| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kadasterwet
REGELING
TARIEVEN KADASTER
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 5 december 2003, nr.
MJZ2003124448, houdende vaststelling van de kadastrale tarieven
(Regeling tarieven Kadaster)
De Minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 108, eerste lid, en 109
van de Kadasterwet;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
netwerk: net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd
voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie
of van informatie, dat in, op of boven de grond is of wordt aangelegd;
object: in een rechtszekerheidsregistratie vermeld perceel,
appartementsrecht, netwerk, schip of luchtvaartuig;
rechtszekerheidsregistratie: registratie als bedoeld in artikel 48,
85 of 92 van de wet;
wet: Kadasterwet.
Hoofdstuk 2. Tarieven
Artikel 2
1. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig
artikel 4, eerste lid, onderdeel a of b, is voor de inschrijving van
een stuk, dat aanleiding is tot het vormen van percelen, per
onroerende zaak verschuldigd:
a. indien die onroerende zaak een oppervlakte heeft van ten
hoogste 100 centiare en ten aanzien van die onroerende zaak sprake
is van een koopsom van ten hoogste € 5000,–, een
tegenprestatie met een waarde van ten hoogste € 5000,– of bij
het ontbreken van een koopsom of tegenprestatie een waarde van ten
hoogste€ 5000,–:€ 80,–;
b. in andere gevallen: € 995,–.
2. Onverminderd de verschuldigdheid van het tarief overeenkomstig
artikel 4, eerste lid, onderdeel c, is voor de inschrijving van een
stuk, dat aanleiding is tot het verifiëren van voorlopige grenzen als
bedoeld in artikel 16 sub a, per onroerende zaak verschuldigd:€ 700,–.
3. Het bedrag genoemd in het tweede lid is niet verschuldigd indien
die onroerende zaak een oppervlakte heeft van ten hoogste 100 centiare
en ten aanzien van die onroerende zaak sprake is van een koopsom van
ten hoogste € 5000,–, een tegenprestatie met een waarde van ten
hoogste € 5000,– of bij het ontbreken van een koopsom of
tegenprestatie een waarde van ten hoogste€ 5000,–.
4. Het aantal onroerende zaken waarop een stuk als bedoeld in het
eerste en tweede lid betrekking heeft, wordt gelijk gesteld met het
aantal in dat stuk genoemde kadastrale perceelnummers waarop het
betrokken in te schrijven feit betrekking heeft, tenzij uit het stuk
blijkt dat het op een ander aantal onroerende zaken betrekking heeft.
Artikel 3 [Vervallen per 01-05-2006]
Artikel 4
1. Voor inschrijving van een stuk dat leidt tot wijziging van een
rechthebbende in een rechtszekerheidsregistratie, niet zijnde een
verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het
Burgerlijk Wetboek, is per nieuwe rechthebbende of per gezamenlijke
nieuwe rechthebbende verschuldigd:
a. indien het stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 162,–;
b. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 145,–;
c. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden op een wijze, die naar het oordeel van de Dienst, gelet
op de bij hem aanwezige stand van de techniek, hem in staat stelt
om een rechtszekerheidsregistratie gedeeltelijk, respectievelijk
volledig, geautomatiseerd bij te houden: € 116,–
respectievelijk € 87,–.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de
inschrijving in papieren of elektronische vorm van een stuk inhoudende
de splitsing in appartementsrechten of een verzoek tot teboekstelling
van een luchtvaartuig.
3. Voor de inschrijving van een stuk betreffende de vestiging van
het recht van hypotheek en de koop van een registergoed is
verschuldigd:
a. indien het stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 137,–;
b. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 120,–;
c. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden op een wijze, die naar het oordeel van de Dienst, gelet
op de bij hem aanwezige stand van de techniek, hem in staat stelt
om een rechtszekerheidsregistratie gedeeltelijk, respectievelijk
volledig, geautomatiseerd bij te houden: € 96,–
respectievelijk € 72,–.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de
inschrijving in papieren of elektronische vorm van een stuk inhoudende
een koopoptie of voorovereenkomst tot koop, onverminderd het
verschuldigd zijn van het tarief ingevolge het eerste lid indien het
stuk tevens leidt tot wijziging van een rechthebbende.
