|
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit van 20 augustus 2010, nr. 145464, houdende
voorschriften inzake diervoeders (Regeling diervoeders 2010)
De Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Gelet op:
- Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van
voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde
overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);
- Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling van de
algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot
oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot
vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG
L 31);
- Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 3 oktober 2002 tot vaststelling van
gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde
dierlijke bijproducten (PbEG L 273)
- Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch
gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);
- Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de
traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen
en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen
geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van
Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);
- Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende
toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU L 268);
- Verordening (EG) nr. 882/2004 van Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de
naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de
voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004,
191);
- Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie van 12 januari 2005 tot vaststelling van
voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005, 35);
- Verordening (EG) nr. 470/2009: verordening (EG) nr. 470/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 tot
vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van
grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in
levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG)
nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van
het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004
van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 152/11);
- Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr.
882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer
uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders
en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van
Beschikking 2006/504/EG (PbEU L 194);
- Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad
van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van
diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het
Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG
van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG,
83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking
2004/217/EG van de Commissie (PbEU L 229);
- Richtlijn nr. 82/475/EEG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van
voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van
mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213);
- Richtlijn nr. 95/53/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober
1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de
officiële controles op het gebied van diervoeding (PbEG L 265);
- Richtlijn nr. 95/69/EG van de Raad van de Europese Unie van 22
december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen
voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in
de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG,
74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PbEG L 332);
- Richtlijn nr. 98/51/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van
Richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden
en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en
tussenpersonen in de sector diervoeding (PbEG L 208);
- Richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
van 10 september 1998 tot vaststelling van het in artikel 9, eerste lid,
van Richtlijn 95/53/EG van de Raad bedoelde modeldocument en van
controlevoorschriften bij de invoer van diervoeder uit derde landen in
de Gemeenschap (PbEG L 261);
- Richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG
L 140);
- Richtlijn nr. 2008/38/EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 5 maart 2008 tot vaststelling van de lijst van
bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L
69);
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b,
3, 6, eerste en vierde lid, 7, derde lid, 10, eerste lid, 12, 15, tweede
lid, 16, tweede, vierde en vijfde lid, 17, 22, derde lid, 23, 24, 25,
eerste en vierde lid, 28, tweede lid, 32, vierde lid, en 34 van de
Kaderwet diervoeders en op de artikelen 7, 12, 17, 21, 24, 27 en 28 van
het Besluit diervoeders;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Kaderwet diervoeders;
b. besluit: Besluit diervoeders;
c. minister: Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit;
d. VWA: Voedsel en Waren
Autoriteit;
e. lidstaat: land dat lid is van de
Europese Unie;
f. derde land: land dat geen lid is
van de Europese Unie;
g. kwartier: spanne tijd van één
vierde deel van een uur of een gedeelte daarvan, die besteed is of
zou zijn aan onderzoeken of verrichtingen, met uitzondering van
reistijd;
h. openingstijd: periode van
maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende
feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur;
i. algemeen erkende feestdag: de
Nieuwjaarsdag, de christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de
beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag
van de Koning(in) wordt gevierd en de vijfde mei;
j. werkdag: dag, niet zijnde een
zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag;
k. starttarief: op de reis- en
voorbereidende administratietijd betrekking hebbende vergoeding;
l. certificaat: schriftelijke of
elektronische door of vanwege de VWA afgegeven verklaring naar
aanleiding van haar werkzaamheden;
m. geleidebiljet: schriftelijk of
digitaal document, door de VWA opgemaakt, dat dient om producten
van dierlijke oorsprong te kanaliseren.
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. richtlijn nr.
2001/18/EG:richtlijn nr. 2001/18/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de
doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in
het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad
(PbEG L 106);
b. richtlijn nr.
2002/32/EG:richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste
stoffen in diervoeding (PbEG L 140);
c. richtlijn nr.
2008/38/EG:richtlijn nr. 2008/38/EG van de Commissie van de
Europese Gemeenschappen van 5 maart 2008 tot vaststelling van de
lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel
(PbEG L 69);
d. verordening (EG) nr.
999/2001:verordening (EG) nr. 999/2001van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende
vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en
uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme
encefalopathieën (PbEG L 147);
e. verordening (EG) nr.
178/2002:verordening (EG) nr. 178/2002van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot
vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese
Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van
procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31);
f. verordening (EG) nr. 1069/2009:
verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de
Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van
gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie
bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot
intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300);
g. verordening (EG) nr.
1829/2003:verordening (EG) nr. 1829/2003van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake
genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L
268);
h. verordening (EG) nr.
1830/2003:verordening (EG) nr. 1830/2003van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende
de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde
organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde
organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot
wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);
i. verordening (EG) nr.
1831/2003:verordening (EG) nr. 1831/2003van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende
toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU L 268);
j. verordening (EG) nr.
882/2004:verordening (EG) nr. 882/2004van Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële
controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en
levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en
dierenwelzijn (PbEU 2004, 191);
k. verordening (EG) nr.
183/2005:verordening (EG) nr. 183/2005van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 12 januari 2005 tot
vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005,
35);
l. verordening (EG) nr.
470/2009:verordening (EG) nr. 470/2009van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 tot vaststelling
van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden
voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in
levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking
vanVerordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging
vanRichtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en
vanVerordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de
Raad (PbEU L 152/11);
m. verordening (EG) nr.
