (CAS 302012) in concentraties van 70% of meer;
hydrazinenitraat (CAS 37836274); hydrazine perchloraten (CAS
27978547); dimethyl asymmetrisch hydrazine (CAS 57147);
monomethylhydrazine (CAS 60344) en dimethyl symmetrisch hydrazine
(CAS 540738);
19. ammoniumperchloraat (CAS 7790989);
20. cyclotrimethyleentrinitramine (RDX) (CAS 121824); cycloniet;
T4; hexa-hydro-1,3,5-trinitro-1,3,5-triazine,
1,3,5-trinitro-1,3,5-triaza-cyclohexaan (hexogen, hexogene);
21. hydroxylammoniumnitraat (HAN) (CAS 13465082);
hydroxylammoniumperchloraat (HAP) (CAS 15588622);
22. 2-(5-cyaantetrazolato) pentaamminekobalt (III) perchloraat
(of CP) (CAS 70247324);
23. cis-bis(5-nitrotetrazolato) pentaamminekobalt (III)
perchloraat (of BNCP);
24. 7-amino-46-dinitrobenzofurazaan-1-oxide (ADNBF) (CAS
97096781); aminodinitrobenzofurozan;
25. 5,7-diamino-4,6-dinitrobenzofurazaan-1-oxide (CAS
117907741), (CL-14) of diaminodinitrobenzofurozan;
26. 2,4,6-trinitro-2,4,6-triaza-cyclo-hexanon (K-6 of Keto-RDX)
(CAS 115029351);
27. 2,4,6,8-tetranitro-2,4,6,8-tetraaza-bicyclo(3,3,0)-octanon-3
(CAS 130256723) (tetranitrosemiglycouril, K-55 of keto-bicylisch
HMX);
28. 1,1,3-trinitroazetidine (TNAZ) (CAS 97645244);
29. 1,4,5,8-tetranitro-1,4,5,8-tetraazadecalien (TNAD) (CAS
135877166);
30. hexanitrohexaazaisowurtzitan (CAS 135285904) (CL-20) of
HNIW; en chlatraten van (CL-20);
31. polynitrocubanen met meer dan vier nitrogroepen;
32. ammoniumdinitramide (ADN of SR 12) (CAS 140456786);
33. trinitrofenylmethylnitramine (tetry) (CAS 479458);
b. Explosieven en stuwstoffen die voldoen aan de volgende
prestatieparameters:
1. Elke springstof met een detonatiesnelheid groter dan 8700 m/s
of een detonatiedruk in de schokgolf groter dan 340 kilobar;
2. Andere organische springstoffen die niet zijn opgenomen in ML8
en die een detonatiedruk in de schokgolf 250 kilobar of meer
opleveren die gedurende 5 minuten of langer stabiel blijft bij een
temperatuur van 523 K (2500C) of hoger;
3. elke andere niet in deze noot opgenomen vaste stuwstof uit
VN-klasse 1.1 met een theoretische specifieke impuls (onder
standaard omstandigheden) van meer dan 250 seconden bij
niet-gemetalliseerde samenstellingen, of meer dan 270 seconden bij
gealumineerde samen-stellingen;
4. elke vaste stuwstof uit VN-klasse 1.3 met een theoretische
specifieke impuls van meer dan 230 seconden voor niet-gehalogeneerde
samenstellingen, 250 seconden voor niet-gemetalliseerde
samenstellingen, en 266 seconden voor gemetalliseerde
samenstellingen;
5. elke andere stuwstof voor geschut die niet is opgenomen in ML8
en met een krachtconstante groter dan 1200 kJ/kg;
6. elke andere springstof, stuwstof of pyrotechnische stof die
niet is opgenomen in ML8 en die een onveranderlijke
verbrandingssnelheid kan onderhouden groter dan 38 mm per seconde
onder de standaard omstandigheden van een druk van 68,9 bar en een
temperatuur van 294 K (210C);
7. met elastomeer gemodificeerd gegoten kruit op basis van twee
springstoffen (EMCDB) met een uitrekbaarheid bij maximale spanning
groter dan 5% bij 233 K (400C).
c. «militaire pyrotechnische stoffen»;
d. andere substanties als volgt:
1. brandstoffen voor «vliegtuigen» die speciaal voor
militaire doeleinden zijn samengesteld;
2. militaire materialen welke verdikkingsmiddelen voor
koolwaterstofbrandstoffen bevatten die speciaal zijn samengesteld
voor gebruik in vlammenwerpers of pyrogene munitie, zoals
metaalstearaten of -palminaten (ook wel bekend als octal) (CAS
637127) en M1, M2 en M3 verdikkings-middelen.
3. vloeibare oxidatiemiddelen die geheel of gedeeltelijk
bestaan uit geïnhibeerd roodrokend salpeterzuur (IRFNA) (CAS
8007587) of zuurstofdifluoride.
e. «toevoegingen» en «precursoren», als volgt:
1. azidemethylmethyloxetaan (AMMO) en de polymeren daarvan;
2. basisch kopersalicylaat (CAS 62320949); loodsalicylaat (CAS
15748739);
3. bis(2,2-dinitropropyl) formal (CAS 5917613) of
bis(2,2-dinitropropyl) acetaal (CAS 5108690);
4. bis-(2-fluoro-2,2 dinitroethyl) formal (FEFO) (CAS
17003791);
5. bis-(2-hydroxyethyl) glycolamide (BHEGA) (CAS 17409415)
6. bis(2-methylaziridinyl)methylaminofosfineoxide (methyl BAPO)
(CAS 85068720);
7. bisazidomethyloxetaan en diens polymeren (CAS 17607204);
8. bischloormethyloxetaan (BCMO) (CAS 142173260);
9. butadieennitrileoxide (BNO);
10. butaantriooltrinitraat (BTTN) (CAS 66596050);
11. catoceen (CAS 37206421) (2,2-bis-ethylferrocenylpropaan);
ferroceen carboxyl zuren; N-butyl-ferroceen (CAS 319904297);
butaceen (CAS 125856624) en andere adducted polymeren van
ferroceenderivaten;
12. dinitroazetidine-t-butylzout;
13. energetische monomeren, weekmakers en polymeren die nitro-,
azide-, nitraat-, nitraza- of difluoraminogroepen bevatten;
14. poly-2,2,3,3,4,4-hexafluorpentaan-1,5-diol formal (FPF-1);
15. poly-2,4,4,5,5,6,6-heptafluor-2-trifluor-methyl-3-oxaheptaan-1,7-diol
formal (FPF-3);
16. glycidylazidepolymeer (GAP) (CAS 143178249) en derivaten
daarvan;
17. hexabenzylhexaazaisowurtzitaan (HBIW) (CAS 1247821516);
