| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Invorderingswet 1990
(Iw 1990)
UITVOERINGSREGELING
INLENERS-, KETEN- EN OPDRACHTGEVERSAANSPRAKELIJKHEID
2004
Tekst zoals deze geldt op
29 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december
2003, nr. SV/F&W/03/95330, tot vaststelling van de
Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid
2004
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van
Financiën;
Gelet op de artikelen 16a, tiende lid,
16b, vijfde en achtste lid, en 16bb, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering en de artikelen 34, zesde lid, 35,
vijfde lid, 35a, vierde lid, en 35b van de Invorderingswet
1990;
Besluiten:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Invorderingswet: de Invorderingswet 1990;
b. uitlener: een inhoudingsplichtige of werkgever als bedoeld in
artikel 34, eerste lid, van de Invorderingswet ;
c. inlener: een inlener als bedoeld in artikel 34, eerste en
tweede lid, van de Invorderingswet;
d. confectie-aannemer: een aannemer als bedoeld in artikel 35a,
eerste lid, van de Invorderingswet;
e. aannemer: een aannemer als bedoeld in artikel 35, eerste lid,
van de Invorderingswet die zijn bedrijf niet maakt van het
vervaardigen of laten vervaardigen van kleding, andere dan
schoeisel;
f. opdrachtgever: een opdrachtgever als bedoeld in artikel 35a,
tweede lid, van de Invorderingswet en de daarmee op grond van de
artikel 35a, derde lid, van de Invorderingswet gelijk te stellen
bedrijfsmatig handelende koper van nog geheel of gedeeltelijk te
vervaardigen kleding, andere dan schoeisel;
g. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het
financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen;
h. ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel i, van de Invorderingswet;
i. loonbelasting: de loonbelasting en de premies voor de sociale
verzekeringen die gelijktijdig worden geheven met de loonbelasting,
een en ander voorzover verband houdend met de terbeschikkingstelling
van arbeidskrachten of met het uitvoeren van een werk als bedoeld in
de artikelen 34, 35 en 35a van de Invorderingswet;
j. omzetbelasting: de omzetbelasting met betrekking tot de
terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;
k. g-rekening: een geblokkeerde rekening, zijnde een rekening als
bedoeld in de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde lid, van de
Invorderingswet, welke door een uitlener, een onderaannemer of een
confectie-aannemer, bij een bank wordt gehouden en waarvan de saldi
uitsluitend bestemd zijn voor betaling van door de uitlener,
onderaannemer of die confectie-aannemer verschuldigde loonbelasting
en omzetbelasting, in verband waarmee op die saldi ten behoeve van
de ontvanger een pandrecht is gevestigd;
l. rekeninghouder: de houder van een g-rekening;
m. g-rekeningovereenkomst: een conform de bijlage bij deze
regeling gesloten overeenkomst met betrekking tot het openen en
gebruiken van een g-rekening en het vestigen van een pandrecht op
die rekening als bedoeld in onderdeel k;
Artikel 2. Voorwaarden medewerking totstandkoming
g-rekeningovereenkomst
1.De ontvanger verleent zijn medewerking aan de totstandkoming van
een een g-rekeningovereenkomst op schriftelijk verzoek van:
a. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het in aanneming of
in onderaanneming verrichten van werk als bedoeld in artikel 35a
van de Invorderingswet;
b. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het in
onderaanneming verrichten van werk en inhoudingsplichtige is in de
zin van de Wet op de loonbelasting 1964;
c. de uitlener die zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel;
d. de doorlener, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de
Invorderingswet;
e. degene die op korte termijn de hoedanigheid zal verwerven
van ondernemer als bedoeld in de onderdelen a of b, uitlener als
bedoeld in onderdeel c of doorlener als bedoeld in onderdeel d;
f. de ondernemer die zijn bedrijf maakt van het opleiden van
leerlingen die bij hem dienst zijn en die deze leerlingen in het
kader van hun opleiding tegen vergoeding uitleent.
2.De ontvanger verleent voorts zijn hun medewerking aan het tot
stand komen van een g-rekeningovereenkomst op schriftelijk verzoek van
de entiteit die een samenwerkingsverband vormt of op korte termijn zal
vormen van ondernemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b,
mits iedere van dit samenwerkingsverband deel uitmakende ondernemer
reeds afzonderlijk een g-rekeningovereenkomst is aangegaan.