5. Voor de inschrijving van een stuk betreffende doorhaling van een
proces-verbaal van inbeslagneming of een beperkingenbesluit als
bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken is verschuldigd:
a. indien het stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 34,–;
b. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 17,–;
c. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden op een wijze, die naar het oordeel van de Dienst, gelet
op de bij hem aanwezige stand van de techniek, hem in staat stelt
om een rechtszekerheidsregistratie gedeeltelijk, respectievelijk
volledig, geautomatiseerd bij te houden: € 13,60 respectievelijk
€ 10,20.
Artikel 5
1. Voor de inschrijving van een ander stuk dan bedoeld in de
artikelen 2 en 4, alsmede voor de boeking van een stuk in een register
van voorlopige aantekeningen, is verschuldigd:
a. indien het stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 68,–;
b. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden: € 51,–;
c. indien het stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt
aangeboden op een wijze, die naar het oordeel van de Dienst, gelet
op de bij hem aanwezige stand van de techniek, hem in staat stelt
om een rechtszekerheidsregistratie gedeeltelijk, respectievelijk
volledig, geautomatiseerd bij te houden: € 40,80 respectievelijk
€ 30,60.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de
inschrijving in papieren of elektronische vorm van een verklaring van
erfrecht als bedoeld in artikel 188, Boek 4, van het Burgerlijk
Wetboek.
3. Kosteloos is de inschrijving van:
a. een aangifte of verzoek tot doorhaling van de teboekstelling
van een schip of luchtvaartuig;
b. een aangifte tot wijziging van de beschrijving van een te
boek staand schip;
c. een mededeling omtrent de gekozen woonplaats inzake een
schip;
d. een akte van vernieuwing als bedoeld in artikel 77, vijfde
lid, van de wet,
e. een stuk dat overeenkomstig artikel 20, vierde lid, tweede
volzin, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bij de Dienst is
aangeboden door middel van een hernieuwd verzoek tot inschrijving,
en
f. een stuk dat uitsluitend op verzoek van de Dienst ter
inschrijving wordt aangeboden, ten einde de registratie te
verbeteren.
Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]
Artikel 7
1. Voor digitale raadpleging van gegevens uit een
rechtszekerheidsregistratie of de landelijke voorziening, bedoeld in
artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, is verschuldigd per
object:
a. indien het gegevens inzake hypotheken en beslagen betreft:
€ 2,95;
b. indien het andere gegevens betreft dan bedoeld onder a: €
2,95.
2. Onverminderd het eerste lid is degene die een abonnement heeft
op digitale raadpleging van een rechtszekerheidsregistratie, als
vergoeding voor de vaste kosten, per abonnementsperiode van een maand
verschuldigd: € 4,40.
3. In afwijking van het tweede lid is per abonnementsperiode van
een maand een bedrag verschuldigd van € 2,20, indien de krachtens
het eerste lid verschuldigde bedragen automatisch door de Dienst
worden geïncasseerd.
4. Voor digitale raadpleging van de objectlijst is per 20 objecten
verschuldigd: € 0,80.
5. Voor digitale raadpleging van gegevens uit een
rechtszekerheidsregistratie of de landelijke voorziening, bedoeld in
artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, door middel van een
geautomatiseerd proces is verschuldigd, indien:
a. het gegevens inzake hypotheken en beslagen betreft:€ 2,95;
b. het een negatieve mededeling betreft:€ 1,30;
c. het andere gegevens betreft dan bedoeld onder a en b:€
2,95.
6. Bij een jaarabonnement op de raadpleging, bedoeld in het vijfde
lid, is in afwijking van dat lid verschuldigd:
a. ingeval in dat jaar meer dan 100.000 objecten of negatieve
mededelingen worden geleverd: € 2,36 per object en € 1,04 per
negatieve mededeling;
b. ingeval in dat jaar meer dan 500.000 objecten of negatieve
mededelingen worden geleverd: € 1,77 per object en € 0,78 per
negatieve mededeling;
c. ingeval in dat jaar meer dan 1.000.000 objecten of negatieve
mededelingen worden geleverd: € 1,18 per object en € 0,52 per
negatieve mededeling;
d. ingeval in dat jaar meer dan 5.000.000 objecten of negatieve
mededelingen worden geleverd: € 0,89 per object en € 0,39 per
negatieve mededeling.
