BESLUIT van 13 december 2000, houdende aanpassing van
een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoering
van de Wet stedelijke vernieuwing (Invoeringsbesluit Wet stedelijke
vernieuwing)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 19 oktober 2000, nr. MJZ2000125013,
Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 9, eerste lid, en 14,
eerste lid, van de Invoeringswet Wet stedelijke vernieuwing, 89, derde
lid, 129 en 174 van de Wet geluidhinder en 15.13, eerste lid, van de Wet
milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 24
november 2000, nr. W08.00.0490/V);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer van 7 december 2000, nr. MJZ2000147352, Centrale Directie
Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Besluit woninggebonden
subsidies 1995
Artikel 1
[Wijzigt het Besluit woninggebonden subsidies 1995]
Artikel 2
1. Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling
gestelde regels geldelijke steun verstrekken voor andere doeleinden,
de volkshuisvesting betreffende, dan de doeleinden waarvoor op voet
van hoofdstuk III van het Besluit woninggebonden subsidies 1995, zoals
dat luidde op 31 december 1999, geldelijke steun kon worden verstrekt.
Van deze bevoegdheid kan slechts gebruik worden gemaakt, voorzover het
betreft geldelijke steun welke onmiddellijk voorafgaand aan de
inwerkingtreding van dit besluit in een ministeriële regeling die
berustte op artikel 33 van voornoemd besluit, was geregeld.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid bevat
in elk geval regels inzake:
a. de doeleinden waarvoor de geldelijke steun kan worden verstrekt;
b. degenen aan wie de geldelijke steun kan worden verstrekt;
c. de wijze van aanvragen van de geldelijke steun;
d. de bij de aanvraag over te leggen gegevens en bescheiden;
e. de termijnen voor de beslissing omtrent de aanvraag;
f. de gronden om geldelijke steun niet te verstrekken;
g. de voorwaarden of verplichtingen die gelden bij het verstrekken
van de geldelijke steun;
h. de totstandkoming van het bedrag van de geldelijke steun;
i. de termijnen voor de beslissing omtrent de vaststelling van de
geldelijke steun;
j. de wijze en het tijdstip of de tijdstippen van uitbetalen van de
geldelijke steun;
k. de vaststelling van het plafond van de te verstrekken geldelijke
steun en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag.
3. Indien geldelijke steun als bedoeld in het eerste lid anders
dan op aanvraag wordt verstrekt, bevat de daarop betrekking hebbende
ministeriële regeling, in plaats van regels inzake de onderwerpen,
genoemd in het tweede lid, onderdelen c tot en met f, regels inzake de
wijze waarop die verstrekking plaatsvindt.
4. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit
berusten de ministeriële regelingen die onmiddellijk daaraan
voorafgaand berustten op artikel 33 van het Besluit woninggebonden
subsidies 1995, op het eerste lid van dit artikel.
Artikel 3
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in
afwijking van artikel 19 van het Besluit woninggebonden subsidies
1995, zoals dat luidde op 31 december 1999, de voorwaarde geldt dat op
zodanige wijze subsidie ten laste van de toegekende budgetten voor het
jaar 2000 wordt verstrekt voor, of op een zodanige wijze ten laste van
die budgetten wordt besloten tot, het bouwen van woningen,
standplaatsen of woonwagens, of voor het treffen van ingrijpende
voorzieningen aan woningen in de zin van dat besluit, dat op 31
december van dat jaar niet meer resteert dan een bedrag ter hoogte van
het budget dat is toegekend ter uitvoering van het programma voor het
jaar 1999. Een zodanige regeling is niet van toepassing op ontvangers
voor welke zij tot gevolg zou hebben dat het ten hoogste toegestane
resterende bedrag lager is dan het ingevolge artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, van het Besluit woninggebonden subsidies 1995, zoals dat
luidde op 31 december 1999, ten hoogste toegestane resterende bedrag.
Een regeling als bedoeld in de eerste volzin kan slechts worden
vastgesteld, indien verschillende ontvangers, wegens een beperkte
beschikbaarheid van bouwrijpe grond op locaties die bestemd zijn voor
de bouw van woningen, naar het oordeel van Onze Minister
redelijkerwijs niet kunnen slagen in het zodanig besteden van de hen
op voet van het Besluit woninggebonden subsidies 1995 toegekende
budgetten, dat zij voldoen aan artikel 19, eerste lid, onderdeel a,
van het Besluit woninggebonden subsidies 1995, zoals dat luidde op 31
december 1999.
2. Met ingang van 1 januari 2000 berust de Regeling van de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer van 30 november 1999, nr. MJZ1999230429, houdende
toepassing van artikel 19, tweede lid, van het Besluit woninggebonden
subsidies 1995 (verhoging van het toegestane restantbedrag aan het einde
van het jaar) (Stcrt. 237) op het eerste lid van dit artikel.
§ 2. Besluit locatiegebonden subsidies
Artikel 4
[Wijzigt het Besluit locatiegebonden subsidies]
§ 3. Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
Artikel 5
[Wijzigt het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing]
§ 4. Milieubesluiten
Artikel 6
[Wijzigt het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer]
Artikel 7
Ten aanzien van de vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel 6 verleende subsidies terzake van de kosten van geluidwerende
maatregelen aan woningen blijft het bij of krachtens het Subsidiebesluit
openbare lichamen milieubeheer bepaalde, zoals dat laatstelijk luidde
voor bedoeld tijdstip, van toepassing.
Artikel 8
[Wijzigt het Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998]
Artikel 9
Ten aanzien van voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 8
vastgestelde saneringsprogramma's als bedoeld in het Saneringsbesluit
geluidhinder wegverkeer 1998 blijft het bij of krachtens genoemd besluit
bepaalde, zoals dat laatstelijk luidde voor bedoeld tijdstip, van
toepassing.
§ 5. Overige besluiten
Artikel 10
[Wijzigt het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand]
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer]
§ 6. Slotbepalingen
Artikel 12
De teksten van de volgende algemene maatregelen van bestuur worden in
het Staatsblad geplaatst:
a. het Besluit woninggebonden subsidies 1995;
b. het Besluit locatiegebonden subsidies;
c. het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt met uitzondering van de artikelen 6 tot
en met 9 in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt, met
uitzondering van artikel 1, onderdeel M, terug tot en met 1 januari
2000.
2. De artikelen 6 tot en met 9 treden in werking met ingang van 1
januari 2001.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Invoeringsbesluit Wet stedelijke
vernieuwing.
[Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal
worden gezonden aan de Raad van State, red.]
's-Gravenhage, 13 december 2000
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
J.W. Remkes
Uitgegeven de eenentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage
[Wijzigt het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing]