| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Intrekkingswet
Beleggingswet
UITVOERINGSREGELING
BELEGGINGEN IOF EN OFB
Tekst zoals deze geldt op
24 juli 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met de Minister
van Financiën;
Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet van
8 december 1988, Stb. 1988, 582;
De Sociale Verzekeringsraad gehoord (advies van
5 mei 1988);
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder
fonds:
het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds, bedoeld en de
Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205), en het
Ouderdomsfonds B,
bedoeld in de Ouderdomswet 1919 (Stb. 1919, 628).
Artikel 2
De Sociale Verzekeringsraad wordt in zijn toezichthoudende taak op de
beleggingen van de fondsen geadviseerd en bijgestaan door de
beleggingscommissie als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van het
Besluit beleggingsvoorschriften sociale verzekeringsfondsen (Stcrt.
1982, 150).
Paragraaf 2. Beleggingen
Artikel 3
1. Belegging in schuldbrieven is
toegestaan, mits die schuldbrieven luiden in Nederlands courant en
hetzij zijn uitgegeven ten laste van hetzij rechtstreeks, volledig en
onvoorwaardelijk voor rente en aflossing zijn gewaarborgs door:
a. de Nederlandse Staat;
b. een Nederlands openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid
anders dan de Staat;
c. een internationaal lichaam, waarin de Nederlandse Staat, te
zamen met andere Staten deelneemt.
2. Belegging in schuldbrieven is voorts toegestaan in
schuldbrieven die luiden in Nederlands courant en zijn uitgegeven ten
laste van een in Nederland gevestigde maatschappij naar Nederlands
recht.
Artikel 4
1. Voor belegging in onderhandse geldleningen is artikel 3 van
overeenkomstige toepassing.
2. Belegging is bovendien toegestaan in onderhandse geldleningen
die zijn uitgegeven ten laste van een natuurlijke persoon, mits deze
leningen op het moment van verstrekking volledig gewaarborgd zijn door
het recht van hypotheek op onroerende goederen in Nederland gelegen, en
luiden in Nederlands courant.
Artikel 5
Belegging is toegestaan in aandelen en certificaten van aandelen,
genoteerd aan een officiële beurs, luidend in Nederlands courant en
uitgegeven door een in Nederland gevestigde maatschappij naar Nederlands
recht.
Artikel 6
Belegging in onroerende goederen is toegestaan in onroerend goed in
Nederland gelegen.
Artikel 7
Belegging op termijn van twee jaren of korter is voorts toegestaan in
bankdeposito's, die worden aangehouden bij een in Nederland gevestigde
geregistreerde kredietinstelling, mits deze bankdeposito's luiden in
Nederlands courant.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 8
Beleggingen die zijn verricht voor het tijdstip van inwerkingtreding
van deze regeling en die niet overeenstemmen met de in deze regeling
vervatte regels moeten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze
regeling hetzij te gelde worden gemaakt hetzij in overeenstemming met
deze regels worden gebracht.
Artikel 9
Deze regeling, die in de
Nederlandse Staatscourant wordt
geplaatst, treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 8
december 1988 (Stb. 1988, 562) tot intrekking van de
Beleggingswet, in werking treedt.
Artikel 10
Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling
beleggingen IOF en OFB.
's-Gravenhage, 29 december 1988.
De Staatssecretaris voornoemd,
L. de Graaf.
|
|
|