| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
REGELING
ACTIEF VEREDELINGSVERKEER LANDBOUWGOEDEREN 1986
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
De Minister van Landbouw en
Visserij;
Overwegende, dat Verordening (EEG) nr. 1999/85 van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve
veredeling (PbEG L 188) nationale uitvoering behoeft;
Gelet op artikel 13 van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen
1980 (Stb. 1980, 758);
Mede gelet op artikel 11 van de In- en uitvoerwet
(Stb. 1962, 295);
In overeenstemming met de Staatssecretaris van
Financiλn;
Besluit:
Artikel 1
1. In deze regeling zijn de
begripsomschrijvingen van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen
van toepassing.
Artikel 2
Terzake van actief veredelingsverkeer wordt vrijstelling verleend van
de heffingen bij in- of uitvoer bedoeld in de Regeling in- en uitvoer
landbouwgoederen voor zover de heffing verschuldigd is terzake van de
invoer van goederen uit een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de
Europese Gemeenschappen, en in de artikelen 2 en 3, tweede lid, van de
Compensatiebeschikking toetreding Spanje en Portugal (Stcrt. 1986, 52).
Artikel 3
1. Met betrekking tot de goederen die
vallen onder de basisverordeningen genoemd in kolom 1 van bijlage 1 van
de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen met uitzondering van de
goederen die vallen onder de basisverordeningen in kolom 1 van de
horizontale balken 1-1, VIa, VIb en VIc alsmede VIIa, is het
produktschap belast met de uitvoering van het actief veredelingsverkeer
op de voet van het bepaalde in deze regeling.
2. Met betrekking tot de goederen die vallen onder de
basisverordeningen genoemd in kolom 1 van de horizontale balken I-1, Va,
VIb en VIc alsmede VIIa van bijlage I van de Regeling in- en uitvoer
landbouwgoederen is de Belastingdienst belast met de uitvoering van het
actief veredelingsverkeer.
Artikel 4
De vrijstelling geldt onder de voorwaarde dat zij vervalt, voor zover
de veredelingsprodukten niet binnen een door het produktschap gestelde
termijn een bestemming als bedoeld in artikel 8 hebben gekregen.
Artikel 5
1. De vrijstelling geldt voor personen
aan wie het produktschap vergunning tot actief veredelingsverkeer heeft
verleend.
2. De vergunning wordt slechts verleend op een daartoe ingediende
aanvraag.
Artikel 6
1. Het produktschap verleent slechts een
vergunning tot actief veredelingsverkeer aan personen, die tegenover het
produktschap schriftelijk hebben verklaard:
a. veredelingshandelingen te verrichten of te laten verrichten met
inachtneming en onder de voorwaarden van het Communautair
douanewetboek;
b. aan het regionaal inspectiekantoor van de Algemene
inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij waaronder het bedrijf ressorteert, schriftelijk te melden
wanneer de betrokken goederen op het bedrijf worden aangevoerd
onderscheidenlijk verwerkt;
c. zich met betrekking tot de inrichting van de administratie en de
melding van de betrokken ingevoerde goederen aan de Algemene
Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij te zullen gedragen naar de aanwijzingen, die dienaangaande
door de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij dan wel door het produktschap in het belang
van een goede uitvoering van deze regeling zullen worden gegeven;
d. voor veredelingsprodukten, waarvoor forfaitaire
opbrengstpercentages zijn vastgesteld, binnen een termijn van 14 dagen
na afloop van de in artikel 4 bedoelde termijn en voor de overige
veredelingsprodukten maandelijks aan het produktschap een
schriftelijke opgave te verstrekken, overeenkomstig de aanwijzingen
die dienaangaande door het produktschap dan wel door de Algemene
Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij zijn gegeven:
van de hoeveelheden ingevoerde en be- of verwerkte
invoergoederen;
de daaruit of daardoor verkregen hoeveelheden
veredelingsprodukten, resten en afvallen;
de hoeveelheden veredelingsprodukten, resten en afvallen met
