|
De Minister van
Landbouw en Visserij;
Gelet op artikel 13 van het In- en
uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, op artikel 5 van de
Invoerbeschikking landen 1981 c.q. het Invoerbesluit landen 1981, op
artikel 4 van de In- en uitvoerbeschikking koffie 1980 c.q. het In- en
uitvoerbesluit koffie 1980 en op artikel 5 van de In- en uitvoerwet;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bepaalde bij deze beschikking wordt
verstaan onder ambtenaar: een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen,
en wordt met landbouwgoederen gelijkgesteld: koffie.
Artikel 2 [Vervallen per 03-08-1984]
Artikel 3
Aan de in het vorige artikel bedoelde vrijstellingen is het
voorschrift verbonden, dat de betrokken invoer of uitvoer in
overeenstemming moet zijn met de desbetreffende communautaire
voorschriften en dat de ter zake van die invoer of uitvoer door de
ambtenaar gegeven aanwijzingen zijn opgevolgd.
Artikel 4
Indien en voorzover een verleende voorwaardelijke vrijstelling wegens
misbruik of niet-nakoming van de gestelde voorwaarden is vervallen ofwel
daarvan is afgezien geldt voor de berekening van de heffing als dag van
invoer met betrekking tot de ingevoerde goederen:
de dag die als zodanig is vastgesteld met toepassing van het bepaalde
in artikel 7 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, dan
wel - indien sedert die dag het tarief van de ter zake van de invoer van
het ingevoerd goed vastgestelde heffing is gewijzigd - de dag waarop
voor het goed het hoogste tarief van kracht was dat heeft gegolden
sedert de dag van invoer.
Artikel 5
Bij gebreke van desbetreffende communautaire voorschriften wordt aan
de vrijstelling het voorschrift verbonden dat de betreffende invoer of
uitvoer in overeenstemming moet zijn met een naar het oordeel van de
ambtenaar verantwoorde uitvoering van het bij deze beschikking bepaalde.
Artikel 6
Deze beschikking kan worden aangehaald als: Vrijstellingsbeschikking
klein grensverkeer landbouwgoederen 1981.
's-Gravenhage, 26 juni 1963.
De Minister van Landbouw en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
Patijn.
Bijlage van de Vrijstellingsbeschikking
klein grensverkeer landbouwgoederen 1963-I
I. In- en uitvoeren door diplomatieke vertegenwoordigingen,
diplomatieke en consulaire ambtenaren e.d.
a. De invoer van:
1. landbouwgoederen, voor persoonlijk gebruik medegevoerd door
vreemde staatshoofden;
2. voor officieel gebruik bestemde landbouwgoederen, ingevoerd door
in Nederland geaccrediteerde diplomatieke zendingen en
vertegenwoordigingen;
3. voor officieel gebruik bestemde landbouwgoederen, geadresseerd
aan of verzonden door internationale organisaties, overeenkomstig de
ter zake gesloten internationale verdragen;
4. voor persoonlijk gebruik bestemde landbouwgoederen van in
Nederland hun functie uitoefenende:
a) diplomatieke ambtenaren, beroepsconsuls en kanselarijbeambten
van vreemde nationaliteit;
b) personen van vreemde nationaliteit, werkzaam bij
internationale organisaties, overeenkomstig de ter zake gesloten
internationale verdragen;
een en ander voor zover deze landbouwgoederen met vrijstelling van
invoerrecht worden toegelaten.
b. De uitvoer van:
1. landbouwgoederen, voor persoonlijk gebruik medegevoerd door
vreemde staatshoofden;
2. landbouwgoederen, verzonden door Hoofden van in Nederland
geaccrediteerde diplomatieke zendingen en vertegenwoordigingen;
3. voor officieel gebruik bestemde landbouwgoederen, uitgevoerd
door de Nederlandse Regering ten gebruike van Nederlandse diplomaten
en consuls in het buitenland;
4. voor officieel gebruik bestemde landbouwgoederen, geadresseerd
aan of verzonden door internationale organisaties, overeenkomstig de
ter zake gesloten internationale verdragen;
5. voor persoonlijk gebruik bestemde landbouwgoederen van in
Nederland hun functie uitoefenende:
a) diplomatieke ambtenaren, beroepsconsuls en kanselarijbeambten
van vreemde nationaliteit;
b) personen van vreemde nationaliteit, werkzaam bij
internationale organisaties, overeenkomstig de ter zake gesloten
internationale verdragen.
II. Didactisch materiaal
De invoer en uitvoer van didactisch materiaal, voor zover dit
materiaal bij de invoer met vrijstelling van invoerrecht wordt
toegelaten.