18. hydroxyl eindstandig polybutadieen (HTPB) met een hydroxyl
functionaliteit gelijk aan of groter dan 2.2 en minder dan of
gelijk aan 2.4, een hydroxyl waarde van minder dan 0.77 meq/g, en
een viscositeit bij 30°C van minder dan 47 poise (CAS 69102905);
19. superfijn ijzeroxide (Fe2O3-hematiet) met een specifiek
oppervlak groter dan 250 m2/g en een gemiddelde deeltjesgrootte
van 0,003 micrometer of kleiner (CAS 1309371);
20. lood-beta-resorcylaat (CAS 20936327);
21. loodstannaat (CAS 12036316), loodmaleaat (CAS 19136346),
loodcitraat (CAS 14450603);
22. lood/koperchelaten van betaresorcylaat of salicylaten (CAS
68411074);
23. nitraatmethylmethyloxetaan of poly(3-nitraatmethyl,3-methyloxetaan);
(poly-NIMMO) (NMMO) (CAS 84051810);
24. 3-nitraza-1,5-pentaandiisocyanaat (CAS 7406619);
25. N-methyl-p-nitroaniline (CAS 100152);
26. organometaal-koppelingsmiddelen, met name:
a. neopentyl (dially) oxy, tri (dioctyl) fosfaattitanaat (CAS
103850222); ook wel bekend onder de benaming titaan IV, 2,2[bis
2-propenolato- methyl, butanolaat, tris(dioctyl) fosfato] (CAS
110438250) of
LICA. 12 (CAS 103850222);
b. titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanol-atomethyl]-butanolaat-
1, tris[dioctyl]-pyrofosfaat of KR3538;
c. titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanol-atomethyl]-butanolaat-1,
tris(dioctyl)-pyrofosfaat;
27. polycyaandifluoraminoethyleenoxide (PCDE);
28. polyfunctionele aziridineamiden: met ketenstructuren van
isoftaalzuur, trimesinezuur (BITA of butyleeniminetrimesamide),
isocyanuurzuur of trimethyladipinezuur en 2-methyl of
2-ethylsubstituenten aan de aziridinering;
29. polyglycidylnitraat of poly (nitratomethyloxiran); (Poly-GLYN)
(PGN) (CAS 27814488);
30. polynitroorthocarbonaten;
31. propyleenimine, 2-methylaziridine (CAS 75558);
32. tetraacetyldibenzylhexaazaisowurtzitaan (TAIW);
33. tetraethyleenpentamineacrylnitril (TEPAN) (CAS 68412453);
gecyaanethyleerd polyamine en de zouten daarvan;
34. tetraethyleenpentamineacrylnitrilglycidol (TEPANOL) (CAS
68412464); glycidol adduct van gecyaanethyleerd ethylpolyamine en
de zouten daarvan;
35. trifenyl bismuth (TBP) (CAS 603338);
36. tris-1-(2-methyl) aziridinylfosfineoxide (MAPO) (CAS
57396);
bis(2-methylaziridinyl)-2-(2-hydroxypropanoxy)
propylaminofosfineoxide (BOBBA 8); en andere MAPO-derivaten;
37. 1,2,3-tris[1,2-bis(difluoramino)ethoxy]propaan (CAS
53159390); tris vinoxypropaanadduct, (TVOPA);
38. 1,3,5 trichloorbenzeen (CAS 108703);
39. 1,2,4 trihydroxybutaan (1,2,4 butaantriol);
40. 1,3,5,7,-tetraacetyl-1,3,5,7,-tetraaza-cyclooctaan (TAT)
(CAS 41378987);
41. 1,4,5,8-tetraazadecalien (CAS 5409427)
42. poly(epichloorhydrine) met een laag molecuulgewicht (minder
dan 10000) en voorzien van alcoholfuncties; poly(epichloorhydrinediol)
en triol.
ML8 Noot 1: De militaire explosieven en brandstoffen die de in
ML8.1.a.1. en ML8.1.a.2. vermelde metalen of legeringen bevatten zijn
vergunningplichtig ongeacht of de metalen of legeringen zijn ingekapseld
in aluminium, magnesium, zirkonium of beryllium.
Noot 2: In ML8. worden niet bedoeld boron en boroncarbide
verrijkt met boron-10 (20% of meer boron-10 bevattend)
Noot 3: De in ML8.d. bedoelde brandstoffen voor
«vliegtuigen» betreffen de eindproducten en niet de bestanddelen
daarvan.
Noot 4: In ML8. zijn niet bedoeld perforators die speciaal
worden gebruikt bij het meten van oliebronnen.
Noot 5: De volgende stoffen, wanneer niet samengesteld of
gemengd met militaire explosieven of metalen in poedervorm, zijn niet
bedoeld in ML8:
a. ammoniumpicraat;
b. zwart kruit;
c. hexanitrodifenylamine;
d. difluoramine (HNF2);
e. nitrostijfsel;
f. kaliumnitraat;
g. tetranitronaftaleen;
h. trinitroanisol;
i. trinitronaftaleen;
j. trinitroxyleen;
k. rokend salpeterzuur, indien niet geïnhibeerd en niet
verrijkt;
l. acetyleen;
m. propaan;
n. vloeibare zuurstof;
o. waterstofperoxyde in concentraties van minder dan 85%;
p. Mischmetaal;
q. N-pyrrolidinon; 1-methyl-2-pyrrolidinon;
r. dioctylmaleinaat;
s. ethylhexylacrylaat;
t. triethylaluminium (TEA), trimethylaluminium (TMA) en andere
pyrofore metaal-alkylen en metaal-arylen van lithium, natrium,
magnesium, zink en borium;
u. nitrocellulose;
v. nitroglycerine (of glyceroltrinitraat, trinitroglycerine) (NG);
w. 2,4,6-trinitrotolueen (TNT);
x. ethyleendiaminedinitraat (EDDN);
y. pentaerytritoltetranitraat (PETN);
aa. loodazide, normaal en basisch loodstyfnaat, en primaire
explosieven of ontstekingsmengsels die aziden of azidecomplexen
bevatten;
bb. triethyleenglycoldinitraat (TEGDN);
cc. 2,4,6-trinitroresorcinol (styfninezuur);
dd. diethyldifenylureum; dimethylidifenylureum,
metylethyldifenylureum (Centralites);
ee. N,N-difenylureum (asymmetrisch difenylureum);
ff. methyl-N,N-difenylureum (asymmetrisch methyldifenylureum);
gg. ethyl-N,N-difenylureum (asymmetrisch ethyldifenylureum);
hh. 2-nitrodifenylamine (2-NDPA);
ii. 4-nitrodifenylamine (4-NDPA);
jj. 2,2-dinitropropanol;
kk. chloortrifluoride.
