| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
REGELING
IN- EN UITVOER LANDBOUWGOEDEREN
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
De Minister van Landbouw en Visserij
Overwegende dat, onder intrekking van het In-
en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, een nieuw besluit houdende
regelen ten aanzien van de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen
tot stand is gebracht (In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980 (Stb.
1980, 758);
Overwegende dat derhalve de op het besluit
gebaseerde bestaande uitvoeringsvoorschriften ter zake van die in- en
uitvoer opnieuw dienen te worden vastgesteld en in bepaalde opzichten te
worden herzien;
Gelet op artikel 2 tot en met 11, 13, 17 en 19
van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, alsmede op de
artikelen 2, 4 en 5 van de Invoerbeschikking landen 1981
onderscheidenlijk het Invoerbesluit landen 1981;
Mede gelet op artikel 11 van de In- en
uitvoerwet en op de artikelen 15 en 23 van de Landbouwwet;
In overeenstemming met de Staatssecretaris van
Financiën;
Besluit:
Hoofdstuk
I. Algemene Bepalingen
Artikel
1
Voor de toepassing
van het bij of krachtens deze regeling bepaalde wordt voor
zover van toepassing overgenomen de terminologie van de Douanewet
en wordt voorts verstaan onder:
- a.
productschap:
-
het
productschap of hoofdproductschap dat in kolom 2 van
bijlage I en in kolom 2 van bijlage II ten aanzien van
het in kolom 1 vermelde goed of ten aanzien van de
desbetreffende handeling met betrekking tot dat goed als
bevoegde instantie is aangemerkt;
- b.
lidstaten:
-
lidstaten van
de Gemeenschap;
- c.
Algemene Inspectiedienst:
-
Algemene
Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij;
- d.
basisverordeningen:
-
de
verordeningen opgenomen in bijlage I, eerste kolom;
- e.
uitvoeringsbepalingen:
-
de door de
Raad van de Europese Unie of de Commissie van de
Europese Gemeenschappen voor de toepassing van de
basisverordeningen vastgestelde in het Publicatieblad
van de Gemeenschap bekendgemaakte verordeningen of
besluiten;
- f.
verordening 800/1999
-
: verordening
(EG) nr. 800/1999 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 15 april 1999 houdende
gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel
van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEG
L 102);
- g.
producten, basisproducten, verwerkte producten,
goederen, rechten bij invoer, lidstaat van uitvoer,
vaststelling vooraf van de restitutie, gedifferentieerde
restitutie, gedifferentieerd gedeelte van de restitutie,
uitvoer, controle-exemplaar T5, exporteur, voorschot op
de restitutie, voorfinanciering van de restitutie, in
het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie,
restitutienomenclatuur, uitvoercertificaat:
-
hetgeen voor
de toepassing van verordening 800/1999 daaronder wordt
verstaan;
- h.
Verordening 615/98/EG:
-
verordening
(EG) nr. 615/98 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 18 maart 1998 houdende bijzondere
uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van
uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van
levende runderen tijdens het vervoer ervan (PbEG L 82).
Artikel
2
- 1.
- Tenzij uit
deze regeling het tegendeel blijkt is het bepaalde bij
of krachtens de Douanewet
inzake de grondige opneming van goederen, de verificatie
van aangiften en documenten, de monsterneming, de
verzegeling of bewaking van goederen, de door
belanghebbende te verlenen medewerking, de overige
verplichtingen van de belanghebbende en de bevoegdheden
van de Belastingdienst, van overeenkomstige toepassing
ter verzekering en regeling van de volgens deze regeling
toe te passen maatregelen.
- 2.
- De uitoefening
van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden en het
verrichten van de aldaar bedoelde handelingen geschieden
door de directeur, inspecteur, ontvanger of andere
ambtenaar die inzake invoerrechten en accijnzen in
overeenkomstige gevallen optreedt.
Artikel
3
De Belastingdienst
is belast met de verificatie van de in deze regeling
voorgeschreven aangiften, documenten, bij die aangiften
overgelegde formulieren en overige bescheiden, het nader
onderzoek ter zake, de grondige opneming van de goederen en
schatting van gegevens, tenzij ter zake anders is bepaald.
Artikel
4
- 1.
- Tot het
verrichten van een nader onderzoek, als bedoeld in de
artikelen 82 en 90, is mede bevoegd de Algemene
Inspectiedienst.
- 2.
- De Algemene
Inspectiedienst stelt het nader onderzoek in op verzoek
van de Belastingdienst.
Artikel 5
[Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
6
Uitvoer van
goederen waarvoor aanspraak wordt gemaakt op restitutie of
waarvoor ontheffing van de invoerheffing is verleend of
aangevraagd, wordt voor de toepassing van de Douanewet
aangemerkt als uitvoer van goederen met teruggaaf van
belasting.
Artikel
7
- 1.
- Voor de
toepassing van de regelen gesteld bij of krachtens het
besluit onderscheidenlijk het Invoerbesluit
landen 1981 wordt als dag waarop de invoer
plaatsvindt aangemerkt:
- a.
- voor
douanegoederen welke ten invoer worden aangegeven:
- -
- de
dag waarop volgens de ter zake geldende
voorschriften de aangifte door de
Belastingdienst is aanvaard;
- -
- met
betrekking tot goederen, welke ten invoer zijn
aangegeven op de voet van een krachtens de
Douaneregeling verleende vergunning, wordt het
voldoen aan de bij of krachtens die regeling
gestelde voorwaarden en bepalingen, zo nodig,
steeds toegerekend aan de eerst ingevoerde,
daarvoor in aanmerking komende goederen;
- b.
- voor
goederen, andere dan die onder a bedoeld, waarvoor
te zuiveren documenten zijn afgegeven die niet of
gedeeltelijk worden gezuiverd: de dag waarop zich
een omstandigheid voordoet welke de niet-zuivering
of de gedeeltelijke zuivering van het document tot
gevolg heeft; indien deze dag niet kan worden
vastgesteld wordt als de dag waarop de invoer
plaatsvindt aangemerkt de laatste dag van de
geldigheidsduur van het document, of, indien dit
eerder is, het vroegste tijdstip waarvan wordt
vastgesteld dat de bedoelde omstandigheid zich had
voorgedaan;
- c.
- voor
goederen, andere dan die onder b bedoeld, waarvoor
vrijstelling van de heffing is verleend en ten
aanzien waarvan hetzij van de vrijstelling is
afgezien, hetzij deze wegens misbruik of niet
nakoming van de gestelde voorwaarden is vervallen:
de in de Vrijstellingsbeschikking
klein grensverkeer landbouwgoederen 1981, de Regeling
passief veredelingsverkeer landbouwgoederen
(Stcrt. 1991, 81), danwel de Beschikking actief
veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986 (Stcrt.
252) daartoe aangewezen dag.
- d.
- voor
goederen waarvan in een douane-entrepot waarin
ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Douanewet
voorraadscontrole wordt uitgeoefend, vermis wordt
vastgesteld:
de dag
waarop het vermis is ontstaan; indien deze dag met
kan worden vastgesteld wordt als de dag waarop de
invoer plaatsvindt aangemerkt de dag van bevinding
van het vermis, of indien dit eerder is, het
vroegste tijdstip waarvan wordt vastgesteld dat het
vermis reeds bestond;
- e.
- voor
goederen die op onregelmatige wijze het Rijk zijn
binnengebracht of uit douane-entrepot zijn
uitgeslagen:
de aan de
hand van de bekende gegevens zonodig door schatting
te bepalen dag waarop de goederen zijn
binnengebracht of uit het entrepot zijn uitgeslagen.
- 2.
- De volgens het
eerste lid aangemerkte dag waarop de invoer plaatsvindt,
wordt op het formulier L aangegeven in vak A en voorzien
van een handtekening van de ambtenaar der invoerrechten
en accijnzen.
Artikel 8
[Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
9
| 1. |
In geval
voor de toepassing van deze regeling bewezen dient
te worden dat goederen, of bestanddelen daarvan
herkomstig zijn uit het vrije verkeer van de
Gemeenschap dient de herkomst te worden aangetoond
met inachtneming van de bij of krachtens het
Communautair douanewetboek gestelde regelen.
|
| 2. |
In geval
voor de toepassing van deze regeling bewezen dient
te worden dat goederen van oorsprong of herkomst
zijn uit een bepaald land of gebied dat geen deel
uitmaakt van de Gemeenschap, dient deze oorsprong of
herkomst te worden aangetoond met inachtneming van
de regelen die daartoe door de Raad of de Commissie
of in internationale overeenkomsten met of met
betrekking tot die landen of gebieden zijn gesteld.
|
| 3. |
De
exporteur geeft op het formulier L de verklaringen,
bedoeld in artikel 11, van verordening 800/1999 aan.
|
Artikel 10
[Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
11
De in deze
regeling voor de toepassing van het Invoerbesluit
landen 1981 gestelde regelen hebben slechts
betrekking op de goederen aangewezen in de bij het besluit
behorende bijlage.
Artikel
12
Bijlage I en
bijlage II kunnen bij regeling van de Minister buiten
overeenstemming met de Minister van Financiën worden
gewijzigd.
Artikel
13
- 1.
- Als model van
de invoervergunning, als bedoeld in artikel 2 van het
besluit, wordt vastgesteld het model vervat in bijlage
III A.
- 2.
- Als model van
de uitvoervergunning, als bedoeld in artikel 3 van het
besluit, vastgesteld het model vervat in bijlage III B.
- 3.
- Als model van
de invoervergunning, als bedoeld in artikel 2 van de
Invoerbeschikking landen 1981 onderscheidenlijk het Invoerbesluit
landen 1981, wordt vastgesteld het model vervat
in bijlage III C.
Hoofdstuk
II. Formaliteiten
Paragraaf
1. Bepalingen met betrekking tot de invoer
Artikel
14 [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
15
Artikel 20,
eerste lid, van verordening 800/1999, wordt niet
toegepast in het in het eerste lid, onder b, van het in
dat artikel genoemde geval, indien het restitutiebedrag
voor de betrokken aangifte niet hoger is dan 500 EURO.
Artikel
15a [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
16 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
17 [Vervallen per 01-06-1996]
Paragraaf
2. Bepalingen met betrekking tot de uitvoer
A.
Uitvoer Algemeen
Artikel
18
Als de
procedure van de depotregeling, bedoeld in artikel
45, wordt gevolgd, behoeft het
voorfixatiecertificaat niet te worden overgelegd.
Artikel
19 [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
19a [Vervallen per 01-11-1994]
Artikel
20
- 1.
- Bij de
aangifte ten uitvoer en de aangifte tot
plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots
voor goederen met voorfinanciering, als bedoeld
in artikel 530, eerste lid, van de
Toepassingsverordening communautair
douanewetboek, kan de vermelding van gehalte,
samenstelling of hoedanigheid van de uit te
voeren goederen achterwege blijven, indien het
produktschap daartoe schriftelijk toestemming
heeft verleend aan de exporteur, die de aangifte
indient of doet indienen.
- 2.
- In de
te verlenen toestemming wordt de soort goederen,
waarvoor zij geldt, nauwkeurig omschreven en
voorts worden aan de toestemming alle
voorwaarden verbonden, die nodig zijn voor het
verkrijgen langs andere weg van de voor de
berekening van de restitutie of de bepaling van
de aanspraak op vrijstelling van heffing bij
veredelingsverkeer vereiste gegevens en voor het
uitoefenen van controle op de juistheid daarvan.
- 3.
- Degene,
die de goederen aangeeft als bedoeld in het
eerste lid, vermeldt in de aangifte en in
voorkomend geval op het formulier L, bedoeld in
artikel 39 van de Douaneregeling datum en nummer
van toestemming, op grond waarvan vermelding van
gehalte, samenstelling of hoedanigheid van het
goed achterwege is gelaten.
- 4.
- De
toestemming wordt door het produktschap slechts
verleend in overeenstemming met de
rijksbelastingdienst en de Algemene
Inspectiedienst en indien aan de te stellen
voorwaarden, als bedoeld in het tweede lid, ten
volle kan worden voldaan, hetzij door middel van
een deugdelijke voorraads en
verwerkingsadministratie, hetzij door andere
middelen.
- 5.
- De
toestemming wordt tot wederopzeggens verleend.
Zij wordt ingetrokken zodra blijkt, dat een of
meer van de gestelde voorwaarden niet zijn
nagekomen.
- 6.
- De in
het tweede lid bedoelde controle wordt
uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst.
Artikel
21
Bij de
toepassing van paragraaf 2 van Hoofdstuk V wordt:
- a.
- op
de aangifte tot plaatsing onder het stelsel van
douane-entrepots als bedoeld in artikel 530,
eerste lid, van de Toepassingsverordening
communautair douanewetboek, vermeld dat
vooruitbetaling van restitutie wordt verzocht;
- b.
- het
exemplaar nr. 0 van de aangifte als bedoeld
onder a terstond na de aanvaarding van de
aangifte door de Belastingdienst aan het
betreffende produktschap toegezonden;
- c.
- in
het geval entreposering heeft plaatsgevonden, op
het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, vermeld dat vooruitbetaling van
restitutie heeft plaatsgevonden, zulks met
verwijzing naar de aangifte als bedoeld onder a;
- d.
- in
het geval onder douanecontrole is geplaatst, op
het formulier L als bedoeld in artikel 19,
vermeld dat vooruitbetaling van restitutie heeft
plaatsgevonden, zulks met verwijzing naar datum
en nummer van het bij de ondercontrolestelling
overgelegde aanmeldingsformulier als bedoeld in
artikel 32.
Artikel
22 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
22a
Uit de
aangifte als bedoeld in artikel 21, onder a, dan wel
uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt in
geval bij de aangifte een uitvoer- of
voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet
hier te lande is afgegeven, de instantie die het
certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van
het betrokken certificaat, terwijl bovendien een
fotokopie daarvan moet worden meegezonden naar het
betreffende produktschap.
Artikel
23
De
rijksbelastingdienst stelt van de aangifte ten
uitvoer of van de aangifte ten doorvoer
onderscheidenlijk het vervullen van de formaliteiten
ter zake van:
- a.
- het
bereiken van bijzondere bestemmingen, als
bedoeld in artikel 79, of
- b.
- b.
het onder douanecontrole plaatsen van
basisprodukten, bedoeld in artikel 86a, of
- c.
- het
entreposeren van goederen in de zin van het
bepaalde in artikel 86, overeenkomstig de
uitvoeringsbepalingen en met inachtneming van de
gebruiksaanwijzing in voorkomend geval
aantekening op het overgelegde certificaat.
Artikel
24 [Vervallen per 01-11-1994]
Artikel
25 [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
26 [Vervallen per 01-06-1996]
B.
Uitvoer c.q. doch met verplichting tot betaling van
uitvoerheffing of waarvoor uit andere hoofde artikel 27
van Verordening (F)(G) nr 223/77 is toegepast
Artikel
27 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
28 [Vervallen per 02-09-1993]
Artikel
29 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
30 [Vervallen per 02-09-1993]
Paragraaf
3. Bijzondere Aangiften
Artikel
31
- 1.
- Van het
hier te lande bereiken van een bijzondere
bestemming, als bedoeld in artikel 79, met aanspraak
op restitutie en/of met toepassing van de Regeling
actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986
wordt aangifte gedaan als bij of krachtens de Douanewet
ter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de
onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte
ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met
betrekking tot die aangifte van overeenkomstige
toepassing.
- 2.
- Van
afleveringen voor een bijzondere bestemming als
bedoeld in artikel 79, in België en Luxemburg, met
aanspraak op restitutie en/of met toepassing van de Regeling
actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986,
wordt aangifte gedaan als bij of krachtens de Douanewet
ter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de
onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte
ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met
betrekking tot die aangifte van overeenkomstige
toepassing.
Artikel
31a
Van
- -
- entreposering
hier te lande van goederen met het oog op het
verkrijgen van vooruitbetaling van restitutie, of
- -
- de
opslag van goederen in een zich hier te lande
bevindend erkend bevoorradingsdepot als bedoeld in
artikel 97 met het oog op toekenning van restitutie
bij wijze van voorschot wordt, ook indien het
douanegoederen betreft, aangifte gedaan als bij of
krachtens de Douanewet
ter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de
onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte
ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met
betrekking tot die aangifte van overeenkomstige
toepassing.
Artikel
32
| 1. |
De
betalingsaangifte, bedoeld in artikel 26, eerste
lid, van verordening 800/1999, wordt door de
exporteur gedaan bij de inspecteur van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, in
het douanedistrict waar de hoofdadministratie
van die exporteur is gevestigd of bij de
inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd
inzake douane, in het douanedistrict waar de
basisprodukten worden verwerkt.
|
| 2. |
De
exporteur doet de betalingsaangifte, bedoeld in
artikel 26, eerste lid, van verordening
800/1999, voor het onder douanecontrole plaatsen
van de basisprodukten bij de in het eerste lid
bedoelde inspecteur.
|
Artikel
33 [Vervallen per 01-07-1999]
Artikel
34
| 1. |
Het
produktschap kan op grond van artikel 26, derde
lid, van verordening 800/1999, indien het van
mening is dat de omstandigheden dat
rechtvaardigen, op verzoek van de exporteur hem
toestaan om voorlopige gegevens over de uit de
basisprodukten te vervaardigen goederen en/of
produkten te geven.
|
| 2. |
De in
het eerste lid bedoelde toestemming wordt
slechts na raadpleging van de inspecteur,
bedoeld in artikel 32, verleend.
|
Artikel
34a
De
betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten
onder douanecontrole wordt gedaan door een volledig en
naar waarheid ingevuld formulier, overeenkomstig het in
bijlage VII opgenomen model, in drievoud te overleggen.
Artikel
34b
De
betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten
onder douanecontrole gaat vergezeld van de voorraadstaat
van de dag voor de dag van de overlegging van de
betalingsaangifte. De voorraadstaat bevat per
opslaglocatie waar de basisprodukten onder
douanecontrole worden geplaatst de volgende gegevens:
- a.
- de
totale voorraad van basisprodukten van dezelfde
GN-code, als de basisprodukten die onder
douanecontrole worden geplaatst, op die locatie
aanwezig en
- b.
- de
voorraad van aanwezige basisprodukten van
vorenbedoelde GN-code waarvoor verplichtingen uit
eerdere onder douanecontrole plaatsingen gelden.
Artikel
34c
| 1. |
De
inspecteur, bedoeld in artikel 32, zendt
terstond na de beëindiging van de verificatie
het eerste exemplaar van de betalingsaangifte,
bedoeld in artikel 34a, toe aan het produktschap,
na daarop aantekening te hebben gesteld van zijn
bevindingen omtrent:
| - |
soort
en hoeveelheid van de onder
douanecontrole geplaatste basisprodukten;
|
| - |
soort
en hoeveelheid van de volgens de
aangifte en met in achtneming van de in
artikel 26, tweede lid, van verordening
800/1999 bedoelde rendement of
soortgelijke gegevens van later uit te
voeren goederen en/of produkten en
|
| - |
de
dag waarop de aangifte is aanvaard.
|
|
| 2. |
De
inspecteur, bedoeld in artikel 32, geeft het
tweede exemplaar van de betalingsaangifte
voorzien van de in het eerste lid bedoelde
aantekening terug aan belanghebbende.
|
Hoofdstuk
III. Vergunningen/certificaten
Paragraaf
1. Algemene Regelen
Artikel
35
- 1.
- Met
betrekking tot de in kolom 1 van bijlage I
aangewezen goederen is het produktschap bevoegd:
- a.
- tot
het afgeven van de invoer- en
uitvoercertificaten en uittreksels daarvan die
in de gevallen waarin dit in een
basisverordening of in de uitvoeringsbepalingen
voor een zodanig goed wordt vereist, bij de
invoer of de uitvoer van dat goed moeten worden
overgelegd en, behoudens het bepaalde in het
tweede lid alsmede de bepalingen in paragraaf 4
van dit hoofdstuk, daarbij gelden als een
vergunning en
- b.
- tot
het verlenen van invoer- en uitvoervergunningen
als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het
besluit, alsmede invoervergunningen als bedoeld
in artikel 2
van het Invoerbesluit landen 1981 voor
wat betreft landbouwgoederen, welke vergunningen
– behoudens het bepaalde in artikel 48 – bij
de invoer of uitvoer van dat goed moeten worden
overgelegd in de gevallen waarin een
basisverordening of de uitvoeringsbepalingen
daarvan onderscheidenlijk een handelspolitieke
maatregel de invoer of de uitvoer van een
zodanig goed naar hoeveelheid beperken.
- 2.
- In de
gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of
uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap
onderscheidenlijk uitvoer uit de Gemeenschap van een
goed aan bijzondere voorwaarden dan wel
voorschriften is onderworpen, geldt het in het
eerste lid, onder a, bedoelde certificaat slechts
onder zodanige voorwaarden of met zodanige daaraan
verbonden voorschriften als vergunning dat aan het
gestelde in de communautaire regeling wordt voldaan,
een en ander met inachtneming van de daarin
voorgeschreven procedures.
- 3.
- Voor
andere dan in het eerste lid, onder b, bedoelde
gevallen worden met betrekking tot de aldaar in de
aanhef bedoelde goederen geen vergunningen verleend.
Artikel
36
Onverminderd
het bepaalde in paragraaf 4 van dit hoofdstuk is van het
verbod tot invoer of uitvoer zonder vergunning als
bedoeld in de artikelen 2, juncto artikel 14, en 3
juncto de artikelen 15 en 16, van het besluit, alsmede
van het verbod tot invoer zonder vergunning als bedoeld
in artikel 2 van het
Invoerbesluit landen 1981 voor wat betreft
landbouwgoederen in de zin van dat besluit, vrijgesteld:
- a.
- de
invoer uit het vrije verkeer van andere Lid-Staten
niet zijnde België of Luxemburg alsmede de uitvoer
naar zodanige Lid-Staten van goederen die vallen
onder de in kolom 1 van bijlage 1 genoemde
basisverordeningen;
- b.
- de
invoer met voorwaardelijke vrijstelling van heffing
in actief veredelingsverkeer van goederen welke zijn
aangewezen in kolom 3 van bijlage I, alsmede de
uitvoer van goederen ter zuivering van bovengenoemde
voorwaardelijke vrijstelling voor actief
veredelingsverkeer, voor zover aan de voorwaarden
die door de uitvoeringsbepalingen aan de
vrijstelling worden gesteld, met inachtneming van
het bepaalde in de Beschikking actief
veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, is
voldaan.
- c.
- de
invoer anders dan uit het vrije verkeer van de
Gemeenschap onderscheidenlijk de uitvoer of doorvoer
naar landen of gebieden die geen deel uitmaken van
de Gemeenschap van de onder a bedoelde verordeningen
vallende goederen, waarvoor bij zodanige invoer,
uitvoer of doorvoer ingevolge die verordeningen geen
invoercertificaat onderscheidenlijk geen
uitvoercertificaat behoeft te worden overgelegd.
Artikel
37 [Vervallen per 17-03-1981]
Artikel
38
Met betrekking
tot de in kolom 1 van bijlage II aangewezen goederen is
het in kolom 2 vermelde produktschap bevoegd tot:
- a.
- het
verlenen van invoer- en uitvoervergunningen als
bedoeld in de artikel 2 en 3 van het besluit,
alsmede invoervergunningen als bedoeld in artikel 2
van het het Invoerbesluit landen voor wat betreft
landbouwgoederen;
- b.
- het
verlenen van vrijstelling of ontheffing als bedoeld
in artikel 13 van het besluit van het verbod tot
invoer onderscheidenlijk uitvoer zonder vergunning;
- c.
- het
verbinden van vergunningen, vrijstellingen of
ontheffingen als bedoeld in evengenoemd artikel van
voorschriften of beperkingen als bedoeld in artikel
5 van de wet;
- d.
- het
bepalen van de in artikel 4 van de wet bedoelde
gegevens die bij het aanvragen van zodanige
vergunningen of ontheffingen dienen te worden
verstrekt, en
- e.
- het
intrekken van zodanige vergunningen of ontheffingen
op de voet van het bepaalde van artikel 9 van de
wet.
Artikel
39
Het bepaalde
in artikel 36 en in artikel 38, geldt onverminderd het
bepaalde in:
- -
- de Vrijstellingsbeschikking
klein grensverkeer landbouwgoederen 1981;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen
(landbouwgoederen) 1981.