7. Onder een negatieve mededeling als bedoeld in het vijfde en
zesde lid wordt verstaan: een mededeling, inhoudende dat de gevraagde
gegevens ontbreken.
8. Voor het ter plekke bij de Dienst raadplegen van een
rechtszekerheidsregistratie of de toezending van een afschrift of een
uittreksel als bedoeld in artikel 100, 101, eerste lid, of 102, eerste
lid, van de wet, respectievelijk van een verklaring als bedoeld in
artikel 101, tweede lid, of 102, tweede lid, van de wet is
verschuldigd per geraadpleegd object of per object in het afschrift,
uittreksel of verklaring:
a. indien het gegevens inzake hypotheken en beslagen betreft:
€ 14,80;
b. indien het andere gegevens betreft dan bedoeld onder a: €
14,80, of
c. bij een mededeling aan de adressant, inhoudende dat de door
hem gevraagde gegevens omtrent een object ontbreken: € 14,80.
Artikel 8
1. Voor de toepassing van dit artikel worden onder gegevens uit de
registratie, bedoeld in artikel 48 van de wet, niet begrepen gegevens
inzake hypotheken, gegevens inzake beslagen en de landelijke
kadastrale kaart.
2. Voor het verstrekken van gegevens uit de registratie, bedoeld in
artikel 48 van de wet, is per object dat in het afschrift is betrokken
verschuldigd:€ 1,04, met dien verstande dat:
a. ingeval in het afschrift meer dan 100.000 objecten worden
betrokken, per object verschuldigd is: € 0,87, en
b. ingeval in het afschrift meer dan 1.000.000 objecten worden
betrokken, per object verschuldigd is:€ 0,65, tot een maximum
bedrag van€ 1.495.000,–.
3. Per jaar is voor een abonnement op de wijzigingen in de
gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, per 1000 objecten
verschuldigd:
a. indien de wijzigingen worden verstrekt op een elektronische
gegevensdrager:€ 296,–, en
b. indien de wijzigingen worden verstrekt door middel van het
openbare internet:€ 185,–.
4. Voor het opnieuw verstrekken van eerder verstrekte gegevens in
het kader van een abonnement als bedoeld in het derde lid, is
verschuldigd:€ 528,–.
Artikel 9
Een persoon, die voor een door hem opgegeven registergoed gebruik
maakt van de tijdelijke automatische melding van wijzigingen in de
openbare registers, is per registergoed € 11,80 verschuldigd.
Artikel 10
1. Voor het verstrekken van een afschrift van een in de openbare
registers ingeschreven of geboekt stuk of van een in een logische
databank voor archiefbestanden opgeslagen stuk in elektronische vorm
is per te verstrekken afschrift verschuldigd € 2,95.
2. Voor het raadplegen van de openbare registers of een archief ter
plekke bij de Dienst dan wel het verstrekken van een afschrift van een
in de openbare registers ingeschreven of geboekt stuk of van een in
het archief opgeborgen stuk is per te raadplegen stuk of te
verstrekken afschrift verschuldigd € 14,80.
Artikel 11
Voor het op verzoek door de Dienst technisch vervaardigen, aanpassen
of vormgeven van een onderdeel van een bestand voor een in elektronische
vorm aan te bieden stuk ter inschrijving in de openbare registers,
waardoor de bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie
geautomatiseerd kan plaatsvinden, is per besteed kwartier verschuldigd:
€ 36,50.
Artikel 12
1. Voor het verrichten van onderzoeken in de openbare registers is
per perceel verschuldigd:
a. indien het een onderzoek betreft naar de laatste akte
waarbij het perceel is verkregen: € 40,–;
b. indien het een onderzoek naar erfdienstbaarheden of andere
gegevens betreft, teruggaand tot maximaal:
1°. het jaar 1950:€ 125,–;
2°. het jaar 1838: € 235,–.
2. Voor het verrichten van overige werkzaamheden is per kwartier
dat een medewerker van de Dienst daaraan heeft besteed verschuldigd
€ 22,–.
Artikel 13
1. Voor het raadplegen van de door Dienst gehouden kadastrale
kaarten of daaraan ten grondslag liggende bescheiden is verschuldigd:
a. in geval van digitale raadpleging via een publieksnetwerk:
kosteloos;
b. in geval van raadpleging ter plekke bij de Dienst, per
raadpleging:€ 14,80.