III. Grafkransen e.d.
De invoer en uitvoer van:
1. bloemen, dienende tot versiering van doodkisten waarin lijken,
en urnen waarin as van lijken worden vervoerd;
2. bloemen en grafversieringen bestemd om op graven of
gedenktekens te worden neergelegd of aangebracht, voor zover zij
naar het oordeel van de ambtenaar niet als handelsgoederen aan te
merken zijn.
IV. Landbouwgoederen voor militaire begraafplaatsen
a. De invoer van landbouwgoederen, door daartoe ingestelde
organisaties benodigd voor de aanleg, de inrichting of het onderhoud
van militaire begraafplaatsen of gedenktekens, voor zover deze
landbouwgoederen met vrijstelling van invoerrecht worden toegelaten.
b. De wederuitvoer van de onder a bedoelde landbouwgoederen,
voor zover deze tevoren door de aldaar bedoelde organisaties werden
ingevoerd.
V. Geschenk- en toeristenzendingen
a. De invoer en uitvoer van geschenkzendingen bestemd voor resp.
verzonden door het Nederlandsche Roode Kruis, de Stichting 1940–1945
en andere, door de ambtenaar als soortgelijk aangemerkte, Nederlandse
instellingen, mits met de zendingen uitsluitend menslievende
doeleinden worden nagestreefd.
b. De invoer en uitvoer van andere dan de onder a bedoelde
geschenkzendingen, zomede de uitvoer van toeristenzendingen, een en
ander tot een waarde van f 750,–, zulks met inachtneming van de
volgende bepalingen:
1. Onder geschenkzendingen worden te dezen verstaan gratis
zendingen van niet-commerciële aard, die uitsluitend met het oog op
familie- of vriendschapsbanden dan wel met liefdadige oogmerken
plaatsvinden.
2. Onder toeristenzendingen worden te dezen verstaan zendingen
door of ten behoeve van buitenlandse toeristen van landbouwgoederen,
door hen met niet-commerciële oogmerken hier te lande aangekocht en
niet als reisbagage medegenomen.
3. Bij uitvoer mogen de zendingen:
a) niet inhouden: bloembollen, bloem- en boomkwekerijprodukten;
b) van voedings- en genotmiddelen niet meer dan 5 kg van
dezelfde soort inhouden.
4. Op de buitenverpakking van de zendingen moet duidelijk zijn
aangegeven: „Geschenkzending” resp. „Toeristenzending”.
VI. Huwelijksuitzetten en -geschenken
De invoer en uitvoer van landbouwgoederen, behorende tot
huwelijksuitzetten en huwelijksgeschenken, bestemd voor uit het
buitenland komende personen, die met ingezetenen in het huwelijk treden
resp. voor personen die naar het buitenland vertrekken of vertrokken
zijn om in het huwelijk te treden met aldaar wonende personen, een en
ander onder de navolgende bepalingen:
1. Onder deze vrijstelling worden uitsluitend begrepen
landbouwgoederen van zodanige aard, gezamenlijke hoeveelheid en
waarde, als waarvan in verband met de maatschappelijke welstand der
echtgenoten in redelijkheid is aan te nemen, dat zij bestemd zijn om
deel te blijven uitmaken van de inboedel van het echtpaar.
2. Voedings- en genotmiddelen worden onder deze vrijstelling
slechts begrepen voor zover zij, wat aard en hoeveelheid aangaat,
naar het oordeel van de ambtenaar vallen aan te merken als normale
bestanddelen van een huwelijksuitzet.
3. De invoer resp. uitvoer mag niet later dan 3 maanden na het
sluiten van het huwelijk geschieden.
VII. Verhuisboedels
De invoer en uitvoer van verhuisboedels, zulks met inachtneming van
de volgende bepalingen:
1. Onder deze vrijstelling worden uitsluitend begrepen
landbouwgoederen, die naar het oordeel van de ambtenaar als tot een
verhuisboedel behorende vallen aan te merken.
2. Bedrijfsvoorraad valt niet onder deze vrijstelling; bij
uitvoer valt ook bedrijfsuitrusting er buiten.
VIII. Goederen uit nalatenschappen
a. De invoer van in het buitenland uit nalatenschappen verkregen
landbouwgoederen, voor zover deze met vrijstelling van invoerrecht
worden toegelaten.
b. De uitvoer van landbouwgoederen, door niet-ingezetenen uit
nalatenschappen verkregen; onder nalatenschappen worden te dezen niet
begrepen handels- en bedrijfsvoorraden of bedrijfsinventarissen.
IX. Ren- en sportpaarden e.d.
De tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer zomede de
wederuitvoer en de tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van wederinvoer,
zomede de wederinvoer van ren- en sportpaarden en andere dieren, een en
ander benodigd voor de deelneming aan wedstrijden of sportmanifestaties,
voor zover deze dieren met vrijstelling aan invoerrecht worden
toegelaten.