ML9. Oorlogsschepen, speciale scheeps-uitrusting en toebehoren, als
hieronder, en onderdelen daarvoor, speciaal ontworpen voor militair
gebruik:
a. gevechtsvaartuigen of vaartuigen speciaal ontworpen of aangepast
voor offensieve of defensieve actie (zowel oppervlakteschepen als
onderzeeboten), al of niet omgebouwd voor niet-militair gebruik en
ongeacht de staat van herstel of de gebruiksconditie, en al of niet
voorzien van systemen voor het lanceren van wapens of voorzien van
bepantsering, alsmede rompen of delen van rompen voor deze schepen;
b. motoren, als hieronder:
1. dieselmotoren, speciaal ontworpen voor onderzeeboten met beide
onderstaande kenmerken:
a. een uitgangsvermogen van 1,12 MW (1500 pk) of meer; en
b. een omwentelingssnelheid van 700 omwentelingen per minuut of
meer;
2. elektromotoren, speciaal ontworpen voor onderzeeboten met alle
volgende kenmerken:
a. een uitgangsvermogen van meer dan 0,75 MW (1000 pk);
b. snel omkeerbaar;
c. met vloeistofkoeling; en
d. geheel gesloten;
3. niet-magnetische dieselmotoren met een uitgangsvermogen van
37,3 kW (50 pk) of meer, speciaal ontworpen voor militair gebruik en
met een niet-magnetisch gehalte van meer dan 75% van het totale
gewicht;
c. toestellen voor opsporing onder water, speciaal ontworpen voor
militair gebruik, en besturingsapparaten daarvoor;
d. onderzeeboot- en torpedonetten;
e. geleidings- en navigatie-apparatuur, speciaal ontworpen voor
militair gebruik;
f. doorvoeren of doorvoerkoppelingen voor rompen speciaal ontworpen
voor militair gebruik waardoor interactie mogelijk is met apparatuur
buiten het schip;
Noot: In ML9.f. worden mede bedoeld doorvoerkoppelingen
voor vaartuigen voor ééndraads-, meerdraads- of coaxiaalkabel of
voor golfgeleiders, en doorvoeren voor rompen, beide geschikt om bij
een onderwaterdiepte groter dan 100 m ondoordringbaar te blijven voor
lekkage van buitenaf en met behoud van de vereiste eigenschappen,
alsmede doorvoerkoppelingen voor glasvezels en glasvezeldoorvoeren
voor rompen speciaal ontworpen voor de transmissie van
«laser»-bundels ongeacht de diepte. Niet bedoeld worden gewone
doorvoeren voor rompen voor voort-stuwingsaandrijfgassen en
hydrodynamische besturingsstangen.
g. geruisloze kogellagers, met gas of magnetische ophanging of met
actieve onderdrukkingsregelingen van herkenningstekens of trillingen,
en apparatuur welke deze lagers bevat, speciaal ontworpen voor
militair gebruik.
ML10. «Vliegtuigen», luchtvaartuigen voor onbemand gebruik,
vliegtuig-motoren, en uitrusting voor «vliegtuigen», aanverwante
uitrustings-stukken en onderdelen, speciaal ontworpen of aangepast voor
militair gebruik, als hieronder:
a. gevechts-«vliegtuigen» en speciaal ontworpen onderdelen
daarvoor;
b. andere «vliegtuigen» speciaal ontworpen of aangepast voor
militair gebruik, zoals het uitvoeren van militaire
verkenningsvluchten, aanvalsvluchten, militaire opleidingen,
troepenverplaatsingen en het afwerpen van troepen of militaire
uitrustingstukken, logistieke ondersteuning, alsmede speciaal
ontworpen onderdelen daarvoor;
c. vliegtuigmotoren, speciaal ontworpen of aangepast voor militair
gebruik en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;
d. onbemande luchtvaartuigen, met inbegrip van op afstand geleide
luchtvaartuigen (RPV's), en autonome, programmeerbare voertuigen,
speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik en hun
lanceerinrichtingen, ondersteuningsapparatuur op de grond en
bijbehorende apparatuur voor commando en besturing;
e. uitrusting bestemd voor gebruik in de lucht, met inbegrip van
uitrusting voor het in de lucht bijvullen van brandstof, speciaal
ontworpen voor gebruik met de in ML10.a. en ML10.b.
bedoelde «vliegtuigen» of met de in ML10.c. bedoelde
vliegtuigmotoren, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;
f. toestellen werkend onder druk voor het bijvullen van brandstof,
uitrustingsstukken voor deze toestellen, apparatuur speciaal ontworpen
voor het kunnen verrichten van werkzaamheden in beperkte ruimten, en
grondmaterieel, speciaal ontwikkeld voor de hierboven in ML10.a.
en ML10.b. bedoelde vliegtuigen of voor de hierboven in ML10.c.
bedoelde vliegtuigmotoren;
g. ademhalingstoestellen werkend bij overdruk, en partiële
drukkleding voor gebruik in «vliegtuigen», anti-«g»-kleding,
militaire valhelmen en veiligheidsmaskers, toestellen («convertors»)
voor het omzetten van vloeibare zuurstof in gasvormige voor
«vliegtuigen» of projectielen, en katapulten en schietstoelen voor
redding van bemanning uit «vliegtuigen»;
h. parachutes voor gevechtstroepen en voor het afwerpen van lading,
en remparachutes voor «vliegtuigen», als hieronder:
1. parachutes voor:
a. het met uiterste precisie afwerpen van commando's;
b. het afwerpen van parachutisten;
2. parachutes voor het afwerpen van vracht;
3. zweefparachutes («drag» parachutes, «drogue» parachutes
voor het stabiliseren en het regelen van de stand van vallende
lichamen, bijv. te bergen capsules, schietstoelen, bommen);
4. «drogue» parachutes voor gebruik met schietstoelsystemen
voor het inwerkingstellen en regelen van de volgorde van opblazen
van nood-parachutes;
5. bergingsparachutes voor geleide projectielen, radiografisch
bestuurde luchtvaartuigen en ruimtevaartuigen;
6. aanvliegparachutes en remparachutes voor gebruik bij
landingen; en
7. andere militaire parachutes.
i. automatische besturingssystemen voor aan een parachute
afgeworpen ladingen; apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor
militair gebruik, voor het gestuurd openen van de parachute bij
sprongen van willekeurige hoogte, met inbegrip van zuurstofapparatuur.
Noot 1: In ML10.b. zijn niet bedoeld «vliegtuigen» of
varianten van deze «vliegtuigen» speciaal ontworpen of aangepast voor
militair gebruik die:
a. niet zijn geconfigureerd voor militair gebruik en niet zijn
uitgerust met apparatuur speciaal ontworpen of aangepast voor
militair gebruik; en
b. zijn gecertificeerd voor civiel gebruik door de civiele
luchtvaartautoriteiten in een lidstaat van het WA;
Noot 2: In ML10.c. zijn niet bedoeld:
a. vliegtuigmotoren, ontworpen of aangepast voor militair
gebruik, die zijn gecertificeerd door de civiele
luchtvaartautoriteiten in een lidstaat van het WA voor gebruik in
«civiele vliegtuigen», of speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;
b. zuigermotoren of speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.