2. Voor de verstrekking van afschriften of uittreksels van de
kadastrale kaarten of van de daaraan ten grondslag liggende bescheiden
is verschuldigd:
1°. in geval van verstrekking op maximaal formaat A0: € 40,–;
2°. in geval van verstrekking op maximaal formaat A3 of A4:
€ 14,80;
3°. in geval van digitale verstrekking op formaat A4:€ 2,95.
3. Voor het raadplegen van een hulpkaart of de verstrekking van
afschriften of uittreksels van een hulpkaart zijn het eerste en tweede
lid van overeenkomstige toepassing.
4. Voor het gebruik van de digitale raadpleegdienst voor de
kadastrale kaart door middel van een geautomatiseerd proces is
verschuldigd:
1°. bij 10.000 of minder maphits per maand: kosteloos;
2°. per maphit boven de 10.000 per maand:€ 0,05;
3°. per maphit boven de 100.000 per maand:€ 0,025.
Artikel 14
1. Voor het verstrekken van een gedeelte van de landelijke
kadastrale kaart is per perceel dat in het afschrift wordt betrokken,
verschuldigd:€ 0,66, met dien verstande dat:
a. ingeval in het afschrift meer dan 100.000 percelen worden
betrokken, per perceel verschuldigd is: € 0,53, en
b. ingeval in het afschrift meer dan 1.000.000 percelen worden
betrokken, per perceel verschuldigd is:€ 0,40, tot een maximum
bedrag van€ 870.000,–.
2. Per jaar is voor een abonnement op de wijzigingen in de
gegevens, bedoeld in het eerste lid, per 1000 percelen verschuldigd:
a. indien de wijzigingen worden verstrekt op een elektronische
gegevensdrager:€ 209,–, en
b. indien de wijzigingen worden verstrekt door middel van het
openbare internet:€ 133,–.
3. Voor het opnieuw verstrekken van eerder verstrekte gegevens in
het kader van een abonnement als bedoeld in het tweede lid, is
verschuldigd:€ 528,–.
Artikel 15
1. Voor het te velde verstrekken van inlichtingen over de ligging
van de kadastrale grenzen van een perceel is per grens tussen twee
percelen€ 580,– verschuldigd, vermeerderd met€ 150,– per
knikpunt en € 50,–per tussenpunt op een rechte grenslijn.
2. Ingeval inlichtingen over de ligging van kadastrale grenzen op
andere wijze dan te velde worden verstrekt is per grens tussen twee
percelen€ 36,50 verschuldigd.
Artikel 16
Voor het op verzoek vormen van percelen, anders dan bedoeld inartikel
2, eerste lid, is per nieuw te vormen perceel verschuldigd, indien:
a. percelen moeten worden gesplitst met voorlopige grenzen:€
80,–, onverminderd de toepassing van het tarief overeenkomstig
artikel 2, tweede lid;
b. percelen moeten worden gesplitst anders dan bedoeld in
onderdeel a:€ 550,–;
c. uitsluitend percelen moeten worden samengevoegd:€ 263,–.
Artikel 17
1. Voor de afgifte van een verklaring inhoudende de
complexaanduiding ter zake van appartementsrechten of inhoudende een
netwerkaanduiding is verschuldigd: € 208,–.
2. Voor de vervaardiging van een tekening van een netwerk op schaal
1:5000 of op een kleinere schaal, met een strookbreedte van tenminste
500 meter, is verschuldigd:€ 176,–, vermeerderd met € 40,–per
tekening en € 0,60 per afgebeelde hectare.
3. Voor het actualiseren van een in de afgelopen drie jaren
ingeschreven tekening van een netwerk, binnen het op die tekening
weergegeven gebied, is verschuldigd: € 176,–, vermeerderd met€
40,– per tekening en € 0,10 per afgebeelde hectare.
4. Voor de controle op inschrijvingsvereisten van een niet door de
Dienst vervaardigde tekening van een netwerk is € 176,–verschuldigd,
vermeerderd met € 40,– per tekening.
5. Voor het verrichten van een onderzoek naar ingeschreven beslagen
en eisen tot vaststelling van de eigendom op grond van artikel 155 van
de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek is per object verschuldigd:
€ 40,–.