Artikel 3. Bedrijfsmatig handelende koper van op termijn te leveren
kleding
Artikel 35, vijfde lid, van de Invorderingswet is van toepassing ten
aanzien van degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening
van zijn bedrijf kleding, andere dan schoeisel, koopt en op het tijdstip
van de koop van op termijn te leveren kleding, andere dan schoeisel,
niet weet of redelijkerwijs niet behoort te weten dat die kleding reeds
geheel of gedeeltelijk is vervaardigd.
Artikel 4. Weigering medewerking
De ontvanger weigert zijn hun medewerking te verlenen aan het tot
stand komen van een g-rekeningovereenkomst, indien:
a. met de ondernemer reeds een g-rekeningovereenkomst is
gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van
meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
of
b. gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening
zal worden gemaakt.
Artikel 5. Bewaren g-rekeningovereenkomst
Het door partijen getekende exemplaar van de g-rekeningovereenkomst
wordt door de bank bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in
ieder geval gedurende zeven jaren. De bank verschaft de andere partijen
een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste zin is artikel 52,
vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Vereisten vrijwarende betaling op de g-rekening
1. Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de
toepassing van de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde lid, van de
Invorderingswet in aanmerking genomen indien:
a. de factuur welke de uitlener, de onderaannemer of de
confectie-aannemer ter zake van de door hem aan de inlener,
aannemer of opdrachtgever geleverde prestatie of prestaties heeft
doen toekomen, voldoet aan de eisen, voorzover toepasselijk, die
artikel 35a van de Wet op de omzetbelasting 1968 daaraan stelt
alsmede de vermelding bevat van:
1°. het nummer of het kenmerk, voorzover aanwezig, van de
overeenkomst ingevolge welke de uitlener, de onderaannemer of
de confectie-aannemer de gefactureerde prestatie of prestaties
heeft verricht;
2°. het tijdvak of de tijdvakken waarin die prestatie of
prestaties zijn verricht; en
3°. de benaming(en) of kenmerk(en) van het werk, waarop de
betaling betrekking heeft;
b. die betaling vergezeld gaat van de vermelding van het nummer
van de factuur en voorzover toepasselijk tevens van een ander
onderscheidend op die factuur vermeld kenmerk, waarbij het nummer
van de factuur of dit nummer tezamen met een aanvullend kenmerk
een uniek identificatiegegeven vormt waarmee die factuur terstond
of vrijwel terstond kan worden teruggevonden in de administratie
van de inlener, aannemer of opdrachtgever;
c. de administratie van de inlener, aannemer of opdrachtgever
zodanig is ingericht en zodanig wordt gevoerd dat daarin terstond
of vrijwel terstond kan worden teruggevonden:
1°. de overeenkomst of de inhoud daarvan, ingevolge welke
de uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer de in
onderdeel a bedoelde prestatie of prestaties heeft verricht;
2°. de gegevens inzake de nakoming van die overeenkomst
met inbegrip van, naar de eisen van hun bedrijf, een
registratie van de personen die zijn ingeleend of werk in
(onder)aanneming hebben verricht en van de dagen waarop en de
uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben
verricht in verband waarmee voor de inlener en aannemer
aansprakelijkheid bestaat ingevolge artikel 34
onderscheidenlijk artikel 35 van de Invorderingswet; en
3°. de betalingen die in verband met de vorenbedoelde
overeenkomst zijn gedaan.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de vermelding
op de factuur van het tijdvak of de tijdvakken waarin de gefactureerde
prestaties of prestaties zijn verricht achterwege blijven indien de
factuur de vermelding bevat van de datum waarop de order tot het
geheel of gedeeltelijk vervaardigen van kleding, andere dan schoeisel,
is verstrekt en van de datum waarop die kleding is of zal worden
afgenomen.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, behoeft
de confectie-aannemer of de opdrachtgever geen registratie als bedoeld
in dat onderdeel op te nemen indien de gefactureerde prestatie of
prestaties een werk is als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de
Invorderingswet.