Paragraaf
2. Certificaten
Artikel
40
| 1. |
Aanvragen
van certificaten worden bij het produktschap
ingediend met gebruikmaking van het
aanvraagformulier waarvan het model is opgenomen
in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3719/88
(Pb.E.G. nr. L 331), of per schriftelijk
telecommunicatiebericht.
|
| 2. |
Het
produktschap neemt een aanvraag per schriftelijk
telecommunicatiebericht slechts in behandeling
indien deze alle gegevens bevat die op het
aanvraagformulier, als bedoeld in het eerste
lid, hadden moeten voorkomen. Bovendien kan het
produktschap eisen dat een overeenkomstig de
desbetreffende uitvoeringsbepalingen per
telegram of telex gedane aanvraag voor een
certificaat door een schriftelijke aanvraag als
bedoeld in het eerste lid wordt gevolgd.
|
| 3. |
Het
produktschap is bevoegd de aanvragen in te
trekken alsmede de afgegeven certificaten te
annuleren in de gevallen voorzien in Verordening
(EEG) nr. 120/89 (Pb.E.G. nr. L 16). In een
dergelijk geval wordt de gestelde zekerheid
vrijgegeven.
|
Artikel
41
| 1. |
Het
produktschap geeft de in artikel 35, eerste lid,
onder a, bedoelde certificaten en uittreksels
van deze certificaten eerst af, nadat:
| a. |
aan
alle in de basisverordening of
uitvoeringsbepalingen voor de afgifte
gestelde voorwaarden is voldaan en de
daarin voorgeschreven bescheiden zijn
overgelegd;
|
| b. |
de
aanvrager zich tegenover het
produktschap heeft verbonden tot:
| - |
nakoming
van alle verplichtingen die voor
hem uit het aan hem af te geven
certificaat of uittreksel
voortvloeien, en
|
| - |
betaling
als boete aan het produktschap
van een bedrag dat overeenstemt
met het geheel of een evenredig
gedeelte van de door hem
gestelde of te stellen
zekerheid, indien of voor zover
niet op de wijze als in de
uitvoeringsbepalingen is
voorgeschreven het bewijs wordt
geleverd, dat binnen de gestelde
termijn volledig aan al deze
verplichtingen is voldaan.
Door
de afgifte van het certificaat
wordt het produktschap
geacht-deze verbintenis te
hebben aanvaard.
|
|
|
| 2. |
Indien
het certificaat onder beperkingen is verleend
onderscheidenlijk aan de verlening van het
certificaat voorschriften zijn verbonden, wordt
daarvan, indien dit voor de goede uitvoering van
de basisverordening of uitvoeringsbepalingen is
voorgeschreven c.q. wenselijk wordt geacht,
melding gemaakt op het certificaat.
|
| 3. |
Alle
door het produktschap afgegeven certificaten
worden in het Nederlands gesteld en alle
bedragen daarop worden in Nederlands courant
vermeld.
|
| 4. |
In
afwijking van het vorige lid, worden, ingevolge
Verordening (EEG) Nr. 653/92 (Pb EG Nr. L 70),
de bedragen van de in het kader van een
inschrijving aanvaarde offertes, op het
certificaat in ecu vermeld.
|
Artikel
41A
| 1. |
Het
produktschap is bevoegd tot afgifte van een
vervangingscertificaat, onderscheidenlijk
vervangingsuittreksel, in de gevallen voorzien
in Verordening (EEG) nr. 3719/88, een en ander
met inachtneming van het daarin bepaalde.
|
| 2. |
In
geval van verlies van het
vervangingscertificaat, onderscheidenlijk
vervangingsuittreksel, wordt daarvoor geen
vervangingsexemplaar verstrekt.
|
| 3. |
Indien
de beschikbare hoeveelheid vermeld op het
teruggevonden oorspronkelijke certificaat,
onderscheidenlijk uittreksel, groter is dan die
waarvoor het vervangingscertificaat,
onderscheidenlijk vervangingsuittreksel, is
afgegeven, is het produktschap bevoegd voor de
hoeveelheid die overeenkomt met dit verschil een
uittreksel af te geven.
|
| 4. |
Van
elke gebruikmaking van de bevoegdheid vermeld in
het eerste lid, geeft het produktschap
periodiek, dat wil zeggen om de drie maanden,
kennis aan de minister.
|
Artikel
42
| 1. |
Het
stellen van de in de basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen voorgeschreven zekerheid
als garantie dat binnen de geldigheidsduur van
het certificaat zal worden voldaan aan de
daaraan verbonden verplichting tot invoer uit of
uitvoer naar een land of gebied dat geen deel
uitmaakt van de Gemeenschap dan wel dat een met
zodanige uitvoer gelijkgestelde levering zal
worden verricht, geschiedt bij het produktschap.
|
| 2. |
Wanneer
het stellen van de zekerheid niet in contanten
geschiedt, kan als garantie slechts worden
aanvaard een garantieverklaring, afgegeven door
een in afdeling I of II van het register der
kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 1
van de Wet toezicht kredietwezen, ingeschreven
kredietinstelling, alsmede door een instelling
die door de Minister van Financiën is
toegelaten tot het stellen van zakelijke
zekerheid voor de nakoming van verplichtingen
inzake invoerrechten en accijnzen, welke zij als
borg op zich neemt.
|
| 3. |
Ingeval
de invoer of uitvoer ten gevolge van overmacht
niet tijdens de geldigheidsduur van het
certificaat kan geschieden, is het produktschap,
met inachtneming van de bepalingen van
Verordening (EEG) nr. 3719/88, bevoegd te
beslissen, hetzij dat de verplichting tot invoer
of uitvoer wordt opgeheven, hetzij dat de
geldigheidsduur van het certificaat wordt
verlengd. Het Produktschap is eveneens bevoegd
hierbij aanvragen tot afgifte van een tweede
certificaat in behandeling te nemen, met
inachtneming van de daarvoor geldende bepalingen
van de hiervoor aangehaalde verordening.
Van
elk gebruik maken van deze bevoegdheid geeft het
produktschap periodiek kennis aan de minister.
|
| 4. |
Indien
aan de verplichting tot invoer of uitvoer met,
niet tijdig of niet volledig is voldaan, gaat
het produktschap over tot invordering van het
bedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder
b, tweede gedachtenstreepje.
|
| 5. |
Onverminderd
het bepaalde in het vorige lid kan het
produktschap indien de belanghebbende in het in
de uitvoeringsbepalingen voorziene geval en
onder de daarin opgenomen voorwaarden tijdig
zorgdraagt voor vervangende invoer, voorshands
afzien van de invordering van het bedrag bedoeld
in artikel 41, eerste lid, onder b, tweede
gedachtenstreepje.
|
Artikel
43
- 1.
- Het
produktschap geeft de zekerheid vrij in gevallen
voorzien in de uitvoeringsbepalingen, alsmede bij de
toepassing van Hoofdstuk V, paragraaf 2.
- 2.
- Het voor
de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd door het
terug ontvangen controle-exemplaar T 5, indien dit
ingevolge de uitvoeringsbepalingen van de nodige
aantekeningen is voorzien.
- 3.
- Het
produktschap is bevoegd overeenkomstig de
uitvoeringsbepalingen
- a.
- tot
gedeeltelijke vrijgave van de zekerheid over te
gaan;
- b.
- tot
het zo nodig terugboeken van een verrichte
afschrijving op de certificaten;
- c.
- tot
het opnieuw laten stellen van de zekerheid;
- d.
- tot
vrijgave van de zekerheid over te gaan nadat op
tijdig verzoek andere bewijsstukken dan het
controle-exemplaar T 5 overeenkomstig het
bepaalde in artikel 80, vierde lid, als
gelijkwaardig zijn erkend.
Artikel
44
- 1.
- Het
bepaalde in deze paragraaf alsmede in artikel 35,
eerste lid, onder a, is met betrekking tot in een
basisverordening of uitvoeringsbepaling voorziene
voorfixatiecertificaten met behulp waarvan een
heffing of restitutie vooraf kan worden vastgesteld,
van overeenkomstige toepassing.
- 2.
- Voor de
toepassing van het bepaalde in de artikelen 41,
derde lid, 42, eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
43, tweede lid, 45, 63 en artikel 83, eerste lid,
wordt een overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen
afgegeven uittreksel van een certificaat als
certificaat beschouwd.
Artikel
45
In afwijking
van het bepaalde in de artikelen 35 en 41 en
onverminderd het bepaalde in artikel 96, vierde lid,
onderdeel c, houdt het produktschap op verzoek van
belanghebbende het voorfixatiecertificaat onder zich,
onderscheidenlijk neemt het produktschap
voorfixatiecertificaten in bewaring, en boekt daarop de
uitvoer af aan de hand van het terugontvangen formulier
L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, een en
ander met inachtneming van de uitvoeringsbepalingen.
Er mag slechts
worden afgeboekt op het certificaat waarnaar is verwezen
in het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, of in artikel 84, derde lid, dan wel in
de maandstaat, als bedoeld in artikel 96, tweede lid,
onderdelen c en d.
Paragraaf
3. Vergunningen
Artikel
46
- 1.
- Bij het
aanvragen van een vergunning dienen de gegevens te
worden verstrekt en de bewijsstukken te worden
overgelegd die naar het oordeel van het produktschap
nodig zijn in verband met de voor de desbetreffende
invoer of uitvoer dan wel doorvoer in de
basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen gestelde
voorschriften
- 2.
- Indien de
basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen dit
vorderen, dan wel een juiste toepassing van deze
verordeningen en bepalingen dit met zich brengt
verleent het produktschap de vergunning onder
beperkingen of verbindt daaraan voorschriften.
- 3.
- Het
produktschap kan, indien een juiste toepassing van
de in de vorige leden genoemde communautaire
voorschriften die met zich brengt, ontheffing
verlenen van het in de vorige leden bepaalde dan wel
de verleende ontheffing of vergunning intrekken.
Artikel
47
- 1.
- In de
gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of
uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap
onderscheidenlijk de uitvoer uit de Gemeenschap van
een goed naar hoeveelheid is beperkt of aan
bijzondere voorwaarden dan wel voorschriften is
onderworpen, worden door het produktschap voor dat
goed vergunningen niet of slechts voor zodanige
hoeveelheden, onder zodanige voorwaarden of met
zodanige daaraan verbonden voorschriften verleend,
dat aan het gestelde in de communautaire regeling is
voldaan, een en ander met inachtneming van de daarin
voorgeschreven procedures.
- 2.
- Indien de
vergunning onder beperkingen is verleend
onderscheidenlijk daaraan voorschriften zijn
verbonden, wordt daarvan indien dit is
voorgeschreven c.q voor de goede uitvoering van de
communautaire regeling wenselijk wordt geacht,
melding gemaakt op de vergunning.
Artikel
48
- 1.
- In de
gevallen, waarin ingevolge een basisverordening of
uitvoeringsbepaling de invoer, onderscheidenlijk de
uitvoer of doorvoer is gebonden aan een bijzondere
voorwaarde, die inhoudt dat ter verzekering van de
nakoming van een verplichting een waarborg dient te
worden gesteld, is voor die invoer,
onderscheidenlijk die uitvoer of doorvoer geen
vergunning vereist, doch de overlegging van een
verklaring waaruit blijkt dat de voorgeschreven
waarborg is gesteld.
- 2.
- De
waarborg wordt gesteld bij het produktschap. Artikel
42, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
- 3.
- Het
produktschap stelt de verklaring op het bij de
aangifte ten invoer, ten uitvoer of ten doorvoer
over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 37
van de Douaneregeling, onderscheidenlijk in artikel
39 van de Douaneregeling, dan wel op het formulier
zekerheidstelling.
- 4.
- Het
produktschap geeft de gestelde waarborg vrij in de
gevallen en op de wijze als voorzien in de in het
eerste lid bedoelde communautaire voorschriften.
Paragraaf
4. Bijzondere bepalingen
Artikel
49 [Vervallen per 02-09-1993]
Artikel
49a. Hennep
In afwijking
van de artikelen 40 tot en met 45 geeft het productschap
de in artikel 35, eerste lid, onder a, bedoelde
invoercertificaten en uittreksels daarvan slechts af
voor:
| 1. |
ruwe
hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde
nomenclatuur indien deze voldoet aan de
voorwaarden van artikel 5 bis van Verordening
(EG) nr. 1251/1999 (PbEG L 160);
|
| 2. |
zaaizaad
voor de inzaai van henneprassen van post 1207 99
20 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze
vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte
aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het
in artikel 5 bis van Verordening (EG) nr.
1251/1999 vastgestelde gehalte;
|
| 3. |
niet
voor inzaai bestemd hennepzaad van de post 1207
99 91 van de gecombineerde nomenclatuur indien:
| a. |
de
importeur door het productschap is
erkend;
|
| b. |
de
importeur zich ertoe verbindt zorg te
dragen voor de verstrekking aan het
productschap van de in artikel 17 bis
van Verordening (EG) 245/2001 (PbEG L
35) bedoelde verklaringen binnen de
aldaar gestelde termijn en onder de door
het productschap gestelde voorwaarden;
|
| c. |
de
administratie van de importeur voldoet
aan de door het productschap gestelde
eisen;
|
| d. |
de
importeur toelaat dat, indien zulks de
Algemene Inspectiedienst of het
productschap nodig voorkomt, wordt
overgegaan tot controle op de naleving
van hetgeen bij of krachtens Verordening
1673/2000 (PbEG L 193) is bepaald; en
|
| e. |
de
importeur zodanige maatregelen treft dat
ook zijn afnemers aan het onder c en d
gestelde voldoen.
|
|
Artikel
49b. Biologische producten
In de gevallen
waarin ten aanzien van producten waarop aanduidingen
voorkomen die verwijzen naar de biologische
productiemethode als bedoeld in artikel 1 van
Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEG L 198), een
controlecertificaat als bedoeld in artikel 11, eerste
lid, onder b van voornoemde verordening is
voorgeschreven, geldt in afwijking van artikel 35,
eerste lid, onder a, het invoercertificaat dat in
voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de
uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden
overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen
van de aangifte ten invoer, naast het certificaat tevens
het bovengenoemde controlecertificaat, ingevuld en
afgegeven overeenkomstig het bepaalde in Verordening
(EG) nr. 1788/2001 (PbEG L 243), wordt overgelegd.
Artikel
50. Olijfolie
| 1. |
De in
artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt
voor wat betreft olijfolie van post 1509 en 1510
van de gecombineerde nomenclatuur die in het
vrije verkeer wordt gebracht, slechts
| a. |
indien
bij en ten genoege van het produktschap
overeenkomstig artikel 17 van
Verordening (EEG) nr. 2677/85 (PbEG nr.
L 254) een waarborg is gesteld als
garantie dat het goed niet in aanmerking
wordt gebracht voor steun als bedoeld in
artikel 11 van Verordening nr.
136/66/EEG (Pb. E.G. nr. 172);
|
| b. |
indien
op de verpakking de ingevolge
Verordening (EEG) nr. 2677/85
voorgeschreven aanduiding is
aangebracht.
|
Ter
zake van het stellen van de waarborg is artikel
42, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Van het stellen van deze waarborg wordt door het
produktschap aantekening gesteld op beide
exemplaren van het formulier L, bedoeld in
artikel 37 van de Douaneregeling, met
overeenkomstige toepassing van het ter zake in
artikel 62, vierde lid, bepaalde.
Het
produktschap geeft de waarborg overeenkomstig
het bepaalde in artikel 17, vierde lid, van
Verordening (EEG) nr. 2677/85 vrij indien en
voor zover de olijfolie, of een overeenkomstige
hoeveelheid olijfolie waarvoor geen steun is
toegekend, overeenkomstig artikel 18, eerste
lid, van laatstgenoemde verordening is verpakt,
verwerkt, overgenomen of uitgevoerd uit de
Gemeenschap.
Het
voor de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd
voor wat betreft:
| - |
de
verpakking, de verwerking
onderscheidenlijk de overname door de
detailhandel: door een desbetreffende
verklaring van de Algemene
Inspectiedienst dan wel van de bevoegde
dienst in een andere Lidstaat op het
certificaat, als bedoeld in artikel 18,
derde lid, van Verordening (EEG) nr.
2677/85;
|
| - |
de
uitvoer: door een formulier L, bedoeld
in artikel 39 van de Douaneregeling, dat
is afgetekend door een ambtenaar der
invoerrechten en accijnzen, dan wel,
indien de uitvoer plaatsvindt via het
grondgebied van een andere Lid-Staat,
door het terugontvangen van een
controle-exemplaar T 5 nadat dit
ingevolge de Toepassingsverordening
communautair douanewetboek van de nodige
aantekeningen is voorzien.
|
Artikel
43, derde lid, is van overeenkomstige
toepassing. Voor de in dit artikel bedoelde
goederen worden geen vergunningen afgegeven.
Voor de in dit artikel bedoelde goederen kan
uitsluitend een formulier L, bedoeld in artikel
37 van de Douaneregeling, worden overgelegd.
|
| 2. |
In
afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a,
gelden de certificaten die in voorkomend geval
ingevolge de basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in
het eerste lid bedoelde olijfolie dienen te
worden overgelegd slechts als vergunning indien
bij en ten genoege van het produktschap
overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde de
aldaar bedoelde waarborg is gesteld. Het
gestelde in het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing.
|
Artikel
50a
| 1. |
De in
artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt
voor wat betreft olijven van de posten 0709
9031, 0709 9039, 0711 2010 en 0711 2090 van de
Gecombineerde Nomenclatuur, met uitzondering van
olijven in verpakkingen met een netto-inhoud per
onmiddellijke verpakking van niet meer dan 5
kilogram, die in het vrije verkeer worden
gebracht, slechts indien bij en ten genoegen van
het produktschap overeenkomstig Verordening
(EEG) nr. 104/91 (Pb EG nr. L 12) een zekerheid
is gesteld als garantie dat de olie die uit in
de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte
olijven is verkregen niet in aanmerking wordt
gebracht voor de produktie en consumptiesteun
als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 136/66 (Pb
EG nr. L 172)
|
| 2. |
Ter
zake van het stellen van de zekerheid is artikel
42, tweede lid, van overeenkomstig toepassing.
|
| 3. |
Van
het stellen van de in het tweede lid bedoelde
zekerheid wordt door het produktschap
aantekening gesteld op beide exemplaren van
hethet formulier L, bedoeld in artikel 37 van de
Douaneregeling, houdende vermelding van de
hoeveelheid en soort alsmede het bedrag waarvoor
zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur
waarvoor zij geldt.
|
| 4. |
Het
produktschap geeft de zekerheid met inachtneming
van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 104/91
vrij.
|
Artikel
51 [Vervallen per 01-01-1988]
Artikel
52. Fokdieren van zuiver ras
- 1.
- De in
artikel 36, onderdeel c, bedoelde vrijstelling geldt
voor wat betreft de invoer van levende runderen
zijnde fokdieren van zuiver ras van GN code 0102
1000 slechts indien:
- a.
- de
ouders en de grootouders zijn ingeschreven of
geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras
en de runderen zelf in dat stamboek staan
ingeschreven dan wel geregistreerd en geschikt
zijn om erin te worden ingeschreven en voor
zover het vrouwelijke dieren betreft niet ouder
dan 6 jaar zijn;
- b.
- bij
de aangifte ten invoer voor ieder rund
afzonderlijk een stamboekcertificaat waarin de
in onderdeel a vermelde gegevens zijn opgenomen
en een voor fokdieren van zuiver ras opgesteld
gezondheidscertificaat worden overgelegd alsmede
een op afschrift gestelde verklaring van de
importeur dat de runderen waarvoor de aangifte
ten invoer wordt gedaan, behoudens in geval van
overmacht, niet binnen een termijn van 12
maanden nadat de aangifte ten invoer heeft
plaatsgevonden zullen worden geslacht;
- c.
- de
importeur uiterlijk aan het einde van de 15e
maand volgende op die waarin de runderen in het
vrije verkeer zijn gebracht bij de douane een
verklaring overlegt van:
- -
- een
in Nederland erkende stamboekvereniging dat
de runderen niet binnen de in onderdeel b
bedoelde termijn zijn geslacht en staan
ingeschreven dan wel geregistreerd in het
stamboek van deze stamboekvereniging, of
- -
- de
Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een
dierenarts dat de runderen binnen de in
onderdeel b genoemde termijn om
gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als
gevolg van een ziekte of ongeval zijn
gestorven.TRCJZ/2002/12082
- 2.
- Voor
fokdieren van zuiver ras van oorsprong en herkomstig
uit Oostenrijk, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden
en Zwitserland gelden evenwel niet de in het eerste
lid, onderdeel a, bedoelde leeftijdsgrens en de in
het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
aanhoudverplichting van een termijn van 12 maanden
alsmede de daaraan verbonden bewijslast. Wel dienen
de in de eerste volzin bedoelde ten invoer
aangeboden runderen te worden ingeschreven dan wel
geregistreerd in het stamboek van een in het eerste
lid, onderdeel c bedoelde stamboekvereniging.
- 3.
- In geval
van wederinvoer in de Gemeenschap alsmede ingeval
dat uit het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
stamboekcertificaat blijkt dat de fokker is
gevestigd binnen de Gemeenschap geldt, onverminderd
het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c
bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling
slechts indien de importeur bij de aangifte ten
invoer aan de hand van een verklaring van het
produktschap het bewijs levert dat bij de
voorafgaande uitvoer van de runderen uit de
Gemeenschap geen restitutie is verleend, dan wel dat
de toegekende restitutie is terugbetaald, of dat de
nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen
dat de restitutie niet zal worden uitgekeerd.
- 4.
- Indien in
geval van wederinvoer blijkt dat de fokker binnen de
Gemeenschap is gevestigd en de importeur niet het in
het derde lid genoemde bewijs levert, dan wel
wanneer uit dat bewijs niet blijkt welk bedrag bij
de voorafgaande uitvoer uit de Gemeenschap van de
runderen aan restitutie is uitbetaald geldt,
onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a,
b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde
vrijstelling slechts indien een verklaring van het
produktschap wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan
het produktschap een bedrag is bepaald gelijk aan de
hoogste heffing die op de dag van wederinvoer geldt
voor runderen van Gn code 01.02.90 of dat voor de
betaling daarvan bij en ten genoegen van het
produktschap zekerheid is gesteld; het gestelde in
artikel 62, tweede lid, tweede volzin, en vijfde
lid, alsmede in artikel 64, eerste lid, aanhef en
onderdeel b II, is van overeenkomstige toepassing.
- 5.
- Indien de
invoer hier te lande is vooraf gegaan door een
uitvoer uit een andere Lid-Staat geeft het
produktschap de in het derde lid bedoelde verklaring
slechts af nadat aan het produktschap een door de
bevoegde autoriteit van die Lid-Staat afgegeven
verklaring is overgelegd, waaruit blijkt dat de
ingevolge genoemde verordening toegekende restitutie
is terugbetaald, dan wel dat de nodige maatregelen
zijn genomen om ervoor te zorgen dat deze niet zal
worden uitgekeerd.
Artikel
53. Wijn
In de gevallen
waarin het transport binnen Nederland van de goederen
bedoeld in artikel 1, tweede lid, van Verordening (EEG)
nr. 822/87 (Pb.E.G. nr. L 84), vergezeld moet gaan van
een handelsdocument of een erkend handelsdocument, als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d juncto
onderdeel e van verordening (EEG) nr. 2238/93 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 juli
1993 betreffende de begeleidende documenten voor het
vervoer van wijnbouwprodukten en de in de wijnsector bij
te houden registers (PbEG L 200), is al naar het geval
het gestelde onder a of b van toepassing:
| a. |
de in
artikel 36, onder a, onderscheidenlijk artikel
36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt slechts
ingeval bij het doen van aangifte ten invoer het
in de aanhef genoemd handelsdocument of erkend
handelsdocument wordt overgelegd;
|
| b. |
in
afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a,
geldt het certificaat dat in voorkomend geval
ingevolge de basisverordening of
uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in de
aanhef bedoelde goederen moet worden overgelegd
slechts als vergunning, indien bij het doen van
aangifte ten invoer naast het certificaat tevens
het in de aanhef genoemde handelsdocument of
erkend handelsdocument wordt overgelegd.
|
Artikel
54. Wijn
In de gevallen
waarin ten aanzien van goederen als bedoeld in artikel
70, eerste lid, eerste volzin van Verordening (EEG) nr.
822/87 (Pb.E.G. nr. L 84) een document als bedoeld in
artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3590/85 (Pb.E.G. nr.
L 343) is voorgeschreven, geldt in afwijking van artikel
35, eerste lid, onder a, het invoercertificaat dat in
voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de
uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden
overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen
van de aangifte ten invoer naast het certificaat tevens
het bovengenoemde document, ingevuld overeenkomstig het
bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3590/85, wordt
overgelegd.
Artikel
55. Wijn
| 1. |
In
afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a,
geldt het certificaat dat in voorkomend geval
ingevolge de basisverordening of
uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in
artikel 1, tweede lid, van erordening (EEG) nr.