Artikel 18
Voor het in depot nemen van tekeningen en andere stukken in papieren
vorm die deel uitmaken van een stuk dat in elektronische vorm ter
inschrijving zal worden aangeboden als bedoeld in artikel 11b, vijfde
lid, van de wet is verschuldigd € 105,–.
Artikel 19
1. Voor het verstrekken van een opgave in papieren of elektronische
vorm betreffende punten uit het net van coördinaatpunten, bedoeld in
artikel 100, eerste en derde lid, van de wet, is verschuldigd:
a. In geval van eenmalige verstrekking:
1°. per kernnetpunt op analoge wijze of op een
gegevensdrager € 36,80;
2°. per ander punt op analoge wijze of op een
gegevensdrager € 13,35;
3°. per lijst van coördinaten van kernnetpunten € 74,–;
b. door abonnees, per jaar:
1°. voor digitale raadpleging per kernnetpunt € 13,35,
met dien verstande dat bij een abonnement op verschillende
kernnetpunten ten hoogste € 4.000,– per jaar is
verschuldigd;
2°. per kernnetpunt dat op analoge wijze of op een
gegevensdrager wordt verstrekt € 26,65, met dien verstande
dat bij een abonnement op verschillende kernnetpunten ten
hoogste € 8.000,– per jaar is verschuldigd .
2. Voor het verstrekken van een opgave in papieren of elektronische
vorm betreffende de overige tot de meetkundige grondslag behorende
vaste punten is verschuldigd: per coördinatenpaar € 38,–.
3. Voor het certificeren van de coördinaten van stations voor
satellietplaatsbepaling is per station verschuldigd € 285,–, met
dien verstande dat ingeval bij de certificatie meer dan vijf stations
betrokken worden, verschuldigd is:
per station boven de vijf: € 228,–;
per station boven de tien: € 171,–;
per station boven de vijftien: € 114,–;
per station boven de twintig: € 57,–.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op het inrekenen
van coördinaten van tijdelijke stations voor satellietplaatsbepaling.
Artikel 20
1. Voor het teboekstellen van een schip is verschuldigd:
a. indien bij het aanbrengen van het brandmerk gebruik wordt
gemaakt van microdots:€ 500,–;
b. in andere gevallen:€ 400,–.
2. In het tarief, bedoeld in het eerste lid, is inbegrepen de in
depotname en inschrijving van het stuk, het aanbrengen van het
brandmerk en het verstrekken van een certificaat van teboekstelling.
3. In geval van een spoedteboekstelling wordt het tarief, bedoeld
in het eerste lid, verhoogd met € 100,– en vermeerderd met€ 22,–
per kwartier dat de Dienst langer dan een uur op een bewijsstuk moet
wachten.
4. Voor het opnieuw aanbrengen van een brandmerk is verschuldigd:
a. indien gebruik wordt gemaakt van microdots:€ 324,–;
b. in andere gevallen:€ 224,–.
5. Voor het aanbrengen van microdots op een reeds te boek gesteld
schip is verschuldigd:
a. bij één schip:€ 100,–;
b. bij twee tot ten hoogste zes schepen op één locatie op een
dag, per schip€ 50,–.
6. Indien de werkzaamheden buiten Nederland moeten worden verricht,
zijn eveneens de reis- en verblijfkosten van de desbetreffende
medewerker verschuldigd, zoals die van tevoren door de Dienst kenbaar
worden gemaakt.
Artikel 21
1. Voor het verstrekken van een opgave van gegevens, die de Dienst
heeft samengesteld uit gegevens die de Dienst heeft verkregen bij de
uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3 van de wet, is
verschuldigd:
a. voor een opgave inzake vastgoedtransacties of hypotheken,
indien:
1°. het de gegevens per referentiepand betreft:€ 1,04;
2°. het individuele koopsommen betreft, per stuk:€ 1,25;
3°. het de gegevens van een hypotheekinschrijving betreft:
a. per stuk, inclusief de gegevens van de hypotheekhouder:€
1,32;
b. indien per jaar meer dan 50.000 stukken worden geleverd,
per stuk:€ 0,99;
c. indien per jaar meer dan 100.000 stukken worden
geleverd, per stuk:€ 0,66;
d. per stuk, zonder de gegevens van de hypotheekhouder:€
0,66.