X. Jachtbenodigdheden e.d.
De invoer van door jagers tijdens de jacht verkregen wild.
XI. Grenslanderijen
a. De tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer, zomede
de wederuitvoer en de tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van
wederinvoer, zomede de wederinvoer van:
1. in de grensstreek gebruikte rij- en trekdieren;
2. paarden en vee, door personen bij wie grenslanderijen in
gebruik zijn, op grenslanderijen ter weide gebracht;
3. paarden en vee, door personen bij wie grenslanderijen in
gebruik zijn ingevoerd resp. uitgevoerd voor het dekken of om te
worden beslagen, gewogen, gedekt of verzorgd.
b. De invoer en uitvoer van:
1. landbouwgoederen geteeld op grenslanderijen;
2. jonge dieren, geboren uit paarden en vee als bedoeld onder a
sub 2;
3. melk, afkomstig van vee als bedoeld onder a sub 2;
4. zaai- en pootgoed, bestemd voor grenslanderijen;
5. sperma, bestemd voor de inseminatie van op grenslanderijen ter
weide gebrachte runderen;
XII. Reisbagage
De invoer en uitvoer door reizigers van reisbagage; onder deze
vrijstelling worden uitsluitend begrepen landbouwgoederen die naar het
oordeel van de ambtenaar als reisbagage vallen aan te merken.
XIII. Landbouwgoederen welke in verband met hun bijzondere aard of
bestemming geacht kunnen worden voor het handelsverkeer van geen
betekenis te zijn
De invoer en uitvoer van landbouwgoederen welke in verband met hun
bijzondere aard of bestemming geacht kunnen worden voor het
handelsverkeer van geen betekenis te zijn, een en ander voor zover deze
landbouwgoederen bij de invoer met vrijstelling van invoerrecht worden
toegelaten.
XIV. Circusbenodigdheden
De tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer, zomede de
wederuitvoer en de tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van wederinvoer,
zomede de wederinvoer van dieren, behorende tot circussen, en van het
voor deze dieren bestemde voeder, hetwelk bij dezelfde gelegenheid wordt
in- of uitgevoerd, voor zover deze dieren en dat voeder bij de invoer
met vrijstelling van invoerrecht worden toegelaten.
XV. Landbouwgoederen voor tentoonstellingen
De tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer, zomede de
wederuitvoer en de tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van wederinvoer,
zomede de wederinvoer van landbouwgoederen, bestemd voor
tentoonstellingen en soortgelijke manifestaties, voor zover zij bij de
invoer met vrijstelling van invoerrecht worden toegelaten.
XVI. Handelsmonsters
Onder handelsmonsters worden te dezen verstaan landbouwgoederen, die
naar het oordeel van de ambtenaar als handelsmonsters vallen aan te
merken.
a. De invoer en uitvoer van handelsmonsters, voor zover de waarde
niet meer bedraagt dan f 225,– per zending.
b. De tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer, zomede
de wederuitvoer van verzamelingen handelsmonsters, voor zover
daarvoor bij de invoer vrijstelling van invoerrecht wordt verleend.
c. De tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van wederinvoer, zomede
de wederinvoer van verzamelingen handelsmonsters door in Nederland
woonachtige handelsreizigers, fabrikanten en handelaren, voor zover
daarvoor bij de wederinvoer vrijstelling van invoerrecht wordt
verleend.
XVII. Misgezonden landbouwgoederen
De wederinvoer resp. wederuitvoer van landbouwgoederen met het
uitsluitende doel een door een vervoeronderneming bij de voorafgaande
uitvoer resp. invoer gemaakte fout te herstellen, voor zover deze
landbouwgoederen bij de invoer met vrijstelling van invoerrecht worden
toegelaten.
XVIII. Nagezonden landbouwgoederen
De invoer en uitvoer van landbouwgoederen van bijkomstige aard,
waarvan ten genoegen van de ambtenaar wordt aannemelijk gemaakt dat zij
behoren bij kort tevoren ingevoerde resp. uitgevoerde landbouwgoederen
doch abusievelijk of ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet
daarbij werden gevoegd.
XIX. Benodigdheden bij vervoer van dieren
De invoer en uitvoer van voeder en vervoersbenodigdheden, in te
voeren resp. uit te voeren dieren vergezellende, in soorten en tot
hoeveelheden die naar het oordeel van de ambtenaar als normaal vallen
aan te merken.