669/2009:verordening (EG) nr. 669/2009van de Commissie van de
Europese Gemeenschappen van 24 juli 2009 ter uitvoering van
Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de
Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de
invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van
niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking
2006/504/EG (PbEU L 194);
n. verordening (EG) nr.
767/2009:verordening (EG) nr. 767/2009van het Europees Parlement
en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen
en het gebruik van diervoeders, tot wijziging vanVerordening (EG)
nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot
intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de raad, Richtlijn 80/511/EEG
van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG,93/74/EEG,
93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EGvan de
Commissie (PbEU L 229);
o. verordening (EU) nr. 37/2010:
verordening (EU) nr. 37/2010 van de Commissie van 22 december 2009
betreffende farmacologisch werkzame stoffen en de indeling daarvan
op basis van maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen van
dierlijke oorpsrong (PbEU L 15).
Hoofdstuk 2. Ongewenste stoffen in
diervoeders, verboden voedermiddelen en diervoeders met een bijzonder
voedingsdoel
Artikel 3
1. Als gehalten aan ongewenste
stoffen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de
wet worden vastgesteld de gehalten:
a. opgenomen in bijlage I bij
richtlijn nr. 2002/32/EG;
b. opgenomen in bijlage II bij de
Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen met
betrekking tot eet- of drinkwaren die tevens een diervoeder
zijn, met uitzondering van de stoffen waarvoor op grond van
onderdeel a een maximumgehalte geldt.
2. Op de gehalten, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, is bijlage I bij de Warenwetregeling
residuen van bestrijdingsmiddelen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Ingeval er in bijlage I bij richtlijn
nr. 2002/32/EG voor aanvullende diervoeders geen apart maximumgehalte
aan ongewenste stoffen is vastgesteld, geldt het maximumgehalte dat
voor volledige diervoeders is vastgesteld eveneens voor aanvullende
diervoeders, rekening houdend met het voor gebruik daarvan
voorgeschreven aandeel in een dagrantsoen.
Artikel 5
Als voedermiddelen als bedoeld in
artikel 3 van de wet worden aangewezen de middelen als bedoeld in
bijlage III bij verordening (EG) nr. 767/2009.
Artikel 6
Als lijst met bijzondere voedingsdoelen
als bedoeld in artikel 21 van het besluit, wordt aangemerkt de lijst,
opgenomen in deel B van bijlage I bij richtlijn nr. 2008/38/EG.
Hoofdstuk 3. Regels ter uitvoering van
communautaire verordeningen
§ 1. Regels ter uitvoering van
verordening (EG) nr. 999/2001
Artikel 7
1. Het is verboden in strijd te
handelen met:
a. artikel 7, eerste lid, van
verordening (EG) nr. 999/2001;
b. punt I van bijlage IV
bijverordening (EG) nr. 999/2001;
c. punten II en III, onderdelen
C, D en E, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001;
d. bijlage VII, hoofdstuk A, punt
2.3, punt b, onder i) en ii), van verordening (EG) nr. 999/2001.
2. De verboden, bedoeld in het eerste
lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing ten aanzien van het
vervoederen van de producten, genoemd in bijlage IV bij verordening
(EG) nr. 999/2001, aan de daarbij genoemde dieren, mits is voldaan
aan de in die bijlage gestelde voorwaarden.
Artikel 8
Als diervoeders als bedoeld in artikel
10, eerste lid, van de wet waarvoor ter uitvoering van punt II van
bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001 een erkenning of
registratie is vereist om die te bereiden, te bewerken, te verwerken,
en in voorkomend geval in verband daarmee in voorraad of voorhanden te
hebben, worden aangewezen diervoeders die de volgende producten
bevatten:
a. vismeel als bedoeld in punt II,
onderdeel B, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001;
b. dicalciumfosfaat of
tricalciumfosfaat als bedoeld in punt II, onderdeel C, van bijlage
IV bij verordening (EG) nr. 999/2001;
c. bloedproducten of bloedmeel als
bedoeld in punt II, onderdeel D, van bijlage IV bij verordening
(EG) nr. 999/2001.
Artikel 9
1. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een erkenning als bedoeld in artikel 8, aanhef
in samenhang met onderdeel a, zijn opgenomen in:
a. punt II, onderdeel B, onder c,
eerste alinea, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001,
dan wel
b. punt II, onderdeel B, onder c,
onder ii, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.
2. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een erkenning als bedoeld in artikel 8, aanhef
in samenhang met onderdeel b,zijn opgenomen in:
a. punt II, onderdeel D, onder b,
eerste alinea, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001,
dan wel
b. punt II, onderdeel D, onder b,
onder ii, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.
3. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een erkenning als bedoeld in artikel 8, aanhef
in samenhang met onderdeel c, zijn opgenomen in:
a. punt II, onderdeel D, onder c,
eerste alinea, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001,
dan wel
b. punt II, onderdeel D, onder c,
onder ii, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.
Artikel 10
1. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een registratie als bedoeld in artikel 8,
aanhef in samenhang met onderdeel a, zijn de eisen, opgenomen in
punt II, onderdeel B, onder c, onder i, van bijlage IV bij
verordening (EG) nr. 999/2001.
2. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een registratie als bedoeld in artikel 8,
aanhef in samenhang met onderdeel b, zijn de eisen, opgenomen in
punt II, onderdeel C, onder a, onder i, van bijlage IV bij
verordening (EG) nr. 999/2001.
3. De eisen, bedoeld in artikel 27
van het besluit, aan een registratie als bedoeld in artikel 8,
aanhef in samenhang met onderdeel c, zijn de eisen, opgenomen in
punt II, onderdeel D, onder c, onder i, van bijlage IV bij
verordening (EG) nr. 999/2001.
