St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken

 

BESLUIT  EX  ARTIKEL  9  INSTELLINGSWET  PRODUCTSCHAP  VOOR  GEDISTILLEERDE  DRANKEN

Tekst zoals deze geldt op 8 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

 

 

 
BESLUIT van 18 Juni 1955, houdende uitvoering van artikel 9 van de Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie van 24 Maart 1955, nr. B. 2496, Dir. W.J.A., van Economische Zaken van 24 Maart 1955, nr. 23479, Dir. W.J.A., en van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 24 Maart 1955, nr. J. 1085, Afd. W.J.Z.;
     Overwegende, dat het wenselijk is te bepalen in welke gevallen Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening voor de toepassing van de Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken (Stb. 1954, 450) en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) ten aanzien van het Productschap voor Gedistilleerde Dranken mede als betrokken Minister wordt aangemerkt;
     Gelet op artikel 9 van eerstgenoemde wet;
     De Raad van State gehoord (advies van 19 April 1955, nr. 49);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers onderscheidenlijk van 13 Juni 1955, nr. B. 2638, Dir. W.J.A., van 13 Juni 1955, nr. 23480, Dir. W.J.A., en van 13 Juni 1955, nr. J. 1086, Afd. W.J.Z.;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Voor de toepassing van de Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken (Stb. 1954, 450) en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) ten aanzien van het Productschap voor Gedistilleerde Dranken wordt Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft verordeningen, die regelen inhouden, welke de afzetmogelijkheden voor agrarische grondstoffen van spiritus, moutwijn of gedistilleerde dranken beperken.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip van in werking treden van de Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken.

 

 

     Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken en van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

Soestdijk, 18 Juni 1955

 

JULIANA

 

De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
A.C. de Bruijn

De Minister van Economische Zaken,
J. Zijlstra

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,
Mansholt

 

Uitgegeven de vijftiende Juli 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x