Noot 3: De in ML10.b. en ML10.c. bedoelde
speciaal ontworpen onderdelen en aanverwante apparatuur voor militair
gebruik aangepaste niet-militaire «vliegtuigen» of vliegtuigmotoren is
uitsluitend van toepassing op die militaire onderdelen en militaire
aanverwante apparatuur die noodzakelijk is voor de aanpassing voor
militair gebruik.
ML11. Elektronische apparatuur die nergens anders in deze Militaire
Goederenlijst is bedoeld en die speciaal is ontworpen voor militair
gebruik en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:
Noot: In ML11 wordt mede bedoeld:
a. apparatuur voor het hinderen en tegenhinderen, waaronder ECM-
en ECCM-apparatuur (dat wil zeggen apparatuur, ontworpen om vreemde
of onjuiste signalen in te voeren in radar of
radiocommunicatieontvangers of om op andere wijze de ontvangst,
werkzaamheid of doeltreffendheid van vijandelijke elektronische
ontvangers en hun apparatuur voor tegenmaatregelen te hinderen);
b. buizen met frequency agility;
c. elektronische systemen of apparatuur ontworpen voor ofwel het
observeren en volgen van het elektromagnetisch spectrum voor
militaire inlichtingen of veiligheidsdoeleinden, ofwel het tegengaan
van dergelijke observatie- en volgactiviteiten;
d. apparatuur voor tegenmaatregelen voor onderwatergebruik, met
inbegrip van apparatuur voor het akoestisch en magnetisch hinderen
en misleiden, speciaal ontworpen om vreemde of onjuiste signalen in
te voeren in sonarontvangtoestellen;
e. beveiligingsapparatuur voor gegevensverwerking, voor gegevens
en voor transmissie- en signaallijnen, waarbij gebruik wordt gemaakt
van coderingsprocedures;
f. apparatuur voor identificatie, bekrachtiging en het invoeren
van identificatiesleutels en apparatuur voor het beheren,
vervaardigen en distribueren van identificatiesleutels.
ML12. Kinetische energiewapensystemen en aanverwante apparatuur, als
hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:
a. kinetische energiewapensystemen, speciaal ontworpen ter
vernietiging of ter bewerkstelliging van vroegtijdige
missiebeëindiging van een doelwit;
b. speciaal ontworpen test- en evaluatievoorzieningen en
testmodellen, met inbegrip van diagnostische instrumenten en
doelwitten, voor het dynamisch testen van kinetische
energie-projectielen en -systemen;
Noot 1: In ML12. worden mede de onderstaande systemen bedoeld
wanneer deze speciaal zijn ontworpen voor kinetische
energiewapensystemen:
a. lanceer-voortstuwingssystemen geschikt om een massa groter dan
0,1 g te versnellen tot een snelheid hoger dan 1,6 km/s, bij
enkelschots- of snelvuurstand;
b. apparatuur voor de opwekking van primaire energie, voor
elektronische bewapening, energieopslag, thermische beheersing,
conditionering, schakelingen en brandstof-behandeling; en
elektrische verbindingsdelen tussen energiebron, kanon en andere
elektrische aandrijffuncties van de toren;
c. systemen voor het bereiken en opsporen van doelwitten, voor
vuurleiding en voor schadevaststelling;
d. systemen voor doelzoeken, geleiden en koersverleggende
voortstuwing (laterale versnelling) voor projectielen.
Noot 2: In ML12. worden bedoeld wapensystemen, waarbij één
of meer van de volgende voorstuwingsmethoden worden gebruikt:
a. elektromagnetisch;
b. elektrothermisch;
c. plasma;
d. licht gas; of
e. chemisch (wanneer gebruikt in combinatie met één van
bovenstaande methoden).
Noot 3: In ML12. wordt niet bedoeld «technologie» voor
magnetische inductie voor de ononderbroken voortstuwing van civiele
transportmiddelen.
ML13. Apparatuur met bepantsering of bescherming en componenten, als
hieronder:
a. pantserplaten als hieronder:
1. Gefrabriceerd om te voldoen aan een militaire standaard of
specificatie; of
2. Geschikt voor militair gebruik;
b. combinaties en constructies van metallische en niet-metallische
materialen speciaal ontworpen voor ballistische bescherming van
militaire systemen;
c. militaire helmen;
d. kogelvrije kleding, kleding tegen granaatscherven welke voldoen
aan militaire standaarden of specificaties, of gelijkwaardig, en
speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.
Noot 1: In ML13.b. zijn mede bedoeld materialen
speciaal ontworpen voor het vormen van op explosie reagerende pantsering
of voor het construeren van militaire schuilplaatsen.
Noot 2: In ML13.c. zijn niet bedoeld conventionele
stalen helmen welke niet zijn uitgerust met, of ontworpen of aangepast
voor het bergen van enig hulptoestel.
Noot 3: In ML13.d. worden niet bedoeld kogelvrije
vesten voor individiueel gebruik en toebehoren daarvoor, wanneer deze
door de gebruiker wordt meegevoerd.
ML14. Speciaal militair oefenmaterieel of apparatuur voor het
nabootsen van militaire scenario's, speciaal ontworpen onderdelen en
toebehoren daarvoor.
Technische noot :
De uitdrukking «speciaal militair oefenmaterieel» omvat onder meer
militaire aanvalstrainers, trainers voor operationele vluchten, trainers
voor radardoelen, radardoelgeneratoren, toestellen voor
schietoefeningen, trainingstoestellen voor duikbootbestrijding,
vluchtnabootsers (waaronder centrifuges geschikt voor mensen voor de
training van piloten en astronauten), radartrainingstoestellen,
trainingstoestellen voor het vliegen op instrumenten,
navigatietrainingstoestellen, trainers voor het lanceren van raketten,
doelen en daartoe behorende uitrusting, onbemande «vliegtuigen»,
trainingstoestellen voor het gebruik van wapens en voor het besturen van
onbemande «vliegtuigen» alsmede mobiele trainingseenheden.
Noot: Deze post omvat mede systemen voor kunstmatige
beeld-ontwikkeling (SIG) en interactieve omgevingssystemen voor
simulatoren wanneer deze speciaal zijn ontworpen of geschikt gemaakt
voor militair gebruik.
ML15 . Beeldvormingsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen,
als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal
ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
Noot: In ML15 zijn niet bedoeld beeldversterkerbuizen van de
eerste generatie.
a. opnameapparatuur en beeldverwerkingsapparatuur;
b. camera's, fotografische apparatuur en apparatuur voor het
bewerken van films;
c. beeldversterkerapparatuur;
d. infrarood- en warmtebeeldapparatuur;
e. apparatuur met beeldradarsensoren;
f. apparatuur voor hinderen en tegenhinderen voor de apparatuur
bedoeld in ML15.a. t/m ML15.e.
Noot : In ML15.f. is mede begrepen apparatuur ontworpen
om de werking of doeltreffendheid van militaire beeldsystemen te
hinderen of voor het minimaliseren van een dergelijke hinderende
uitwerking.