Artikel 11
1. De minister keurt de
reinigingsprocedure, bedoeld in punt II, onderdelen B, onder e, C,
onder c, en D, onder e, van bijlage IV bij verordening (EG) nr.
999/2001, goed.
2. De minister verleent de
toestemming, bedoeld in punt II, onderdelen B, onder f, C, onder d,
en D, onder a, tweede alinea, onder b, tweede alinea, en onder f,
tweede alinea, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.
3. De minister erkent het
controlesysteem, bedoeld in:
a. punt II, onder D, onder a,
tweede alinea, en onder b, tweede alinea, van bijlage IV bij
verordening (EG) nr. 999/2001;
b. punt III, onderdeel C, onder
c, onder iii, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.
Artikel 12
De ambtenaren, bedoeld in artikel 53,
zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in de volgende punten van bijlage
IV bij verordening (EG) nr. 999/2001:
a. punt II, onderdelen:
1°. B, onder c, onder ii,
derde gedachtestreepje;
2°. C, onder a, onder ii,
derde gedachtestreepje;
3°. D, onder a, eerste alinea,
en onder c, onder ii, derde gedachtestreepje;
b. punt III, onderdeel C, onder a
en onder c, onder ii en iii, laatste alinea, en onderdeel F.
§ 2. Regels ter uitvoering van
verordening (EG) nr. 183/2005
Artikel 13
Het is verboden te handelen in strijd
met de voorschriften, genoemd in de artikel 4, 5, eerste, tweede,
derde, vijfde en zesde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 9,
eerste en tweede lid, 11, 23, eerste lid, en 24 van de verordening
(EG) nr. 183/2005.
Artikel 14
Als diervoeders als bedoeld in artikel
10, eerste lid, van de wet waarvoor ter uitvoering van artikel 11 van
verordening (EG) nr. 183/2005 een registratie vereist is, worden
aangewezen de diervoeders die vallen binnen de werkingssfeer van
verordening (EG) nr. 183/2005.
Artikel 15
1. Als toevoegingsmiddelen of
vervangende voederproteïnen als bedoeld in artikel 10, eerste lid,
van de wet, waarvoor ter uitvoering van artikel 10 van verordening
(EG) nr. 183/2005 een erkenning is vereist voor het vervaardigen of
het in de handel brengen daarvan, worden aangewezen de
toevoegingsmiddelen respectievelijk de vervangende voederproteïnen,
genoemd in bijlage IV, hoofdstuk 1 vanverordening (EG) nr. 183/2005.
2. Als voormengsels als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor ter uitvoering van
artikel 10 van verordening (EG) nr. 183/2005 een erkenning is
vereist voor het vervaardigen of het in de handel brengen daarvan,
worden aangewezen de voormengsels bereid met toevoegingsmiddelen,
genoemd in bijlage IV, hoofdstuk 2 vanverordening (EG) nr. 183/2005.
3. Als diervoeders als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor ter uitvoering van
artikel 10 van verordening (EG) nr. 183/2005 een erkenning is
vereist voor het vervaardigen daarvan uitsluitend voor het gebruik
op eigen bedrijf of ten behoeve van het in de handel brengen, worden
aangewezen de mengvoeders bereid met toevoegingsmiddelen of met
voormengsels met toevoegingsmiddelen, genoemd bijlage IV, hoofdstuk
3 van verordening (EG) nr. 183/2005.
Artikel 16
Indien aan een bedrijf een erkenning
voor een activiteit, als bedoeld inartikel 15 is verleend, dan is voor
diezelfde activiteit geen registratie, bedoeld in artikel 14, meer
nodig.
Artikel 17
Een besluit omtrent erkenning, dan wel
wijziging daarvan, wordt genomen binnen zes maanden na ontvangst van
de aanvraag.
Artikel 18
1. De minister keurt de nationale
gidsen voor goede praktijken, bedoeld in artikel 21 van verordening
(EG) nr. 183/2005, goed voor zover de gidsen betrekking hebben op de
bepalingen in verordening (EG) nr. 183/2005.
2. Ingeval in een gids richtsnoeren
zijn opgenomen die aanvullend zijn ten opzichte van verordening (EG)
nr. 183/2005 zijn deze richtsnoeren telkens duidelijk te
onderscheiden van het deel van de gids dat betrekking heeft op
verordening (EG) nr. 183/2005.
Artikel 19
De ambtenaren, bedoeld in artikel 53,
zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
onderdeel a, en tweede lid, artikel 17, tweede lid, en de bijlagen I
en II van de verordening (EG) 183/2005.
§ 3. Regels ter uitvoering van overige
Europese verordeningen
Artikel 20
1. Het is verboden in strijd te
handelen met de artikelen 11, 12, 15, eerste lid, 16, 17, eerste
lid, 18 en 20 van verordening (EG) nr. 178/2002.
2. De minister is de bevoegde
autoriteit, bedoeld in de artikelen 15, vijfde lid, en 19, tweede
lid, van verordening (EG) nr. 178/2002.
3. De ambtenaren, bedoeld in artikel
97, zijn de bevoegde autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18,
tweede en derde lid, 19, eerste, derde en vierde lid, en 20 van
verordening (EG) nr. 178/2002.
Artikel 21
1. Het is verboden in strijd te
handelen met de artikelen 16, eerste, tweede en zesde lid, 20,
eerste lid, 21, eerste en derde lid, en 25 vanverordening (EG) nr.
1829/2003.