822/87 (Pb.E.G. nr. L 84) genoemde goederen moet
worden overgelegd niet als vergunning voor de
invoer van de genoemde goederen waaraan alcohol
is toegevoegd, tenzij het betreft likeurwijn of
distillatiewijn, dan wel, overeenkomstig het in
Verordening (EEG) nr. 351/79 (Pb. E.G. nr. L 54)
bepaalde, een van de in artikel 1 van deze
verordening genoemde goederen.
Voor
de in de vorige volzin eerstbedoelde goederen
worden geen vergunningen afgegeven.
|
| 2. |
Ingeval
van invoer van goederen bedoeld in artikel 1 van
Verordening (EEG) nr. 351/79 (Pb. nr. L 54)
dienen op de aangifte ten invoer en op het
formulier L, bedoeld in artikel 37 van de
Douaneregeling de volgende gegevens te worden
vermeld:
| - |
de
soort en de hoeveelheid toegevoegde
alcohol, alsmede indien het betreft
goederen aangeduid onder 3 en 4 van
artikel 1 van genoemde verordening;
|
| - |
de
aldaar bedoelde produkten, ter bereiding
waarvan die goederen bestemd zijn.
|
|
Artikel
56. Hop(bellen)
De in artikel
36, onder a, bedoelde vrijstellingen gelden voor wat
betreft de in artikel 2 van verordening (EEG) nr.
1679/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
26 juli 1971, houdende een gemeenschappelijke ordening
der markten in de sector hop (PbEG L 175). genoemde
produkten slechts indien en voor zover bij het doen van
de aangifte ten invoer wordt overgelegd, al naar gelang
van het bij of krachtens die verordening bepaalde,
hetzij een certificaat als bedoeld in artikel 3 van die
verordening, hetzij een factuur als bedoeld in artikel 7
van Verordening (EEG) nr. 3076/78 (Pb. E.G. nr. L 367).
Artikel
57. Hop(bellen)
De in artikel
36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt
| a. |
voor
wat betreft hopbellen van post ex 1210 van de
gecombineerde nomenclatuur slechts indien en
voor zover bij het doen van de aangifte ten
invoer wordt overgelegd hetzij een
gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel
daarvan, als bedoeld in artikel 2 van
Verordening (EEG) nr. 3076/78, hetzij een
verklaring als bedoeld in artikel 4 van die
verordening.
|
| b. |
voor
wat betreft andere produkten van post ex 1210
van de gecombineerde nomenclatuur dan onder a,
genoemd, alsmede voor wat betreft plantesappen
en plantenextracten van hop van post 1302 1300
van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien
en voor zover bij het doen van de aangifte ten
invoer wordt overgelegd een
gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel
daarvan, als bedoeld in artikel 2 van
Verordening (EEG) nr. 3076/78.
De
onder a, laatstgenoemde verklaring wordt
afgegeven door het produktschap. De verklaring
wordt eerst afgegeven nadat uit een
monsteronderzoek is gebleken, dat de onder a,
genoemde produkten voldoen aan de bij en
krachtens artikel 2 van Verordening (EEG) nr.
1696/71 vastgestelde milieukwaliteitseisen.
Het
monsteronderzoek geschiedt door het
Rijkskwaliteitsinstituut voor Landen
Tuinbouwprodukten te Wageningen; dit instituut
brengt de uitslag van het onderzoek ter kennis
van het produktschap.
|
Artikel
58 [Vervallen per 02-09-1993]
Artikel
59. Pootaardappelen
| 1. |
Van
het verbod tot invoer zonder vergunning van de
minister, bedoeld in artikel 2 van het besluit,
wordt voor pootaardappelen van post 0701 1000
vrijstelling verleend.
|
| 2. |
Van
het verbod tot uitvoer zonder vergunning van de
minister, als bedoeld in artikel 3 van het
besluit, wordt voor pootaardappelen van post
0701 1000 vrijstelling verleend indien bij
uitvoer voldaan wordt aan de voorwaarde dat de
betrokken partij is voorzien van een door de
Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst
voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen
(Stichting N.A.K.) afgegeven etiket of een ander
door deze Stichting afgegeven bewijsstuk, dan
wel van een etiket, als bedoeld in artikel 10
van de Richtlijn 66/403 van de Raad (Pb. EG L
125) betreffende het in de handel brengen van
pootaardappelen.
|
Artikel
59a [Vervallen per 02-09-1993]
Artikel
59b
- 1.
- De in
artikel 36, onderdeel a, bedoelde vrijstelling bij
uitvoer geldt voor de hierna te noemen granen,
slechts indien bij het doen van de aangifte ten
uitvoer een door of namens de exporteur volledig en
naar waarheid ingevuld en ondertekend goed leesbaar
formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, wordt overgelegd, houdende een van
de vermeldingen als bedoeld in het tweede lid.
|
Post
van de gecombineerde nomenclatuur
|
Omschrijving
van de goederen
|
|
1001
|
Tarwe,
spelt en mengkoren
|
|
1002
|
Rogge
|
|
1003
|
Gerst
|
|
1004
|
Haver
|
|
1005
|
Mais
|
|
1007
|
Graansorgho
|
|
1008
|
Boekweit,
gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad,
andere granen
|
- 2.
- De in
artikel 36, onderdeel c, bedoelde vrijstelling geldt
voor de in het eerste lid genoemde granen slechts
indien het bij de aangifte ten uitvoer te overleggen
formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, een van de volgende vermeldingen
bevat:
- a.
- in
geval een producent van granen als bedoeld in de
Beschikking
medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988
(Stcrt. 124) granen als bedoeld in het eerste
lid uitvoert: ‘aangifte van de heffingen
ingevolge de beschikking
Medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988’:
- b.
- in
geval een koper granen als bedoeld in het eerste
lid uitvoert, waarover hij geen
medeverantwoordelijkheidsheffing is verschuldigd
‘geen heffingen ingevolge de Beschikking
Medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988
verschuldigd’.
- 3.
- De in
artikel 36, onderdeel a, bedoelde vrijstelling geldt
voor de in het eerste lid genoemde granen voorzover
de aangifte ten uitvoer in de lid-staat van
verzending voor 1 juli 1988 heeft plaatsgevonden,
slechts indien bij de aangifte ten invoer een
formulier L, bedoeld in artikel 37 van de
Douaneregeling, wordt overgelegd, voorzien van de
vermelding ‘aangifte tot verzending aanvaard vóór
1 juli 1988’.
Artikel
59c [Vervallen per 02-09-1993]
Artikel
59d
De in artikel
36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt voor artikel
10, tweede lid, van verordening (EG) nr. 2449/96 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december
1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van
beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor
produkten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714
90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit andere derde
landen dan Thailand (PbEG L 333), en artikel 4, derde
lid, van verordening (EG) nr. 2781/1999 van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 27 december 1999
houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer
van een communautair tariefcontingent voor 2000 voor
producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714
10 99, van oorsprong uit Thailand (PbEG L 334), onder de
volgende voorwaarden:
| a. |
de in
te voeren hoeveelheden maniok overtreffen de
hoeveelheden die door de afgegeven
invoercertificaten worden gedekt met 2% of
minder;
|
| b. |
er is
ingevolge genoemde verordeningen bij het
productschap een zekerheid gesteld;
|
| c. |
bij
het doen van de voor het surplus afzonderlijk
benodigde aangifte ten invoer is een formulier L,
dan wel een formulier zekerheidstelling, als
bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling
overgelegd waaruit blijkt dat de zekerheid bij
het productschap is gesteld.
|
Artikel
59e [Vervallen per 05-12-1991]
Artikel
59g [Vervallen per 02-09-1993]
Hoofdstuk
IV. Heffingen bij invoer
Artikel 60
[Vervallen per 20-01-2000]
Artikel 61
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
62
- 1.
- Naast het
stellen van een zekerheid, ter verzekering van de
voldoening van een landbouwheffing bij invoer van de in
kolom 3 van bijlage I aangewezen goederen, bij en ten
genoegen van de inspecteur van de rijksbelastingdienst,
bevoegd inzake de douane, kan die zekerheid bij en ten
genoegen van het produktschap worden gesteld.
- 2.
- In afwijking
van het eerste lid kan de zekerheid niet bij en ten
genoegen van het produktschap worden gesteld in de
gevallen:
- a.
- dat
voor het vrije verkeer aangegeven goederen, waarvoor
de verschuldigde landbouwheffing bij invoer niet
voordien is voldaan, vallen onder bijlage I, kolom
I, horizontale balken il, VIa, VIc, VId en VIIa;
- b.
- dat de
inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd
inzake de douane, de voorwaardelijke vrijstelling
van de landbouwheffing bij invoer toekent;
- c.
- dat
goederen in fictief douaneentrepot worden
ingeslagen;
- d.
- dat
een document wordt afgegeven, dat geen aanvaarde
aangifte ten invoer of een voorwaardelijke
vrijstelling van de landbouwheffing bij invoer
betreft;
- e.
- dat
met toepassing van de regeling bijzondere
bestemmingen als kennisgeving de benodigde
exemplaren van het Overdrachtsformulier bijzondere
bestemmingen worden aanvaard, onderscheidenlijk het
controle-exemplaar T-5 wordt aanvaard, eerder met
betrekking tot dezelfde goederen bij de inspecteur
van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de
douane, zekerheid is gesteld.
- 3.
- In afwijking
van het eerste lid kan de zekerheid uitsluitend bij en
ten genoegen van het produktschap worden gesteld in de
gevallen:
- a.
- dat
voor het vrije verkeer aangegeven goederen, waarvoor
de verschuldigde landbouwheffing bij invoer niet
voordien is voldaan, vallen onder bijlage I, kolom
III, horizontale balk V, zevende gedachtenstreepje;
- b.
- dat
het produktschap de voorwaardelijke vrijstelling van
de landbouwheffing bij invoer toekent en
- c.
- dat
met toepassing van de regeling bijzondere
bestemmingen als kennisgeving de benodigde
exemplaren van het Overdrachtsformulier bijzondere
bestemmingen worden aanvaard, onderscheidenlijk het
controle-exemplaar T-5 wordt aanvaard, eerder met
betrekking tot dezelfde goederen bij het
produktschap zekerheid is gesteld.
Artikel
62a [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
63
Naast de vormen
van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het
Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid
worden aanvaard:
- -
- storting
van geld, niet zijnde Nederlands geld, of deponering van
de door de ontvanger als betaalmiddel erkende cheques of
andere waardepapieren, welke niet luiden in Nederlandse
valuta;
- -
- hypotheek
of
- -
- verpanding
van goederen, waardepapieren of vorderingen.
Artikel
64
Van het stellen
van de zekerheid, bedoeld in artikel 62, bij het
produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling
gedaan door overlegging van een formulier zekerheidstelling,
dan wel van een op beide exemplaren van het formulier L,
bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling, gestelde
verklaring van het produktschap, houdende vermelding van de
hoeveelheid en soort goed alsmede het bedrag waarvoor de
zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij
geldt.
Artikel
65
Van het stellen
van de zekerheid bij het produktschap door degene, die met
toepassing van de regeling bijzondere bestemmingen de
goederen heeft overgenomen, wordt aan de inspecteur van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling
gedaan door een, op een van de exemplaren van het
Overdrachtsformulier Bijzondere bestemmingen,
onderscheidenlijk op de extra kopie van het
controle-exemplaar T 5, gestelde verklaring van het
produktschap, houdende vermelding van de hoeveelheid en
soort goed waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de
tijdsduur waarvoor zij geldt.
Artikel 66
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 67
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 68
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 69
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 70
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 71
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
72
- 1.
- De mededeling,
bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair
douanewetboek, van het bedrag aan landbouwheffingen bij
invoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt
door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling
door het produktschap voor ieder van de heffingen
afzonderlijk, indien ter verzekering van de voldoening
van een dergelijke heffing de zekerheid bij het
produktschap is gesteld.
- 2.
- In afwijking
van het eerste lid geschiedt de mededeling door de
inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake
de douane, in alle gevallen waarin:
- a.
- de
aangever tot onmiddellijke betaling van de
douaneschuld wenst over te gaan;
- b.
- blijkens
de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst,
bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen,
bedoeld in artikel 64, en met inachtneming van de
aangifte voor het vrije verkeer en van hetgeen bij
verificatie is bevonden, aangenomen moet worden dat
bij het produktschap geen of onvoldoende zekerheid
is gesteld voor de voldoening van de ter zake van
het in het vrije verkeer brengen van goederen
verschuldigde landbouwheffing bij invoer;
- c.
- een te
zuiveren document niet is gezuiverd;
- d.
- een
douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen
201, eerste lid, onderdeel b, 202, eerste lid, 203,
eerste lid, 204, eerste lid en 205, eerste lid, van
het Communautair douanewetboek of
- e.
- met
betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot
boeking achteraf wordt overgegaan.
Artikel
73
De beschikking tot
terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij
invoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening
Communautair douanewetboek, wordt door het produktschap
gegeven voor ieder van de heffingen afzonderlijk in de
gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in
artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek,
doet.
Artikel
74
Het produktschap
is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij
invoer in de gevallen, waarbij het produktschap de
mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het
Communautair douanewetboek, doet.
Artikel 75
[Vervallen per 03-02-1994]
Artikel 76
[Vervallen per 01-06-1996]
Artikel 77
[Vervallen per 01-06-1996]
Hoofdstuk
V. Restitutie bij uitvoer
Paragraaf
1 . Algemene Regelen
Artikel
78
- 1.
- Voor de in
kolom 4 van bijlage I aangewezen goederen kan ter
zake van hun uitvoer naar landen of gebieden die
geen deel uitmaken van de Gemeenschap een restitutie
worden verleend.
- 2.
- De
restitutie kan uitsluitend worden verleend voor
goederen of – indien het samengestelde goederen
betreft – bestanddelen van goederen, die voldoen
aan de voorwaarden van de artikelen
23 en 24
van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap, tenzij het goederen betreft die
zich tijdelijk in het binnenlandse verkeer hebben
bevonden of worden uitgevoerd in passief
veredelingsverkeer.
- 3.
- Het bedrag
van de restitutie is voor elk van de in kolom 4 van
bijlage I aangewezen goederen gelijk aan het bij de
uitvoeringsbepalingen vastgesteld bedrag, voorzover
nodig omgerekend in Nederlands courant, dat voor de
toepassing van de basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen in de gevallen, naar de
onderscheidingen en volgens de regelen gesteld in de
basisverordeningen dan wel in die
uitvoeringsbepalingen, bij de uitvoer van dat goed
volgens zijn bestemming dan restitutie moet worden
verleend.
- 4.
- Voor
toepassing van het vorige lid moet onder bedrag van
de restitutie tevens worden verstaan elk bedrag dat
op grond van de basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen onder andere benaming, zoals
aanvullend bedrag, bij de uitvoer van het goed moet
worden verleend.
Artikel
79
Voor de
toepassing van dit hoofdstuk wordt met uitvoer
gelijkgesteld het bereiken van bijzondere bestemmingen
binnen de Gemeenschap, die als zodanig voor de verlening
van restitutie in de basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen zijn aangewezen.
Artikel
80
| 1. |
Behoudens
het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk
heeft aanspraak op restitutie degene die op het
formulier L, bedoeld in artikel 19, als
exporteur is aangeduid.
|
| 2. |
De
restitutie kan eerst worden toegekend nadat aan
alle in de basisverordening of
uitvoeringsbepalingen voor de toekenning
gestelde voorwaarden is voldaan en de daarin
voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd.
Indien
die basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen
daartoe de mogelijkheid openstellen kan, op
verzoek en met inachtneming van hetgeen
dienaangaande is voorgeschreven, de aanspraak op
restitutie geheel of gedeeltelijk worden omgezet
in een aanspraak op een invoercertificaat voor
met de uitgevoerde goederen overeenkomende
hoeveelheden goederen, volgens een bij
vorenbedoelde basisverordeningen of
uitvoeringsbepalingen ingestelde regeling inzake
de invoer tegen een bijzonder tarief.
|
| 3. |
Als
bewijs dat het goed in ongewijzigde staat, als
bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, via het
grondgebied van een andere Lid-Staat het
douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten
dan wel in een andere Lid-Staat een bijzondere
bestemming als aangegeven in paragraaf
3a van de Beschikking denaturatie- en
verwerkingssteun magere melkpoeder 1980
(Stcrt. 1979, 247), heeft bereikt, dient
krachtens de uitvoeringsbepalingen het
terugontvangen controle-exemplaar T 5.
|
| 4. |
Bij de
beoordeling welke bescheiden in de zin van het
tweede lid dienen te worden overgelegd past het
produktschap het bepaalde in artikel 20, eerste
tot en met derde lid, van verordening 800/1999
toe. Met inachtneming van hetgeen dienaangaande
in artikel 49, eerste tot en met zevende lid,
van verordening 800/1999 is voorgeschreven
erkent het produktschap als gelijkwaardig aan
het controle-exemplaar T 5 te beschouwen
documenten, onder periodieke opgave aan de
Minister van de gevallen, waarin de restitutie
op grond van deze documenten is uitbetaald.
|
Artikel
80a
| 1. |
De
minister is belast met de erkenning van op
internationaal niveau in controle en toezicht
gespecialiseerde ondernemingen, als bedoeld in
artikel 16 van verordening 800/1999 en met de
intrekking van verleende erkenningen. De
minister kan, in aanvulling op de voorwaarden
genoemd in de volgende leden, aan de verlening
van een erkenning nadere voorwaarden stellen. De
minister kan de bevoegdheden welke hem ingevolge
dit lid toekomen, delegeren aan de voorzitter
van het Hoofdproductschap Akkerbouw.
|
| 2. |
Een
erkenning, als bedoeld in het eerste lid, wordt
op aanvraag verleend aan in de Gemeenschap
zetelende rechtspersonen met een vestiging in
Nederland die:
| - |
blijkens
hun statuten uitsluitend of ondermeer
tot doel hebben controles te verrichten
en toezicht uit te oefenen op
internationaal niveau;
|
| - |
rechtstreeks
of via bijkantoren vertegenwoordigd zijn
in meerdere derde landen, als bedoeld in
artikel 15, eerste lid, van verordening
800/1999;
|
| - |
op
het gebied van controle en toezicht een
uitstekende reputatie hebben;
|
| - |
op
het gebied van controle en toezicht,
douane-aangelegenheden in het algemeen
en certificering van de lossing van
landbouwgoederen in het bijzonder een
ruime ervaring hebben.
|
|
| 3. |
De op
grond van het eerste lid erkende ondernemingen:
| - |
geven
in het kader van artikel 16 van
verordening 800/1999 voor een derde land
slechts verklaringen inzake de lossing
of verklaringen inzake de lossing en de
invoer voor verbruik af, indien zij in
het betrokken derde land rechtstreeks of
via bijkantoren zijn vertegenwoordigd;
|
| - |
doen
in een daartoe dagelijks bijgehouden
register verslag van de uitgevoerde
werkzaamheden, het aantal onderzochte
monsters van de landbouwgoederen en de
analyseresultaten, alsmede van het
overige bewijsmateriaal op basis waarvan
in het kader van artikel 16 van
verordening 800/1999 een verklaring
inzake de lossing en/of invoer tot
verbruik wordt afgegeven, houden dit
register ter beschikking van de Algemene
Inspectiedienst, het Hoofdproduktschap
voor Akkerbouwprodukten en de
Accountantsdienst van het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en
zenden na afloop van elke kalendermaand
een afschrift van het op die maand
betrekking hebbende deel van het
register toe aan de voorzitter van het
Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten;
|
|
| 4. |
De op
grond van het eerste lid erkende ondernemingen
stellen de in het kader van artikel 16 van
verordening 800/1999 afgegeven verklaringen
inzake de lossing of verklaringen inzake de
lossing en de invoer voor verbruik op een
formulier waarvan het model door de Voorzitter
van het Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten namens de minister wordt
vastgesteld en dat volledig en naar waarheid is
ingevuld, ondertekend en gedagtekend.
|
| 5. |
De
verklaringen inzake de lossing of verklaringen
inzake de lossing en de invoer voor verbruik
bevatten in ieder geval de volgende gegevens:
| a. |
de
gegevens als bedoeld in artikel 5,
vierde lid, van verordening 800/199;
|
| b. |
de
plaats en de datum van aankomst van het
vervoermiddel;
|
| c. |
de
plaats en de datum van lossing van het
vervoermiddel;
|
| d. |
de
plaats en de datum van vervulling van de
formaliteiten voor de invoer van
verbruik van de vervoerde produkten.
Tevens
bevatten de verklaringen een
gedetailleerd verslag van alle
gebeurtenissen en omstandigheden die van
invloed kunnen zijn op de naleving van
de communautaire wetgeving inzake de
termijnen en de controle op de
uitvoerrestituties.
|
|
Artikel
81
- 1.
- Indien,
afwijkend van hetgeen bij het doen van de aangifte
ten uitvoer is vermeld, het goed, door welke oorzaak
dan ook een andere bestemming heeft bereikt, of aan
dit goed een andere bestemming wordt gegeven, doet
de exporteur hiervan ten spoedigste mededeling aan
het produktschap onder opgave van de redenen die tot
de wijziging van de bestemming hebben geleid.
- 2.
- Onverminderd
het bepaalde in het voorgaande lid is degene die
voor een restitutie in aanmerking wenst te komen
gehouden alle voor de toekenning van de restitutie
van belang zijnde gegevens te verstrekken en
bescheiden over te leggen die het produktschap van
hem verlangt en alle in verband daarmee door het
produktschap gestelde vragen getrouwelijk prompt en
naar waarheid te beantwoorden.
Artikel
82
Behoudens het
bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk wordt de
restitutie berekend overeenkomstig de gedane aangifte
ten uitvoer, in voorkomend geval zoals deze achteraf is
gewijzigd ingevolge artikel 81, eerste lid, en met
inachtneming van hetgeen is bevonden of vastgesteld:
- -
- bij de
verificatie van de aangifte of van het daarop
afgegeven document en
- -
- in
voorkomend geval – aan de hand van het
terugontvangen controle-exemplaar T 5 als bedoeld in
het derde lid van artikel 80;
- -
- bij
een ingesteld nader onderzoek van zodanige aangifte,
zodanig document of zodanige controle-exemplaren;
- -
- bij
onderzoek van de door belanghebbende of ambtshalve
overgelegde overige bescheiden ten bewijze van de
door het goed bereikte bestemming en het voldoen aan
de overige voor de toekenning gestelde voorwaarden
dan wel
- -
- ingevolge
andere wettelijke bepalingen
De genoemde
verrichtingen geschieden, in voorkomend geval in
afwijking van het ter zake bij of krachtens de Douanewet
bepaalde met inachtneming van hetgeen dienaangaande in
de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen is
voorgeschreven.
Artikel
82a
Als wordt
geconstateerd dat een exporteur een hogere restitutie
heeft gevraagd dan die welke geldt voor de uitgevoerde
of de ten uitvoer aangegeven goederen, worden
administratieve sancties op de voet van het bepaalde in
de artikelen 51 en 52 van verordening 800/1999 opgelegd.
Artikel
82b
Voor de
marktdeelnemers, als bedoeld in artikel 1, tweede lid,
van verordening (EG) nr. 1469/95 van de Raad van de
Europese Unie van 22 juni 1995 betreffende de
maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van
bepaalde begunstigden van uit het EOFGL, afdeling
Garantie, gefinancieerde verrichtingen, kunnen de in
artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, van die
verordening bedoelde maatregelen en de ten uitvoering
daarvan gestelde maatregelen worden genomen.
Artikel
83
- 1.
- Behoudens
het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk wordt
de restitutie toegekend naar het tarief dat geldt op
de dag van uitvoer van de goederen, zoals deze uit
de toepassing van artikel 8 voortvloeit. Evenwel
wordt indien gebruik gemaakt wordt van een aan de
exporteur op zijn verzoek toegekende aanspraak op
restitutie tegen een van te voren vastgesteld tarief
ten blijke daarvan een uitvoercertificaat of
voorfixatiecertificaat als voorzien in de
basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen wordt
overgelegd, de restitutie toegekend naar het tarief
dat met inachtneming van de uitvoeringsbepalingen op
dit certificaat is aangegeven of omschreven, zonodig
aangepast en gecorrigeerd zoals in de
basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen is
voorgeschreven.
- 2.
- In
afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan, in
de gevallen waarin en op de wijze waarop de
uitvoeringsbepalingen dit voorschrijven, het bedrag
van de restitutie worden bepaald door middel van een
inschrijving.