XX. Provisie aan boord van schepen en luchtvaartuigen c.q. aanwezig
in restauratierijtuigen
a. de tijdelijke invoer onder voorwaarde van wederuitvoer en de
wederuitvoer van provisie aan boord van zee- of binnenschepen en
luchtvaartuigen, voor zover deze bij de invoer met vrijstelling van
invoerrecht wordt toegelaten, zomede de invoer van zich aan boord van
bedoelde vervoermiddelen bevindende provisie, welke kennelijk eerder
is uitgevoerd.
b. De invoer van provisie, door de opvarenden te gebruiken aan
boord van zee- of binnenschepen en luchtvaartuigen tijdens het
verblijf hier te lande, voor zover de aard en hoeveelheden naar het
oordeel van de ambtenaar in overeenstemming zijn met het normaal
gebruik.
c. De uitvoer van provisie, zich bevindende aan boord van zee- of
binnenschepen en luchtvaartuigen, voor zover de aard en hoeveelheden
naar het oordeel van de ambtenaar in overeenstemming zijn met het
normaal gebruik.
d. De invoer en uitvoer van provisie, aanwezig in
restauratierijtuigen van internationale treinen, voor zover de aard en
hoeveelheden naar het oordeel van de ambtenaar in overeenstemming zijn
met het normaal gebruik.
XXI. Provisie en andere landbouwgoederen voor in het buitenland
verkerende Nederlandse schepen en luchtvaartuigen
De uitvoer van provisie en andere landbouwgoederen, door of in,
opdracht van binnenlandse rederijen of luchtvaartmaatschappijen
verzonden voor gebruik aan boord van haar in het buitenland verkerende
zee- of binnenschepen resp. luchtvaartuigen, voor zover de aard en
hoeveelheden naar het oordeel van de ambtenaar in overeenstemming zijn
met het normaal gebruik.
XXII. Provisie en andere landbouwgoederen, door binnenlandse
aannemingsmaatschappijen benodigd voor door haar in het buitenland uit
te voeren werken
De uitvoer van door Nederlandse aannemingsmaatschappijen verzonden
landbouwgoederen, voor gebruik in het buitenland ten behoeve van het
zich aldaar bevindend personeel.
XXIII. Kleine zendingen
a. De invoer van zendingen tot een waarde van f 225,– zulks met
inachtneming van de volgende bepalingen:
1. De vrijstelling geldt slechts:
* voor reclame-artikelen;
* voor aan particulieren toegezonden goederen, voor zover deze
naar het oordeel van de ambtenaar kunnen worden aangemerkt als
niet bestemd te zijn voor wederverkoop.
2. De zendingen mogen bruto niet meer wegen dan 5 kg.
b. De uitvoer van zendingen tot een waarde van f 225,– zulks met
inachtneming van de volgende bepalingen:
1. Op de buitenverpakking van de zendingen moet de inhoud daarvan
duidelijk zijn aangegeven.
2. De zendingen mogen:
a) niet inhouden: bloembollen, bloem- en boomkwekerijprodukten;
b) niet meer wegen dan 5 kg.
XXIV. Zeevis en garnalen
De invoer van:
a. zeevis of delen daarvan, vers, gekoeld, bevroren en/of
gezouten, zomede van garnalen, vers, enkel gekookt in water en/of
gekoeld, gevangen door in het binnenland gedomicilieerde
vissersschepen en met de afslag als bestemming aangevoerd;
b. zeevis, vers of gekoeld, gevangen door niet in het binnenland
gedomicilieerde vissersschepen en met de afslag als bestemming
aangevoerd, voor zover bij verdrag is overeengekomen dat directe
aanlandingen zijn toegestaan;
c. zeevis, vers of gekoeld, zomede van garnalen vers, enkel
gekookt in water en/of gekoeld, in geval van noodaanlandingen door
niet in het binnenland gedomicilieerde vissersschepen en met de
afslag als bestemming aangevoerd.
XXV. Hoefijzerverkeer
De tijdelijke uitvoer onder voorwaarde van wederinvoer, zomede de
wederinvoer van landbouwgoederen die over zee of over vreemd grondgebied
van de ene naar de andere binnenlandse plaats worden vervoerd onder
dekking van een z.g. kustpaspoort, mits de aangever in Nederland
woonachtig of gevestigd is.
XXVI. Landbouwgoederen van binnenlandse herkomst
De wederinvoer van landbouwgoederen die herkend worden als tevoren
tijdelijk te zijn uitgevoerd en bij hun wederinvoer met gehele
vrijstelling van invoerrecht worden toegelaten, mits het voornemen tot
wederinvoer bij de uitvoer op het douanedocument tot uitdrukking is
gebracht.
Behoort bij de Vrijstellingsbeschikking
klein grensverkeer landbouwgoederen 1981.
Mij bekend,
de Minister van Landbouw en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
Patijn.
|