2. De minister is de bevoegde
nationale instantie, bedoeld in de artikelen 17, tweede lid, en 18,
tweede lid, van verordening (EG) nr. 1829/2003.
Artikel 22
Het is verboden in strijd te handelen
met de artikel 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en
tweede lid, vanverordening (EG) nr. 1830/2003.
Artikel 23
Het is verboden in strijd te handelen
met de artikelen 3, eerste, derde en vierde lid, en 16 van verordening
(EG) nr. 1831/2003.
Artikel 24
1. Het is verboden in strijd te
handelen met de artikel 4, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste lid,
8, 9, 11, 13, 14, eerste en tweede lid, 15, 16, 17, eerste en tweede
lid, 18, 19, 20, eerste lid, 22, eerste lid, 23, 24, vijfde lid,
tweede volzin, en zesde lid, en 25, vierde lid, vanverordening (EG)
nr. 767/2009.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel
53, onderdeel a, zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in de
artikelen 5, tweede en derde lid, 13, eerste lid, onderdelen a en b,
17, derde lid, en bijlage VII, onderdeel 8, van verordening (EG) nr.
767/2009.
Artikel 25
1. De ambtenaren, bedoeld in de
artikelen 53, onderdeel a, en 54, zijn de bevoegde autoriteit,
bedoeld in de artikelen 3, onderdeel a, 6, 8, eerste en tweede lid,
onderdelen a en b, 9, 10, 11, aanhef, 12, 13 en 19, eerste lid, van
verordening (EG) nr. 669/2009.
2. De ambtenaren, bedoeld in de
artikelen 53, onderdeel a, en 54, zijn de bevoegde autoriteit op het
APB, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, tweede alinea, van
verordening (EG) nr. 669/2009.
3. De ambtenaren, bedoeld in de
artikelen 53, onderdeel a, en 54, zijn de bevoegde autoriteit ten
aanzien van het verlenen van instemming, bedoeld in artikel 7,
tweede alinea, van verordening (EG) nr. 669/2009.
§ 4. De aanvraag tot erkenning,
registratie of goedkeuring, vereist op grond van Europese
verordeningen
Artikel 26
1. De volgende aanvragen worden bij
de VWA ingediend:
a. een aanvraag tot erkenning of
registratie als bedoeld in artikel 8, dan wel tot wijziging
daarvan;
b. een aanvraag tot goedkeuring
als bedoeld in artikel 11, eerste lid, dan wel tot wijziging
daarvan;
c. een aanvraag tot toestemming
als bedoeld in artikel 11, tweede lid, dan wel tot wijziging
daarvan;
d. een aanvraag tot erkenning als
bedoeld in artikel 11, derde lid, dan wel tot wijziging daarvan;
e. een aanvraag tot registratie
als bedoeld in artikel 14, dan wel tot wijziging daarvan;
f. een aanvraag tot erkenning als
bedoeld in artikel 15, dan wel tot wijziging daarvan;
g. een aanvraag tot goedkeuring
als bedoeld inartikel 18.
2. Een aanvraag wordt in behandeling
genomen nadat het ingevolgeartikel 35, onderdeel a, verschuldigde
bedrag is voldaan.
3. De aanvrager van een registratie
als bedoeld in artikel 8, is geregistreerd, indien een termijn van
zes weken, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag
tot registratie, is verstreken zonder dat de minister op de aanvraag
heeft beslist.
Artikel 27
De houder van een erkenning,
registratie of goedkeuring stelt de VWA zo spoedig mogelijk, doch
uiterlijk binnen een maand schriftelijk in kennis van wijziging van de
volgende gegevens:
a. naam, adres of zetel van de
houder;
b. naam, adres of zetel van een
bedrijf waarop de erkenning, registratie of goedkeuring betrekking
heeft;
c. stopzetting van de activiteit
waarop de erkenning, registratie of goedkeuring betrekking heeft;
d. opheffing van zijn onderneming.
Artikel 28
In een openbaar register, dat ter
inzage ligt bij de VWA, worden de volgende gegevens vastgelegd:
a. naam, adres en zetel van de
houder van een erkenning of registratie;
b. naam, adres en zetel van een
bedrijf waarop een erkenning of registratie betrekking heeft;
c. de bij de erkenning of
registratie behorende erkennings-, onderscheidenlijk
registratienummers.
Hoofdstuk 4. Regels over de in- en
uitvoer
Artikel 29
De eisen, bedoeld in artikel 16, tweede
lid, van de wet zijn:
a. de eisen die bij of krachtens de
wet zijn gesteld aan toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels of diervoeders;
b. de eisen, neergelegd in dit
hoofdstuk;
c. het bepaalde in:
1°. artikel 7, bijlage IV en
bijlage IX, hoofdstuk D, afdeling B, subonderdeel c,
vanverordening (EG) nr. 999/2001;
2°. de artikelen , 12, 15,
eerste lid, 16, 17, eerste lid, 18 en 20 van verordening (EG)
nr. 178/2002;
3°. hoofdstuk III
vanverordening (EG) nr. 1829/2003;
4°. verordening (EG) nr.
1830/2003;
5°. verordening (EG) nr.
1831/2003;
6°. artikel 24 vanverordening
(EG) nr. 183/2005;
7°. elke andere communautaire
maatregel, voor zover daarin is bepaald dat de controles op
het voldoen aan de daarin neergelegde voorschriften
plaatsvinden volgens de bepalingen van verordening (EG) nr.
882/2004.