4°. het andere gegevens betreft dan bedoeld onder 1° tot
en met 3°, per akte indien de gegevens:
a. niet ouder zijn dan twee jaar:€ 1,90;
b. ouder zijn dan twee jaar maar niet ouder dan drie jaar:€
1,43;
c. ouder zijn dan drie jaar maar niet ouder dan vier jaar:€
0,95;
d. ouder zijn dan vier jaar:€ 0,48.
5°. de gegevens, bedoeld onder 1° tot en met 4°,
beschikbaar worden gesteld aan derden:
a. per relatie tussen perceel en rechthebbende:€ 1,32;
b. bij meer dan 50.000 relaties tussen perceel en
rechthebbende, per relatie:€ 0,99;
c. bij meer dan 100.000 relaties tussen perceel en
rechthebbende, per relatie:€ 0,66;
d. bij meer dan 200.000 relaties tussen perceel en
rechthebbende en bij andere relaties dan de relatie tussen
perceel en rechthebbende, bedoeld onder a tot en met c, per
relatie:€ 0,44;
b. voor een opgave inzake statistische waarden, zijnde
gemiddelden, aantallen of totalen van vastgoedtransacties,
hypotheken of koopsommen:
1°. indien de opgave 5.000 of minder statistische waarden
betreft, per verstrekte statistische waarde:€ 0,60;
2°. in andere gevallen: € 2.000,–, vermeerderd met€
200,– per gebiedsniveau of andere rubricering;
3°. per jaar voor een abonnement op de opgaven, bedoeld
onder 1° en 2°: tweeënhalf maal het tarief, bedoeld onder
1° en 2°;
c. voor een standaardrapport met statistische waarden:
1°. per stuk:€ 16,–;
2°. per jaar voor een abonnement op een standaardrapport,
niet zijnde de hypothekenscan:€ 66,–;
3°. per jaar voor een abonnement op de hypothekenscan,
indien geleverd:
a. op landelijk niveau:€ 6.480,–;
b. op provinciaal niveau:€ 10.800,–;
c. op gemeenteniveau:€ 18.000,–;
d. op 4-positie postcodeniveau: 25.600,–;
e. op 6-positie postcodeniveau: 32.000,–;
d. voor een woningrapport:
1°. per stuk:€ 23,50;
2°. indien in een jaar meer dan 10.000 woningrapporten
worden verstrekt, per stuk:€ 18,80;
3°. indien in een jaar meer dan 50.000 woningrapporten
worden verstrekt, per stuk:€ 14,10;
e. voor een opgave inzake de koppeling tussen een adres en een
adrescoördinaat, dan wel tussen een perceel, een adres en een
plaatscoördinaat, dan wel tussen een adres en een woningtype,
anders dan de gegevens uit de landelijke voorziening, bedoeld in
artikel 26 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen:
1°. per koppeling:€ 0,04;
2°. per jaar voor een abonnement op de wijzigingen in deze
gegevens: 20% van het tarief, bedoeld onder 1°, met dien
verstande dat per jaar ten hoogste € 48.000,– verschuldigd
is;
f. voor een opgave inzake de centroïden of de vlakken van de
postcodegebieden:
1°. per postcodegebied: € 0,04, tot een maximumbedrag
van€ 13.325,–;
2°. per jaar voor een abonnement op de wijzigingen in de
onder 1° bedoelde gegevens, een bedrag gelijk aan 20% van de
aldaar genoemde tarieven;
3°. indien tevens de opgave, bedoeld in onderdeel e, wordt
verstrekt geldt voor de verstrekkingen, bedoeld onder 1° en
2°, een maximumbedrag van€ 265,–;
g. voor een opgave inzake cartografische gegevens zonder de
kadastrale grenzen:
1°. indien het een kaart met gebouwen betreft, per bebouwd
perceel:€ 0,18;
2°. indien het een bestand met gebiedsgrenzen betreft: €
765,–;
h. voor een opgave inzake de postcodes per bedrijfsterrein:
1°. indien het betreft het gehele bestand: € 2.675,–;
2°. per jaar voor een abonnement op de wijzigingen in het
gehele bestand: € 535,–;
i. voor een opgave inzake de postcodes per bestaande wijk:
1°. indien het betreft het gehele bestand: € 1.995,–;
2°. per jaar voor een abonnement op de wijzigingen in het
gehele bestand: € 399,–, en
j. voor een opgave inzake andere gegevens dan de gegevens,
bedoeld onder a tot en met i: per minuut die aan het opmaken van
die opgave is besteed door middel van een computer: € 36,50.