Noot 1: Het begrip «speciaal ontworpen onderdelen» omvat
onder andere het volgende, mits speciaal voor militair gebruik
ontworpen:
a. infraroodbeeldomvormerbuizen;
b. beeldversterkerbuizen (niet zijnde van de eerste generatie);
c. microkanaalplaten;
d. televisiecamerabuizen voor lage lichtintensiteiten;
e. detector arrays (met inbegrip van elektronische verbindings-
of uitleessystemen;
f. pyro-elektrische televisiecamerabuizen;
g. koelsystemen voor beeldsystemen;
h. elektrisch aangestuurde sluiters van het fotochrome of
elektro-optische type met een sluitertijd van minder dan 100
microseconde, met uitzondering van sluiters welke een
wezenlijk onderdeel uitmaken van camera's werkend met grote
snelheden;
i. glasvezelbeeldomvormers;
j. compound halfgeleider fotokathoden.
ML16. Smeedstukken, gietstukken en andere halffabrikaten waarvan het
gebruik in een in deze militaire lijst bedoeld product identificeerbaar
is door de compositie, geometrie of functie van het materiaal, en welke
speciaal ontworpen zijn voor de producten welke bedoeld zijn in de
posten ML1, ML2, ML3, ML4, ML6, ML9, ML10, ML12 of ML19.
ML17 . Militaire uitrustingsstukken, materialen en
bibliotheekprogramma's, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen
daarvoor:
a. geheel zelfstandig werkende toestellen voor het duiken en
zwemmen onder water, als hieronder:
1. toestellen met gesloten en met halfgesloten kringloop (herinademingstoestellen);
2. onderdelen speciaal ontworpen voor de ombouw van toestellen
met open kringloop tot toestellen voor militair gebruik;
3. artikelen die uitsluitend zijn ontworpen voor militair gebruik
met vorenbedoelde geheel zelfstandig werkende toestellen voor duiken
en zwemmen onder water;
b. constructie-apparatuur, speciaal ontworpen voor militair
gebruik;
c. uitwendige hulpstukken, bekledingen en bewerkingen voor het
onderdrukken van herkenningstekens, speciaal ontworpen voor militair
gebruik;
d. technische veldapparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik in
een gevechtszone;
e. «robots», en besturingsapparatuur en «eindeffectoren» voor
«robots», met één of meer van de volgende kenmerken:
1. speciaal ontworpen voor militair gebruik;
2. met de middelen om de hydraulische leidingen te beschermen
tegen van buitenaf toegebrachte gaatjes veroorzaakt door
ballistische scherven (bijv. met zelfdichtende leidingen) en
ontworpen voor gebruik van hydraulische vloeistoffen met een
ontvlammingspunt hoger dan 839 K (566°C); of
3. speciaal ontworpen of gespecificeerd om te werken in een
omgeving met elektro-magnetische impulsen (EMP);
f. bibliotheekprogramma's (parametrische technische
gegevensbestanden), speciaal ontworpen voor militair gebruik met
apparatuur bedoeld in het deel Militaire Goederen van deze Bijlage;
g. apparatuur voor het opwekken van nucleaire energie of
voortstuwingsapparatuur, met inbegrip van «nucleaire reactors»,
speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik;
h. apparatuur en materiaal bekleed of behandeld voor het
onderdrukken van herkenningstekens, speciaal ontworpen voor militair
gebruik, andere dan die reeds elders in deze militaire lijst zijn
bedoeld;
i. simulators speciaal ontworpen voor militaire «nucleaire
reactors»;
j. mobile reparatiewerkplaatsen speciaal ontworpen voor het
onderhouden van militaire apparatuur;
k. veldgeneratoren speciaal ontworpen voor militair gebruik; en
l. containers speciaal voor militair gebruik.
Technische noot: In ML17 wordt onder de uitdrukking
«bibliotheekprogramma's» (parametrische technische gegevensbestanden)
verstaan een verzameling technische gegevens van militaire aard, welker
raadpleging de prestaties van militaire uitrusting of systemen kan
verhogen.
ML18 . Apparatuur en «technologie» voor de productie van goederen,
genoemd in deze Militaire Goederenlijst, als hieronder:
a. speciaal ontworpen productie-apparatuur voor de productie van
goederen bedoeld in het deel Militaire Goederen van deze bijlage, en
speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;
b. speciaal ontworpen voorzieningen voor omgevingsproeven en
speciaal ontworpen apparatuur daarvoor, voor het verkrijgen van een
certificaat of bewijs van geschiktheid voor, of voor het testen van
producten bedoeld in het deel Militaire Goederen van deze bijlage;
c. specifieke productie-technologie, zelfs indien de apparatuur
waarmee deze technologie moet worden gebruikt nergens in deze bijlage
is bedoeld;
d. «technologie» specifiek voor het ontwerpen van, het
samenstellen van onderdelen tot, en de bediening, het onderhoud en de
reparatie van complete productie-installaties, zelfs indien de
onderdelen zelf nergens in deze bijlage zijn bedoeld.
Noot 1: ML18.a. en ML18.b. omvatten mede de
volgende apparatuur:
a. nitratoren van het continue type;
b. centrifugale testapparatuur of apparatuur met één of meer
van de volgende kenmerken:
1. aangedreven door een motor of door motoren met een
vastgesteld vermogen van meer dan 298 kW (400 pk);
2. in staat om een nuttige last van 113 kg of meer te dragen; of
3. in staat om een centrifugale versnelling van 8 g of meer uit
te oefenen op een nuttige last van 91 kg of meer;
c. dehydratiepersen;
d. vormextrusiemachines, speciaal ontworpen of aangepast voor de
extrusie van militaire explosieven;
e. snijmachines voor het op maat maken van geëxtrudeerde
stuwstoffen;
f. Sweetie polijsttrommels (tumblers) met een doorsnede van 1.85
m of meer en met een productcapaciteit van meer dan 227 kg;
g. continu-mengapparatuur voor vaste stuwstoffen;
h. stromingsmolens voor het polijsten of slijpen van de
bestanddelen van militaire explosieven;
i. apparatuur voor het verkrijgen van zowel bolvormigheid als
eenvormige deeltjesgrootte van metaalpoeders als genoemd in
ML8.a.1.;
j. convectiestroomomvormers voor het omvormen van materialen
genoemd in ML8.a.6.
