| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
In- en uitvoerwet
REGELING
PASSIEF VEREDELINGSVERKEER LANDBOUWGOEDEREN
Tekst zoals deze geldt op
29 maart 2008
Vervallen
m.i.v. 1 augustus 2008
(Zie Algemene
douanewet)
|
|
|
De Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 24 juli 1986 betreffende de regeling
passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer (PbEG L
212) nationale uitvoering behoeft;
Gelet op artikel 13 van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen
1980 (Stb. 1990, 758);
Mede gelet op artikel 11 van de In- en uitvoerwet
(Stb. 1988, 288);
In overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiλn;
Besluit:
Artikel 1
1. In deze regeling zijn de
begripsomschrijvingen van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen
van toepassing.
Artikel 2
1. Ter zake van de invoer van uit
passieve veredeling voortkomende veredelingsproducten kan gehele of
gedeeltelijke ontheffing worden verleend van de heffingen bij invoer,
bedoeld in de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen.
2. De vrijstelling wordt verleend door:
het produktschap met betrekking tot de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom I van bijlage I van de
Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen, met uitzondering van de
goederen die vallen onder de basisverordeningen in kolom 1 van de
horizontale balken I-l, VI-a, VI-b en VI-c alsmede VII-a.
de Belastingdienst met betrekking tot de goederen die vallen
onder de basisverordeningen genoemd in kolom 1 van de horizontale
balken I-1, VI-a, VI-b en VI-c alsmede VII-a van bijlage I van de
Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen.
Artikel 3
1. De gehele of gedeeltelijke
vrijstelling geldt voor personen aan wie de in artikel 2 genoemde
instanties vergunning tot passief veredelingsverkeer hebben verleend.
2. De vergunning kan worden ingetrokken.
Artikel 4
1. Van de uitvoer in passief
veredelingsverkeer dient te blijken door middel van een door een
ambtenaar der invoerrechten en accijnzen afgetekend formulier L, als
bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, waarop is aangetekend dat
de uitvoer geschiedt in het kader van passief veredelingsverkeer. In vak
44 van voornoemd formulier dient het nummer van de vergunning alsmede de
gehanteerde identificatiemiddelen te worden vermeld.
2. In geval van invoer in passief veredelingsverkeer van
goederen, die zijn verkregen door de be- of verwerking van uit Nederland
uitgevoerde goederen, dient van deze invoer te blijken door middel van
een door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen afgetekend
formulier L, als bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling. In vak 44
van voornoemd formulier dient het nummer van de vergunning alsmede de
gehanteerde identificatiemiddelen te worden vermeld.
3. In geval van invoer in passief veredelingsverkeer van
goederen, die zijn verkregen door de be- of verwerking van uit een
andere Lid-Staat uitgevoerde goederen, dient van deze invoer te blijken
door middel van een door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen
afgetekend formulier L, als bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling
benevens door overlegging van een volledig en naar waarheid ingevuld en
ondertekend, door de bevoegde autoriteiten van het land van uitvoer
afgegeven en geviseerd document INF-2, waarvan het model is opgenomen
als bijlage bij Toepassingsverordening communautair douanewetboek.
Artikel 5
Teneinde vast te stellen dat de veredelingsprodukten zijn vervaardigd
uit tijdelijk uit het douanegebied van de Europese Gemeenschappen
uitgevoerde goederen kan het produktschap bepalen op welke wijze de
tijdelijk uitgevoerde goederen in de veredelingsprodukten moeten worden
voorzien van een identificatie.
Artikel 6
Het produktschap kan, ingeval de omstandigheden dit naar zijn oordeel
rechtvaardigen en een juiste toepassing van het bepaalde bij of
krachtens de onderhavige regeling en hetgeen is vastgesteld bij of
krachtens het Communautair douanewetboek verzekerd is of kan worden,
toestaan dat de rechten en verplichtingen, die voortvloeien uit de
aanspraak op een ten behoeve van passief veredelingsverkeer te verlenen
vrijstelling, door de vergunninghouder aan een ander worden
overgedragen, mits deze laatste aan het produktschap een verklaring van
de vergunninghouder, ten bewijzen van de overdracht, overlegt en voor
zover de voorwaarden van de vergunning zijn vervuld.
Artikel 7
Ingeval de uit het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
voortvloeiende bevoegdheden met betrekking tot een na veredeling in te
voeren goed toekomen aan een ander produktschap, dan dat hetwelk deze
bevoegdheden met betrekking tot het ter veredeling uit te voeren goed
uitoefent, wordt door de toepassing van deze regeling het eerstbedoelde
produktschap mede als bevoegd produktieschap aangemerkt en treedt dit,
voor wat het deel van de veredelingshandelingen betreft, dan binnen zijn
sector valt, als zodanig op.
Artikel 8
Deze regeling laat onverlet de bevoegdheid van het produktschap om,
indien de daarin geregelde onderwerpen in het belang van haar goede
uitvoering nadere regeling behoeven, daarin met inachtneming van het
Communautair douanewetboek te voorzien.
Artikel 9
Indien in geval van passief veredelingsverkeer bij de be- of
verwerking verschillende soorten goederen worden verkregen, die niet
alle ter compensatie van de uitvoer worden ingevoerd, stelt het
produktschap de gevolgen daarvan voor de bepaling van het bedrag van de
vrijstelling vast. Het neemt daarbij hetgeen bij het Communautair
douanewetboek is vastgesteld in acht.
Artikel 10
1. De Verordeningsverkeerbeschikking
landbouwgoederen 1968 (Stcrt. 189) wordt ingetrokken.
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die
van haar publikatie in de Staatscourant en kan worden aangehaald als:
Regeling passief veredelingsverkeer landbouwgoederen.
's-Gravenhage, 22 april 1991.
De Minister van Landbouw en Natuurbeheer en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
T.H.J. Joustra.
|
|
|