Artikel 30
1. Toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit
een derde land, gaan vergezeld van:
a. documenten waaruit de aard,
oorsprong en geografische bestemming van de producten blijkt;
b. een document waarin de aard en
de uitkomst van uitgevoerde controles zijn aangegeven en in
voorkomend geval de resultaten van laboratoriumonderzoek,
ingeval de producten voor het eerst in een lidstaat, niet zijnde
Nederland, op het douanegebied van de Europese Gemeenschap zijn
binnengebracht.
2. In de documenten, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel a, wordt verwezen naar het document, bedoeld
in het eerste lid, onderdeel b, ingeval het laatstgenoemde onderdeel
van toepassing is.
3. Het document, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, vergezelt de toevoegingsmiddelen,
vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders waarop het
betrekking heeft tot het tijdstip waarop deze producten in het vrije
verkeer worden gebracht.
Artikel 31
1. Toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit
een derde land en die in Nederland in het douanegebied van de
Europese Gemeenschap worden binnengebracht, worden aangevoerd via:
a. Rotterdam haven, Vlissingen
haven, Amsterdam luchthaven of Maastricht luchthaven, voorzover
zij van dierlijke oorsprong zijn;
b. Rotterdam haven, Delfzijl
haven, Vlissingen haven, Amsterdam haven of Amsterdam
luchthaven, voorzover zij niet van dierlijke oorsprong zijn.
2. De belanghebbende bij de lading
stelt de VWA voor inklaring schriftelijk in kennis van de aanvoer,
bedoeld in het eerste lid. Hij maakt daarbij gebruik van een bij de
VWA opvraagbaar document, dat volledig wordt ingevuld en in viervoud
wordt ingeleverd.
Artikel 32
1. Toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels en diervoeders die in Nederland in
het douanegebied van de Europese Gemeenschap worden binnengebracht,
worden aan de VWA aangeboden voor de controles, bedoeld in de
artikelen 14 en 15 van verordening (EG) nr. 882/2004.
2. Bij de producten, bedoeld in het
eerste lid, worden de documenten, bedoeld inartikel 30, eerste lid,
onderdeel a, gevoegd.
3. De aanbieder meldt de
werkzaamheden die hij wenst te laten verrichten schriftelijk bij de
VWA uiterlijk vóór 14:00 uur op de werkdag voorafgaand aan de dag
van de voorgenomen uitvoering van de werkzaamheden. Hij maakt
daarbij gebruik van het document, bedoeld inartikel 31, tweede lid.
Artikel 33
Toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels en diervoeders blijven ter beschikking
van de ambtenaar van de VWA indien hij dat nodig acht, onder door hem
te bepalen voorwaarden en voor rekening van de verzender of diens
gemachtigde dan wel de importeur, tot de controles, bedoeld inartikel
32, zijn afgerond en de uitslagen daarvan bekend zijn.
Artikel 34
1. Na afronding van de in artikel 32,
eerste lid, bedoelde controles wordt door de VWA een document als
bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, afgegeven en wordt
van dat document aantekening gemaakt op de documenten, bedoeld in
artikel 30, eerste lid, onderdeel a, ingeval de producten:
a. bestemd zijn om in het vrije
verkeer gebracht te worden in een andere lidstaat dan Nederland;
b. een in Nederland gevestigde
vrije zone, vrij entrepot of douane-entrepot verlaten en bestemd
zijn om in een andere lidstaat dan Nederland in het vrije
verkeer te worden gebracht.
2. Het document, bedoeld in het
eerste lid, wordt opgesteld overeenkomstig de richtsnoeren,
opgenomen in artikel 1 van richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1998 tot
vaststelling van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 95/53/EGvan
de Raad bedoelde modeldocument en van controlevoorschriften bij de
invoer van diervoeder uit derde landen in de Gemeenschap (PbEG L
261).
3. Ingeval een partij producten in
delen wordt gesplitst, wordt het document, bedoeld in het eerste
lid, afgegeven voor elke deelpartij die bestemd is om in een andere
lidstaat dan Nederland in het vrije verkeer te worden gebracht.
Hoofdstuk 5. Regels over retributies
Artikel 35
Voor de be- en afhandeling van een
aanvraag tot:
(i) een erkenning als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van de wet;
(ii) een erkenning als bedoeld
inartikel 11, derde lid, onderdeel a, of
(iii) een wijziging van de onder
(i) of (ii) bedoelde erkenningen,
wordt bij de aanvrager een
retributie in rekening gebracht bestaande uit:
a. een starttarief van €
108,69 per ambtenaar voor een onderzoek ter plaatse naar het
voldoen aan de eisen voor het verkrijgen van de in de
onderdelen (i) en (ii) bedoelde erkenningen, en
b. een bedrag van € 29,57 per
kwartier dat aan het onderzoek ter plaatse door een ambtenaar
is besteed.
Artikel 36
Voor de be- en afhandeling van een
aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de
wet, dan wel tot wijziging van deze registratie, is de aanvrager per
aanvraag een retributie verschuldigd van€ 23,22.
Artikel 37
Voor de door de VWA aangekondigde en
vastgelegde periodieke controles, bedoeld in artikel 13 van de wet, op
de naleving van de eisen verbonden aan de in artikel 10 van de wet
bedoelde erkenning ten behoeve van de instandhouding daarvan, is de
houder van de erkenning een retributie verschuldigd bestaande uit:
a. een starttarief van € 108,69
per ambtenaar, en
b. een bedrag van € 29,57 per
kwartier dat door de ambtenaar aan de werkzaamheden is besteed.