Artikel
84
| 1. |
Op de
restitutie, die wordt verleend ter zake van
| a. |
de
uitvoer van goederen al dan niet via het
geografisch grondgebied van een andere
Lid-Staat naar een land of gebied dat
geen deel uitmaakt van de Gemeenschap;
|
| b. |
leveranties
aan een in een andere Lid-Staat
gevestigde internationale organisatie,
of aan strijdkrachten die zijn
gestationeerd op het grondgebied van een
Lid-Staat, doch niet tot die Lid-Staat
behoren, na uitvoer naar de betrokken
Lid-Staat, wordt op verzoek van de
belanghebbende en met inachtneming van
hetgeen dienaangaande in de
uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven
door het produktschap een voorschot
verleend.
|
|
| 2. |
Het
voorschot wordt slechts verleend aan diegene die
zich tegenover het produktschap verbindt tot:
| a. |
levering
binnen de gestelde termijn en op de in
de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven
wijze van het bewijs van het verlaten
van het douanegebied van de Gemeenschap
onderscheidenlijk van het bereiken van
het bij aangifte ten uitvoer aangegeven
land van bestemming of van een
bijzondere bestemming als bedoeld in
artikel 36 van verordening 800/1999;
|
| b. |
indien
en voor zover het onder a bedoelde
bewijs niet is geleverd, terugbetaling
aan het produktschap van het alsdan ten
onrechte verkregen voorschot of gedeelte
daarvan, alsmede in dat geval betaling
als boete aan het produktschap van het
bedrag dat overeenkomt met het in de
uitvoeringsbepalingen voorgeschreven
percentage, waarmee de gestelde
zekerheid het verleende voorschot te
boven gaat.
Door
het verlenen van het voorschot wordt het
produktschap geacht deze verbintenis te
hebben aanvaard. Het bepaalde in artikel
42, tweede en vierde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
|
|
| 3. |
De
verlening van een voorschot vindt plaats na
ontvangst bij het produktschap van het formulier
L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling.
|
Artikel
85
| 1. |
De
toekenning van de restitutie vindt plaats door
het produktschap.
|
| 2. |
De
betaling van de restitutie kan overeenkomstig de
uitvoeringsbepalingen in gedeelten geschieden.
|
| 3. |
In
geval de restitutie wordt toegekend met
plaatsing van de uit te voeren goederen onder de
regeling voor communautair douanevervoer voor
per spoor vervoerde goederen als bedoeld in het
Communautair douanewetboek, geschiedt de
betaling onder de voorwaarde dat zij als
onverschuldigd zal worden aangemerkt, indien en
zodra blijkt dat de goederen niet binnen de
gestelde termijnen het douanegebied van de
Gemeenschap hebben verlaten.
|
| 4. |
Het
bepaalde in artikel 49, negende lid, van
verordening 800/1999 blijft buiten toepassing.
|
| 5. |
Het
produktschap mag afzien van terugvordering, als
de Lid-Staten daartoe bevoegd zijn op grond van
artikel 52, derde lid, van verordening 800/1999.
|
| 6. |
De
oplegging van de administratieve sancties, als
bedoeld in artikel 51 van verordening 800/1999,
vindt plaats door het produktschap.
|
| 7. |
De in
artikel 3, eerste lid, onder b en c, van
verordening (EG) nr. 1469/95 van de Raad van de,
bedoelde maatregelen en de ten uitvoering
daarvan gestelde maatregelen worden door het
produktschap genomen.
Het
produktschap is tevens bevoegd tot het nemen van
verscherpte controlemaatregelen, als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening
(EG) nr. 1469/95, voor zover deze maatregelen
betrekking hebben op de uitoefening van zijn
taken in het kader van deze regeling.
|
Paragraaf
2. Voorfinanciering
Artikel
86
- 1.
- Voor de
goederen, voor welke de uitvoeringsbepalingen dit
toestaan, kan de restitutie met inachtneming van
hetgeen in die bepalingen is voorgeschreven op
verzoek van de belanghebbende worden
voorgefinancierd, na entreposering van de goederen
hier te lande, of in een andere lidstaat.
- 2.
- Voorfinanciering
van de restitutie vindt slechts plaats indien de
belanghebbende zich tegenover het produktschap heeft
verbonden tot:
- a.
- nakoming
van de verplichtingen bedoeld in artikel 91;
- b.
- indien
en voor zover niet aan het onder a gestelde is
voldaan, terugbetaling aan het produktschap van
de alsdan ten onrechte verkregen restitutie,
alsmede in dat geval betaling als boete aan het
produktschap van het bedrag dat overeenkomt met
het in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven
percentage, waarmee de gestelde zekerheid de
verleende resitutie te boven gaat.
Door
de voorfinanciering van de restitutie wordt het
produktschap geacht deze verbintenis te hebben
aanvaard.
- 3.
- Voor de
toepassing van deze paragraaf wordt onder
entreposering verstaan:
- a.
- indien
deze plaatsvindt hier te lande:
voorlopige
opslag zonodig gevolgd door tijdelijke opslag in
een inrichting voor douane-opslag en opslag in
een douane-entrepot;
- b.
- indien
deze plaatsvindt in een andere lidstaat:
opslag
in een inrichting die volgens de ter zake
geldende communautaire bepalingen als entrepot
of vrije zone wordt aangemerkt.
Artikel
86a
De regeling
tot plaatsen onder douanecontrole van basisprodukten
staat open voor de exporteur, die voorafgaande
toestemming heeft van het produktschap.
Artikel
87
- 1.
- De
voorafgaande toestemming, bedoeld in artikel 86a,
kan aan de exporteur worden verleend, indien deze in
ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a.
- uitgedrukt
in de GN-code en de restitutienomenclatuur de
basisprodukten waarvan plaatsing onder
douanecontrole wordt beoogd;
- b.
- de
soorten goederen en/of verwerkte produkten in
verband met welker uitvoer basisprodukten onder
douanecontrole kunnen worden geplaatst;
- c.
- de
handelsnaam of in het voorkomende geval de
handelsnamen van de goederen en/of verwerkte
produkten in verband met welker uitvoer
basisprodukten onder douanecontrole kunnen
worden geplaatst;
- d.
- de
locatie of locaties die kunnen worden gebruikt
voor de opslag en de verwerking van de
basisprodukten;
- e.
- de
rendementsverhoudingen en in voorkomend geval de
coëfficiënten, die voor de berekening van de
vooruit te betalen restitutie in aanmerking
zullen worden genomen;
- f.
- de
plaats waar in de Nederland de
hoofdadministratie van de exporteur is gevestigd
en
- g.
- de
volledige naam en het volledig adres waar het
bedrijf in Nederland is gevestigd.
- 2.
- Naast het
verstrekken van de in het eerste lid genoemde
gegevens is de exporteur voor het verkrijgen van de
voorafgaande toestemming verplicht om continu een
zodanige administratie te voeren, dat naar het
oordeel van het produktschap de basisprodukten, de
verwerking daarvan en de uitvoer van de verwerkte
produkten of goederen kunnen worden gevolgd.
- 3.
- Wijziging
in de omstandigheden op grond waarvan de
voorafgaande toestemming, bedoeld in artikel 86a, is
verleend meldt de exporteur per ommegaande aan het
produktschap
Artikel
88
Het
produktschap kan, indien het dat nodig acht, aanvullend
op de verplichtingen, bedoeld in artikel 87, eerste lid
en tweede lid, nadere verplichtingen opleggen aan de
exporteur.
Artikel
89
- 1.
- Het
produktschap kan na een schriftelijk en gemotiveerd
verzoek van de exporteur ontheffing verlenen van
één of meer verplichtingen, bedoeld in artikel 87.
- 2.
- Door het
produktschap kan bij het verlenen van de ontheffing,
bedoeld in het eerste lid, nadere verplichtingen aan
de exporteur worden opgelegd.
Artikel
90
- 1.
- De
exporteur dient het verzoek tot het verkrijgen van
de voorafgaande toestemming, bedoeld in artikel 86a,
in door middel van een volledig en naar waarheid
ingevuld formulier, overeenkomstig het door het
produktschap vastgestelde model, bij het
produktschap.
Artikel
90a
- 1.
- De
verlening van de voorafgaande toestemming, bedoeld
in artikel 86a, of de ontheffing, bedoeld in artikel
89, eerste lid, geschiedt slechts na raadpleging van
de inspecteur, bedoeld in artikel 32.
- 2.
- De
belastingdienst onderzoekt of de exporteur aan de
verplichtingen, bedoeld in artikel 87, artikel 88 en
artikel 89, tweede lid, voldoet.
- 3.
- De
exporteur is verplicht om medewerking te verlenen
aan het onderzoek, bedoeld in het vorige lid.
Artikel
90b
- 1.
- De
voorafgaande toestemming, bedoeld in artikel 86a,
geldt maximaal voor 1 jaar.
- 2.
- De in het
eerste lid bedoelde geldigheidsduur wordt telkens
stilzwijgend met 1 jaar verlengd, tenzij een maand
voor het einde van die geldigheidsduur de exporteur
schriftelijk op de hoogte is gebracht van het feit,
dat de voorafgaande toestemming komt te vervallen.
Artikel
90c
De
voorafgaande toestemming, bedoelde in artikel 86a, kan
te allen tijde door het produktschap onder opgave van
reden worden ingetrokken.
Artikel
90d
De ontheffing,
bedoeld in artikel 89, eerste lid, kan te allen tijde
door het produktschap onder opgave van reden worden
ingetrokken.
Artikel
90e
- 1.
- De
voorafgaande toestemming, bedoeld in artikel 86a,
wordt door het produktschap aan de exporteur kenbaar
gemaakt door middel van toezending van een document,
overeenkomstig het door het produktschap
vastgestelde model.
- 2.
- Het
produktschap stuurt een afschrift van de
voorafgaande toestemming aan de inspecteur, bedoeld
in artikel 32.
Artikel
90f
De exporteur
die basisprodukten onder douanecontrole heeft geplaatst,
meldt de voorgenomen verwerking van die basisprodukten
bij de in artikel 32 bedoelde inspecteur op een zodanig
tijdstip dat laatstbedoelde uiterlijk één werkdag voor
de aanvang van die voorgenomen verwerking.
Artikel
90g
- 1.
- Het
produktschap kan op verzoek van de exporteur
ontheffing verlenen van de melding, bedoeld in
artikel 90f.
- 2.
- Door het
produktschap kunnen nadere verplichtingen aan de in
het eerste lid bedoelde worden gesteld.
- 3.
- De
verlening van de in het eerste lid bedoelde
ontheffing geschiedt slechts na raadpleging van de
inspecteur, bedoeld in artikel 32.
Artikel
90h
De melding,
bedoeld in artikel 90f, geschiedt schriftelijk, onder
vermelding van:
- a.
- het
nummer en de datum van de betalingsaangifte, bedoeld
in artikel 32, waarbij de te verwerken
basisprodukten onder douanecontrole zijn geplaatst;
- b.
- de
verwerkingslocatie of verwerkingslocaties waar de
verwerking plaats zal vinden en
- c.
- per
verwerkingslocatie wordt de verwerkingsperiode
aangegeven.
Artikel
90i
De ontheffing,
bedoeld in artikel 90g, eerste lid, wordt door het
produktschap vermeld op het document, bedoeld in artikel
90e, eerste lid.
Artikel
90j
| 1. |
Op
verzoek van de exporteur kan het productschap
aan die exporteur toestaan om basisproducten,
als bedoeld in artikel 28, derde lid, van
verordening 800/1999, te vervangen door
equivalente basisproducten.
|
| 2. |
Op
verzoek van de exporteur kan het productschap
aan die exporteur toestaan om in bulk opgeslagen
tussenproducten als bedoeld in artikel 28,
vierde lid, van verordening 800/1999, te
vervangen door equivalente tussenproducten.
|
Artikel
90k
| 1. |
Indien
de exporteur equivalentie toepast meldt hij dat
vooraf schriftelijk aan de inspecteur, bedoeld
in artikel 32, onder vermelding van:
| a. |
de
hoeveelheid basisprodukten, die door
equivalente basisprodukten wordt
vervangen;
|
| b. |
de
opslaglocatie of opslaglocaties van de
te vervangen basisprodukten;
|
| c. |
de
opslaglocatie of opslaglocaties van de
equivalente basisprodukten en
|
| d. |
het
nummer en de datum van de
betalingsaangifte, bedoeld in artikel
32, waarbij de te verwerken
basisprodukten onder douanecontrole zijn
geplaatst.
|
|
| 2. |
De
exporteur maakt een aantekening van elke
toepassing van equivalentie in zijn
administratie.
|
Het eerste en
tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing bij
equivalentie van tussenproducten als bedoeld in artikel
28, vierde lid, van verordening 800/1999.
Artikel
90l
- 1.
- Het
produktschap kan op verzoek van de exporteur
ontheffing verlenen van de melding, bedoeld in
artikel 90k.
- 2.
- Aan de in
het eerst lid bedoelde ontheffing kunnen voorwaarden
door het produktschap worden gesteld.
- 3.
- De
verlening van de in het eerste lid bedoelde
ontheffing geschiedt slechts na raadpleging van de
inspecteur, bedoeld in artikel 32.
Artikel
91
De indiening
van de aangifte als bedoeld in artikel 21, onder a, door
middel waarvan het verzoek wordt gedaan tot
vooruitbetaling van de restitutie wegens entreposering,
brengt voor degene die daarin als exporteur is aangeduid
de verplichting mede om de voor uitvoer aangegeven
goederen in ongewijzigde staat, als bedoeld in de
uitvoeringsbepalingen, en binnen de daarin vastgestelde
termijnen:
- -
- het
grondgebied van de Gemeenschap te doen verlaten of
binnen de Gemeenschap een bijzondere bestemming als
bedoeld in artikel 79 te doen bereiken en
- -
- van
een en ander op de voorgeschreven wijze te doen
blijken.
Artikel
92
Ingeval
entreposering van de goederen plaatsvindt in een andere
lidstaat, wordt het bewijs dat de goederen na
entreposering in ongewijzigde staat achtereenvolgens
zijn uitgeslagen en hetzij zijn uitgegaan uit de
Gemeenschap hetzij een bijzondere bestemming, als
bedoeld in artikel 79, hebben bereikt, geleverd door een
controle-exemplaar T 5, houdende de volgende gegevens:
- -
- de
soort en de hoeveelheid van de uitgeslagen goederen;
- -
- de
datum van uitslag;
- -
- het
uitgaan van de goederen uit de Gemeenschap, dan wel
het bereiken van een bijzondere bestemming, als
bedoeld in artikel 79.
Artikel
93
| 1. |
Het
stellen van de met het oog op het verkrijgen van
vooruitbetaling van de restitutie na
ondercontrolestelling van de te verwerken
goederen goederen dan wel na entreposering in de
uitvoeringsbepalingen voorgeschreven zekerheid
als garantie, dat binnen de gestelde termijnen
zal worden voldaan aan de verplichtingen,
weergegeven in de artikelen 89, tweede lid en
91, geschiedt bij het produktschap. Het bepaalde
in het artikel 42, tweede lid, is van
toepassing.
|
| 2. |
Het
produktschap neemt bij de berekening van de
zekerheid onderscheidenlijk de gehele of
gedeeltelijke vrijgave daarvan,
onderscheidenlijk de terugvordering van de
vooruitbetaalde bedragen tot garantie waarvan de
zekerheid is gesteld, het gestelde in de
artikelen 33 en 35 van verordening 800/1999 in
acht. Het produktschap past onder omstandigheden
artikel 43 van Verordening (EEG) nr. 3719/88
toe.
|
Paragraaf
3 . Proviandering
Artikel
94. toepassingsgebied
In aanvulling
op dan wel in afwijking van de bepalingen van deze
regeling en onverminderd het bepaalde in verordening
800/1999, gelden de volgende bepalingen bij levering
voor proviandering, als bedoeld in titel III van
genoemde verordening, waarbij aanspraak op restitutie of
een voorschot daarop wordt gemaakt dan wel de
Beschikking actief veredelingsverkeer 1986 wordt
toegepast.
Artikel
95. aanvulling gebruikelijke procedure
– Bij
levering voor proviandering van zeeschepen en
luchtvaartuigen in de Gemeenschap, als bedoeld in
artikel 36, eerste lid, onder a, van verordening
800/1999, alsmede voor boor- en produktieplatforms en
marine- en hulpschepen, als bedoeld in artikel 44 van
genoemde verordening, dient de exporteur, ter
verkrijging van de restitutie danwel afboeking in het
veredelingsverkeer, op de aangifte ten uitvoer alsmede
in vak 44 van het formulier L, bedoeld in artikel 39 van
de Douaneregeling, te vermelden: ‘Bestemd voor
boordproviand’ alsmede de naam en de vlag van het zee-,
marine- of hulpschip of het registratienummer van het
luchtvaartuig, boor- of produktieplatform.
Artikel
95a
Het aanvullend
bewijs als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel
a, van verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie
van 16 november 1988, houdende gemeenschappelijke
uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-,
uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor
landbouwprodukten (PbEG L 331), wordt geleverd door een
voor uitvoer afgetekend controle-exemplaar T 5.
Artikel
96. maandstaatprocedure
| 1. |
Bij
levering voor proviandering van zeeschepen en
luchtvaartuigen in de Gemeenschap, als bedoeld
in artikel 36, eerste lid, onder a, van
verordening 800/1999, alsmede voor proviandering
van boor- en productieplatforms en marine- en
hulpschepen, als bedoeld in artikel 44 van
genoemde verordening, kan in afwijking van
artikel 17, op voet van het bepaalde in artikel
37 van genoemde verordening, onder toepassing
van de volgende procedure en voorwaarden,
restitutie worden toegekend dan wel afboeking in
het veredelingsverkeer plaatsvinden.
|
| 2. |
De
exporteur dient voor de verkrijging van de
restitutie danwel afboeking in het
veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden
te voldoen.
| a. |
De
exporteur dient een toestemming te
hebben als bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van verordening 800/1999.
|
| b. |
De
aangifte ten uitvoer moet volledig en
naar waarheid worden gedaan met
gebruikmaking van de exemplaren 1, 2 en
3 van het formulier Enig document,
waarop in vak 44 de vermelding ED 63 is
aangebracht, of met de exemplaren 2 en 3
van het formulier Enig document en een
extra exemplaar, waarop in vak 44 de
vermelding ED 69 is aangebracht, met,
voor zover het formulier niet toereikend
is voor de vereiste gegevens, aan het
formulier een specificatie gehecht,
waarop is aangegeven voor welke goederen
aanspraak op restitutie wordt gemaakt
dan wel afboeking in het
veredelingsverkeer wordt verlangd.
In
het geval basisprodukten onder
douanecontrole zijn geplaatst, bedoeld
in artikel 86a, wordt op het formulier
het nummer en de datum van de
betreffende betalingsaangifte vermeld.
|
| c. |
Voor
afloop van de kalendermaand volgend op
die van de aangifte ten uitvoer moet bij
het produktschap een staat zijn
ingediend met het verzoek om toekenning
van de restitutie.
|
| d. |
De
staat dient betrekking te hebben op alle
in de voorafgaande kalendermaand ter
bestemming afgeleverde goederen, dan wel
op alle verrichte leveranties waarvoor
in de voorafgaande kalendermaand
aangifte ten uitvoer is gedaan en dient
te zijn gespecificeerd naar post of
postonderverdeling van de gecombineerde
nomenclatuur en, indien van toepassing,
restitutiecode. Voor de hier te lande
verrichte leveranties dient de staat per
exportdatum te worden ingevuld onder
vermelding van de datum van aangifte ten
uitvoer en de naam en de vlag van het
zee-, marine- of hulpschip dan wel het
registratienummer van het luchtvaartuig,
boor- of produktieplatform waar de
goederen aan boord zijn gebracht. In
geval van vaststelling van de restitutie
vooraf worden bij de betrokken
leveranties tevens de nummers van de te
benutten voorfixatiecertificaten
vermeld. De gegevens die betrekking
hebben op de hier te lande verrichte
leveranties aan boor- en
produktieplatforms en marine- en
hulpschepen en die welke betrekking
hebben op leveranties hier te lande aan
zeeschepen en luchtvaartuigen dienen te
worden vermeld op afzonderlijke
maandstaten. De gegevens die betrekking
hebben op leveranties in andere
Lid-Staten dienen te worden vermeld op
de daarvoor bestemde specifieke
maandstaten. Voorzover de maandstaat
zelf niet toereikend is voor de
vermelding van de voorgeschreven
gegevens, kunnen zij worden vermeld op
aan de maandstaten gehechte bijlagen.
|
|
| 3. |
Het
exemplaar nr. 3 van het formulier Enig document
waarop in vak 44 de vermelding ED 63 is
aangebracht dan wel het extra exemplaar behorend
bij het formulier Enig document waarop in vak 44
de vermelding ED 69 is aangebracht wordt,
tezamen met eventuele specificaties, na
behandeling door de belastingdienst aan de
exporteur toegezonden. De exporteur houdt dit
exemplaar in de in artikel 101b bedoelde
bedrijfsadministratie ter beschikking van de
Algemene Inspectiedienst. Ten behoeve van de
toezending wordt door de exporteur op de
achterzijde van het betrokken exemplaar zijn
adres vermeld.
|
| 4. |
| a. |
Het
produktschap kent de restitutie toe aan
de hand van:
| - |
de
daartoe op de staat geplaatste
aanvraag;
|
| - |
de
bevindingen van het produktschap
bij het onderzoek van de
ingediende staat;
|
| - |
het
terugontvangen
controle-exemplaar T 5, in geval
van levering in of via een
andere Lid-Staat, waaruit dient
te blijken dat de goederen
binnen de voorgeschreven termijn
de bijzondere bestemming, als
bedoeld in het eerste lid,
hebben bereikt.
|
|
| b. |
Behoudens
vaststelling vooraf, wordt de restitutie
berekend en worden, in voorkomend geval,
de noodzakelijke aanpassingen bepaald
naar de restitutievoet geldende op de
laatste dag van de kalendermaand waarop
de aanvraag betrekking heeft. In geval
van vaststelling vooraf dienen de
voorfixatiecertificaten of uittreksels
daarvan, om in aanmerking te worden
genomen, nog geldig te zijn op de
laatste dag van de maand waarvoor de
staat wordt ingediend.
|
| c. |
In
voorkomend geval schrijft het
produktschap onder toepassing van de
depotregeling van certificaten, als
bedoeld in artikel 45, op het
certificaat of het uittreksel daarvan de
hoeveelheden af die overeenstemmen met
de voor het betreffende goed op de staat
vermelde hoeveelheden
|
|
| 5. |
De
exporteur aan wie toestemming is verleend, als
bedoeld in het tweede lid, onder a, mag, zolang
deze toestemming van kracht is, voor de
proviandering, als bedoeld in het eerste lid,
geen gebruik maken van andere procedures ter
verkrijging van restitutie, behoudens de
regeling tot het onder douanecontrole plaatsen
van basisprodukten, bedoeld in artikel 86a.
|
Artikel
97. voorschot bij inslag in depot hier te lande
| 1. |
Bij
levering via een zich hier te lande bevindend
bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 40
van verordening 800/1999, van zeeschepen en
luchtvaartuigen in de Gemeenschap, voor
proviandering van boor- en produktieplatforms en
marine- en hulpschepen, alsmede voor
rechtstreekse proviandering van zeeschepen
buiten de Gemeenschap, als bedoeld in artikel
43, derde lid, onder a, van genoemde
verordening, kan op voet van het bepaalde in
eerstgenoemd artikel, onder toepassing van de
volgende procedure en voorwaarden restitutie
worden toegekend bij wijze van voorschot dan wel
afboeking in veredelingsverkeer plaatsvinden.
|
| 2. |
Het in
artikel 41, eerste lid, van verordening 800/1999
bedoelde nationale document is het
controle-exemplaar T 5.
|
| 3. |
De
exporteur dient voor de verkrijging van het
voorschot dan wel de afboeking in het
veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden
te voldoen.
| a. |
De
aantekening ‘Opslag in depot onder
verplichting van levering voor
bevoorrading van zeeschepen of
luchtvaartuigen – toepassing van
artikel 40 van verordening 800/1999’
wordt vermeld:
| - |
op
de aangifte ten uitvoer;
|
| - |
in
vak 44 van het bij die aangifte
over te leggen formulier L,
bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling en
|
| - |
in
vak 104, onder de rubriek
‘Andere’, van het
controle-exemplaar T 5.