Noot 2:
a. de term «goederen die worden bedoeld in het deel Militaire
Goederen van deze Bijlage» omvat mede:
1. goederen die niet vergunningplichtig zijn indien ze de
gespecificeerde concentraties niet overschrijden, als hieronder:
a. hydrazine (zie ML8.a.18.);
b. «militaire explosieven» (zie ML8.);
2. goederen die niet vergunningplichtig zijn indien ze bepaalde
technische limieten niet overschrijden, nl. «supergeleidend»
materiaal dat niet vergunningplichtig is ingevolge categorie
1C005.; «supergeleidende» elektromagneten die niet
vergunningplichtig zijn ingevolge categorie 3A001.e.3.;
«supergeleidende» elektrische apparatuur die in ML20.b. is
vrijgesteld van vergunningplicht;
3. metaalbrandstoffen en -oxidatiemiddelen die in lagen uit de
dampfase zijn afgezet (zie ML8.a.2.);
b. de term «goederen die worden bedoeld in het deel Militaire
Goederen van deze Bijlage» omvat niet:
1. signaalpistolen (zie ML2. b);
2. de stoffen die zijn vrijgesteld van vergunningplicht
ingevolge noot 3 bij ML7;
3. voor persoonlijk gebruik bestemde stralingsmeters en maskers
ter bescherming tegen bepaalde industriële gevaren (zie noot 4
bij ML7);
4. acetyleen, propaan, vloeibaar zuurstof, difluoramine (HNF2),
rokend salpeterzuur en kaliumnitraatpoeder (zie noot 7 bij ML8);
5. vliegtuigmotoren die zijn vrijgesteld van vergunningplicht
ingevolge ML10;
6. conventionele stalen helmen die niet zijn uitgerust,
gewijzigd of ontworpen om te worden voorzien van enig toebehoren
(zie noot 2 bij ML13);
7. apparatuur die is uitgerust met niet- vergunningplichtige
industriële onderdelen zoals niet elders gespecificeerde
onderdelen bestemd voor het aanbrengen van deklagen en materiaal
voor het vormgeven van plastics;
8. musketten, geweren en karabijnen daterend van voor 1938,
replica's van musketten, geweren en karabijnen die dateren van
voor 1890, revolvers, pistolen en machinegeweren die dateren van
voor 1890 en replica's daarvan; (De uitvoer van technologie of
productiemateriaal voor niet-antieke lichte wapens is ingevolge
deze noot 2.b.8 niet toegestaan, zelfs niet als deze technologie
of dat productiemateriaal wordt gebruikt voor de reproductie van
antieke lichte wapens).
Noot 3: ML18.d. omvat niet «technologie» voor civiele
doeleinden, zoals de landbouw, geneesmiddelenindustrie, medische,
dier-geneeskundige en milieuindustrie, afvalbeheer en de
voedselindustrie (zie noot 5 bij ML7.).
ML19. Gerichte energiewapensystemen, daarmee verbonden apparatuur of
apparatuur voor tegenmaatregelen en testmodellen, als hieronder, en
speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:
a. «laser»-systemen speciaal ontworpen voor de vernietiging of
voor de bewerkstelliging van vroegtijdige missiebeëindiging van een
doelwit;
b. deeltjesbundel- en microgolfsystemen die in staat zijn tot
vernietiging of vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit;
c. radiofrequentiesystemen met een hoog vermogen die in staat zijn
tot vernietiging of vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit;
d. apparatuur, speciaal ontworpen voor de verdediging tegen alsmede
de ontdekking c.q. identificatie van systemen bedoeld in ML19.a.,
ML19.b. of ML19.c;
e. testmodellen en gerelateerde testresultaten voor de systemen,
apparatuur en onderdelen bedoeld in ML19.
Noot 1: Gerichte energiewapensystemen als bedoeld in ML19
omvatten mede systemen waarvan het vermogen is afgeleid van de
gecontroleerde toepassing van:
a. «lasers» met voldoende continugolf- of impuls-energie ter
uitvoering van een vernietiging vergelijkbaar met die door
conventionele munitie;
b. deeltjesversnellers die een geladen of neutrale
deeltjes-bundel met vernietigingskracht schieten;
c. microgolfbundelzenders met hoge impulsie-energie of hoge
gemiddelde energie die velden van voldoende intensiteit produceren
om de elektronische schakelingen op een verafgelegen doelwit onklaar
te maken.
Noot 2: ML19 omvat onderstaande apparatuur wanneer deze
speciaal is ontworpen voor gerichte energiewapensystemen:
a. apparatuur voor de opwekking van primaire energie,
energie-opslag, -schakelingen en -conditionering en
brandstof-behandeling;
b. systemen voor het bereiken en opsporen van doelwitten;
c. systemen die in staat zijn tot het vaststellen van de schade
aan een doelwit of de vernietiging of vroegtijdige
missiebeëindiging daarvan;
d. bundelbehandelings-, voortplantings- en richt-apparatuur;
e. apparatuur voor snelle bundelzwenking ten behoeve van snelle
meerdoelige operaties;
f. adaptieve optica en fase-afstemmers;
g. stroominjectoren voor negatieve waterstofionenbundels;
h. versnelleronderdelen die zijn «gekwalificeerd voor gebruik in
de ruimte»;
i. apparatuur voor het bundelen van een negatieve ionenstraal;
j. apparatuur voor het besturen en doen zwenken van ionenbundels
met hoge energie;
k. «voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde» folie voor het
neutraliseren van negatieve waterstofisotopenbundels.
ML20. Cryogene en «supergeleidende» apparatuur, als hieronder, en
speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
a. apparatuur speciaal ontworpen of samengesteld om geïnstalleerd
te worden in een voertuig voor militaire grond-, zee-, lucht-, of
ruimtetoepassing, en in staat om te werken terwijl zij in beweging is
en om temperaturen te produceren of te handhaven lager dan 103 K
(1700C);
Noot: ML20.a. omvat mede mobiele systemen waarin zijn
vervat of waarin gebruik wordt gemaakt van toebehoren of onderdelen
vervaardigd van niet-metallische of niet-elektrische geleidende
materialen, zoals plastics of met epoxyhars geïmpregneerde
materialen.
b. «supergeleidende» elektrische apparatuur (roterende apparatuur
en transformatoren) speciaal ontworpen of samengesteld om
geïnstalleerd te worden in een voertuig voor militaire grond-, zee-,
lucht-, of ruimtetoepassing, en in staat om te werken terwijl zij in
beweging is.
Noot: In ML20.b. zijn niet bedoeld gelijkstroom-,
hybride homopolaire generatoren met normale enkelpolige metalen
armaturen die draaien in een magnetisch veld dat wordt opgewekt door
supergeleidende windingen, mits die windingen de enige super-geleidende
component in de generatoren zijn.
ML21. «Programmatuur», als hieronder:
a. «programmatuur» speciaal ontworpen of aangepast voor
«ontwikkeling», «productie» of « gebruik» van apparatuur of
materialen bedoeld in deze Militaire Goederenlijst;
b. specifieke «programmatuur», als hieronder:
1. «programmatuur» speciaal ontworpen voor:
a. het vormgeven, nabootsen of evalueren van militaire
wapensystemen;
b. het ontwikkelen, controleren, onderhouden of bijwerken van
«programmatuur» die onlosmakelijk is vastgelegd in militaire
wapensystemen;
c. het vormgeven of nabootsen van scenario's voor militaire
acties die niet zijn bedoeld in post ML14;
d. toepassingen op het gebied van bevelvoering, verbindingen,
gezag en inlichtingen («Command, Communications, Control and
Intelligence» ofwel C3I genoemd);
2. «programmatuur» voor het vaststellen van de gevolgen van het
gebruik van wapens voor conventionele, nucleaire, chemische of
biologische oorlogvoering.