Artikel 7. Vereisten betaling ten laste van de g-rekening
1. Met betrekking tot een betaling aan de ontvanger ten laste van
de g-rekening vermeldt de betalingsopdracht ten minste de volgende
gegevens: het aangiftenummer dat is vermeld op de uitnodiging tot het
doen van aangifte dan wel het aanslagnummer dat is vermeld op het
aanslagbiljet dat betrekking heeft op het tijdvak waarop de betaling
ziet.
2. Met betrekking tot een betaling geeft de onderaannemer of de
confectie-aannemer voorts nog aan de ontvanger een specificatie van de
werken waarop de betaling betrekking heeft, voor elk werk ten minste
bestaande uit de benaming(en) van het werk zoals deze door de
onderaannemer of de confectie-aannemer worden gebruikt of van een
omschrijving van het werk, alsmede het tijdvak waarin het werk waarop
de betaling betrekking heeft, is verricht.
Artikel 8. Uitwinning pandrecht en andere acties door de ontvanger
Naast de bevoegdheid over te gaan tot uitwinning van het op het saldo
van een g-rekening gevestigde pandrecht, is de ontvanger bevoegd bij een
betaling ten laste van een g-rekening naar een andere g-rekening jegens
betrokken rekeninghouders dan wel andere betrokkenen actie te ondernemen
wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, of welke andere actie dan
ook, teneinde de gevolgen van een onjuist gebruik van de g-rekening
ongedaan te maken of te compenseren.
Artikel 9. Grenzen aansprakelijkstelling
Aansprakelijkstelling vindt plaats voor ten hoogste het verschil
tussen het gezamenlijke bedrag aan loonbelasting en omzetbelasting
waarvoor bij de inlener, aannemer of opdrachtgever in eerste aanleg
aansprakelijkheid is ontstaan en het gezamenlijke bedrag van de terzake
door de inlener, aannemer of opdrachtgever op de g-rekening van de
uitlener, de onderaannemer of de confectie-aannemer gestorte bedragen.
Deze bedragen komen slechts in mindering op het gezamenlijke bedrag aan
loonbelasting en omzetbelasting waarvoor in eerste aanleg
aansprakelijkheid is ontstaan, indien aan de voorwaarden van artikel 6
is voldaan.
Artikel 10. Deblokkering
1.De ontvanger verleent op aanvraag van de rekeninghouder, onder
door hem te stellen voorwaarden toestemming het saldo van de
g-rekening geheel dan wel tot een bepaald bedrag voor andere
doeleinden aan te wenden dan voor de voldoening van loonbelasting en
omzetbelasting, voorzover aannemelijk is dat het saldo van de
g-rekening uitgaat boven hetgeen door de rekeninghouder aan
loonbelasting en omzetbelasting vermoedelijk nog verschuldigd is of
binnenkort verschuldigd zal worden.
2.De rekeninghouder richt een verzoek tot toestemming (deblokkeringsverzoek)
schriftelijk aan de ontvanger.
3.De g-rekeninghouder verstrekt de ontvanger op de door deze
aangegeven wijze alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn
voor een juiste beoordeling van het verzoek; het verzoek wordt
afgewezen indien hieraan niet of onvoldoende wordt voldaan.
Artikel 11. Opzegging
1. De ontvanger is bevoegd een g-rekeningovereenkomst eenzijdig en
zonder rechterlijke tussenkomst op te zeggen indien:
a. de rekeninghouder geen of op onjuiste wijze gebruik maakt
van de g-rekening;
b. de rekeninghouder niet of niet meer de hoedanigheid blijkt
te bezitten van ondernemer, uitlener of doorlener als bedoeld in
artikel 2, eerste lid;
c. het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
is beëindigd;
d. met de rekeninghouder meer dan één g-rekening is gesloten
en de rekeninghouder niet aannemelijk maakt dat het aanhouden van
meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk
is;
e. de rekeninghouder in staat van faillissement is verklaard;
f. aan de rekeninghouder surséance van betaling is verleend;
g. ten aanzien van de rekeninghouder de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen van toepassing is.
2. De rekeninghouder en de betrokken bank zijn, onverminderd het
bepaalde in het vierde lid, bevoegd de g-rekeningovereenkomst
eenzijdig, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder opgaaf van reden
op te zeggen.