hun onderscheidenlijke bestemmingen als bedoeld in artikel 8;
e. toe te laten dat door de Algemene Inspectiedienst van het
ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dan wel door het
produktschap, indien zulks aan deze instantie of instanties nodig
voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij
of krachtens deze regeling is bepaald en daartoe in het bijzonder aan
de ambtenaren van de voornoemde Inspectiedienst alsmede aan de door
het produktschap gemachtigde personen op hun verzoek toegang te
verlenen tot de bedrijfsgebouwen, hun inzage te geven van alle
bescheiden die betrekking hebben op de invoer, aanvoer op het bedrijf,
be- of verwerking, afvoer van het bedrijf en de uiteindelijke
bestemming als bedoeld in artikel 8 van de zich in het actief
veredelingsverkeer bevindende goederen en hun deze goederen, voor
zover nog geen wederuitvoer heeft plaatsgevonden, hetzij in
ongewijzigde staat, hetzij in de vorm van tijdens de be- of verwerking
verkregen goederen, te zullen tonen en te zullen toelaten, dat zij
daarvan monsters nemen;
f. ervoor in te staan dat ingeval zij de veredelingshandelingen
laten verrichten, ook de veredelaars aan het gestelde in de onderdelen
a, c, voor zover het de inrichting van de administratie betreft, en e
voldoen;
g. in voorkomend geval, indien een volledige compensatie niet of
niet tijdig plaatsvindt, dan wel een identificatie niet mogelijk is,
zorg te dragen voor een stipte betaling van de verschuldigde heffingen
alsmede van de ingevolge het Communautair douanewetboek verschuldigde
compenserende intresten.
2. Het produktschap kan voorts voorschriften aan de vergunning
verbinden.
3. De vergunning kan worden ingetrokken.
Artikel 7
Het produktschap kan een vergunning, op een daartoe ingediend
verzoek, verlengen danwel wijzigen. Artikel 6 is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 8
1. Een bestemming is bereikt, indien de
veredelingsprodukten:
a. zijn uitgevoerd naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt
van de Europese Gemeenschappen, danwel indien vrijstelling is verleend
van de heffingen bij in- of uitvoer, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
tweede lid, van de Compensatiebeschikking toetreding Spanje en
Portugal (Stcrt. 1986, 52) naar Spanje of Portugal en aan alle
voorwaarden voor de toepassing van de beschikking is voldaan;
b. worden opgeslagen in een hier te lande gelegen inrichting voor
douane-opslag of douane-entrepot met het oog op uitvoer naar een land
of gebied, dat geen deel uitmaakt van de Europese Gemeenschappen;
c. worden geplaatst onder een der andere douaneregelingen, bedoeld
in het Communautair douanewetboek;
d. opnieuw ingevolge artikel 2 vrijstelling is verleend.
2. Voorts is een bestemming bereikt indien de
veredelingsprodukten onder toelating van het produktschap:
a. in het vrije verkeer worden gebracht onder betaling van de in
artikel 2 genoemde heffingen die golden op de dag van invoer, als
bedoeld in artikel 7 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen,
alsmede de ingevolge het Communautair douanewetboek verschuldigde
compenserende intresten;
b. onder de regeling voor behandeling onder douanetoezicht worden
geplaatst;
c. worden vernietigd onder ambtelijk toezicht, waarbij de resten en
de afvallen die uit deze vernietiging voortkomen zelf ofwel worden
uitgevoerd naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de
Europese Gemeenschappen, ofwel een van de overige bestemmingen,
genoemd in het eerste lid dan wel in de onderdelen a en b kunnen
krijgen.
3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn eveneens van
toepassing op onveredelde goederen.
4. Indien de uit equivalente goederen verkregen
veredelingsprodukten worden uitgevoerd naar een land of gebied dat geen
deel uitmaakt van de Europese Gemeenschappen, onderscheidenlijk naar
Spanje of Portugal, voordat de invoer van invoergoederen heeft
plaatsgevonden, is een bestemming als bedoeld in artikel 4 bereikt,
indien de aangifte ten invoer van de invoergoederen is aanvaard.