ML22. «Technologie» overeenkomstig de Algemene Technologie Noot van
deze militaire goederenlijst voor de «ontwikkeling», «productie» of
«gebruik» van goederen bedoeld in deze militaire goederenlijst, anders
dan «technologie» bedoeld in ML7. en ML18.
DEFINITIES MILITAIRE GOEDEREN
Na elke gedefinieerde term wordt tussen haakjes verwezen naar de
betrokken categorie(ën).
«Aangepast voor oorlogsgebruik» (ML 7) : iedere wijziging of
selectie (bijvoorbeeld wijziging van de zuiverheidsgraad, houdbaarheid,
virulentie, verspreidingseigenschappen, of bestendigheid voor
UV-straling) die is bedoeld ter verkrijging van een grotere
effectiviteit bij het veroorzaken van verliezen aan mensen en dieren of
het toebrengen van schade aan de werking van apparatuur, aan gewassen of
aan het milieu.
«Additieven» (ML 8) : stoffen gebruikt in explosieve formuleringen
ter verbetering van hun eigenschappen.
«Biokatalysatoren» (ML 7) : enzymen of andere biologische
verbindingen welke de afbraak van CW agentia versnellen.
N.B.: enzymen betekenen hier «biokatalysatoren» voor specifieke
chemische of biochemische reacties.
«Biopolymeren» (ML 7) : biologische macromoleculen als volgt:
a. enzymen;
b. monoklonale, polyklonale of anti-idiotypische antilichamen;
c. speciaal ontworpen of speciaal bewerkte receptoren.
N.B. 1: 'enzymen' betekenen hier «biokatalysatoren» voor
specifieke chemische of biochemische reacties.
N.B.2 : 'anti-idiotypische antilichamen' betekenen hier
antilichamen welke binden aan de specifieke antigeen bindplaats van
andere antilichamen.
N.B.3 : 'monoklonale antilichamen' betekenen hier proteïnen
welke binden het specifieke antigenen en welke door een enkele kloon of
cel geproduceerd worden.
N.B. 4 : 'polyklonale antilichamen' betekenen hier een mengsel
van proteïnen welke binden aan het specifieke antigeen en welke worde
geproduceerd door meer dan één kloon of cel.
N.B. 5 : 'receptoren' betekenen hier biologische
macromoleculaire structuren welke bindingen kunnen aangaan waardoor
fysiologische functies kunnen worden aangetast.
'Civiele vliegtuigen' (ML 10) : die types «vliegtuigen» die als
zodanig zijn aangeduid in gepubliceerde overzichten van
luchtvaardigheidsbewijzen van de civiele luchtvaart-autoriteiten voor
het vliegen van commerciële binnenlandse en buitenlandse lijnen of voor
wettig civiel, privé of zakelijk gebruik.
N.B.: Zie ook «vliegtuigen».
«Eerste generatie beeldversterkerbuizen» (ML 15) : buizen met
elektrostatische focus, welke gebruik maken van glasvezel of «face.plates»
aan de in- en uitgang, van multi-alkali fotokathoden (S-20 of S-25),
maar niet van microkanalenplaat versterkers.
«Eindeffectors» (ML 17) : «Eindeffectors» omvatten grijpers,
«actieve gereedschapseenheden» en alle andere gereedschappen die zijn
verbonden met de grondplaat aan het uiteinde van de manipulatiearmen van
een «robot».
N.B.: Een «actieve gereedschapseenheid» is een voorziening,
die beweegkracht of procesenergie op het werkstuk overbrengt of
waarnemingen daarvan verzorgt.
«Expressie vectoren» (ML 7) : dragers (e.g., plasmide of virussen)
welke gebruikt worden om genetisch materiaal in host-cellen te
introduceren.
«Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek» (ATN) : experimenteel of
theoretisch werk dat hoofdzakelijk wordt gedaan om nieuwe kennis te
verkrijgen over de fundamentele beginselen van verschijnselen of
waarneembare feiten, en dat in eerste instantie niet is gericht op een
bepaald praktisch doel of oogmerk.
«Gebruik» (ATN) : bediening, installatie (met inbegrip van
installatie ter plaatse), onderhoud (controle), reparatie, revisie en
opknappen.
«Gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte» (ML 19) : producten die
zijn ontworpen, vervaardigd en getest volgens speciale elektrische,
mechanische en omgevingseisen voor het gebruik bij het elektrische,
mechanische en omgevingseisen voor gebruik bij het lanceren en opstellen
van satellieten of vluchtsystemen die opereren op hoogten van 100 km of
hoger.
«Kernreactor» (ML 17) : een kernreactor omvat de delen in of
rechtstreeks bevestigd aan het reactorvat, de uitrusting die het
vermogensniveau in de kern regelt, alsmede de onderdelen die gewoonlijk
het primaire koelmiddel van de reactorkern bevatten, daarmee in
rechtstreeks contact komen of dit reguleren.
«Laser» (ML 9 ML 19) : een samenstelling van componenten welke
zowel in de ruimte als in de tijd coherent licht produceert dat is
versterkt door de gestimuleerde emissie van straling.
«Militaire explosieve stoffen» (ML 8) : stoffen in vaste, vloeibare
of gasvorm of mengsels van stoffen welke als primaire booster, aanjaag-
of hoofdlading in koppen, vernieuwings of andere militaire toepassing,
dienen te exploderen.
«Militaire pyrotechnische stoffen» (ML 4 ML 8) : mengsels van
vaste- of vloeibare brandstoffen of oxidatiemiddelen, welke indien
ontstoken, een energetische chemische reactie ondergaan op een geregeld
tijdstip met als doel een specifieke tijdvertraging te produceren, of
hoeveelheden hitte, geluid, rook, zichtbaar licht of infrarode straling.
«Pyrophonische stoffen» zijn een categorie van pyrotechnische stoffen
welke echter geen oxidatiemiddelen bezitten, maar welke spontaan
ontsteken bij contact met lucht.
«Noodzakelijk» (ATN) : met betrekking tot «technologie» of
«programmatuur» wordt hieronder verstaan uitsluitend dat deel van de
«technologie» of «programmatuur» dat in het bijzonder
verantwoordelijk is voor het bereiken of te boven gaan van de onder
embargo vallende prestatieniveaus, kenmerken of functies. Verschillende
producten kunnen dergelijke noodzakelijke «technologie» of
«programmatuur» gemeen hebben.