|
|
| b. |
De
ten uitvoer aangegeven goederen worden
binnen dertig dagen na aanvaarding van
de aangifte opgeslagen in een vrij
entrepot, als bedoeld in artikel 828 van
verordening (EEG) nr. 2454/93 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen
van 2 juli 1993, houdende vaststelling
van enkele bepalingen ter uitvoering van
verordening (EEG) nr. 2913/92 van de
Raad tot vaststelling van het
communautair douanewetboek, of een
douane-entrepot type c, d of e, als
bedoeld in artikel 506 van verordening
(EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van
de Europese Gemeenschappen van 2 juli
1993, houdende vaststelling van enkele
bepalingen ter uitvoering van
verordening (EEG) nr. 2913/92 van de
Raad tot vaststelling van het
communautair douanewetboek.
|
| c. |
Dit
bevoorradingsdepot dient ter beschikking
te staan van een natuurlijke persoon of
rechtspersoon die is erkend als
depothouder in de zin van artikel 40,
tweede lid, van verordening 800/1999.
|
| d. |
Op
het formulier L dan wel, indien dit op
de plaats van aangifte, niet zijnde de
plaats van inslag, is achtergehouden, op
het uitvoerdocument, dient door de
depothouder schriftelijk te worden
verklaard dat hij de goederen heeft
ingeslagen.
|
|
| 4. |
4. Het
controle-exemplaar T 5 wordt door de
Belastingdienst behandeld. Na constatering van
de inslag van betreffende goederen in het
bevoorradingsdepot wordt het controle-exemplaar
T 5 terstond door de Belastingdienst naar het
produktschap gezonden.
|
| 5. |
| a. |
Het
produktschap kent het voorschot toe aan
de hand van:
| - |
de
aanvrage zoals deze blijkt uit
het formulier L, bedoeld in
artikel 39 van de
Douaneregeling;
|
| - |
de
bevindingen van de
belastingdienst bij de
verificatie van de aangifte ten
uitvoer en bij inslag in het
bevoorradingsdepot;
|
|
| b. |
Behoudens
vaststelling vooraf, wordt de restitutie
berekend en worden, in voorkomend geval,
de noodzakelijke aanpassingen bepaald
naar de restitutievoet geldende op de
dag van aanvaarding van de aangifte ten
uitvoer voorafgaande aan de inslag van
de goederen in het bevoorradingsdepot.
|
| c. |
Het
produktschap zendt terstond na de
behandeling van het controle-exemplaar T
5 een fotokopie daarvan aan het kantoor
van de regionale inspectie van de
Algemene Inspectiedienst binnen welks
ressort de opslag heeft plaatsgevonden.
|
|
Artikel
97a
Levering in
een derde land, al dan niet via een aldaar gelegen
bevoorradingsdepot geschiedt volgens de navolgende
procedure
| a. |
op de
aangifte ten uitvoer, alsmede op het formulier L,
als bedoeld in artikel 19. dient al naar gelang
het geval te worden vermeld: ‘bestemd voor
boordproviand directe leverantie’, dan wel
‘bestemd voor boordproviand entrepotopslag’;
|
| b. |
de
restitutie wordt eerst toegekend nadat
| - |
overeenkomstig
het bepaalde in artikel 45 van
verordening 800/1999 is bewezen dat de
op het formulier L, als bedoeld in
artikel 19. vermelde goederen feitelijk
aan boord zijn gebracht;
|
| - |
volledige
gegevens over de aan boord geleverde
produkten zijn verstrekt aan het
produktschap, alsmede gegevens omtrent
de leveringsdatum, de naam en de vlag
van het schip of het registratienummer
van het luchtvaartuig;
|
| - |
ten
genoegen van het produktschap is
aangetoond dat de als boordproviand
geleverde hoeveelheden overeenstemmen
met de normale behoeften van de
bemanningsleden en de passagiers van het
betrokken schip of luchtvaartuig;
|
|
| c. |
Indien
de in artikel 45, derde lid, onderdeel a en b,
tweede gedachtestreepje, van verordening
800/1999 voorgeschreven documenten niet kunnen
worden overgelegd, kan het produktschap, in
overeenstemming met de Directie Juridische en
Bedrijfsorganisatorische Zaken van het
Ministerie van Landbouw en Visserij, op een met
redenen omkleed schriftelijk verzoek van de
exporteur toestaan, dat het bewijs wordt
geleverd met een door de scheepskapitein of een
andere scheepsofficier van dienst
respectievelijk door een beambte van de
luchtvaartmaatschappij ondertekend certificaat
van ontvangst, dat is voorzien van een
scheepsstempel respectievelijk het stempel van
de luchtvaartmaatschappij.
|
| d. |
op
goederen, welke niet zijn bestemd voor directe
leverantie als bedoeld in artikel 45 van
verordening 800/1999 vindt artikel 97 geen
toepassing.
|
Artikel
98. voorschot bij inslag in depot andere Lid-Staat:
| 1. |
Bij
levering voor proviandering, als bedoeld in
artikel 97, eerste lid, welke niet via een zich
hier te lande maar via een zich in een andere
Lid-Staat bevindend bevoorradingsdepot
plaatsvindt, kan op voet van het bepaalde in
artikel 40 van verordening 800/1999, onder
toepassing van de volgende procedure en
voorwaarden restitutie worden toegekend bij
wijze van voorschot danwel afboeking in het
veredelingsverkeer plaatsvinden.
|
| 2. |
De
exporteur dient voor de verkrijging van het
voorschot danwel afboeking in het
veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden
te voldoen.
| a. |
Op
de aangifte ten uitvoer alsmede in vak
44 van het bij die aangifte over te
leggen formulier L, bedoeld in artikel
39 van de Douaneregeling, dient tevens
te worden vermeld: ‘Opslag in depot
onder verplichting van levering voor
bevoorrading van zeeschepen of
luchtvaartuigen- toepassing van artikel
40 van verordening 800/1999 alsmede de
Lid-Staat waar het bevoorradingsdepot
zich bevindt.
|
| b. |
De
ten uitvoer aangegeven goederen dienen
binnen dertig dagen na aanvaarding van
de aangifte te zijn opgeslagen in een
door de Lid-Staat van bestemming erkend
bevoorradingsdepot, als bedoeld in
artikel 40, tweede lid, van verordening
800/1999.
|
|
| 3. |
Het
formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, wordt door de belastingdienst na
behandeling terstond verzonden naar het
produktschap. Dit geldt ook voor het
terugontvangen controle-exemplaar T 5
|
| 4. |
| a. |
Het
produktschap kent het voorschot toe aan
de hand van:
| - |
de
daartoe strekkende aanvraag
zoals deze blijkt uit het
formulier L, bedoeld in artikel
39 van de Douaneregeling:
|
| - |
de
bevindingen van de
belastingdienst bij de
verificatie van de aangifte ten
uitvoer.
|
| - |
het
terugontvangen
controle-exemplaar T 5 waaruit
dient te blijken dat aan de in
het tweede lid, onder b,
genoemde voorwaarde is voldaan
|
|
| b. |
Behoudens
vaststelling vooraf, wordt de restitutie
berekend en worden, in voorkomend geval,
de noodzakelijke aanpassingen bepaald
naar de restitutievoet geldende op de
dag van aanvaarding van de aangifte ten
uitvoer
|
|
Artikel
99. voorschot andere Lid-Staat inslag hier te lande
| 1. |
Bij
inslag in een bevoorradingsdepot hier te lande
van een goed waarvoor in een andere Lid-Staat
aangifte ten uitvoer is gedaan met aanspraak op
restitutie bij wijze van voorschot op voet van
het bepaalde in artikel 40 van verordening
800/1999, dient door de depothouder aan de met
betrekking tot de inslag bevoegde ambtenaar van
de belastingdienst een fotokopie van het
controle-exemplaar T 5, als bedoeld in artikel
41, tweede lid, van genoemde verordening, waarop
het depot van inslag staat vermeld, ter hand te
worden gesteld
|
| 2. |
De
belastingdienst tekent de in het eerste lid
bedoelde fotokopie voor inslag in het depot af,
nadat de depothouder daarop schriftelijk heeft
verklaard dat hij de aangeleverde goederen heeft
ingeslagen, en zendt deze vervolgens toe aan het
gewestelijke kantoor van de Algemene
Inspectiedienst binnen welks ressort de opslag
heeft plaatsgevonden.
|
| 3. |
Het
controle-exemplaar T 5, als bedoeld in het
eerste lid, wordt door de belastingdienst met
afgetekend dan nadat zij heeft vastgesteld:
| - |
dat
het in het eerste lid bedoelde
bevoorradingsdepot een
bevoorradingsdepot is als bedoeld in
artikel 97, tweede lid, onder b.
|
| - |
dat
de in het eerste lid bedoelde
depothouder een depothouder is als
bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder
c, en
|
| - |
dat
de in het bevoorradingsdepot ingeslagen
goederen zijn ingeschreven in het in
artikel 101b, eerste lid, bedoelde
register
|
|
Artikel
100. boor- en produkieplatforms, marine- en hulpschepen
| 1. |
Bij
levering voor proviandering van boor- of
produktieplatforms en marine- en hulpschepen,
als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van
verordening 800/1999, gelden voor de toekenning
van restitutie dan wel afboeking in het
veredelingsverkeer, de volgende aanvullende
bepalingen
|
| 2. |
De
proviandering hier te lande van een platform
dient te geschieden met gebruikmaking van een
bevoorradingsschip of -helikopter welke wordt geëxploiteerd
door een als exploitant erkende natuurlijke of
rechtspersoon.
|
| 3. |
Levering
voor proviandering van een platform dient plaats
te vinden op basis van een schriftelijke
overeenkomst, waarin de exploitant van het
platform of diens vertegenwoordiger zich ertoe
verbindt de goederen slechts te benutten ter
consumptie op het platform door het
boordpersoneel. In de overeenkomst dient tevens
te zijn vermeld welke voor de exploitant van het
platform werkzame personen bevoegd zijn tot
afgifte en ondertekening van het in artikel 44,
tweede lid, van verordening 800/1999 bedoelde
leverantiebewijs.
|
| 4. |
In de
overeenkomst, als bedoeld in het derde lid,
verplicht de exploitant zich tegenover de
exporteur aan de Algemene Inspectiedienst op
haar verzoek inzage te verschaffen in een door
de exploitant bij te houden register van alle
leveranties voor proviandering van het betrokken
platform. Dit register dient een globale
beschrijving te bevatten van de geleverde
goederen en hoeveelheden, de data van levering
aan boord en de namen van de betrokken
exporteurs.
|
| 5. |
Het
produktschap kent de restitutie toe aan de hand
van de in artikel 39 van de Douaneregeling en de
artikelen 95 en 96 voor de toekenning van
restitutie voorgeschreven documenten alsmede aan
de hand van het leverantiebewijs, als bedoeld in
artikel 44, tweede lid, van verordening
800/1999.
|
| 6. |
Voor
zover het levering aan platforms betreft,
vervalt het recht op restitutie indien de
exporteur geen overeenkomst houdende de in het
derde en vierde lid genoemde verplichtingen ter
beschikking van de Algemene Inspectiedienst
houdt of de in deze overeenkomst genoemde
verplichtingen door de exploitant van het
platform met zijn nageleefd
|
Artikel
101. proviandering derde landen
| 1. |
Bij
levering voor proviandering van zeeschepen en
luchtvaartuigen in een derde land, als bedoeld
in artikel 45 van verordening 800/1999, al dan
met via entrepotopslag aldaar, gelden voor de
toekenning van restitutie dan wel afboeking in
het veredelingsverkeer de volgende aanvullende
bepalingen
|
| 2. |
De
exporteur dient op de aangifte ten uitvoer
alsmede in vak 44 van het formulier L, bedoeld
in artikel 39 van de Douaneregeling, te
vermelden: ‘Bestemd voor boordproviand directe
leverantie’, danwel ‘Bestemd voor
boordproviand entrepotopslag’
|
| 3. |
Het
produktschap kent de restitutie slechts toe als
de volgende aanvullende bewijsdocumenten door de
exporteur zijn overgelegd:
| - |
het
document danwel, naar gelang van het
geval, de documenten waarmee
overeenkomstig artikel 45, derde lid,
onder a en b, van verordening 800/1999
is bewezen dat de op het formulier L,
bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, vermelde goederen
daadwerkelijk aan boord zijn gebracht.
De genoemde documenten dienen volledige
gegevens te bevatten over de aan boord
geleverde produkten, alsmede gegevens
omtrent de leveringsdatum, de naam en de
vlag van het schip of het
registratienummer van het luchtvaartuig;
|
| - |
een
kopie van het vervoerdocument;
|
| - |
het
document waaruit blijkt dat de voor
proviandering bestemde produkten zijn
betaald.
|
Indien
er bij het produktschap gerede twijfel bestaat
ten aanzien van de aard van de leverantie, dient
de exporteur ter verkrijging van de restitutie
ten genoege van het produktschap bovendien aan
te tonen dat de voor proviandering geleverde
hoeveelheden overeenstemmen met de normale
behoeften van de bemanningsleden en de
passagiers van het betrokken schip of
luchtvaartuig.
|
Artikel
101a. uitslag bevoorradingsdepot
| 1. |
Indien
goederen bestemd voor levering voor
proviandering, als bedoeld in artikel 97, eerste
lid, uit het bevoorradingsdepot worden
uitgeslagen met het doel daaraan de
voorgeschreven bestemming te geven dan wel deze
op de voet van het bepaalde in artikel 43,
eerste lid, van verordening 800/1999 over te
brengen naar een ander erkend bevoorradingsdepot
hier te lande dan wel in een andere Lid-Staat,
dient daarvan aangifte te worden gedaan als bij
uitslag uit douane-entrepot, met dien verstande
dat bij het doen van die aangifte een
extra-exemplaar 0/0 van het formulier Enig
document met in vak 9 de vermelding ‘Exemplaar
bestemd voor de A.I.D.’ dient te worden
overgelegd.
|
| 2. |
Van
elke voorgenomen uitslag van de in het eerste
lid bedoelde goederen uit een erkend
bevoorradingsdepot, dat onderdeel uitmaakt van
een douane-entrepot, dient voorafgaand aan de
feitelijke uitslag met gebruikmaking van het
extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste
lid, dan wel van andere door de belastingdienst
voorgeschreven bescheiden mededeling te worden
gedaan aan de met de verificatie belaste
ambtenaar, die tijd en plaats kan bepalen
wanneer deze goederen ter verificatie moeten
worden aangeboden.
|
| 3. |
De
overbrenging van de in het eerste lid bedoelde
goederen van het ene naar het andere erkende
bevoorradingsdepot binnen een publiek
douane-entrepot dient te geschieden met
gebruikmaking van het extra-exemplaar 0/0, als
bedoeld in het eerste lid, dan wel van andere
door de belastingdienst voorgeschreven
bescheiden.
|
| 4. |
Op het
extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste
lid, dient te allen tijde het depot van uitslag
te zijn vermeld en, indien dit extra-exemplaar
0/0 wordt gebezigd bij depotverwisseling binnen
Nederland, zowel het depot van uitslag als het
depot van inslag, waarvoor de goederen zijn
bestemd. In de genoemde aangifte worden geen
andere dan bevoorradingsdepotgoederen opgenomen.
De omschrijving van de goederen wordt op alle
bescheiden, waarvan gebruik wordt gemaakt,
zodanig gespecificeerd als nodig is voor de
berekening van de restitutie.
|
| 5. |
De
belastingdienst zendt het extra-exemplaar 0/0,
als bedoeld in het eerste lid, indien gebezigd
voor levering voor proviandering of voor
overbrenging naar een erkend bevoorradingsdepot
in een andere Lid-Staat, na aftekening voor het
bereiken van de bestemming respectievelijk de
uitgang uit Nederland aan de depothouder.
|
| 6. |
Het
extra-exemplaar 0/0 dat heeft gediend voor
overbrenging van de in het eerste lid bedoelde
goederen van het ene bevoorradingsdepot naar het
andere bevoorradingsdepot binnen Nederland
tekent de belastingdienst voor inslag in het
depot af, nadat de depothouder schriftelijk op
het formulier heeft verklaard dat hij de
aangeleverde goederen heeft ingeslagen, en zendt
het vervolgens toe aan het gewestelijk kantoor
van de Algemene Inspectiedienst in welks ressort
de inslag heeft plaatsgevonden.
|
Artikel
101b. administratieverplichting
| 1. |
Degene
die als exporteur met gebruikmaking van de
procedure van artikel 96 levert voor
proviandering, degene die als exporteur levert
voor proviandering van boor- en
produktieplatforms onder de voorwaarden van
artikel 100, en degene die op de voet van het
bepaalde in de artikelen 97 en 99 als erkend
depothouder goederen bestemd voor proviandering
in opslag houdt, is verplicht als onderdeel van
zijn bedrijfsadministratie een register bij te
houden waarin hij van dag tot dag aantekening
houdt van zijn leveranties en/of van de mutaties
in zijn voorraden in het te zijner beschikking
staande erkende bevoorradingsdepot.
|
| 2. |
Het in
het eerste lid bedoelde register dient in ieder
geval de gegevens te bevatten die, al naar
gelang het geval, zijn voorgeschreven in de
artikelen 37, 40 en 44 van verordening 800/1999,
benevens de gegevens ten aanzien waarvan de
voorzitter van het Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten heeft bepaald dat ook deze
dienen te worden vermeld.
|
| 3. |
Het in
het eerste lid bedoelde register dient door de
exporteur of erkende depothouder gedurende
tenminste drie jaren na afloop van het
betreffende kalenderjaar in zijn administratie
te worden bewaard tezamen met alle commerciële
bescheiden, vervoersdocumenten, facturen,
exemplaren van de gedane douane-aangiften en
alle andere documenten die betrekking hebben op
de door hem geleverde en/of in opslag gehouden
goederen en kunnen dienen als bewijs van de
juistheid van de in het register aangetekende
gegevens en, indien van toepassing, van het
bereiken van de voorgeschreven bestemming.
|
| 4. |
De
directeur van de Algemene Inspectiedienst is
bevoegd voorschriften te geven omtrent de
inrichting van het in het eerste lid bedoelde
register alsmede van de bedrijfsadministratie,
als bedoeld in artikel 101c, zesde lid, onder a.
|
Artikel
101c. toestemming en erkenningen
| 1. |
| a. |
De
minister is belast met:
| - |
het
verlenen en intrekken van de
toestemming, als bedoeld in
artikel 96, tweede lid, onder a;
|
| - |
het
verlenen en intrekken van
erkenningen als depothouder, als
bedoeld i artikel
|
| - |
tweede
lid, onder c;
|
| - |
het
verlenen en intrekken van
erkenningen als exploitant, als
bedoeld in artikel 100, tweede
lid.
|
|
| b. |
De
minister kan, in aanvulling op de
voorwaarden genoemd in de leden 4, 5 en
6, nadere voorwaarden te stellen aan de
verlening van een toestemming dan wel
een erkenning, als bedoeld in onderdeel
a.
|
| c. |
De
minister kan voorschriften geven omtrent
de inrichting van de in artikel 96,
tweede lid, onderdelen c en d, bedoelde
staten.
|
| d. |
De
minister kan de bevoegdheden welke hem
ingevolge de onderdelen a, b en c
toekomen delegeren aan de voorzitter van
het Hoofdproductschap Akkerbouw.
|
|
| 2. |
De
belastingdienst is belast met het verlenen en
intrekken van erkenningen van
bevoorradingsdepots, als bedoeld in artikel 97,
tweede lid, onder b. Zij is bevoegd aan de
verlening van een erkenning, in aanvulling op de
voorwaarden genoemd in het zevende lid, nadere
voorwaarden te stellen. Terzake van de verlening
of intrekking van erkenningen pleegt zij overleg
met de Algemene Inspectiedienst.
|
| 3. |
| a. |
a.
De belastingdienst doet aan de
voorzitter van het Hoofdproduktschap
voor Akkerbouwprodukten en aan de
Algemene Inspectiedienst mededeling van
de voor bevoorradingsdepots verleende
erkenningen, als bedoeld in het tweede
lid, en de mutaties terzake.
|
| b. |
De
voorzitter van het Hoofdproduktschap
voor Akkerbouwprodukten doet aan de
produktschappen, de belastingdienst en
de Algemene Inspectiedienst mededeling
van de verleende toestemmingen, als
bedoeld in het eerste lid, onder a,
eerste gedachtenstreepje en de mutaties
terzake, alsmede voor de verleende
erkenningen, als bedoeld in het eerste
lid, onder a, tweede en derde
gedachtenstreepje en de mutaties
terzake.
|
|
| 4. |
| a. |
a.
De toestemming, als bedoeld in artikel
96, tweede lid, onder a, wordt slechts
verleend aan een exporteur die:
| - |
gespecialiseerd
is in proviandering, als bedoeld
in artikel 96, eerste lid, en
goederen levert vallende onder
de bevoegdheid van meer dan een
produktschap;
|
| - |
een
bedrijfsadministratie voert die
voldoet aan de eisen die daaraan
met het oog op de controle op
het bereiken van de bestemming
van de ten uitvoer aangegeven
goederen moeten worden gesteld;
|
| - |
als
onderdeel van de in het vorige
gedachtenstreepje genoemde
bedrijfsadministratie een
controleregister bijhoudt, als
bedoeld in artikel 37 van
verordening 800/1999;
|
| - |
voldoet
aan de aanvullende voorwaarden
welke in voorkomend geval door
de voorzitter van het
Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten zijn gesteld.
|
|
| b. |
Voorafgaande
aan de verlening van de toestemming
wordt door de Algemene Inspectiedienst
een controle bij de exporteur uitgevoerd
die er met name op is gericht om vast te
stellen of de bedrijfsadministratie aan
de onder a, tweede gedachtenstreepje,
bedoelde eisen voldoet. Op basis van de
terzake gedane constateringen adviseert
de Algemene Inspectiedienst de
voorzitter van het Hoofdproduktschap
voor Akkerbouwprodukten over de
verlening van de toestemming.
|
| c. |
De
toestemming wordt ingetrokken indien de
exporteur daarom verzoekt, dan wel
indien de exporteur niet langer aan de
onder a genoemde voorwaarden voldoet.
|
|
| 5. |
| a. |
De
erkenning als depothouder, als bedoeld
in artikel 97, tweede lid, onder c, is
met name afhankelijk van de erkenning
van het bevoorradingsdepot, als bedoeld
in het tweede lid, en de bevindingen van
de Algemene Inspectiedienst naar
aanleiding van het onderzoek naar de
inrichting van de bedrijfsadministratie
van de depothouder. Deze
bedrijfsadministratie dient met name te
voldoen aan de eisen welke daaraan
dienen te worden gesteld in verband met
de controle op het bereiken van de
voorgeschreven bestemming van de in
opslag genomen goederen. Ook overigens
moet voldoende zijn gewaarborgd dat de
depothouder de op hem rustende
verplichtingen nakomt.
|
| b. |
De
erkenning wordt ingetrokken indien de
depothouder daarom verzoekt, dan wel
indien de depothouder niet langer aan de
onder a genoemde voorwaarden of aan de
in voorkomend geval door de voorzitter
van het Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende
voorwaarden voldoet. De voorzitter doet
van de intrekking mededeling aan de
belastingdienst.
|
|
| 6. |
| a. |
De
erkenning als exploitant, als bedoeld in
artikel 100, tweede lid, is met name
afhankelijk van de bevindingen van de
Algemene Inspectiedienst naar aanleiding
van het onderzoek naar de inrichting van
de bedrijfsadministratie van de
exploitant. Deze bedrijfsadministratie
dient met name te voldoen aan de eisen
welke dienen te worden gesteld in
verband met de controle op het bereiken
van de bestemming van levering voor
proviandering van boor- en
produktieplatforms en marine- en
hulpschepen geleverde goederen.
|
| b. |
De
erkenning wordt ingetrokken indien de
exploitant daarom verzoekt, dan wel
indien de exploitant niet langer aan de
onder a genoemde voorwaarden of aan de
in voorkomend geval door de voorzitter
van het Hoofdproduktschap voor
Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende
voorwaarden voldoet.
|
|
| 7. |
| a. |
a.