5. Het produktschap stelt de termijn vast, waarbinnen de in het
vierde lid bedoelde invoergoederen moeten zijn ingevoerd.
Artikel 9
1. De invoer van een goed in het kader
van het actief veredelingsverkeer dient te blijken door middel van een
door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen afgetekend formulier L
als bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling.
2. De uitvoer van een goed naar een land of gebied dat geen deel
uitmaakt van de Europese Gemeenschappen onderscheidenlijk naar Spanje of
Portugal in het kader van het actief veredelingsverkeer dient te blijken
door middel van een door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen
afgetekend formulier L, als bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling.
Artikel 10
Indien de in artikel 2 bedoelde vrijstelling geheel of gedeeltelijk
is vervallen of ingetrokken dan wel indien daarvan is afgezien, geldt
voor de berekening van de heffing als dag van invoer de dag van invoer,
als bedoeld in artikel 7 van de Regeling in- en uitvoer
landbouwgoederen, van de invoergoederen.
Artikel 10a
1. Indien ten aanzien van een
veredelingsprodukt of een onveredeld goed een douaneschuld ontstaat legt
het produktschap overeenkomstig en met inachtneming van het bepaalde in
het Communautair douanewetboek compenserende intresten op over het
bedrag van de verschuldigde heffingen bij invoer.
2. De vergunninghouder kan bij een verzoek tot het in het vrije
verkeer brengen van veredelingsprodukten of onveredelde goederen bij het
produktschap een verzoek indienen tot het niet verschuldigd zijn van de
in het eerste lid genoemde compenserende intresten. Daartoe dient hij de
nodige bewijsstukken bij te voegen waaruit blijkt dat bijzondere
omstandigheden, die geen enkele nalatigheid of manipulatie van zijn kant
inhouden, het onmogelijk of economisch onmogelijk maken de beoogde
uitvoer te verrichten in de door hem verwachte omstandigheden, voor
zover die omstandigheden bij de indiening van het verzoek om een
vergunning behoorlijk zijn gerechtvaardigd.
3. Indien het produktschap overweegt het in het tweede lid
vermelde verzoek in te willigen en wanneer het bedrag dat de basis voor
de toepassing van de compenserende intresten hoger dan 3000 ECU per
zuiveringsafrekening is, dan kan het produktschap in afwachting van de
een beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de
vrijgave van de veredelingsprodukten of onveredelde goederen voor de
betaling van de verschuldigde intresten een zekerheid verlangen.
Artikel 11
Ingeval de uit het besluit voortvloeiende bevoegdheden met betrekking
tot een na veredeling uit of in te voeren goed toekomen aan een ander
produktschap, dan dat hetwelk deze bevoegdheden met betrekking tot het
ter veredeling in of uit te voeren goed uitoefent, wordt door de
toepassing van deze regeling het eerstbedoelde produktschap mede als
bevoegd produktschap aangemerkt en treedt dit, voor wat het deel van de
veredelingshandelingen betreft, dat binnen zijn sector valt, als zodanig
op.
Artikel 12
1. De artikelen 1, 2, 4, 5a, 6, 6b, 7 tot
en met 11 van de Veredelingsverkeersbeschikking landbouwgoederen 1968
(Stcrt. 189) worden, voor zover zij geen betrekking hebben op passieve
veredeling, ingetrokken.
2. De toestemmingen tot actief veredelingsverkeer, als bedoeld in
artikel 5 van de Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968,
blijven, voor zover de in artikel 5a, tweede lid, van laatstgenoemde
regeling genoemde termijn niet voor die datum is verstreken, van kracht
tot en met 31 december 1987.
3. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1987
en kan worden aangehaald als: regeling actief veredelingsverkeer
landbouwgoederen 1986.
's-Gravenhage, 24 december 1986.
De Minister van Landbouw en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
Van Dinter.
|
|
|