«Ontwikkeling» (ATN) : dit bestrijkt alle fasen voorafgaand aan
serieproductie, zoals: ontwerp, ontwerponderzoek, ontwerpanalyse,
ontwerpideeën, assemblage en testen van prototypen,
proefproductieplannen, ontwerpgegevens, het vertalen van ontwerpgegevens
in een product, ontwerp van configuraties, integratie-ontwerp, opmaak.
'Productie' (ATN) : hieronder vallen alle productiestadia, zoals:
bouw, productie, «engineering», fabricage, integratie, assemblage
(monteren), inspectie, testen, kwaliteits-borging.
«Programmatuur» (ML 21) : een verzameling van één of meer
«programma's» of «micro-programma's» vastgelegd op enig tastbaar
medium.
«Robot» (ML 17) : een manipulatiemechanisme, dat kan zijn van een
type dat een continu pad aflegt of van een type dat van punt naar punt
gaat, eventueel voorzien van sensoren, en dat alle volgende kenmerken
heeft:
a. multifunctioneel;
b. geschikt voor het positioneren of oriënteren van materialen,
onderdelen, gereedschappen of speciale elementen door middel van
regelbare bewegingen in de driedimensionale ruimte;
c. met drie of meer servomechanismen met open of gesloten lus
waarbij inbegrepen kunnen zijn stappenmotoren; en
d. met «toegankelijkheid van het programma door de gebruiker»
door middel van de leer-en-terugspeelmethode (teach/playback) of
door middel van een elektronische computer die een programmeerbare
logische regeleenheid kan zijn (PCL), d.w.z. zonder mechanische
interventie.
N.B.: Bovenstaande definitie slaat niet op de volgende
toestellen :
1. manipulatiemechanismen die alleen met de hand of met een
mechanisme voor afstandsbediening te regelen zijn;
2. manipulatiemechansimen die in een vaste volgorde werken en
geautomatiseerde bewegende toestellen zijn, die mechanisch
vastgelegde, geprogrammeerde bewegingen uitvoeren. Het programma is
mechanisch beperkt door vaste aanslagen, zoals pennen of nokken. De
volgorde van de bewegingen en de keuze van trajecten of hoeken mag
niet op mechanische, elektronische of elektrische wijze
beïnvloedbaar zijn;
3. mechanisch geregelde manipulatiemechanismen met een variabele
volgorde van bewegingen, die geautomatiseerde bewegende toestellen
zijn welke mechanisch vastgelegde, geprogrammeerde bewegingen
uitvoeren. Het programma is mechanisch beperkt door vaste, maar
verplaatsbare aanslagen, zoals pennen en nokken. De volgorde van de
bewegingen en de keuze van de trajecten of hoeken kan binnen het
vaste programmapatroon worden gevarieerd. Variaties of wijzigingen
in het programmapatroon (bijvoorbeeld verwisselen van pennen of
uitwisselen van nokschijven) in één of meer bewegingsassen mogen
alleen langs mechanische weg bewerkstelligd worden;
4. niet van een servomechanisme voorziene manipulatiemechanismen
met een variabele volgorde van bewegingen, die geautomatiseerde
bewegende toestellen zijn welke mechanisch vastgelegde,
geprogrammeerde bewegingen uitvoeren. Het programma mag variabel
zijn maar de volgorde mag slechts op grond van het binaire signaal
van mechanisch vaste elektrische binaire voorzieningen of
verplaatsbare aanslagen verlopen;
5. stapelkranen, waaronder te verstaan met Cartesische
coördinaten werkende manipulatiesystemen, vervaardigd als integraal
onderdeel van een verticale opstelling van opslagbakken en ontworpen
voor het bereiken van de inhoud van deze bakken voor opslag of
leeghalen.
«Stoffen voor oproerbeheersing» (ML 7) : stoffen die tijdelijke
irritatie of tijdelijk fysiek onvermogen veroorzaken, welke effecten
echter binnen een paar minuten na beëindiging van de blootstelling
verdwijnen. Er bestaat geen kans van betekenis op blijvende beschadiging
en medische behandeling is slechts bij uitzondering noodzakelijk.
«Supergeleidend» (ML 18 ML 20): materialen,d.w.z. metalen,
legeringen of verbindingen waarvan de elektrische weerstand nul kan
worden, d.w.z. dat zij een oneindige elektrische geleidbaarheid kunnen
bereiken en zeer grote stromen kunnen geleiden zonder joule-opwarming.
N.B.: De «supergeleidende» toestand van elk afzonderlijk
materiaal wordt gekenmerkt door een «kritische temperatuur», een
kritisch magnetisch veld, dat een functie is van de temperatuur, en een
kritische stroomdichtheid, die echter een functie is van zowel het
magnetisch veld als van de temperatuur.
«Technologie» (ATN) : specifieke informatie die nodig is voor de
«ontwikkeling», «productie» of het «gebruik» van een product. De
informatie is in de vorm van «technische gegevens» of «technische
bijstand».
N.B.: 1. 'Technische bijstand' kan zijn in de vorm van
instructie, vaardigheden, opleiding, praktijkkennis, advies, e.d. en kan
gepaard gaan met de overdracht van «technische gegevens».
2. 'Technische gegevens' kunnen o.m. bestaan uit blauwdrukken,
tekeningen, schema's, modellen, formules, tabellen, technische ontwerpen
en specificaties, handboeken en instructies, in geschreven vorm of
vastgelegd op andere media of apparaten zoals diskette, magneetband,
leesgeheugens (ROM's).
«Toegankelijkheid van het programma voor de gebruiker» (ML 17) : de
mogelijkheid voor de gebruiker om «programma's» in te voegen, te
veranderen of te vervangen anders dan door middel van:
a. een fysieke wijziging in de bedrading of andere onderlinge
verbindingen; of
b. het instellen van functiekeuzen, het inbrengen van parameters
daarbij inbegrepen.
«Traangassen» (ML 7) : gassen die tijdelijke irritatie of tijdelijk
onvermogen veroorzaken, welke effecten echter binnen een paar minuten na
beëindiging van de blootstelling verdwijnen.
«Vliegtuigen» (ML 8 ML 9 ML 10) : luchtvoertuigen met vaste,
draaibare of roterende (hefschroefvliegtuig) vleugel en verticaal
opstijgende luchtvoertuigen (met kantelende rotor of vleugel).
N.B.: Zie ook «civiele vliegtuigen».
«Voor iedereen beschikbaar» (ATN) : «technologie» of
«programmatuur» die zonder beperkingen aan de verdere verspreiding
daarvan beschikbaar zijn gesteld. (Auteurs-rechtelijke beperkingen
hebben niet tot gevolg dat «technologie» of «programmatuur» niet
langer «voor iedereen beschikbaar» is).
«Voorloper» (ML 8): speciale chemicaliën welke gebruikt worden bij
de fabricage van militaire explosieven.
Bijlage I [Vervallen per 27-01-1998]
Bijlage II [Vervallen per 27-01-1998]
|
|
|