| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de stads- en
dorpsvernieuwing (Wsdv)
BESLUIT
OP DE STADS- EN DORPSVERNIEUWING
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 24 oktober 1984 tot uitvoering van de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 23 juli 1984, nr. MJZ 2374020, Centrale
Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 4, derde en vierde lid,
39, derde, vierde en zevende lid, 40, tweede lid, 42, 43 en 53 van de
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing (Stb. 1984, 406);
De Raad van State gehoord, advies van 17
oktober 1984, nr. W08.84.0399/14.4.42;
Gezien het nader rapport van voornoemde
Staatssecretaris van 22 oktober 1984, nr. MJZ 2204037, Centrale Directie
Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1.
Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt
verstaan onder:
de wet: de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing;
Onze Minister: Onze
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
[Vervallen per 01-02-1998]
Artikel 3
[Vervallen per 01-02-1998]
Hoofdstuk 3
Artikel 4
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 4a
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 4b
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 5
[Vervallen per 22-12-2000]
Hoofdstuk 4
Artikel 6
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 6a
[Vervallen per 22-12-2000]
Hoofdstuk 5.
Regelen omtrent het sparen in stadsvernieuwingsfondsen
Artikel 7
| 1. |
Een
stadsvernieuwingsfonds mag, behoudens op een daartoe
strekkend verzoek van burgemeester en wethouders of
Gedeputeerde Staten door Onze Minister met toepassing
van de wet verleende vrijstelling, ten hoogste een
bedrag bevatten, gelijk aan vier maal het bedrag van de
krachtens de wet aan de gemeente of provincie
uitgekeerde jaarlijkse bijdrage.
|
| 2. |
De stand van
het stadsvernieuwingsfonds aan het einde van het
kalenderjaar en het bedrag van de over datzelfde
kalenderjaar krachtens de wet aan de gemeente of
provincie uitgekeerde jaarlijkse bijdrage, vermeerderd
met de bedragen van de betrokken bijdragen over de drie
onmiddellijk daaraan voorafgaande kalenderjaren, zijn
bepalend bij de vaststelling of het in het eerste lid
gestelde maximum wordt overschreden.
|
| 3. |
Indien en
zodra Onze Minister van oordeel is of vermoedt, dat het
in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden,
stelt hij het college van burgemeester en wethouders of
gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een door
hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze
nadere inlichtingen te verstrekken en een zienswijze
naar voren te brengen over verlaging of stopzetting van
de jaarlijkse bijdrage.
|
| 4. |
Onze Minister
maakt zijn besluit omtrent verlaging of stopzetting van
de jaarlijkse bijdrage bekend binnen vier weken nadat
het betrokken bestuur gevolg heeft gegeven aan het derde
lid, of, indien dat bestuur niet binnen de krachtens dat
lid gestelde termijn gevolg geeft aan dat lid, binnen
vier weken na het verloop van die termijn. Het besluit
wordt van kracht op 1 januari van het kalenderjaar dat
volgt op dat waarin het besluit is genomen.
|
| 5. |
Onze Minister
kan een besluit tot verlaging of stopzetting van de
jaarlijkse bijdrage intrekken na een daartoe strekkend
verzoek van het college van burgemeester en wethouders
of gedeputeerde staten. De intrekking wordt van kracht
op 1 januari van een door Onze Minister daarbij te
bepalen kalenderjaar.
|
Artikel 8
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 9
Indien burgemeester en
wethouders of Gedeputeerde Staten een verzoek hebben ingediend
tot het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, stelt Onze Minister het college van burgemeester en
wethouders of gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een
door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze
nadere inlichtingen te verstrekken. Artikel 7, vierde en vijfde
lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 11
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 12
De middelen die
ingevolge besluiten tot verlaging of stopzetting van een
jaarlijkse bijdrage beschikbaar komen bij het Rijk, worden
toegevoegd aan de jaarlijkse bijdragen voor de door die
besluiten niet getroffen gemeenten en provincies, waarbij het
percentage wordt toegepast dat ingevolge artikel 4, zoals dat
luidde op 31 december 1999, laatstelijk voor die toevoeging is
toegepast bij het berekenen van het bedrag, bedoeld in artikel
39, derde of vierde lid, van de wet zoals dat artikel op
31 december 1999 luidde.