2. Indien de opgave, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met
i, in een andere vorm of met een uitgebreidere inhoud dan de
standaardopgave wordt verstrekt, is naast het tarief, bedoeld in die
onderdelen, verschuldigd:
a. per minuut die daaraan is besteed door middel van een
computer: € 36,50, en
b. per kwartier dat een medewerker van de Dienst daaraan heeft
besteed: € 22,–.
3. Indien de opgave, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met
i, met een beperktere inhoud dan de standaardopgave wordt verstrekt,
is verschuldigd een tarief dat gelijk is aan de tarieven, bedoeld in
die onderdelen, waarbij per minuut minder bestede tijd een
vermindering met € 36,50 wordt toegepast.
4. Voor het digitaal raadplegen van bestanden bestaande uit
gegevens die zijn samengesteld uit de gegevens welke door de Dienst
bij het vervullen van de door hem opgedragen taken, bedoeld in artikel
3 van de wet, zijn verkregen is verschuldigd:
a. indien het bestanden inzake de gemiddelde koopsom per
6-positie postcodegebied betreft, per raadpleging: € 0,66;
b. indien het bestanden inzake vastgoedtransacties per
6-positie postcodegebied betreft, per raadpleging: € 2,10;
c. indien het bestanden inzake vastgoedtransacties agrarische
gronden betreft, per transactie: € 0,66.
5. Voor het digitaal raadplegen of verstrekken van een opgave van
gegevens uit andere dan door de Dienst gehouden registraties is de
inkoopprijs van het betreffende gegeven verschuldigd, vermeerderd met
het bedrag bedoeld in het tweede lid.
Artikel 22
1. Voor het verstrekken van een opgave van gegevens, die de Dienst
heeft verkregen bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onderdelen f en g, van de wet, of die de Dienst uit die
gegevens heeft samengesteld, is verschuldigd:
a. voor een standaardopgave inzake gegevens uit de bestanden
TOP10NL, TOP25raster, TOP50NL, TOP50raster, TOP100NL, TOP250NL,
TOP250raster, TOP500NL, TOP1000NL, BRT-achtergrondkaart,
TOP25namen, TOP50namen of TOP250namen: kosteloos;
b. voor een opgave inzake het landelijk bestand TOP25-to-move:€
99,95;
c. voor een opgave inzake een regionaal bestand TOP25-to-move:€
29,95;
d. voor een opgave per punt uit het landelijk bestand
TOPstakels € 0,50 en voor het gehele bestand:€ 7.400,–;
e. voor een digitale luchtfoto indien verstrekt:
1°. op een digitale gegevensdrager:€ 46,–;
2°. door middel van het openbare internet:€ 10,–.
f. voor orthofoto mozaïeken, per mozaïek:€ 35,–;
g. voor analoge topografische kaarten:
1°. per kaartblad op schaal 1:10.000: € 9,10;
2°. per kaartblad op schaal 1:25.000: € 6,40;
3°. per kaartblad op schaal 1:50.000: € 5,25;
4°. per dubbelzijdige wegenkaart:€ 4,50;
5°. per gemeentekaart:€ 8,30;
6°. per kopie van een historische kaart, formaat A0:€ 7,–;
7°. per kleurenkopie van een historische kaart, formaat
A1:€ 31,–;
8°. indien het lamineren van een kaartblad betreft: per
stuk€ 3,60;
h. voor analoge luchtfoto’s:
1°. per contactafdruk op schaal 1:18.000:€ 18,50;
2°. per vergroting op schaal 1:10.000:€ 46,–;
3°. per vergroting op schaal 1:5.000: € 120,–;
4°. per vergroting op schaal 1:2.500: € 360,–;
i. voor een opgave inzake andere gegevens dan de gegevens,
bedoeld onder a en d: per minuut die aan het opmaken van die
opgave is besteed door middel van een computer:€ 28,–.
2. Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, en
het vijfde lid, worden gebruikt door een overheidsorganisatie als
genoemd op‘almanak.overheid.nl’ voor de uitoefening van de
openbare taak, worden deze gegevens kosteloos verstrekt.