Artikel 38
1. Voor een aanvullende officiële
controle na vaststelling van niet-naleving als bedoeld in artikel 28
van verordening (EG) nr. 882/2004, is de exploitant een bedrag
verschuldigd, bestaande uit:
a. een starttarief van €
108,69, en
b. een bedrag van € 29,57 per
kwartier dat door de ambtenaar aan de werkzaamheden is besteed.
2. In afwijking van het eerste lid is
de exploitant voor een aanvullende officiële controle na
vaststelling van niet-naleving in het kader van een controle als
bedoeld in artikel 32, eerste lid, in verbinding met artikel 40,
eerste lid, een bedrag verschuldigd, bestaande uit:
a. een starttarief van € 42,97;
b. een bedrag van € 26,98 per
kwartier dat aan de aanvullende officiële controle is besteed.
3. Voor zover in het kader van de in
het eerste of tweede lid bedoelde aanvullende officiële controle
laboratoriumonderzoek is verricht van chemische en microbiologische
monsters die ten behoeve van die controle zijn genomen, is de
exploitant, naast de in het eerste lid onderscheidenlijk tweede lid
bedoelde vergoeding, een bedrag voor dit laboratoriumonderzoek
verschuldigd.
4. Het in het derde lid bedoelde
bedrag bestaat uit de door de Minister te berekenen werkelijke
kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in elk geval zijn
begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen
en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.
Artikel 38a [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 39
Voor de be- en afhandeling van een
aanvraag als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, is de
aanvrager per aanvraag een retributie verschuldigd bestaande uit:
a. een bedrag van € 59,71 aan
administratiekosten per aanvraag, en
b. de werkelijke ter behandeling
van de aanvraag gemaakte kosten van, voor zover van toepassing,
het dossieronderzoek en, overeenkomstig artikel 43, het
laboratoriumonderzoek.
Artikel 40
1. Voor de controles, bedoeld in
artikel 32, eerste lid, welke plaatsvinden op een werkdag tussen
06:00 uur en 23:00 uur, is de aanbieder een retributie verschuldigd
van € 0,04117 per ton toevoegingsmiddel, vervangende
voederproteïne, voormengsel of diervoeder dat ter controle wordt
aangeboden.
2. De retributie, bedoeld in het
eerste lid, bedraagt ten minste€ 58,98 en ten hoogste€ 453,85.
3. Voor de afgifte van het document,
bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt een retributie van €
26,98 in rekening gebracht.
4. Voor de controles, bedoeld in het
eerste lid, welke plaatsvinden tussen 23:00 uur en 06:00 uur, op een
zaterdag of zondag onderscheidenlijk op een algemeen erkende
feestdag of 5 mei, is de aanbieder een retributie verschuldigd van
€ 0,05231 per ton toevoegingsmiddel, vervangende voederproteïne,
voormengsel of diervoeder dat ter controle wordt aangeboden, met
dien verstande dat de retributie ten minste€ 75,16 en ten hoogste
€ 578,43 bedraagt.
Artikel 40a
1. Voor de meer uitgebreide
officiële controles, bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr.
669/2009, is de belanghebbende bij de lading een bedrag
verschuldigd.
2. Het in het eerste lid bedoelde
bedrag bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke kosten
van de controles op bepaalde stoffen of residuen van die stoffen en
het daarvoor noodzakelijke laboratoriumonderzoek, waaronder in elk
geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën,
hulpmiddelen en materialen, alsmede administratiekosten,
personeelskosten en huisvestingskosten.
Artikel 41
Voor de be- en afhandeling van een
aanvraag tot toestemming als bedoeld in artikel 28, eerste lid,
onderdeel b, van het besluit, is de aanvrager een retributie
verschuldigd bestaande uit:
a. een bedrag van € 57,75 aan
administratiekosten per aanvraag,
b. een starttarief van€ 47,25
voor een onderzoek naar het voldoen aan de eisen aan de
toestemming, en
(i) een bedrag van € 21,00
per kwartier dat aan het onderzoek door een academische
geschoolde ambtenaar is besteed;
(ii) een bedrag van€ 15,75
per kwartier dat aan het onderzoek door een niet-academisch
geschoolde ambtenaar is besteed.
Artikel 42
1. Voor werkzaamheden binnen
openingstijd, die op verzoek van de aanbieder door of vanwege de VWA
worden verricht met betrekking tot toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels of diervoeders, is de aanbieder een
retributie verschuldigd, bestaande uit:
a. een starttarief van € 99,02
per ambtenaar, en
b. een bedrag van € 34,07 per
kwartier dat door een ambtenaar aan de werkzaamheden is besteed.
2. Voor zover voor de verrichtingen,
bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de aanbieder een
certificaat, een geleidebiljet of een gewaarmerkt afschrift van een
certificaat of geleidebiljet wordt afgegeven zonder dat direct
voorafgaand onderzoek ter plaatse van de aanbieder wordt verricht
door een ambtenaar, is de aanbieder een retributie verschuldigd van:
a. € 45,81 per certificaat of
geleidebiljet dat wordt aangevraagd, onderscheidenlijk
b. indien meerdere certificaten
of geleidebiljetten tegelijk worden aangevraagd die betrekking
hebben op een zelfde lading producten, die op dezelfde dag wordt
afgevoerd, en waarbij op de certificaten of geleidebiljetten
hetzelfde oorsprongs- en bestemmingsadres, alsmede dezelfde
datum van vertrek wordt vermeld:
(i) € 45,81 voor het
certificaat of het geleidebiljet dat als eerste wordt
afgegeven, en
(ii) € 11,45 per
certificaat of geleidebiljet dat na het onder (i) bedoelde
eerste certificaat of geleidebiljet wordt afgegeven, en
c. € 11,45 per gewaarmerkt
afschrift van een certificaat of een geleidebiljet.