De erkenning van een bevoorradingsdepot,
als bedoeld in artikel 97, tweede lid,
onder b, is met name afhankelijk van het
voldoen aan de eisen welke aan het depot
dienen te worden gesteld in verband met
de controle op het bereiken van de
voorgeschreven bestemming van de in
opslag genomen goederen. Deze eisen
betreffen de ligging, de afscheiding van
andere percelen of perceelgedeelten, de
bouw en de inrichting van als depot te
erkennen gebouw, of gedeelte van een
gebouw, en overigens hetgeen terzake
voorts in verordening 800/1999 als
voorwaarde wordt gesteld.
|
| b. |
De
erkenning wordt ingetrokken indien de
depothouder daarom verzoekt, dan wel
indien het bevoorradingsdepot niet
langer aan de in onderdeel a genoemde
voorwaarden of aan de door de
belastingdienst gestelde aanvullende
voorwaarden voldoet.
|
|
Artikel
101d. toezicht en correctie
| 1. |
De
Algemene Inspectiedienst is belast met een
periodieke nacontrole op de juistheid van de
ingevolge artikel 96, vierde lid, en artikel 97,
vierde lid, voor de levering voor proviandering,
al dan niet bij wijze van voorschot, uitbetaalde
restitutiebedragen dan wel afboekingen in het
veredelingsverkeer, met de controle op de
naleving van verplichtingen welke ingevolge het
bepaalde in artikel 40 van verordening 800/1999
op de erkende depothouder rusten alsmede met de
in artikel 44, vierde lid, van verordening
800/1999 bedoelde controle. Deze controles
geschieden door onderzoek, al naargelang het
geval, bij de exporteurs, erkende depothouders
en erkende exploitanten hier te lande, met name
aan de hand van de bedrijfsadministratie van
deze bedrijven en in voorkomend geval aan de
hand van het in artikel 100, vierde lid,
bedoelde register.
|
| 2. |
Van de
bevindingen ter zake van de in het eerste lid
bedoelde onderzoeken brengt de Algemene
Inspectiedienst rapport uit aan de
produktschappen.
|
| 3. |
Indien
een in het eerste lid bedoeld onderzoek van de
Algemene Inspectiedienst danwel enig ander
onderzoek van een met het toezicht op de
naleving van de in deze beschikking gestelde
regelen belaste dienst daartoe aanleiding geeft,
herzien de betrokken produktschappen hun
beslissing tot uitbetaling van de restitutie, al
dan niet bij wijze van voorschot, of
afschrijving in het veredelingsverkeer, dan wel
gaan de betrokken produktschappen over tot
toepassing van het bepaalde in artikel 42 van
verordening 800/1999.
|
| 4. |
Indien
een herziening of toepassing van artikel 42 van
verordening 800/1999, als bedoeld in het vorige
lid, bij meer dan één produktschap moet plaats
vinden ten aanzien, van eenzelfde exporteur met
betrekking tot eenzelfde periode, kunnen de
betrokken produktschappen overeenkomen dat één
van hen namens hen gezamenlijk tot
terugvordering van ten onrechte uitbetaalde
restitutiebedragen of tot invordering op voet
van het bepaalde in genoemd artikel 42 over
gaat. Zulks kan ook worden overeengekomen voor
de erkenning van gelijkwaardige bewijsstukken,
als bedoeld in artikel 49, derde lid, van
genoemde verordening en als bedoeld in artikel
101e, zesde lid, alsmede voor de toekenning van
aanvullende termijnen, als bedoeld in artikel
49, vierde lid van genoemde verordening en als
bedoeld in artikel 101e, zevende lid.
|
Artikel
101e. toezicht bestemming depotgoederen
| 1. |
De in
artikel 101d, eerste lid, bedoelde controle van
erkende depothouders betreft in het bijzonder
het bereiken van de voorgeschreven bestemming
van levering voor proviandering, als bedoeld in
artikel 97, eerste lid, dan wel van inslag in
een erkend bevoorradingsdepot hier te lande of
in een andere Lid-Staat van uit het erkende
bevoorradingsdepot uitgeslagen goederen.
|
| 2. |
In
geval van rechtstreekse levering voor
proviandering van zeeschepen buiten de
Gemeenschap, als bedoeld in artikel 45, derde
lid, van verordening 800/1999, dienen zich in de
administratie van de depothouder, als bedoeld in
artikel 101b, de in artikel 101, derde lid,
genoemde documenten te bevinden. Daarnaast kan
de Algemene Inspectiedienst bewijzen terzake van
de aard van de leverantie, als bedoeld in
artikel 101, derde lid, laatste alinea, eisen.
|
| 3. |
In
geval van levering voor proviandering van boor-
en produktieplatforms en marine- en hulpschepen
is artikel 100 van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat, indien de depothouder
geen overeenkomst houdende de in artikel 100,
derde en vierde lid, genoemde verplichtingen ter
beschikking van de Algemene Inspectiedienst
houdt of de in deze overeenkomst genoemde
verplichtingen door de exploitant van het
platform niet zijn nageleefd, voor de betrokken
goederen wordt overgegaan tot toepassing van het
bepaalde in artikel 42 van verordening 800/1999.
|
| 4. |
Een
door de produktschappen van de belastingdienst
ontvangen controle-exemplaar T 5 dat betrekking
heeft op leveringen vanuit een
bevoorradingsdepot hier te lande voor een
bestemming in een andere Lid-Staat, te weten een
controle-exemplaar als bedoeld in artikel 43,
derde dan wel vierde lid, van genoemde
verordening, als ook een controle-exemplaar T 5
dat betrekking heeft op leveringen vanuit een
bevoorradingsdepot hier te lande voor
rechtstreekse proviandering van zeeschepen
buiten de Gemeenschap, als bedoeld in artikel
45, derde lid, onder a, van verordening
800/1999, van genoemde verordening, via een
andere Lid-Staat, te weten een
controle-exemplaar als bedoeld in artikel 6 van
genoemde verordening, zenden zij onverwijld toe
aan het gewestelijk kantoor van de Algemene
Inspectiedienst binnen welk ressort de opslag
heeft plaatsgevonden.
|
| 5. |
| a. |
Het
in het vierde lid bedoelde
controle-exemplaar T 5, dient om in
aanmerking te worden genomen, behoudens
overmacht, binnen 12 maanden na uitslag
uit het bevoorradingsdepot van de
goederen waarop het bewijs betrekking
heeft, in het bezit te zijn van het
produktschap.
|
| b. |
De
in het tweede lid bedoelde
bewijsdocumenten, het levenrantiebewijs,
als bedoeld in artikel 100, vijfde lid,
en alle andere vereiste bewijsstukken
terzake van de voorgeschreven bestemming
dienen zich, om in aanmerking te worden
genomen, binnen 12 maanden na uitslag
uit het bevoorradingsdepot van de
goederen waarop het bewijs betrekking
heeft in de administratie van de
depothouder, als bedoeld in artikel
101b, te bevinden.
|
|
| 6. |
| a. |
Wanneer
het in het vierde lid bedoelde
controle-exemplaar T 5 als gevolg van
omstandigheden welke niet aan de
depothouder zijn toe te rekenen, niet
binnen een termijn van drie maanden na
afgifte bij het produktschap is
terugontvangen, kan de depothouder bij
het produktschap een met redenen omkleed
en van bewijsstukken vergezeld verzoek
indienen, om een verklaring van het voor
de controle op de betrokken bestemming
bevoegde douanekantoor, waaruit blijkt
dat aan de voorwaarden voor visering van
het controle-exemplaar is voldaan, als
gelijkwaardig bewijsstuk te erkennen.
Betreft het een controle-exemplaar T 5
dat betrekking heeft op leveringen
vanuit een bevoorradingsdepot hier te
lande voor rechtstreekse proviandering
van zeeschepen buiten de Gemeenschap via
een andere Lid-Staat, dan kan in
afwijking van het voorgaande slechts het
vervoerdocument met het bewijs bedoeld
in artikel 101, derde lid, eerste
gedachtenstreepje, als gelijkwaardig
bewijsstuk worden erkend.
|
| b. |
Wanneer
het in het artikel 101, derde lid,
eerste gedachtenstreepje bedoelde bewijs
niet kan worden overgelegd, kan de
depothouder bij het bevoegde
produktschap een met redenen omkleed
verzoek indienen om het in artikel 45,
derde lid, onderdeel c, van genoemde
verordening bedoelde bewijs, als
gelijkwaardig bewijsstuk te erkennen.
|
|
| 7. |
Wanneer
het in het vierde lid bedoelde
controle-exemplaar T 5 dan wel het in het zesde
lid, onder a, bedoelde gelijkwaardige bewijsstuk
niet binnen de in het vijfde lid bedoelde
termijn wordt overgelegd, kunnen de exporteur,
wanneer hij zich de nodige moeite heeft gegeven
om de documenten binnen die termijn te
verkrijgen, door het bevoegde produktschap
bijkomende termijnen worden toegekend. Het
verzoek daartoe moet binnen de in het vijfde lid
bedoelde termijn worden ingediend.
|
| 8. |
Terzake
van de erkenning van gelijkwaardige
bewijsstukken, als bedoeld in het zesde lid en
terzake van de toekenning van aanvullende
termijnen, als bedoeld in het zevende lid, wordt
het in het vierde lid bedoelde gewestelijke
kantoor van de Algemene Inspectiedienst door het
betrokken produktschap geïnformeerd.
|
Hoofdstuk
VI. Heffingen bij uitvoer
Artikel
102 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
103
| 1. |
Naast het
stellen van een zekerheid ter verzekering van de
voldoening van een landbouwheffing bij uitvoer bij
en ten genoegen van de inspecteur van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, kan
die zekerheid bij en ten genoegen van het
produktschap worden gesteld.
|
| 2. |
In
afwijking van het eerste lid kan de zekerheid niet
bij en ten genoegen van het produktschap worden
gesteld in de gevallen:
| a. |
dat
de goederen vallen onder verordening (EG)
nr. 2201/96 van de Raad van de Europese Unie
van 28 oktober 1996 houdende een
gemeenschappelijke ordening der markten in
de sector verwerkte produkten op basis van
groenten en fruit (PbEG L 297) en
|
| b. |
dat
de inspecteur van de rijksbelastingdienst,
bevoegd inzake de douane, de voorwaardelijke
vrijstelling van de landbouwheffing bij
uitvoer toekent;
|
|
| 3. |
In
afwijking van het eerste lid kan de zekerheid
uitsluitend bij en ten genoegen van het produktschap
worden gesteld in de gevallen:
| a. |
dat
op goederen artikel 20, eerste lid,
betrekking heeft;
|
| b. |
dat
het durumtarwe met GN-code 1001 1000, zachte
tarwe en spelt met GN-code 1001 9099, meel
van zachte tarwe en spelt met GN-code 1101
0015, meel van mengkoren met de GN-code 1101
0090 en gries en griesmeel van zachte tarwe
en spelt met GN-code 1103 1190 betreft en
|
| c. |
dat
het produktschap de voorwaardelijke
vrijstelling van de landbouwheffing bij
uitvoer toekent.
|
|
Artikel
104
Naast de vormen
van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het
Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid
worden aanvaard:
- -
- storting
van geld, niet zijnde Nederlands geld, of deponering van
de door de ontvanger als betaalmiddel erkende cheques of
andere waardepapieren, welke niet luiden in Nederlandse
valuta;
- -
- hypotheek
en
- -
- verpanding
van goederen, waardepapieren of vorderingen.
Artikel
105
Van het stellen
van de zekerheid, bedoeld in artikel 103, bij het
produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling
gedaan door overlegging van een op beide exemplaren van het
formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling dan
wel op het formulier zekerheidstelling, gestelde verklaring
van het produktschap houdende vermelding van de hoeveelheid
en de soort van het goed waarop de zekerheid betrekking
heeft en zo nodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.
Artikel
106
- 1.
- De mededeling,
bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair
douanewetboek, van het bedrag aan landbouwheffingen bij
uitvoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt
door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling
door het produktschap voor ieder van de heffingen
afzonderlijk, indien ter verzekering van de voldoening
van een dergelijke heffing de zekerheid bij het
produktschap is gesteld.
- 2.
- In afwijking
van het eerste lid geschiedt de mededeling door de
inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake
de douane, in alle gevallen waarin:
- a.
- de
aangever tot onmiddellijke betaling van de
douaneschuld wenst over te gaan;
- b.
- blijkens
de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst,
bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen,
bedoeld in artikel 105, en met inachtneming van de
aangifte ten uitvoer en van hetgeen bij verificatie
is bevonden, aangenomen moet worden dat bij het
produktschap geen of onvoldoende zekerheid is
gesteld voor de voldoening van de verschuldigde
landbouwheffing bij uitvoer;
- c.
- een
douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen
210, eerste lid en 211, eerste lid, van het
Communautair douanewetboek en
- d.
- met
betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot
boeking achteraf wordt overgegaan.
Artikel
107
De beschikking tot
terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij
uitvoer, bedoeld in artikel 886 van de
toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt
door het produktschap gegeven voor ieder van de heffingen
afzonderlijk in de gevallen, waarbij het produktschap de
mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het
Communautair douanewetboek, doet.
Artikel
108
Het produktschap
is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij
uitvoer in de gevallen, waarbij het produktschap de
mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het
Communautair douanewetboek, doet.
Artikel
109
| 1. |
Het
bepaalde in artikel 104 is niet van toepassing op
leveranties van goederen voor de bevoorrading binnen
de Gemeenschap van een zeeschip of luchtvaartuig, in
gebruik voor het verkeer op een internationale lijn,
op situaties vermeld in Verordening (EEG) nr. 120/89
(Pb. EG nr. L 16) voor zover daarbij aan de overige
vereisten van Verordening (EEG) nr. 120/89 is
voldaan, alsmede voor de bevoorrading van marine- en
hulpschepen onderscheidenlijk boor- of
produktieplatforms voor zover de aard en de
hoeveelheden van deze leveranties naar het oordeel
van de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen in
overeenstemming zijn met het normaal gebruik en mits
daarenboven:
| a. |
is
voldaan aan hetgeen ten aanzien van deze
leveranties in de artikelen 94 tot en met
98, alsmede artikel 100, eerste lid, is
bepaald met het oog op het verkrijgen van
restitutie of van afboeking in
veredelingsverkeer, en
|
| b. |
de
belanghebbende tegenover de met de inning
van de heffing belaste instantie
schriftelijk heeft verklaard, dat hij bij
niet-naleving van het in dit lid bepaalde,
zal zorg dragen voor stipte betaling van de
alsdan verschuldigde heffing. Hetgeen in
artikel 99 en artikel 100, tweede lid,
alsmede in artikel 4 is bepaald met het oog
op het verkrijgen van restitutie of van
afboeking in veredelingsverkeer is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van
het niet verschuldigd zijn van de heffing
ter zake van de in de aanhef van dit lid
bedoelde leveranties. Leveranties via een
douane entrepot aan ambassades en consulaten
hier te lande en voor de bevoorrading hier
te lande van tot de Rijnvaart behorende
schepen volgens de regelen bedoeld in
artikel 95, worden voor de toepassing van
dit lid gelijkgesteld met de in de aanhef
van dit lid omschreven leveranties.
|
|
| 2. |
Op
aanvrage wordt geheel of gedeeltelijk ontheffing
verleend van de heffing in de gevallen of groepen
van gevallen waarin en onder de voorwaarden en
beperkingen volgens welke overeenkomstig het
bepaalde bij of krachtens Communautair douanewetboek
terugbetaling of kwijtschelding kan worden
toegestaan.
|
Artikel
110 [Vervallen per 01-01-1988]
Artikel
111 [Vervallen per 20-01-2000]
Hoofdstuk
VII. Subsidies bij invoer
Artikel
112
- 1.
- In het geval
waarin dit door een basisverordening of
uitvoeringsbepaling wordt voorgeschreven, kan voor de
goederen die vallen onder de basisverordeningen,
aangewezen in kolom 1 van bijlage 1, ter zake van hun
invoer een subsidie worden verleend.
- 2.
- De subsidie
wordt verleend aan de importeur.
- 3.
- Als importeur
wordt aangemerkt degene die de aangifte ten invoer heeft
gedaan dan wel, indien de aangifte is gedaan in opdracht
van een ander, degene die op het formulier L, bedoeld in
artikel 37 van de Douaneregeling als importeur is
aangeduid.
- 4.
- De subsidie
kan eerst worden toegekend nadat aan alle in de
communautaire regelingen voor de toekenning gestelde
voorwaarden is voldaan en de in de communautaire
regeling voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd. Het
tweede lid van artikel 81 is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel
113 [Vervallen per 01-06-1996]
Artikel
114
Van
douanegoederen, welke ten invoer zijn aangegeven, wordt de
subsidie berekend overeenkomstig de gedane aangifte ten
invoer, en met inachtneming van hetgeen bij de verificatie
van die aangifte of van het daarop afgegeven document, bij
een ingesteld nader onderzoek van zodanige aangifte, van
zodanig document, dan wel ingevolge andere wettelijke
bepalingen is bevonden of vastgesteld.
Artikel
115
- 1.
- De toekenning
alsmede de betaling van de subsidie vindt plaats door
het produktschap.
- 2.
- De betaling
van de subsidie geschiedt met inachtneming van het ter
zake in de communautaire regelen bepaalde.
Hoofdstuk
VIII. Bijzondere bepalingen
Artikel
116. Jonge mannelijke runderen en rundvlees
| 1. |
Indien
ingevolge het bepaalde bij of krachtens verordening
(EG) nr. 1254/1999 van de Raad van de Europese Unie
van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke
ordening der markten in de sector rundvlees (PbEG L
160) het bedrag van de aldaar bedoelde heffing voor
jonge mannelijke runderen met een levend gewicht van
ten hoogste 300 kg en voor goederen, vallend onder
de posten 0202 2030 of 0202 30, afhankelijk is van
de vervulling of nakoming van voorwaarden of
bepalingen die ten aanzien van het betreffende goed
in genoemde verordening of haar
uitvoeringsvoorschriften zijn voorgeschreven, is de
importeur van dat goed gehouden tot het naleven van
de door het produktschap met inachtneming van het
bepaalde in die Verordening en haar
uitvoeringsvoorschriften, ter verzekering van die
heffing gestelde regelen.
|
| 2. |
De in het
vorige lid bedoelde regelen kunnen betrekking hebben
op het trekken van monsters, het voeren van een
administratie en het verstrekken van gegevens, nodig
voor de oplegging van de heffing.
|
| 3. |
Het
produktschap stelt regelen volgens welke het
vrijstelling verleent aan landbouwheffingen bij
invoer, ten belope van het jaarlijks door de Raad
toegekende en aan Nederland toevallende aandeel in
het in het kader van het General Agreement on
Tariffs and Trade (G.A.T.T.) geopende
tariefcontingent voor de invoer uit landen of
gebieden die geen deel uitmaken van de Gemeenschap
van bevroren rundvlees van post 0202 van de
gecombineerde nomenclatuur.
|
Artikel
116a
Het productschap
kan regels stellen op grond waarvan het vrijstelling
verleent van de landbouwheffingen bij invoer in het kader
van:
| a. |
verordening
(EG) nr. 1143/98 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 2 juni 1998 tot vaststelling van
de uitvoeringsbepalingen voor een tariefcontingent
voor niet voor de slacht bestemde koeien en vaarzen
van bepaalde bergrassen, van oorsprong uit bepaalde
derde landen, en tot wijziging van verordening (EG)
nr. 1012/98 (PbEG L 159) en,
|
| b. |
verordening
(EG) nr. 1081 1999 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 26 mei 1999 betreffende de
opening en de wijze van beheer van communautaire
tariefcontingenten voor stieren, koeien en vaarzen,
niet bestemd voor de slacht, van bepaalde
bergrassen, houdende intrekking van verordening (EG)
nr. 1012/98 en houdende wijziging van verordening
(EG) nr. 1143/98 (PbEG L 131).
|
Artikel
116b. Fokdieren van zuiver ras
- 1.
- De hoge
restitutie voor de uitvoer van vrouwelijke raszuivere
fokrunderen van GN code 0102 1000 wordt, onverminderd
het bepaalde in Hoofdstuk V, slechts verleend indien:
- a.
- de
uitvoer van de runderen vergezeld gaat van een door
of namens de exporteur volledig en naar waarheid
ingevuld en ondertekend goed leesbaar formulier L,
bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, dat bij
de uitvoer moet worden overgelegd aan de ambtenaar
der invoerrechten en accijnzen;
- b.
- de
ouders en grootouders zijn ingeschreven of
geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras van
een erkende stamboekvereniging en de runderen zelf
in dat stamboek staan ingeschreven dan wel
geregistreerd en geschikt zijn om erin te worden
ingeschreven en niet ouder dan 5 jaar zijn;
- c.
- bij de
aangifte ten uitvoer voor ieder rund afzonderlijk
een origineel alsmede een kopie-exemplaar aan de
ambtenaar der invoerrechten en accijnzen wordt
overgelegd van:
- -
- een
door een erkende stamboekvereniging afgegeven
stamboekcertificaat waaruit blijkt dat aan het
in onderdeel b bepaalde is voldaan en waarop in
elk geval met betrekking tot het rund, de ouders
en grootouders de resultaten van het
prestatie-onderzoek alsmede, onder opgave van de
oorsprong, de resultaten van de beoordeling van
de genetische waarde staan vermeld;
- -
- een
op grond van artikel
77 van de Gezondheids- en welzijnswet voor
dieren afgegeven gezondheidscertificaat
voor fok- en gebruiksdieren.
- 2.
- In afwijking
van het in het eerste lid, onderdeel c bepaalde, mogen
de resultaten van de beoordeling van de genetische
waarde alsmede de resultaten van het prestatie-onderzoek
op een door de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
stamboekvereniging afgegeven stamboomdocument worden
vermeld.
- 3.
- De
Belastingdienst zendt de kopie-exemplaren van de in het
eerste lid, onderdeel c, vermelde certificaten
gewaarmerkt en gehecht aan het formulier L, bedoeld in
artikel 39 van de Douaneregeling toe aan het
produktschap.
Artikel
116c [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
117 [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel
117a
| 1. |
Degene die
aanspraak maakt op een restitutie als bedoeld in
verordening (EG) nr. 1222/94 van de Commissie van de
Europese Gemeenschappen van 30 mei 1994 tot
vaststelling van de gemeenschappelijke
uitvoeringsbepalingen voor de regeling aangaande de
toekenning van restituties bij uitvoer en de
criteria voor de vaststelling van het
restitutiebedrag betreffende bepaalde
landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van
goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag
vallen (PbEG L 136), stelt in het geval waarin
artikel 20 van deze regeling buiten toepassing is
gelaten, de productie van de uit te voeren goederen
onder toezicht, ter vaststelling van de verwerkte
hoeveelheden van de basisproducten.
|
| 2. |
Het
verzoek tot de onder toezichtstelling als bedoeld in
het eerste lid, dient schriftelijk te worden
ingediend bij het produktschap. Ter zake van de te
verlenen toestemming is artikel 20, tweede tot en
met zesde lid, van overeenkomstige toepassing, met
dien verstande dat in afwijking van het vierde lid,
tot wederopzeggens voorlopige toestemming kan worden
verleend.
Op het
formulier L, bedoeld in artikel 39 van de
Douaneregeling, worden de datum en nummer van de
toestemming of voorlopige toestemming vermeld.
|
Artikel
117b
De importeurs en
exporteurs van zaaizaad van elke soort en van elke
rassengroep waarvoor steun is vastgesteld en van elke maïshybridensoort
en sorghohybridensoort geven jaarlijks in het kalenderjaar
volgend op het oogstjaar, als bedoeld in verordening (EEG)
nr. 3083/73 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
van 14 november 1973 betreffende het verstrekken van de
nodige gegevens voor de toepassing van verordening (EEG) nr.
2358/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten
in de sector zaaizaad (PbEG L 314), voor 1 september de door
hun ingevoerde hoeveelheden uit en uitgevoerde hoeveelheden
naar de in voorgenoemde verordening bedoelde derde landen
door aan het produktschap.
Artikel
117c [Vervallen per 01-02-1992]
Artikel
117d
Als plaatsen van
uitgang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede
gedachtenstreepje, van Verordening 615/98/EG worden
aangewezen de Bijlage X, onderdeel B, genoemde plaatsen.
Artikel
117e
| 1. |
De
controles als bedoeld in artikel 2 van Verordening
615/98/EG worden uitgevoerd door vervangen door: de
keuringsdierenarts van de Voedsel en Waren
Autoriteit.
|
| 2. |
Certificaten
en verklaringen als bedoeld in artikel 2 van
Verordening 615/98/EG worden afgegeven door de
Minister.
|
Artikel
117f
Degene die
voornemens is dieren voor een controle als bedoeld in
artikel 2 van verordening 615/98/EG aan te bieden doet
daarvan een voorafgaande melding overeenkomstig het bepaalde
in bijlage X.
Hoofdstuk
IX. Slotbepalingen
Artikel
118
- 1.