Hoofdstuk 6.
De verslaglegging
Artikel 13
- 1.
- Het door burgemeester en
wethouders en Gedeputeerde Staten ingevolge artikel
42 van de wet, zoals dat luidde op 31 december 1999,
uit te brengen verslag over de besteding van de uit de
jaarlijkse bijdragen ontvangen gelden en over de stand van
het stadsvernieuwingsfonds, is schriftelijk, wordt ingericht
overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage I en
vermeldt alle in die bijlage gevraagde gegevens.
- 2.
- Onze Minister kan nadere
aanwijzingen geven ten aanzien van de wijze waarop de in het
eerste lid bedoelde gegevens moeten worden vermeld.
- 3.
- De accountantsverklaring,
bedoeld in artikel 42,
tweede volzin, van de wet, zoals die volzin luidde op
31 december 1999, wordt opgesteld met inachtneming van de
bij dit besluit behorende bijlage II. De verklaring gaat
vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in punt 3
van het onderdeel, getiteld «Richtlijnen», van die
bijlage, indien een zodanig rapport is opgesteld.
- 4.
- In een bijlage van of
toelichting op het verslag vermelden burgemeester en
wethouders en Gedeputeerde Staten al hetgeen zij nodig of
nuttig achten voor een juiste beoordeling van het verslag.
- 5.
- Onze Minister kan een controle
doen instellen op de gegevens die vermeld zijn in het
verslag, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 14
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 15
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 16
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 17
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 17a
[Vervallen per 01-01-1995]
Artikel 17b
[Vervallen per 01-01-1995]
Hoofdstuk 7.
Slotbepalingen
Artikel 18
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 19
[Vervallen per 22-12-2000]
Artikel 20
- 1.
- Dit besluit treedt in werking
tegelijk met de Wet op de
Stads- en dorpsvernieuwing.
- 2.
- Het kan worden aangehaald als
Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal
worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 24 oktober 1984
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
G.Ph. Brokx
Uitgegeven de dertigste
oktober 1984
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
Bijlage I bij artikel
13, eerste lid, van het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
VERSLAG OMTRENT
STADSVERNIEUWING van de gemeente/provincie over het jaar 200.
| A.
BESTEDINGEN (lasten/uitgaven) |
| |
|
| 1. Totale
stadsvernieuwingsuitgaven |
..... |
| |
|
| B.
ONTVANGSTEN/UITGAVEN STADSVERNIEUWINGSFONDS |
| |
|
| 2. Saldo
stadsvernieuwingsfonds per 31 december voorgaand jaar |
..... |
| 3. Toegevoegde
bespaarde rente (...%) |
..... |
| 4. Stortingen in
stadsvernieuwingsfonds in lopend jaar |
..... |
| 4.1. waarvan uit
rijksbijdrage... |
|
| 4.2. waarvan
door gemeente/provincie... |
|
| 5. Onttrekkingen
stadsvernieuwingsfonds in lopend jaar |
..... |
| 6. Saldo
stadsvernieuwingsfonds per 31 december lopend jaar |
..... |
Bijlage II bij artikel 13, derde
lid, van het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
Protocol ten aanzien
van accountantsverklaringen bij gemeentelijke en provinciale
verslagen in het kader van de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing
Specifiek van toepassing
zijnde regelgeving
*. Wet van 5 september
1984, houdende regelen ter bevordering van de stads-en
dorpsvernieuwing (Wet op de
stads- en dorpsvernieuwing), zoals deze luidde op 31
december 1999
*. Besluit van 24
oktober 1984 tot uitvoering van de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing (Besluit op de stads- en
dorpsvernieuwing), zoals nadien gewijzigd
Richtlijnen
- 1.
- De
accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de
vaststelling van de rechtmatige besteding van de bijdrage.
- 2.