Artikel 43
1. Voor zover laboratoriumonderzoeken
zijn verricht van chemische en microbiologische monsters die zijn
genomen in het kader van werkzaamheden als bedoeld in de artikelen
35, 36, 37, 39, 40, 41of 42, is de aanbieder, naast de retributies
die ter zake van de desbetreffende werkzaamheden zijn verschuldigd,
een retributie voor deze laboratoriumonderzoeken verschuldigd.
2. De in het eerste lid bedoelde
retributie bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke
kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in elk geval zijn
begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen
en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.
Artikel 44
Indien op grond van dit hoofdstuk een
starttarief verschuldigd is, wordt deze in rekening gebracht ten
aanzien van werkzaamheden die door iedere aanwezige medewerker van de
VWA op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes
daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden
verricht.
Artikel 45
1. In afwijking van artikel 32, derde
lid, en artikel 61, tweede lid, meldt de aanbieder de werkzaamheden
die hij door een ambtenaar op een zaterdag, zondag, algemeen erkende
feestdag, onderscheidenlijk op een werkdag tussen 18:00 uur en 06:00
uur wenst te laten verrichten, schriftelijk bij de VWA, uiterlijk
twee weken vóór de werkdag voorafgaand aan de dag van de
voorgenomen uitvoering van de werkzaamheden zoals deze zijn
aangemeld.
2. De aanbieder meldt de
werkzaamheden tot afgifte van een certificaat, geleidebiljet of
gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet, bedoeld
in artikel 42, tweede lid, die hij door de VWA wenst te laten
verrichten, schriftelijk bij de VWA, uiterlijk vóór 14:00 uur op
de derde werkdag, voorafgaande aan de dag van transport van de
lading waarop het certificaat of geleidebiljet ingevolge de aanvraag
betrekking heeft.
Artikel 46
1. Indien de datum of het tijdstip
van aanvang of beëindiging van de werkzaamheden afwijkt van de
datum of het tijdstip volgens de melding, bedoeld in artikel 32,
derde lid, artikel 45, eerste of tweede lid, onderscheidenlijk
artikel 61, tweede lid, wordt degene die de melding heeft verricht,
hiervan door de VWA in kennis gesteld.
2. Indien de gemelde werkzaamheden
niet zullen plaatsvinden, worden uitgesteld of wijziging ondergaan
als gevolg van niet aan de VWA te wijten oorzaken of omstandigheden,
wordt dit door degene die de melding heeft verricht, schriftelijk
aan de VWA bericht:
a. indien het de melding, bedoeld
in artikel 32, derde lid, betreft: uiterlijk vóór 14:00 uur op
de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering
van de werkzaamheden;
b. indien het de melding, bedoeld
in artikel 45, eerste lid, betreft: uiterlijk één week
voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering van de
werkzaamheden;
c. indien het de melding, bedoeld
in artikel 45, tweede lid, betreft: uiterlijk vóór 14:00 uur
op de derde werkdag, voorafgaande aan de dag van transport van
de lading waarop het certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt
afschrift van een certificaat of geleidebiljet ingevolge de
aanvraag betrekking heeft;
d. indien het de melding, bedoeld
in artikel 61, tweede lid, betreft: uiterlijk vóór 07:00 uur
op de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen
uitvoering van de werkzaamheden.
Artikel 47
1. Indien:
a. de in artikel 40
onderscheidenlijk artikel 42, eerste lid, bedoelde
werkzaamheden, onderscheidenlijk de werkzaamheden tot afgifte
van een certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt afschrift van
een certificaat of geleidebiljet als bedoeld in artikel 42,
tweede lid, later zijn aangemeld dan op de werkdag en het
tijdstip, bedoeld in artikel 32, derde lid, artikel 45, eerste
of tweede lid, onderscheidenlijkartikel 61, tweede lid, of
b. de inartikel 39
onderscheidenlijk artikel 42, eerste lid, bedoelde werkzaamheden
meer tijd in beslag nemen dan is aangemeld op grond vanartikel
32, derde lid, artikel 45, eerste lid, onderscheidenlijkartikel
61, tweede lid,
zullen de aangevraagde
werkzaamheden niet worden uitgevoerd op de daartoe aangevraagde
dag, en dient de aanbieder voor de uitvoering van die
werkzaamheden een nieuwe aanvraag in te dienen.
2. Het eerste lid is niet van
toepassing indien:
a. ten aanzien van de
werkzaamheden zich een van de volgende situaties voordoet:
1°. de werkzaamheden zijn
later door de aanbieder aangemeld dan op de werkdag en het
tijdstip, bedoeld in artikel 32, derde lid,artikel 45,
onderscheidenlijk artikel 61, tweede lid, of
2°. de werkzaamheden nemen
meer tijd in beslag dan door de aanbieder is aangemeld op
grond vanartikel 32, derde lid, artikel 45,
onderscheidenlijkartikel 61, tweede lid;
b. de aanbieder ten genoegen van
de VWA aantoont dat de te late melding onderscheidenlijk het
feit dat de werkzaamheden meer tijd in beslag nemen dan is
aangemeld, is veroorzaakt door:
1°. omstandigheden die
redelijkerwijs niet voor rekening of risico van de aanbieder
komen, of
2°. bijzondere, incidentele
omstandigheden, niet zijnde omstandigheden, als bedoeld
onder 1°, en
c. de VWA de benodigde
werkzaamheden op dat moment redelijkerwijs feitelijk kan
inplannen en uitvoeren, voor zover het gaat om omstandigheden
als bedoeld in onderdeel b, onder 2°.
