St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Instellingswet Productschap voor Siergewassen

 

BESLUIT  EX  ARTIKEL  11  INSTELLINGSWET  PRODUCTSCHAP  VOOR  SIERGEWASSEN

Tekst zoals deze geldt op 8 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 18 Juni 1955, houdende uitvoering van artikel 11 van de Instellingswet Productschap voor Siergewassen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie van 24 Maart 1955, nr. B. 2496, Dir. W.J.A., van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 24 Maart 1955, nr. J. 1085, Afd. W.J.Z., en van Economische Zaken van 24 Maart 1955, nr. 23479, Dir. W.J.A.;
     Overwegende, dat het wenselijk is te bepalen in welke gevallen Onze Minister van Economische Zaken voor de toepassing van de Instellingswet Productschap voor Siergewassen (Stb. 1954, 447) en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) ten aanzien van het Productschap voor Siergewassen mede als betrokken Minister wordt aangemerkt;
     Gelet op artikel 11 van eerstgenoemde wet;
     De Raad van State gehoord (advies van 19 April 1955, nr. 49);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers onderscheidenlijk van 13 Juni 1955, nr. B. 2638, Dir. W.J.A., van 13 Juni 1955, nr. J. 1086, Afd. W.J.Z., en van 13 Juni 1955, nr. 23480, Dir. W.J.A.;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Voor de toepassing van de Instellingswet Productschap voor Siergewassen (Stb. 1954, 447) en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) ten aanzien van het Productschap voor Siergewassen wordt Onze Minister van Economische Zaken mede als betrokken Minister aangemerkt, voor zoveel betreft:

a. verordeningen, die bindende regelen inhouden voor het hoveniersbedrijf of de detailhandel in siergewassen;

b. verordeningen, die regelen inhouden, welke de mededinging beperken tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de handel in bloembollen, de groothandel in bloemkwekerijproducten of de handel in boomkwekerijproducten.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip van in werking treden van de Instellingswet Productschap voor Siergewassen.

 

 

     Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Economische Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

Soestdijk, 18 Juni 1955

 

JULIANA

 

De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
A.C. de Bruijn

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,
Mansholt

De Minister van Economische Zaken,
J. Zijlstra

 

Uitgegeven de vijftiende Juli 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x