- De accountant
controleert bij een verslag als bedoeld in artikel
42 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, in elk
geval of:
- -
- de uitgaven
aan stads- en dorpsvernieuwing als bedoeld in artikel
1, eerste lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing,
zijn gedaan op basis van een rechtsgeldig besluit van de
gemeenteraad of een daarop gebaseerd rechtsgeldig besluit
van burgemeester en wethouders, dan wel op basis van een
rechtsgeldig besluit van Provinciale Staten of een daarop
gebaseerd rechtsgeldig besluit van Gedeputeerde Staten,
- -
- de uitgaven
die zijn gedaan in de vorm van bijdragen aan natuurlijke
of rechtspersonen, dan wel gemeenten, zijn gedaan
overeenkomstig een verordening als bedoeld in artikel
41, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op de
stads- en dorpsvernieuwing, en
- -
- niet in
strijd met artikel 41a,
tweede lid, eerste volzin, en derde lid, van de Wet op de
stads- en dorpsvernieuwing is gehandeld.
Overige
kwantitatieve gegevens, onder meer aantallen, worden door de
accountant op aannemelijkheid beoordeeld.
- 3.
- Afwijkingen ten
opzichte van hetgeen onder de punt 2 is vermeld, worden in een
rapport van bevindingen bij de accountantsverklaring tot
uitdrukking gebracht. Indien de rechtmatigheid niet voldoende
gewaarborgd is, geeft hij daarin tevens een oordeel over de
mate waarin de financiële processen op orde zijn.
- 4.
- Een goedkeurende
accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in
deze bijlage opgenomen model. Een accountantsverklaring kan
slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de
accountant fouten met betrekking tot de ten laste van het
stadsvernieuwingsfonds aangegane verplichtingen dan wel de ten
laste van dat fonds gedane uitgaven een percentage van één,
uitgedrukt in geldeenheden, niet overschrijden alsmede de
getrouwheid van het verslag is vastgesteld. Dit percentage kan
bij ministeriële regeling worden gewijzigd. De accountant
wordt hierbij de vrijheid gelaten een zodanige combinatie van
controlemaatregelen te kiezen dat hij in staat is zich een
gefundeerd oordeel te vormen. Om deze reden is dan ook geen
norm gesteld voor de (statistische) betrouwbaarheid van zijn
uitspraken.
- 5.
- Een
accountantsverklaring die niet goedkeurend is, sluit zo veel
mogelijk aan op de indeling die in het in deze bijlage
opgenomen model is gegeven, en wordt ingericht met
inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut
van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels
voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse
Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde
gedrags- en beroepsregels voor
accountants-administratieconsulenten.
Model
van een goedkeurende accountantsverklaring bij het verslag,
bedoeld in artikel 42 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
Wij hebben het in artikel
42 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing bedoelde
verslag (indien het verslag betrekking heeft op een later jaar dan
1999, achter «Wet op de stads-
en dorpsvernieuwing» invoegen: zoals die luidde op 31
december 1999) van de gemeente ........./de provincie .... d.d.
......... gecontroleerd met inachtneming van het Protocol,
opgenomen in bijlage II bij het Besluit op de stads- en
dorpsvernieuwing.
Op grond van dit
onderzoek zijn wij van oordeel dat de in dit verslag opgenomen
stand van het stadsvernieuwingsfonds per 1 januari 20.. ten
bedrage van € ......, de inkomsten van in totaal € ...... en
de uitgaven van in totaal € ...... in het jaar 20.. en derhalve
de stand van het stadsvernieuwingsfonds per 31 december 20.. ten
bedrage van € ...... juist zijn, en dat bij de besluiten tot
verlening van bijdragen uit dat fonds de bij en krachtens de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing gestelde voorwaarden zijn
nageleefd.
Deze verklaring wordt
afgegeven ten behoeve van burgemeester en wethouders van de
gemeente ........., of Gedeputeerde Staten van de provincie ... .
(plaatsnaam, datum)
(naam
accountantsdienst/kantoor, ondertekening)
Bijlage III
[Door
vernummering is deze bijlage vervallen]
|
|
|