- De
bevoegdheden, die in de vorige artikelen, met
uitzondering van artikel 38, aan de produktschappen zijn
toegekend, alsmede de bevoegdheid tot het verlenen van
vrijstelling van de heffing ter uitvoering van de Regeling
passief veredelingsverkeer landbouwgoederen
(Stcrt. 1991, 81), onderscheidenlijk de Beschikking
actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, zoals
in die beschikking voorzien, zijn krachtens artikel 11,
van de wet, en voor wat betreft de bevoegdheid in
artikel 85 in voorkomend geval krachtens artikel
23 van de Landbouwwet, overgedragen aan het
bestuur van het in kolom 2 van bijlage I als bevoegde
instantie aangemerkte produktschap.
- 2.
- Onder de
bevoegdheid tot het verlenen van restituties ingevolge
artikel 85, is begrepen de bevoegdheid een restitutie op
de voet van het bepaalde in artikel 9 van de wet in te
trekken en deze op de voet van het bepaalde in Hoofdstuk
V, paragraaf 2, te verlenen bij wijze van
vooruitbetaling.
Artikel
119
De in artikel 38
aan de produktschappen toegekende bevoegdheden zijn
krachtens artikel 11 van de wet overgedragen aan het bestuur
van het in kolom 1, van bijlage II, als bevoegde instantie
aangemerkte produktschap.
Artikel
120
- 1.
- Het bestuur
van het productschap is gehouden bij het uitoefenen van
de toegekende bevoegdheid ten aanzien van de goederen
welke behoren tot het werkterrein van een ander
produktschap de dienaangaande door het bestuur van dat
produktschap genomen besluiten in acht te nemen. Indien
het in de vorige alinea bedoelde geval zich voordoet in
dier voege, dat het bestuur zijn bevoegdheid uitoefent
ten aanzien van een goed dat behoort tot het werkterrein
van een niet in kolom 2 van bijlage I vermeld
produktschap, neemt het daarbij de besluiten van het
bestuur van dat produktschap in acht.
- 2.
- De bij die
uitoefening krachtens een verordening, als bedoeld in
artikel 11, tweede lid, van de wet, of artikel 23,
tweede lid, van de Landbouwwet vast te stellen nadere
regelen en daarbij te nemen besluiten van algemene
gelding behoeven de goedkeuring van de Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel
121
Indien door een
productschap op grond van het bepaalde in de artikelen 35 en
38 een invoervergunning wordt verleend als bedoeld in artikel
2 van het Invoerbesluit landen 1981, wordt het model
van bijlage IIIC gebruikt.
Artikel
122
Het uitoefenen van
de bevoegdheden waartoe de Belastingdienst in deze
beschikking bevoegd wordt verklaard en het verrichten van de
handelingen die de rijksbelastingdienst voor de toepassing
van deze beschikking moet verrichten, zijn aan deze dienst
opgedragen op de voet van het bepaalde in de artikelen 5,
vierde lid, 6, vierde lid, 8, derde lid en 13, tweede lid,
van het besluit.
Artikel
122a [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
123
Met inachtneming
van het bepaalde in het eerste lid van het volgende artikel,
worden de volgende beschikkingen ingetrokken:
- -
- de
Overdrachtsbeschikking In-
en uitvoerwet 1968;
- -
- de
Heffingsbeschikking invoer agrarische alcohol 1976;
- -
- de
Beschikking landbouw-uitvoerheffingen 1979;
- -
- de
Uitvoeringsbeschikking landbouwheffingen- en
-restitutieregime 1968;
- -
- de
Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime
1968–II;
- -
- de
Modellenbeschikking in- en uitvoerdocumenten 1968;
- -
- de
Modellenbeschikking in- en uitvoerdocumenten
landbouwgoederen 1963 I;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen 1963–I;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen E.E.G. 1968 I;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen BENELUX 1970;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking scheepsleveranciers-entrepot
landbouwgoederen 1963–I;
- -
- de
Restitutiebeschikking fokvee 1975;
- -
- de
Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen 1977 (landen).
Artikel
124 [Vervallen per 20-01-2000]
Artikel
125
- 1.
- Deze regeling
wordt aangehaald als: Regeling
in- en uitvoer landbouwgoederen.
- 2.
- Zij treedt in
werking met ingang van 17 maart 1981.
De Minister
van Landbouw en Visserij,
G.J.M. Braks.
Bijlage I
|
Goederen
vallende onder de volgende basisverordening
|
Bevoegd
produktschap
|
Goederen
onderworpen aan de overlegging van een formulier L bij
invoer
|
Goederen
onderworpen aan de overlegging van een formulier L bij
uitvoer
|
|
a.
|
verordening
(EEG) nr.
|
Hoofdproductschap
|
alle
goederen die
|
alle
goederen, die
|
| |
1766/92 van
de Raad
|
Akkerbouw
|
vallen onder
vo.
|
vallen onder
vo.
|
| |
van de
Europese
|
|
(EEG) nr.
1766/92
|
(EEG) nr.
1766/92
|
| |
Gemeenschappen
van 30
|
|
|
|
| |
juni 1992
houdende
|
|
|
|
| |
een
|
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
granen
|
|
|
|
| |
(PbEG L
181);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
17023051 en
|
17023051 en
|
| |
2730/75
(Pb.E.G. no.
|
Akkerbouw
|
17023059,
glucose
|
17023059,
glucose
|
| |
L 281), voor
wat
|
|
en
glucosestroop
|
en
glucosestroop
|
| |
betreft
glucose en
|
|
bevattende
in droge
|
bevattende
in droge
|
| |
glucosestroop;
|
|
toestand 99
of meer
|
toestand 99
of meer
|
| |
|
|
gewichtspercenten
|
gewichtspercenten
|
| |
|
|
zuivere
glucose
|
zuivere
glucose
|
| |
|
|
|
|
|
c.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
1418/76
(Pb.E.G. no.
|
Akkerbouw
|
vallen onder
Vo
|
vallen onder
Vo.
|
| |
L 166),
houdende de
|
|
(EEG) no.
1418/76
|
(EEG) no.
1418/76
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
|
| |
sector
rijst;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
d.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
1785/81
(Pb.E.G. no.
|
Akkerbouw
|
vallen onder
Vo
|
vallen onder
Vo
|
| |
L 177),
houdende de
|
|
(EEG) no.
1785/81
|
(EEG) no.
1785/81
|
| |
marktordening
in de
|
|
met
uitzondering
|
met
uitzondering
|
| |
1212/9200,
sector
|
|
van de
posten
|
van
1212/9110,
|
| |
suiker;
|
|
2303 2011
tot en
|
1212/9190 en
|
| |
|
|
met 2303
2090
|
suikerbieten,
vers,
|
| |
|
|
Bietenpulp,
|
gedroogd of
in
|
| |
|
|
uitgeperst
|
poeder en
|
| |
|
|
suikerriet (ampas)
|
suikerriet.
|
| |
|
|
en andere
afvallen
|
2303 2011
tot en
|
| |
|
|
van de
|
met 2303
2090.
|
| |
|
|
suikerindustrie
|
Bietenpulp,
|
| |
|
|
|
uitgeperst
|
| |
|
|
|
suikerriet (ampas)
|
| |
|
|
|
en andere
afvallen
|
| |
|
|
|
van de
|
| |
|
|
|
suikerindustrie
|
|
e.
|
vervallen
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
f.
|
Vo. (EEG)
No. 822/87
|
Hoofdproductschap
|
alle
goederen die
|
2204. Wijn
van
|
| |
(Pb. EG No.
L 84),
|
Akkerbouw,
|
vallen onder
Vo
|
verse
druiven, wijn
|
| |
houdende de
|
|
(EEG) no.
822/87
|
waaraan
alcohol is
|
| |
marktordening
in de
|
|
met
uitzondering
|
toegevoegd
|
| |
sector wijn,
met
|
|
van de
posten
|
daaronder
begrepen:
|
| |
uitzondering
van de
|
|
0806/1091 en
|
druivemost
andere
|
| |
posten 0806,
1091 en
|
|
0806/1099
alsmede
|
dan bedoeld
bij
|
| |
0806, 1099
alsmede
|
|
2009/6011
t/m
|
post
2009/6011 t/m
|
| |
2009, 6011
t/m 2009,
|
|
2009/6090
|
2009 6011,
met
|
| |
6090
|
|
|
uitzondering
van de
|
| |
|
|
|
post 2204
3010 en
|
| |
|
|
|
goederen
waarvoor
|
| |
|
|
|
geen
restitutie
|
| |
|
|
|
wordt
aangevraagd
|
| |
|
|
|
|
|
g.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
de posten 53
02 10
|
|
| |
1673/2000 (PbEG
L
|
Akkerbouw
|
00, 1207 99
20 en
|
|
| |
193),
houdende de
|
|
1207 99 91.
|
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
|
| |
sector
vezelvlas en
|
|
|
|
| |
hennep;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
h.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
|
|
| |
1696/71
(Pb.E.G. no.
|
Akkerbouw
|
|
|
| |
L 175),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
|
| |
sector hop;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
i.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
=- de posten
|
-100,7
|
| |
2358/71
(Pb.E.G. no.
|
Akkerbouw
|
1005/1011
t/m
|
sorgohybride
voor
|
| |
L 246),
houdende de
|
|
1005/1019
|
zaaidoeleinden
|
| |
marktordening
in de
|
|
maïshybriden
voor
|
|
| |
sector
zaaizaad;
|
|
zaaidoeleinden
|
|
| |
|
|
|
|
|
j.
|
verordening
(EG) nr.
|
Hoofdproductschap
|
|
|
| |
603/95 van
de Raad
|
Akkerbouw
|
|
|
| |
van de
Europese Unie
|
|
|
|
| |
van 21
februari 1995
|
|
|
|
| |
houdende een
|
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
|
|
|
|
| |
gedroogde
|
|
|
|
| |
voedergewassen
(PbEG
|
|
|
|
| |
L 63);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
k.
|
vervallen
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
l.
|
vervallen;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
m.
|
verordening
(EG) nr.
|
Hoofdproductschap
|
|
de producten
|
| |
1222/94 van
de
|
Akkerbouw
|
|
bedoeld in
vo.
|
| |
Commissie
van de
|
|
|
(EEG)
1224/94
|
| |
Europese
|
|
|
|
| |
Gemeenschappen
van 30
|
|
|
|
| |
mei 1994 tot
|
|
|
|
| |
vaststelling
van de
|
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
uitvoeringsbepalingen
|
|
|
|
| |
voor de
regeling
|
|
|
|
| |
aangaande de
|
|
|
|
| |
toekenning
van
|
|
|
|
| |
restituties
bij
|
|
|
|
| |
uitvoer en
de
|
|
|
|
| |
criteria
voor de
|
|
|
|
| |
vaststelling
van het
|
|
|
|
| |
restitutiebedrag
|
|
|
|
| |
betreffende
bepaalde
|
|
|
|
| |
landbouwproducten,
|
|
|
|
| |
uitgevoerd
in de vorm
|
|
|
|
| |
van goederen
die niet
|
|
|
|
| |
onder
bijlage II van
|
|
|
|
| |
het Verdrag
vallen
|
|
|
|
| |
(PbEG L
136);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
n.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
Akkerbouw
|
|
|
| |
151),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II-
|
|
|
|
| |
produkten,
voorzover
|
|
|
|
| |
het betreft
de
|
|
|
|
| |
produkten
opgenomen
|
|
|
|
| |
onder A van
het
|
|
|
|
| |
aanhangsel
bij deze
|
|
|
|
| |
bijlage;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
o.
|
verordening
(EEG) nr.
|
Hoofdproductschap
|
|
|
| |
1765/92 van
de Raad
|
Akkerbouw
|
|
|
| |
van de
Europese
|
|
|
|
| |
Gemeenschappen
van 30
|
|
|
|
| |
juni 1992
tot
|
|
|
|
| |
instelling
van een
|
|
|
|
| |
steunregeling
voor
|
|
|
|
| |
producenten
van
|
|
|
|
| |
bepaalde
|
|
|
|
| |
akkerbouwgewassen
|
|
|
|
| |
(PbEG L
181);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
II
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
a.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
Vee
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
2759/75
(Pb.E.G. no.
|
en Vlees
|
vallen onder
Vo
|
vallen onder
Vo
|
| |
L 282),
houdende de
|
|
(EEG) no.
2759/75
|
(EEG) no.
2759/75
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
met
uitzondering
|
| |
sector
varkensvlees;
|
|
|
van goederen
|
| |
|
|
|
bedoeld bij
de
|
| |
|
|
|
posten
02063031,
|
| |
|
|
|
02064991 en
|
| |
|
|
|
02090030
alsmede
|
| |
|
|
|
15010011 en
|
| |
|
|
|
15010019
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
Vee
|
de goederen
genoemd
|
de goederen
genoemd
|
| |
1254/99 van
de Raad
|
en Vlees
|
in vo. (EG)
|
in vo. (EG)
|
| |
van de
Europese Unie
|
|
1254/1999
|
1254/1999,
alsmede:
|
| |
van 17 mei
1999
|
|
|
- 01021000
levende
|
| |
houdende een
|
|
|
runderen
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
(huisdieren),
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
fokdieren
van
|
| |
in de sector
|
|
|
zuiver ras.
|
| |
rundvlees (PbEG
|
|
|
- 16025090
en
|
| |
L 160);
|
|
|
16029069
andere
|
| |
|
|
|
bereidingen
en
|
| |
|
|
|
conserven,
vlees of
|
| |
|
|
|
slachtafvallen
van
|
| |
|
|
|
runderen
bevattend.
|
| |
|
|
|
|
|
c.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
Vee
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
2467/98 van
de Raad
|
en Vlees
|
vallen onder
vo.
|
vallen onder
vo.
|
| |
van de
Europese Unie
|
|
(EG) nr.
2467/98
|
(EG) nr.
2467/98** [1]
|
| |
van 3
november 1998
|
|
|
|
| |
houdende een
|
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
schapen-
|
|
|
|
| |
en
geitenvlees (PbEG
|
|
|
|
| |
L 312);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
d.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
Vee
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
en Vlees
|
|
|
| |
1151),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II
|
|
|
|
| |
produkten,
voorzover
|
|
|
|
| |
het betreft
de
|
|
|
|
| |
produkten
opgenomen
|
|
|
|
| |
onder B van
het
|
|
|
|
| |
aanhangsel
bij deze
|
|
|
|
| |
bijlage.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
III
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
a.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
2771/75
(Pb.E.G. no.
|
Pluimvee en
|
vallen onder
Vo
|
vallen onder
Vo
|
| |
L 282),
houdende de
|
Eieren
|
(EEG) no.
2771/75
|
(EEG) no.
2771/75
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
|
| |
sector
eieren;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
alle
goederen die
|
alle
goederen die
|
| |
2777/75
(Pb.E.G. no.
|
Pluimvee en
|
vallen onder
Vo
|
vallen onder
Vo
|
| |
L 282),
houdende de
|
Eieren
|
(EEG) no.
2777/75
|
(EEG) no.
2775/75,
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
met
uitzondering
|
| |
sector
slachtpluimee;
|
|
|
van de
goederen van
|
| |
|
|
|
post
02090090 en
|
| |
|
|
|
van post
15010090
|
| |
|
|
|
|
|
c.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
alle
goederen die
|
|
| |
2783/75
(Pb.E.G. no.
|
Pluimvee en
|
vallen onder
Vo
|
|
| |
L 282),
houdende de
|
Eieren
|
(EEG) no.
2783/75
|
|
| |
handelsregeling
voor
|
|
|
|
| |
ovo-albumine
en
|
|
|
|
| |
lactoalbumine;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
d.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
Pluimvee en
|
|
|
| |
151),
houdende de
|
Eieren
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II-
|
|
|
|
| |
produkten,
voor zover
|
|
|
|
| |
het betreft
produkten
|
|
|
|
| |
opgenomen
onder C van
|
|
|
|
| |
het
aanhangsel bij
|
|
|
|
| |
deze
bijlage;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
IV
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
a.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
|
alle
goederen,
|
alle
goederen
|
| |
1255/1999
van de Raad
|
Zuivel, doch
voor
|
genoemd in
artikel
|
genoemd in
artikel
|
| |
van de
Europese Unie
|
de onder vo.
(EG)
|
1 van vo.
(EG)
|
1 van vo.
(EG)
|
| |
van 17 mei
1999
|
1255/1999
|
1255/1999
|
1255/1999
|
| |
houdende een
|
vallende
goederen
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
van post
23091011
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
t/m 23091070
en
|
|
|
| |
in de sector
melk en
|
23099031 t/m
|
|
|
| |
zuivelproducten
(PbEG
|
23099091;
|
|
|
| |
L 160);
|
Hoofdproductschap
|
|
|
| |
|
Akkerbouw
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
17021010
lactose
|
17021010
lactose
|
| |
2730/75
(Pb.E.G. no.
|
Zuivel
|
(melk-suiker)
en
|
(melk-suiker)
en
|
| |
L 281) voor
wat
|
|
melksuikerstroop,
|
melksuikerstroop,
|
| |
betreft
lactose en
|
|
bevattende
in droge
|
bevattende
in droge
|
| |
melksuikerstroop;
|
|
toestand 99
of meer
|
toestand 99
of meer
|
| |
|
|
gewichtspercenten
|
gewichtspercenten
|
| |
|
|
zuivere
lactose
|
zuivere
lactose
|
| |
|
|
|
|
|
c.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
|
|
|
| |
2921/90 van
de
|
Zuivel
|
|
|
| |
Commissie
van de
|
|
|
|
| |
Europese
|
|
|
|
| |
Gemeenschappen
van 10
|
|
|
|
| |
33147
|
|
|
|
| |
betreffende
de
|
|
|
|
| |
steunverlening
voor
|
|
|
|
| |
ondermelk
die tot
|
|
|
|
| |
caseïne en
caseïnaten
|
|
|
|
| |
wordt
verwerkt (PbEG
|
|
|
|
| |
L 279);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
V
|
|
|
|
|
|
a.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Hoofdproductschap
|
- 07099039
olijven,
|
- 1509 1010,
|
| |
136/66
(Pb.E.G. no. L
|
Akkerbouw,
doch
|
vers of
gekoeld,
|
1509 1090 en
|
| |
172),
houdende de
|
voor de
goederen
|
bestemd voor
het
|
1509 9000,
|
| |
marktordening
in de
|
van posten
|
vervaardigen
van
|
olijfolie en
|
| |
sector oliën
en
|
1202/1090 en
|
olie
|
fracties
daarvan,
|
| |
vetten;
|
1202/2000,
|
|
ook indien
|
| |
|
grondnoten,
|
|
geraffineerd,
doch
|
| |
|
bestemd voor
|
|
niet
chemisch
|
| |
|
consumptie:
|
|
gewijzigd
daarvan
|
| |
|
Productschap
|
|
met
olijfolie of
|
| |
|
Tuinbouw
|
|
fracties
daarvan,
|
| |
|
|
|
bedoeld bij
post
|
| |
|
|
|
1509,
daaronder
|
| |
|
|
|
begrepen
|
| |
|
|
- 0709 9031
|
|
| |
|
|
olijven,
bestemd
|
|
| |
|
|
voor andere
|
|
| |
|
|
doeleinden
dan het
|
|
| |
|
|
vervaardigen
van
|
|
| |
|
|
olie
|
|
| |
|
|
- 0711 2010
|
|
| |
|
|
olijven,
bestemd
|
|
| |
|
|
voor andere
|
|
| |
|
|
doeleinden
dan het
|
|
| |
|
|
vervaardigen
van
|
|
| |
|
|
olie
|
|
| |
|
|
- 07112090
olijven
|
|
| |
|
|
in water,
waaraan
|
|
| |
|
|
voor het
voorlopig
|
|
| |
|
|
verduurzaamen
zout,
|
|
| |
|
|
zwavel of
andere
|
|
| |
|
|
stoffen zijn
|
|
| |
|
|
toegevoegd,
doch
|
|
| |
|
|
niet
speciaal
|
|
| |
|
|
bereid voor
dade
|
|
| |
|
|
het
vervaardigen
|
|
| |
|
|
van olie
|
|
| |
|
|
- 1509 1010,
|
|
| |
|
|
1509 1090 en
|
|
| |
|
|
1509 9000,
|
|
| |
|
|
olijfolie en
|
|
| |
|
|
fracties
daarvan,
|
|
| |
|
|
ook indien
|
|
| |
|
|
geraffineerd,
doch
|
|
| |
|
|
niet
chemisch
|
|
| |
|
|
gewijzigd,
|
|
| |
|
|
1510 0010 en
|
|
| |
|
|
1510 0090,
andere
|
|
| |
|
|
olie en
fracties
|
|
| |
|
|
daarvan,
|
|
| |
|
|
uitsluitend
|
|
| |
|
|
verkregen
uit
|
|
| |
|
|
olijven, ook
indien
|
|
| |
|
|
geraffineerd,
doch
|
|
| |
|
|
niet
chemisch
|
|
| |
|
|
gewijzigd,
mengsels
|
|
| |
|
|
of fracties
|
|
| |
|
|
daarvan,
bedoeld
|
|
| |
|
|
bij post
1509,
|
|
| |
|
|
daaronder
begrepen
|
|
| |
|
|
- 15220031
en
|
|
| |
|
|
15220039
afvallen,
|
|
| |
|
|
afkomstig
van de
|
|
| |
|
|
bewerking
van
|
|
| |
|
|
vetstoffen
of van
|
|
| |
|
|
dierlijke of
|
|
| |
|
|
plantaardige
was,
|
|
| |
|
|
welke olie
bevatten
|
|
| |
|
|
die de
kenmerken
|
|
| |
|
|
van
olijfolie
|
|
| |
|
|
heeft.
|
|
| |
|
|
- 1515 90 59
en
|
|
| |
|
|
1515 90 99
met
|
|
| |
|
|
uitzondering
van de
|
|
| |
|
|
goederen
welke
|
|
| |
|
|
staan
vermeld in de
|
|
| |
|
|
bijlage van
|
|
| |
|
|
verordening
(EEG)
|
|
| |
|
|
nr. 2828/93
van de
|
|
| |
|
|
Commissie
van de
|
|
| |
|
|
Europese
|
|
| |
|
|
Gemeenschappen
van
|
|
| |
|
|
15 oktober
1993 tot
|
|
| |
|
|
vaststelling
van
|
|
| |
|
|
gemeenschappelijke
|
|
| |
|
|
bepalingen
voor de
|
|
| |
|
|
controle op
het
|
|
| |
|
|
gebruik
en/of de
|
|
| |
|
|
bestemming
van
|
|
| |
|
|
ingevoerde
|
|
| |
|
|
produkten
van de
|
|
| |
|
|
GN-codes
1515 90 59
|
|
| |
|
|
en 1515 90
99 (PbEG
|
|
| |
|
|
L 258),
zoals deze
|
|
| |
|
|
laatstelijk
is
|
|
| |
|
|
gewijzigd
bij
|
|
| |
|
|
verordening
(EG)
|
|
| |
|
|
nr. 2206/94
van de
|
|
| |
|
|
Commissie
van de
|
|
| |
|
|
Europese
|
|
| |
|
|
Gemeenschappen
van
|
|
| |
|
|
34586
|
|
| |
|
|
(PbEG L
236).
|
|
| |
|
|
-0,255682448
|
|
| |
|
|
perskoeken
van
|
|
| |
|
|
olijven en
andere
|
|
| |
|
|
bij de
winning van
|
|
| |
|
|
olijfolie
verkregen
|
|
| |
|
|
afvallen
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
Vee
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
en Vlees
|
|
|
| |
151),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II
|
|
|
|
| |
produkten
opgenomen
|
|
|
|
| |
onder D van
het
|
|
|
|
| |
aanhangsel
bij deze
|
|
|
|
| |
bijlage
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
VI
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
a.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
|
alle
goederen
|
alle
goederen
|
| |
2200/96 van
de Raad
|
Tuinbouw
|
genoemd in
artikel
|
genoemd in
artikel
|
| |
van de
Europese Unie
|
|
1 van vo.
(EG)
|
1 van vo.
(EG)
|
| |
van 28
oktober 1996
|
|
2200/96
|
2200/96
|
| |
houdende een
|
|
- ex 070700
|
- ex 080510
zoete
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
komkommers
|
sinaasappelen,
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
groenten
|
|
|
|
| |
en fruit (PbEG
|
|
|
|
| |
L 297);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Vo. (EEG)
nr. 404/93
|
Productschap
|
ex 0803
Bananen,
|
|
| |
(PbEG nr. L
47),
|
Tuinbouw
|
met
uitzondering
|
|
| |
houdende een
|
|
van "plantains",
|
|
| |
Gemeenschappelijke
|
|
vers
|
|
| |
ordening in
de sector
|
|
|
|
| |
bananen;
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
c.
|
verordening
(EG) nr.
|
Productschap
|
de goederen
genoemd
|
de goederen
genoemd
|
| |
2201/96 van
de Raad
|
Tuinbouw
|
in artikel
1,
|
in artikel
1,
|
| |
van de
Europese Unie
|
|
eerste lid,
letters
|
eerste lid,
letter
|
| |
van 28
oktober 1996
|
|
a en b, van
de vo.
|
b, van vo.