3. Indien de opgave, de luchtfoto, de orthofoto mozaïek of de
topografische kaart, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d tot
en met h, in een andere vorm of met een andere inhoud dan de
standaardopgave, luchtfoto, orthofoto mozaïek of topografische kaart
wordt verstrekt, is naast het tarief, bedoeld in die onderdelen,
verschuldigd:
a. per minuut die daaraan is besteed door middel van een
computer:€ 36,50 en
b. per kwartier dat een medewerker van de Dienst daaraan heeft
besteed:€ 22,–.
4. Voor het verrichten van werkzaamheden met behulp van een
topografisch werkstation, is per kwartier per persoon verschuldigd:
a. indien het een cartograaf betreft: € 27,70;
b. indien het een digitaliseerder betreft:€ 17,–.
5. Voor het gebruik van de digitale raadpleegdienst voor de in het
eerste lid, onderdeel a, bedoelde gegevens door middel van een
geautomatiseerd proces is verschuldigd:
a. bij 10.000 of minder maphits per maand: kosteloos;
b. per maphit boven de 10.000 per maand: € 0,05;
c. per maphit boven de 100.000 per maand:€ 0,025.
Artikel 22a
Voor het doen van een oriëntatieverzoek of een graafmelding als
bedoeld in artikel 7 of 8 van de Wet informatie-uitwisseling
ondergrondse netten is verschuldigd: € 21,50.
Artikel 22b
1. Voor het raadplegen of bevragen van de landelijke voorziening,
bedoeld in artikel 26 van de Wet basisregistraties adressen en
gebouwen, dan wel het verstrekken van gegevens uit die landelijke
voorziening, is verschuldigd:
a. BAG Web, raadpleging: kosteloos;
b. BAG Viewer, raadpleging: kosteloos;
c. BAG Extract, éénmalige verstrekking: €150,–;
d. BAG Extract, abonnement, maandelijkse verstrekking:€ 100,–
per maand;
e. BAG Extract Mutatie, abonnement, maandelijkse verstrekking:
€ 10,– per maand;
f. BAG Extract Mutatie, abonnement, dagelijkse verstrekking:
€ 150,– per maand;
g. BAG Bevraging, abonnement, maximaal 3.000 bevragingen per
dag: € 75,– per maand;
h. BAG Bevraging, abonnement, meer dan 3.000 bevragingen per
dag: € 150,– per maand;
i. BAG Compact, eenmalige verstrekking: €150,–;
j. BAG Compact, abonnement, maandelijkse verstrekking: € 10,–
per maand.
2. Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid worden gebruikt
door een overheidsorganisatie als genoemd op ‘almanak.overheid.nl’voor
de uitoefening van een openbare taak, worden die gegevens kosteloos
verstrekt.
Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 23
1. Het aantal, bedoeld in artikel 7, vierde lid, wordt naar boven
afgerond op 20. De aantallen, bedoeld in de artikelen 8, derde lid, en
14, tweede lid, worden naar boven afgerond op 1000. Voor de toepassing
van deartikelen 11, 12, tweede lid, 20, derde lid, 21, tweede lid, en
22, derde en vierde lid, wordt een gedeelte van een kwartier als een
kwartier beschouwd.
2. Voor de toepassing van de artikelen 8, derde lid, en 14, tweede
lid, wordt uitgegaan van het aantal objecten dan wel percelen waaruit
het desbetreffende gebied bestaat op 1 januari van het jaar waarin de
gegevensverstrekking plaatsvindt.
3. Voor de verstrekkingen, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid,
14, eerste lid, 19, eerste lid, onder a, onderdelen 1° en 2°, en
onder b, onderdelen 1° en 2°, 21, eerste lid, onderdelen a, b, e, f,
g onder 1°, en 22, eerste lid, onderdelen d en f, is ten minste een
bedrag verschuldigd van € 70,–. Het minimumbedrag is niet van
toepassing op een verstrekking door middel van internet.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de
opgave, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a, d en f, een
andere vorm of andere inhoud dan de standaardopgave heeft en het
tarief, bedoeld in artikel 22, derde lid, verschuldigd is.
Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 25
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 26
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven Kadaster.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 5 december 2003.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
S.M. Dekker.
|
|
|