3. De opzegging geschiedt schriftelijk. Zij wordt niet eerder van
kracht dan nadat zij aan de overige partijen bij de
g-rekeningovereenkomst is bekendgemaakt. De opzegging wordt voorts
niet van kracht zolang en voorzover die opzegging een belemmering zou
vormen voor de toepassing van het vierde lid.
4. Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die
overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de g-rekening
ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening
wordt gestort, een en ander voorzover daardoor geen strijdigheid
ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat
van faillissement verklaren van de rekeninghouder, van het aan hem
verlenen van surséance van betaling of van het op hem van toepassing
verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
5. Een betaling die wordt verricht op een rekening die
oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch
met betrekking waartoe een opzegging van die overeenkomst van kracht
is geworden, wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid,
of 35, vijfde lid, van de Invorderingswet niet aangemerkt als betaling
die in mindering wordt gebracht op het bedrag aan loonbelasting of
omzetbelasting, waarvoor aansprakelijkheid is ontstaan, tenzij die
betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het
gedeelte van dat saldo op die rekening waarop ondanks die opzegging
ingevolge het vierde lid het in artikel 1, onderdeel k, bedoelde
pandrecht is komen te rusten.
Artikel 12. Intrekking regelingen en vervallen van artikelen
1. De Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie
werknemersverzekeringen en de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid worden ingetrokken.
2. [Wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.]
Artikel 13. Overgangsbepaling
G-rekeningovereenkomsten die voldoen aan de voorschriften van de
regelingen en artikelen, die op grond van artikel 12 worden ingetrokken
respectievelijk vervallen, worden aangemerkt als
g-rekeningovereenkomsten, bedoeld in deze regeling.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 15. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inleners-,
keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 15 december 2003.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
A.J. de Geus.
De Staatssecretaris van Financiën
J.G. Wijn.
Bijlage
G-rekeningovereenkomst
De ondergetekenden:
– ... (naam), ... (adres, postcode en woon- of
vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer
van Koophandel en Fabrieken te ... onder nummer ..., verder te
noemen de rekeninghouder;
– de ontvanger der rijksbelastingen, verder te noemen de
ontvanger;
– de ... (naam van de bank), ... (adres, postcode en
vestigingsplaats) verder te noemen de bank.
Overwegende:
– dat de rekeninghouder inhoudingsplichtige is in de zin van de
Wet op de loonbelasting 1964 en/of werkgever is in de zin van de Wet
financiering sociale verzekeringen, en als zodanig bij de ontvanger
bekend staat onder nummer ...., dan wel op de rekeninghouder artikel
2, eerste lid, onderdelen a, d en f, en tweede lid, van de
Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en
opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 van toepassing is;
– dat de rekeninghouder, die zijn bedrijf uitsluitend of
nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van
personeel, voor de heffing van omzetbelasting bij de ontvanger
bekend staat onder nummer ...;
– dat de rekeninghouder bij de bank een rekening wenst te
openen, waarvan de saldi, behoudens de in punt 5 van deze
overeenkomst voorziene uitzondering, uitsluitend bestemd zijn voor
betalingen als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde
lid, van de Invorderingswet 1990;
– dat het, teneinde te bewerkstelligen dat de saldi van die
rekening daadwerkelijk zullen dienen tot vorenbedoelde betalingen,
noodzakelijk is dat de saldi noch door middel van verrekening, noch
door middel van beslag, noch anderszins, zullen kunnen worden
gebruikt voor andere betalingen dan vorenbedoeld;
– dat het in verband met het vorenstaande noodzakelijk is dat
de saldi van die rekening worden verpand aan de ontvanger.
Zijn overeengekomen als volgt:
1. De rekeninghouder opent hierbij een geblokkeerde rekening (g-rekening)
bij de bank onder nummer ... .
2. De rekeninghouder verklaart dat de saldi van de g-rekening
hierbij in eerste onderpand worden gegeven aan de ontvanger voor
hetgeen hij nu of te eniger tijd van hem te vorderen heeft of zal
krijgen ter zake van de verschuldigde belasting, bedoeld in de
artikelen 34, eerste en derde lid, 35, eerste en vijfde lid, of 35a,
eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en premies voor de sociale
verzekeringen, een en ander voorzover verband houdende met door hem
aan derden ter beschikking gestelde werknemers waarvoor hij
ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 als inhoudingsplichtige en
in verband waarmee hij, voorzover toepasselijk, voor de Wet op de
omzetbelasting 1968 als ondernemer wordt aangemerkt en/of waarvoor
hij als werkgever in de zin van de Wet financiering sociale
verzekeringen wordt aangemerkt onderscheidenlijk met door hem
aangenomen werk, waarop de g-rekening betrekking heeft, een en ander
met dien verstande dat de rente die de bank over die saldi vergoedt
op een andere rekening van de rekeninghouder zal worden
gecrediteerd.
