| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
INVOERBESLUIT
LANDEN 1981
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
BESLUIT van 26 augustus 1981, houdende regelen ten
aanzien van de invoer van goederen die van oorsprong zijn uit bepaalde
landen en gebieden, dan wel een onbekende oorsprong hebben
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, K.H. Beyen,
Onze Minister van Landbouw en Visserij en van de Staatssecretaris van
Financiën van 26 juni 1981, no. 681/488 W.J.A., gehoord de Commissie
Regelingen In- en uitvoerwet, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld
op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb.
1950, K 22);
Overwegende, dat het belang van de
volkshuishouding naar Ons oordeel vereist nieuwe regelen te stellen ten
aanzien van de invoer van goederen, die van oorsprong zijn uit bepaalde
landen of gebieden dan wel een onbekende oorsprong hebben;
Gelet op de artikelen 2, 2a en 4 van de
In- en uitvoerwet (Stb. 1962, 295);
De Raad van State gehoord (advies van 17 juli
1981, nr. 810715/16);
Gezien het nader rapport van de voornoemde
Staatssecretarissen en van Onze voornoemde Minister van 24 augustus
1981, nr. 681/680 W.J.A.;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
landbouwgoederen:
a. alle voortbrengselen welke, al dan niet na be- of verwerking,
kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of
verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen;
b. de niet reeds onder a begrepen voortbrengselen van
akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij en tuinbouw -
daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en
bloembollen -, alsmede van de teelt van griendhout en van elke andere
vorm van bodemcultuur, zoals die hier te lande wordt uitgeoefend, met
uitzondering van bosbouw;
c. de niet reeds onder a of b begrepen goederen,
vermeld in de bijlage van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen
1980 (Stb. 758);
Onze Minister:
a. Onze Minister van Landbouw en Visserij, voor zover het
landbouwgoederen betreft;
b. Onze Minister van Economische Zaken, voor zover het andere
goederen betreft;
oorsprong: hetgeen daaronder wordt verstaan in Titel II,
Hoofdstuk 2, Afdeling 1, van het Communautair douanewetboek;
communautaire regeling: een door de Raad of de Commissie van
de Europese Gemeenschappen vastgestelde verordening of beschikking,
houdende maatregelen voor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en
derde landen of tussen de Lid-Staten der Gemeenschap onderling inzake
een of meer goederen;
invoercertificaat: een document, dat ingevolge een
communautaire regeling bij de invoer van een in die regeling omschreven
of aangeduid goed moet worden overgelegd en dat het recht en de plicht
meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven of
aangeduide goed tijdens de geldigheidsduur van het document.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder
goederen niet verstaan de goederen, aangewezen in de bij dit besluit
behorende bijlage A.
Artikel 2
1. De invoer van goederen, die van oorsprong zijn uit een der
landen of gebieden, aangewezen in de bij dit besluit behorende bijlage
B, dan wel een onbekende oorsprong hebben, zonder vergunning van Onze
Minister, is verboden.
2. Het eerste lid geldt niet indien de goederen van herkomst zijn
uit het vrije verkeer van de EEG.
3. Voor de toepassing van het eerste lid worden als goederen die
een onbekende oorsprong hebben mede aangemerkt goederen, waarvan in de
aangifte die ingevolge de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, ten behoeve van de
invoer wordt ingediend de oorsprong niet is vermeld of waarvan de
juistheid van de in die aangifte vermelde oorsprong niet ten genoegen
van de bij de invoer betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst,
bevoegd inzake douane, is aangetoond.
Artikel 3
1. Ingeval bij de invoer van goederen als bedoeld in artikel 2
ter voldoening aan een communautaire regeling een binnen de
Gemeenschap bevoegdelijk afgegeven geldig invoercertificaat wordt
overgelegd, geldt dit certificaat voor die invoer als een vergunning
als bedoeld in artikel 2.
2. Onze Minister wijst het orgaan aan, dat bevoegd is tot het
afgeven van invoercertificaten in Nederland, en kan, voor zover zulks
voor een goede uitvoering van een communautaire regeling nodig is,
regelen stellen met betrekking tot het afgeven van deze certificaten.
Daarbij kan hij onder meer bepalen, dat een waarborgsom moet worden
gestort.
Artikel 4
1. Bij de invoer van goederen als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, moeten de regelen in acht worden genomen die Onze Minister, voor
zover hij dat voor een goede toepassing van dit besluit noodzakelijk
acht, stelt met betrekking tot:
a. het kennisgeven van een voorgenomen invoer van in de aanhef
bedoelde goederen;
b. het aangeven in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in
artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet;
c. het aanbieden van die ten invoer aangegeven goederen voor
onderzoek en monsterneming.
2. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid
bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen,
stelt Onze Minister de aldaar bedoelde regelen vast in overeenstemming
met Onze Minister van Financiën.
Artikel 5
1. Onze Minister kan van het bij artikel 2, eerste lid, en
artikel 4, eerste lid, dan wel van het krachtens artikel 3, tweede
lid, bepaalde vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen.
2. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid
bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen,
geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister, in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën, aan de genoemde dienst opdraagt op
aanvragen om ontheffing te beslissen of vrijstellingsregelen uit te
voeren.
Artikel 6
Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. de vergunning moet bij de invoer van goederen, waarvoor zij is
verleend, in handen worden gesteld van de daarbij betrokken
ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden
gemaakt moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene,
die haar heeft verleend;
c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de
daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt
omtrent het daarvan gemaakte gebruik.
Artikel 6a [Vervallen per 15-11-1992]
Artikel 7 [Vervallen per 15-11-1992]
Artikel 8 [Vervallen per 15-11-1992]
Artikel 9
1. Het Invoerbesluit landen 1963 (Stb.
127) wordt ingetrokken.
2. Vergunningen en ontheffingen, krachtens het Invoerbesluit
landen 1963 of de Invoerbeschikking landen 1981 (Stcrt. 54)
verleend, worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren,
geacht te zijn verleend op grond van dit besluit.
Artikel 10
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 11
1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Invoerbesluit landen
1981.
2. Het treedt in werking met ingang van de dag liggende twee
maanden en één dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 26 augustus 1981
BEATRIX
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
K.H. Beyen
De Minister van Landbouw en Visserij,
G.J.M. Braks
De Staatssecretaris van Financiën,
M.J.J. van Amelsvoort
Uitgegeven de tweeëntwintigste september 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
Bijlage A
1. Boeken, tijdschriften, kranten, brochures en dergelijk
drukwerk;
2. met de hand of op andere wijze geschreven stukken en
verveelvoudigingen daarvan;
3. films, platen, cilinders, rollen, banden, draad en dergelijke
voorwerpen, waarop beelden, klanken of beelden en klanken zijn
opgenomen;
4. constructietekeningen, ontwerpen en maquettes, alsmede
voorwerpen, die bestemd zijn om als voorbeeld te dienen van of voor
bestaande of te vervaardigen goederen en niet bruikbaar zijn voor
andere doeleinden;
5. voortbrengselen van beeldende kunst.
Bijlage B
Albanië
China
Hong Kong
Japan
Mongolië
Noord-Korea
Russische Federatie
Witrusland (Belarus)
Oekraïne
Moldavië
Armenië
Azarbajdzjan
Kazachstan
Oezbekistan
Toerkmenistan
Tadzjikistan
Kirgizistan (Kirgizië)
Georgië
Vietnam.
|
|
|