(EG)
|
| |
houdende een
|
|
(EG) 2201/96
|
2201/96
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
|
|
|
|
| |
verwerkende
producten
|
|
|
|
| |
op basis van
groenten
|
|
|
|
| |
en fruit (PbEG
|
|
|
|
| |
L 297);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
d.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
de posten
0806/1091
|
de posten
2009/6011
|
| |
822/87 (Pb.
EG no. L
|
Tuinbouw
|
en 0806/1099
|
t/m
2009/6090
|
| |
84),
houdende de
|
|
druiven,
andere dan
|
ongegist
druivesap
|
| |
marktordening
in de
|
|
voor
tafelgebruik;
|
(met
inbegrip van
|
| |
sector wijn,
voor wat
|
|
de posten
2009/6011
|
druivemost)
zonder
|
| |
betreft de
goederen
|
|
t/m
2009/6090
|
toegevoegde
|
| |
van post
0806/1091 en
|
|
ongegist
druivesap
|
alcohol, ook
indien
|
| |
0806/1099
alsmede de
|
|
(met
inbegrip van
|
met
toegevoegde
|
| |
posten
2009/6011 t/m
|
|
druivemost)
zonder
|
suiker
|
| |
2009/6090
|
|
toegevoegde
|
|
| |
|
|
alcohol, ook
indien
|
|
| |
|
|
met
toegevoegde
|
|
| |
|
|
suiker
|
|
| |
|
|
|
|
|
e.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
Tuinbouw
|
|
|
| |
151),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II-
|
|
|
|
| |
produkten
voorzover
|
|
|
|
| |
het betreft
de
|
|
|
|
| |
produkten
opgenomen
|
|
|
|
| |
onder E van
het
|
|
|
|
| |
aanhangsel
bij deze
|
|
|
|
| |
bijlage
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
VII
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
a.
|
verordening
(EEG) nr.
|
|
De goederen
genoemd
|
De goederen
genoemd
|
| |
3759/92 van
de Raad
|
|
in vo. (EEG)
|
in vo. (EEG)
|
| |
van de
Europese
|
|
3759/92
|
3759/92
|
| |
Gemeenschappen
van 17
|
|
|
|
| |
33939
|
|
|
|
| |
houdende een
|
|
|
|
| |
gemeenschappelijke
|
|
|
|
| |
ordening der
markten
|
|
|
|
| |
in de sector
|
|
|
|
| |
visserijproducten
en
|
|
|
|
| |
producten
van de
|
|
|
|
| |
aquacultuur
(PbEG
|
|
|
|
| |
L 388);
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
b.
|
Verordening
(EEG) no.
|
Productschap
Vis
|
|
|
| |
827/68
(Pb.E.G. no. L
|
voor
producten
|
|
|
| |
151),
houdende de
|
waarvoor
geen
|
|
|
| |
marktordening
voor
|
financiering
uit
|
|
|
| |
bepaalde
bijlage II-
|
de afdeling
|
|
|
| |
produkten,
voor zover
|
Garantie van
het
|
|
|
| |
het betreft
de
|
Europees
|
|
|
| |
produkten
opgenomen
|
Oriëntatie-
en
|
|
|
| |
onder F van
het
|
Garantiefonds
|
|
|
| |
aanhangsel
bij deze
|
voor de
Landbouw
|
|
|
| |
bijlage.
|
wordt
aangevraagd
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
VIII
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
Verordening
(EEG) no.
|
Produktschap
|
|
|
| |
234/68
(Pb.E.G. no. L
|
Tuinbouw
|
|
|
| |
55),
houdende de
|
|
|
|
| |
marktordening
in de
|
|
|
|
| |
sector
levende
|
|
|
|
| |
planten en
produkten
|
|
|
|
| |
van de
bloementeelt
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
IX
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
Goederen,
die niet
|
Het
produktschap
|
de goederen
die met
|
de goederen
die met
|
| |
vallen onder
de
|
dat de
|
toepassing
van het
|
toepassing
van het
|
| |
hierboven
genoemde
|
vrijstelling
van
|
gestelde
onder
|
gestelde
onder
|
| |
verordeningen
en/of
|
de in kolom
I
|
kolom 1
worden
|
kolom 1
worden
|
| |
die niet
zijn
|
bedoelde
heffing
|
ingevoerd
|
uitgevoerd.
|
| |
opgenomen in
de
|
heeft
verleend
|
|
|
| |
hierboven
staande
|
|
|
|
| |
kolommen 3
of 4, en
|
|
|
|
| |
die worden
in- of
|
|
|
|
| |
uitgevoerd
ter
|
|
|
|
| |
zuivering
van een
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
verleende
|
|
|
|
| |
vrijstelling
van een
|
|
|
|
| |
uitvoer- of
|
|
|
|
| |
invoerheffing
|
|
|
|
|
G.N.-code
|
Omschrijving
|
|
A.
(Hoofdproductschap Akkerbouw)
|
|
| |
|
|
ex. 0713
|
Gedroogde
zaden van peulgroenten, ook indien gepeld
|
| |
(bij
voorbeeld spliterwten), andere dan bestemd voor
|
| |
zaaidoeleinden
|
|
714
|
Maniokwortel,
arrowroot (pijlwortel), salepwortel,
|
| |
aardperen,
bataten (zoete aardappelen) en dergelijke
|
| |
wortels en
knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of
|
| |
aan inuline,
vers of gedroogd, ook indien in stukken of
|
| |
in pellets;
merg van de sagopalm:
|
|
0714 20 00
|
- bataten
(zoete aardappelen)
|
|
0714 90
|
- andere:
|
|
0714 9090
|
- andere
|
|
902
|
Thee
|
|
1106
|
Meel en
gries, van gedroogde zaden van peulgroenten
|
| |
bedoeld bij
post 0713, van sago en van wortels en
|
| |
knollen
bedoeld bij post 0714; meel, gries en poeder
|
| |
van vruchten
bedoeld bij hoofdstuk 8:
|
|
1106 10 00
|
- meel en
gries van gedroogde zaden van peulgroenten
|
| |
bedoeld bij
post 0713
|
|
1108
|
Zetmeel en
inuline:
|
|
1108 20 00
|
- inuline
|
|
1213 00 00
|
Stro en kaf
van graangewassen, onbewerkt, ook indien
|
| |
gehakt,
gemalen, geperst of in pellets
|
|
1214
|
Voederrapen,
voederbieten, voederwortels, hooi,
|
| |
luzerne,
klaver, hanekammetjes (esparcette),
|
| |
voederkool,
lupine, wikke en dergelijke voedergewassen,
|
| |
ook indien
in pellets:
|
|
ex. 1214 10
00
|
-
luzernemeel en luzerne in pellets, andere dan
|
| |
kunstmatig
door middel van een warmtebehandeling
|
| |
gedroogde
luzerne
|
|
1214 90
|
- andere:
|
|
1214 90 10
|
-
mangelwortels (voederbieten), voerrapen en andere
|
| |
voederwortels
|
|
ex. 1214 90
90
|
- andere,
met uitzondering van luzerne, hanekammetjes
|
| |
(esparcette),
klaver, lupine, wikke en andere
|
| |
dergelijke
voedergewassen, kunstmatig gedroogd door
|
| |
middel van
een warmtebehandeling
|
|
1801 00 00
|
Cacaobonen,
ook indien gebroken, al dan niet gebrand
|
|
1802 00 00
|
Cacaodoppen,
cacaoschillen, cacaovliezen en andere
|
| |
afvallen van
cacao
|
|
2301
|
Meel, poeder
en pellets van vlees, van slachtafvallen,
|
| |
van vis, van
schaaldieren, van weekdieren of van andere
|
| |
ongewervelde
waterdieren, ongeschikt voor menselijke
|
| |
consumptie;
kanen:
|
|
2301 10 00
|
- meel,
poeder en pellets van vlees of van
|
| |
slachtafvallen;
kanen
|
|
2302
|
Zemelen,
slijpsel en andere resten van het zeven, van
|
| |
het malen of
van andere bewerkingen van granen of van
|
| |
peulvruchten,
ook indien in pellets:
|
|
2302 50 00
|
- van
peulvruchten
|
|
2303
|
Afvallen van
zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen,
|
| |
bietenpulp,
uitgeperst suikerriet (ampas) en andere
|
| |
afvallen van
de suikerindustrie, bostel
|
| |
(brouwerijafval),
afvallen van branderijen, ook indien
|
| |
in pellets:
|
|
2303 10
|
- afvallen
van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen:
|
| |
- afvallen
van maïszetmeelfabrieken (met uitzondering
|
| |
van ingedikt
zwelwater), met een gehalte aan proteïnen,
|
| |
berekend op
de droge stof:
|
|
2303 1019
|
- van niet
meer dan 40 gewichtspercenten
|
|
2303 1090
|
- andere
|
|
2303 30 00
|
- bostel
(brouwerijafval) en afvallen van branderijen
|
|
2307 00
|
Wijnmoer;
ruwe wijnsteen:
|
|
2307 00 90
|
- ruwe
wijnsteen
|
|
2308
|
Plantaardige
zelfstandigheden en plantaardig afval,
|
| |
plantaardige
residuen en bijprodukten, ook indien in
|
| |
pellets, van
de soort gebruikt voor het voederen van
|
| |
dieren
elders genoemd noch elders onder begrepen:
|
|
2308 10 00
|
- eikels en
wilde kastanjes
|
| |
- andere:
|
|
2308 90 30
|
- draf
(droesem) van vruchten, andere dan druiven
|
|
ex 2308 90
90
|
- andere,
met uitzondering van eiwitconcentraten
|
| |
verkregen
uit sap van luzerne en van gras, en met
|
| |
uitzondering
van kunstmatig gedroogde produkten
|
| |
uitsluitend
verkregen uit vast afval en sap, afkomstig
|
| |
van de
bereidingen van vorenbedoelde eiwitconcentraten
|
|
2309
|
Bereidingen
van de soort gebruikt voor het voederen van
|
| |
dieren:
|
|
2309 10
|
- honde- en
kattevoer, opgemaakt voor de verkoop in het
|
| |
klein:
|
|
2309 10 90
|
- ander
|
|
2309 90
|
- ander:
|
|
2309 90 10
|
-
visperswater en perswater van zeezoogdieren
|
| |
("solubles")
|
| |
- andere:
|
| |
- andere:
|
|
2309 90 99
|
- andere met
uitzondering van eiwitconcentraten,
|
| |
verkregen
uit sap van luzerne en gras
|
| |
|
|
B.
(Productschap Vee en Vlees)
|
|
| |
|
|
101
|
Levende
paarden, ezels, muildieren en muilezels:
|
| |
- paarden:
|
|
0101 11 00
|
- fokdieren
van zuiver ras
|
|
0101 19
|
- andere:
|
|
0101 19 90
|
- andere
|
|
0101 20
|
- ezels,
muildieren en muilezels
|
|
102
|
Levende
runderen:
|
|
0102 90
|
- andere:
|
|
0102 90 90
|
- andere
|
|
103
|
Levende
varkens:
|
|
0103 10 00
|
- fokdieren
van zuiver ras
|
| |
- andere:
|
|
0103 91
|
- met een
gewicht van minder dan 50 kg:
|
|
0103 91 90
|
- andere
|
|
0103 92
|
- met een
gewicht van 50 kg of meer:
|
|
0103 92 90
|
- andere
|
|
0106 00
|
Andere
levende dieren
|
|
203
|
Vlees van
varkens, vers, gekoeld of bevroren:
|
| |
- vers of
gekoeld:
|
|
0203 11
|
- hele en
halve dieren:
|
|
0203 11 90
|
- andere
|
|
0203 12
|
- hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0203 12 90
|
- andere
|
|
0203 19
|
- ander:
|
|
0203 19 90
|
- ander
|
| |
- bevroren:
|
|
0203 21
|
- hele en
halve dieren:
|
|
0203 21 90
|
- andere
|
| |
|
|
0203 22
|
- hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0203 22 90
|
- andere
|
|
0203 29
|
- ander:
|
|
0203 29 90
|
- ander
|
|
0205 00 00
|
Vlees van
ezels, van muildieren of van muilezels, vers,
|
| |
gekoeld of
bevroren
|
|
206
|
Eetbare
slachtafvallen van runderen, van varkens, van
|
| |
schapen, van
geiten, van paarden, van ezels, van
|
| |
muildieren
of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren:
|
|
0206 10
|
- van
runderen, vers of gekoeld:
|
|
0206 10 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- van
runderen, bevroren:
|
|
0206 22
|
- levers:
|
|
0206 22 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 29 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
|
0206 30
|
- van
varkens, vers of gekoeld:
|
|
0206 30 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 30 90
|
- andere
|
| |
- van
varkens, bevroren:
|
|
0206 41
|
- levers:
|
|
0206 41 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 41 99
|
- andere
|
|
0206 49
|
- andere:
|
|
0206 49 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 49 99
|
- andere
|
|
0206 80
|
- andere,
vers of gekoeld:
|
|
0206 80 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 80 91
|
- van
paarden, van ezels, van muildieren en van
|
| |
muilezels
|
|
0206 90
|
- andere,
bevroren:
|
|
0206 90 10
|
- bestemd
voor de vervaardiging van farmaceutische
|
| |
produkten
|
| |
- andere:
|
|
0206 90 91
|
- van
paarden, van ezels, van muildieren en van
|
| |
muilezels
|
|
208
|
Ander vlees
en andere eetbare slachtafvallen, vers,
|
| |
gekoeld of
bevroren
|
|
210
|
Vlees en
eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld,
|
| |
gedroogd of
gerookt; meel en poeder van vlees of van
|
| |
slachtafvallen,
geschikt voor menselijke consumptie:
|
| |
- vlees van
varkens:
|
|
0210 11
|
- hammen en
schouders, alsmede delen daarvan, met been:
|
|
0210 11 90
|
- andere
|
|
0210 12
|
- buik en
buikspek:
|
|
0210 12 90
|
- ander
|
|
0210 19
|
- ander:
|
|
0210 19 90
|
- ander
|
|
0210 90
|
- andere,
meel en poeder van vlees of van
|
| |
slachtafvallen,
geschikt voor menselijke consumptie
|
| |
daaronder
begrepen:
|
| |
- vlees:
|
|
ex. 0210 90
20
|
- ander dan
van pluimvee
|
| |
-
slachtafvallen:
|
|
0210 90 80
|
- andere dan
van pluimvee
|
|
ex. 0410 00
00
|
Eetbare
produkten van dierlijke oorsprong, elders
|
| |
genoemd noch
elders onder begrepen
|
|
0504 00 00
|
Darmen,
blazen en magen van dieren, andere dan die van
|
| |
vissen, in
hun geheel of in stukken
|
|
511
|
Produkten
van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch
|
| |
elders onder
begrepen; dode dieren van de soorten
|
| |
bedoeld bij
hoofdstuk 1 of 3, niet geschikt voor
|
| |
menselijke
consumptie:
|
|
0511 10 00
|
-
rundersperma
|
| |
- andere:
|
|
0511 99
|
- andere:
|
|
0511 99 90
|
- andere
|
|
1602
|
Andere
bereidingen en conserven, van vlees, van
|
| |
slachtafvallen
of van bloed:
|
| |
- van
varkens:
|
|
1602 41
|
- hammen en
delen daarvan:
|
|
1602 41 90
|
- andere
|
|
1602 41
|
- schouders
en delen daarvan:
|
|
1602 42 90
|
- andere
|
|
1602 49
|
- andere,
mengsels daaronder begrepen:
|
|
1602 49 90
|
- andere
|
|
1602 90
|
- andere,
bereidingen van bloed van dieren van alle
|
| |
soorten
daaronder begrepen:
|
| |
- andere:
|
|
1602 90 31
|
- van wild
of van konijn
|
| |
- andere:
|
| |
- andere:
|
| |
- andere:
|
|
1602 90 99
|
- andere
|
|
ex. 1603 00
|
Extracten en
sappen van vlees
|
| |
|
|
C.
(Productschap Pluimvee en Eieren)
|
|
| |
|
|
210
|
Vlees en
eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld
|
| |
gedroogd of
gerookt; meel en poeder van vlees of van
|
| |
slachtafvallen,
geschikt voor menselijke consumptie:
|
|
0210 90
|
- andere,
meel en poeder van vlees of van
|
| |
slachtafvallen,
geschikt voor menselijke consumptie
|
| |
daaronder
begrepen:
|
| |
- vlees:
|
|
ex. 0210
9020
|
- van
pluimvee
|
| |
-
slachtafvallen
|
| |
- andere:
|
|
ex. 0210 90
80
|
- van
pluimvee (andere dan levers)
|
|
0407 00
|
Vogeleieren
in de schaal, vers, verduurzaamd of
|
| |
gekookt:
|
|
0407 00 90
|
- andere
|
|
408
|
Vogeleieren
uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd,
|
| |
gestoomd of
in water gekookt, in een bepaalde vorm
|
| |
gebracht,
bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook
|
| |
indien met
toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
|
| |
- eigeel:
|
|
0408 11
|
- gedroogd:
|
|
0408 11 90
|
- ander
|
|
0408 19
|
- ander:
|
|
0408 19 90
|
- ander
|
| |
- andere:
|
|
0408 91
|
- gedroogd:
|
|
0408 91 90
|
- andere
|
|
0408 99
|
- andere:
|
|
0408 99 90
|
- andere
|
|
1602
|
Andere
bereidingen en conserven, van vlees, van
|
| |
slachtafvallen
of van bloed:
|
|
1602 20
|
- van levers
van dieren van alle soorten:
|
|
1602 20 10
|
- van ganzen
en van eenden
|
| |
|
|
D.
(Productschap Vee en Vlees)
|
|
|
1502 00
|
Rund-,
schape- of geitevet, ruw of gesmolten, ook
|
| |
indien
geperst of met behulp van oplosmiddelen
|
| |
geëxtraheerd:
|
|
1502 00 10
|
- bestemd
voor ander industrieel gebruik dan voor de
|
| |
vervaardiging
van produkten voor menselijke consumptie
|
|
1503 00
|
Varkensstearine,
spekolie, oleostearine, oleomargarine
|
| |
en talkolie,
niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op
|
| |
andere wijze
bereid
|
| |
|
|
E.
(Productschap Tuinbouw)
|
|
|
801
|
Kokosnoten,
paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd,
|
| |
ook zonder
dop of schaal
|
|
802
|
Andere
noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of
|
| |
schaal, al
dan niet gepeld:
|
|
0802 90
|
- andere:
|
|
0802 90 30
|
- arecanoten
(of betelnoten) en colanoten
|
|
804
|
Dadels,
vijgen, ananassen, advokaten, guaves, manga's
|
| |
en
manggistans, vers of gedroogd:
|
|
0804 10 00
|
- dadels
|
|
0804 40
|
- advokaten
|
|
0804 50 00
|
- guaves,
manga's en manggistans
|
|
0904 t/m
0910
|
Specerijen
|
|
1106
|
Meel en
gries, van gedroogde zaden van peulgroenten
|
| |
bedoeld bij
post 0713, van sago en van wortels of
|
| |
knollen
bedoeld bij post 0714; meel, gries en poeder
|
| |
van vruchten
bedoeld bij hoofdstuk 8:
|
|
1106 30
|
- meel,
gries en poeder van vruchten bedoeld bij
|
| |
hoofdstuk 8
|
|
ex. 1211
|
Planten,
plantedelen, zaden en vruchten, vers of
|
| |
gedroogd,
ook indien gesneden, gebroken of in
|
| |
poedervorm,
welke al dan niet na be- of verwerking
|
| |
bestemd zijn
voor menselijke consumptie
|
|
1212
|
Sint-jansbrood,
zeewier en andere algen, suikerbieten
|
| |
en
suikerriet, vers of gedroogd, ook indien in
|
| |
poedervorm;
vruchtepitten, ook indien in de steen en
|
| |
andere
plantaardige produkten (ongebrande
|
| |
chichoreiwortels
van de variëteit "Cichorium intybus
|
| |
sativum"
daaronder begrepen) hoofdzakelijk gebruikt
|
| |
voor
menselijke consumptie, elders genoemd noch elders
|
| |
onder
begrepen:
|
|
1212 10
|
-
sint-jansbrood, sint-jansbroodpitten daaronder
|
| |
begrepen
|
|
1212 20 00
|
- zeewier en
andere algen
|
|
1212 30 00
|
- pitten van
abrikozen, van perziken of van pruimen,
|
| |
ook indien
in de steen
|
| |
- andere:
|
|
1212 99
|
- andere:
|
|
1212 99 90
|
- andere
|
|
2206 00
|
Andere
gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn,
|
| |
perewijn,
honingdrank)
|
| |
- andere:
|
|
2206 00 91
|
- mousserend
|
| |
- niet
mousserend, in verpakkingen inhoudende:
|
|
2206 00 93
|
- niet meer
dan 2l
|
|
2206 00 99
|
- meer dan
2l
|
| |
|
|
F.
(Productschap Visvoor producten waarvoor geen
financiering uit de afdeling Garantie van het Europees
Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw wordt
aangevraagd)
|
|
ex. 1603 00
|
Extracten en
sappen, van vis, van schaaldieren, van
|
| |
weekdieren
of van andere ongewervelde waterdieren
|
Bijlage II
|
1
|
De hieronder
aangewezen goederen worden telkens aangeduid door
middel van een of meer posten en onderverdelingen van
de Gecombineerde Nomenclatuur alsmede door een daaraan
toegevoegde omschrijving van de goederen.
|
2
|
|
Goederen
|
|
(Hoofd)Produktschap
|
|
070190
|
Aardappelen,
vers of gekoeld met uitzondering
|
Akkerbouwprodukten
|
| |
van
pootaardappelen
|
|
|
2207
|
Ethylalcohol,
niet gedenatureerd, met een
|
Akkerbouwprodukten
|
| |
alcoholvolumegehalte
van 80% vol. of meer;
|
|
| |
ethylalcohol
en gedistilleerde dranken,
|
|
| |
gedenatureerd,
ongeacht het gehalte.
|
|
|
22089091 en
|
Ethylalcohol,
niet gedenatureerd, met een
|
Akkerbouwprodukten
|
|
22089099
|
alcoholvolumegehalte
van minder dan 80% vol.
|
|
Bijlage IIIa
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage IIIb
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage IIIc
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage IV
[Vervallen per 01-06-1996]
Bijlage IVa
[Vervallen per 01-06-1996]
Bijlage V
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage Va
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage VI
[Vervallen per 28-10-1982]
Bijlage VII
[ Illustratie Verwijderd ]
[ Illustratie Verwijderd ]
Bijlage IX
[Vervallen per 02-09-1993]
Bijlage X
|
Plaats van
uitgang
|
De
voorafgaande melding
|
De
voorafgaande melding
|
| |
wordt gedaan
bij
|
wordt gedaan
uiterlijk:
|
|
A.
|
|
|
|
Buitengrensinspectieposten
|
het Hoofd
van de
|
14.00 uur op
de tweede
|
|
- luchthaven
Schiphol
|
buitengrensinspectiepost
|
werkdag
voorafgaand aan de
|
|
- luchthaven
Maastricht-
|
|
dag van
overlading
|
|
Aachen
airport
|
|
|
| |
|
|
|
B. Overige
plaatsen van
|
|
|
|
uitgang
|
De Voedsel
en Waren
|
a. 14.00 uur
op de tweede werkdag
|
|
de haven van
Leeuwarden-
|
Autoriteit
|
voorafgaand
aan de dag van overlading
|
|
Harlingen
|
|
indien de
overlading plaatsvindt op een
|
|
- de haven
van Amsterdam
|
|
tijdstip dat
is gelegen op maandag tot en
|
|
- de haven
van Breskens
|
|
met vrijdag
van 07.00 uur tot 18.00 uur of op
|
| |
|
zaterdag van
07.00 uur tot 12.00 uur, met
|
| |
|
dien
verstande dat de periode kan
|
| |
|
aanvangen om
06.00 uur indien de
|
| |
|
werkzaamheden
zich tenminste
|
| |
|
aangesloten
uitstrekken tot 08.00 uur.
|
| |
|
b.14.00 uur
op de vijfde werkdag voorafgaand
|
| |
|
aan de dag
van overlading indien de
|
| |
|
overlading
plaatsvindt buiten de onder a.
|
| |
|
genoemde
tijden.
|
|
de haven van
Roosendaal-
|
|
|
|
Moerdijk
|
|
|
Voetnoot:
|
|
|