3. De in punt 2 bedoelde verpanding zal geacht worden te zijn
geëffectueerd telkens op het moment dat bedragen op de g-rekening
worden gecrediteerd.
4. De bank verklaart in verband met het vorenstaande afstand te
doen van haar recht op verrekening, van pand of enig ander recht dat
afbreuk zou kunnen doen aan het ten behoeve van de ontvanger
gevestigde pandrecht.
5. Betalingen ten laste van de g-rekening, andere dan die,
bedoeld in de beweegreden van deze overeenkomst, en andere dan
terugstortingen als bedoeld in punt 9, zullen slechts geschieden na
daartoe ontvangen schriftelijke toestemming van de ontvanger.
6. De rekeninghouder verleent hierbij aan de ontvanger volmacht
tot inning van de saldi van de g-rekening alsmede tot verrekening
van het aldus geïnde met al hetgeen hij nu of te eniger tijd van
hem te vorderen heeft of zal krijgen ter zake van de in punt 2
bedoelde belasting en premies.
7. De ontvanger verleent volmacht aan de rekeninghouder ten laste
van de g-rekening bedragen over te maken naar de ontvanger alsmede
naar andere g-rekeningen, mits deze stortingen naar andere
g-rekeningen betrekking hebben op het verrichten van werkzaamheden
door een ter beschikking gestelde werknemer in de zin van artikel
34, derde lid, van de Invorderingswet 1990 of op aanneming van werk
in de zin van artikel 35, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990.
8. De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de
ontvanger om in geval van faillissement, aanvraag tot surséance van
betaling, aanvraag tot toepassing van de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen en in het algemeen bij opschorting van zijn
betalingen uiterlijk binnen drie dagen mededeling te doen van de
saldi van de g-rekening.
9. De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de
ontvanger om in het geval dat op zijn g-rekening vanaf een andere
g-rekening een bedrag wordt gestort dat geen betrekking heeft op
aanneming van werk in de zin van de artikelen 35 en 35a van de
Invorderingswet 1990 of op het aan derden ter beschikking stellen
van werknemers in de zin van artikel 34 van de Invorderingswet 1990,
dit bedrag onmiddellijk terug te storten op de g-rekening van de
storter, opdat de ontvanger op dit bedrag jegens de storter zijn
pandrecht kan doen gelden. Indien dit laatste niet of niet meer
mogelijk is omdat de storter inmiddels in staat van faillissement is
verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend dan wel ten
aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
toepassing is, verplicht de rekeninghouder zich om, in afwijking van
de vorige volzin, dit bedrag onder vermelding van de herkomst over
te maken aan de ontvanger.
10. De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de
ontvanger om opdrachten tot betaling ten laste van de g-rekening
slechts op één aangifte of één belastingaanslag betrekking te
doen hebben.
11. De bank verklaart in verband met de in punt 9 omschreven
plicht tot terugstorten op de daadwerkelijk terugstortingen punt 4
overeenkomstig te zullen toepassen.
12. In de administratie van de bank worden bij betalingen ten
gunste van de g-rekening de gegevens vastgelegd zoals deze op de
desbetreffende betalingsopdrachten zijn vermeld. Hetzelfde geldt
voor de gegevens die bij betalingen ten laste van de g-rekening op
de betalingsopdrachten zijn vermeld.
13. De bank zal de ontvanger op een afzonderlijk tussen hen
overeen te komen wijze regelmatig op de hoogte houden van alle
gegevens die op de g-rekening betrekking hebben. De rekeninghouder
verklaart zich met deze gegevensuitwisseling akkoord.
Aldus overeengekomen en getekend
te .......... op ..........
De rekeninghouder,
De ontvanger,
voor deze:
De bank,
|
|
|