3. Indien de aanbieder overeenkomstig
het tweede lid heeft aangetoond dat de te late melding,
onderscheidenlijk het feit dat de werkzaamheden meer tijd in beslag
nemen dan is aangemeld, is veroorzaakt door omstandigheden als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, onderscheidenlijk
2°, en de werkzaamheden in afwijking van het eerste lid alsnog op
de daartoe aangevraagde dag worden uitgevoerd, is de aanbieder de
retributie, bedoeld in artikel 48onderscheidenlijk artikel 51,
verschuldigd.
Artikel 48
1. Indien de werkzaamheden als
bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderscheidenlijk de
werkzaamheden tot afgifte van een certificaat, geleidebiljet of
gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet als
bedoeld in artikel 42, tweede lid, later zijn aangemeld dan het van
toepassing zijnde tijdstip genoemd inartikel 46, tweede lid,
onderdeel b, c, onderscheidenlijk d, is de aanbieder een retributie
verschuldigd naast de ingevolge artikel 42, eerste of tweede lid,
verschuldigde retributie.
2. De retributie, bedoeld in het
eerste lid, bedraagt:
a. € 10,22, per kwartier dat de
te laat aangemelde werkzaamheden bedoeld in artikel 42, eerste
lid, duren;
b. € 13,74, voor zover de te
late aanmelding betrekking heeft op de werkzaamheden tot afgifte
van een certificaat of geleidebiljet overeenkomstig artikel 42,
tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, onder (i);
c. € 3,43, voor zover de te
late aanmelding betrekking heeft op de werkzaamheden tot afgifte
van een certificaat of geleidebiljet overeenkomstig artikel 42,
tweede lid, onderdeel b, onder (ii) onderscheidenlijk onderdeel
c.
Artikel 49
1. Naast de retributie bedoeld in
artikel 35 onderscheidenlijkartikel 37, is de aanbieder een
retributie verschuldigd van€ 8,87 per kwartier dat de in het
desbetreffende artikel bedoelde werkzaamheden plaatsvinden buiten
openingstijd.
2. Naast de retributie bedoeld in
artikel 42, is de aanbieder een retributie verschuldigd van €
10,22 per kwartier dat de in het desbetreffende artikel bedoelde
werkzaamheden plaatsvinden buiten openingstijd.
3. Indien het voor de goede
uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in
artikel 38, naar het oordeel van de VWA noodzakelijk is deze buiten
openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van
de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt
uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 38, eerste,
onderscheidenlijk tweede lid, bedoelde bedrag, bestaande uit een
bedrag van 30% van het in artikel 38, eerste, onderscheidenlijk
tweede lid, bedoelde bedrag per kwartier, per kwartier dat de
controle plaatsvindt buiten openingstijd.
4. Indien het voor de goede
uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in
artikel 38a, naar het oordeel van de VWA noodzakelijk is deze buiten
openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van
de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt
uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 38a
bedoelde bedrag, bestaande uit een bedrag van 30% van het in artikel
38a, eerste lid, bedoelde bedrag per aanvullende officiële
controle.
5. De openingstijd, bedoeld in dit
artikel, is de periode van maandag tot en met vrijdag, van 07:00 uur
tot 18:00 uur, met uitzonderling van algemeen erkende feestdagen en
5 mei.
Artikel 50
1. De aanbieder is een retributie
verschuldigd, voor zover door omstandigheden buiten toedoen van de
met de werkzaamheden belaste persoon of personen, de in artikel 42
bedoelde werkzaamheden worden onderbroken, of uitgesteld,
onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk niet plaatsvinden,
bestaande uit een bedrag van€ 34,07.
a. per kwartier dat de
onderbreking onderscheidenlijk het uitstel voor de met de
werkzaamheden belaste persoon of personen heeft geduurd,
onderscheidenlijk
b. per kwartier dat de
werkzaamheden, blijkens de aanvraag bedoeld in artikel 61,
tweede lid, zouden hebben geduurd, indien zij daadwerkelijk
zouden zijn verricht.
2. De aanbieder is een retributie
verschuldigd, voor zover door omstandigheden buiten toedoen van de
met de werkzaamheden belaste persoon of personen, de aanvraag tot
afgifte van een certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt afschrift
van een certificaat of geleidebiljet als bedoeld in artikel 42,
tweede lid, wordt ingetrokken, bestaande uit een bedrag gelijk aan
de retributie die ingevolge artikel 42, tweede lid, verschuldigd zou
zijn indien daadwerkelijk tot afgifte zou zijn overgegaan.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet
van toepassing indien de melding als bedoeld in artikel 46 tijdig is
gedaan.
4. De in het eerste lid bedoelde
retributie wordt naast de artikel 42verschuldigde retributies in
rekening gebracht, voor zover er sprake is van een situatie waarin
de desbetreffende werkzaamheden worden uitgesteld of waarin een
aanvang met de desbetreffende werkzaamheden is gemaakt, maar deze
vervolgens zijn onderbroken of gedeeltelijk niet plaatsvinden.
Artikel 51
Indien de werkzaamheden bedoeld in
artikel 42, eerste lid, naar het oordeel van de aanwezige
VWA-medewerker meer tijd in beslag nemen dan is aangemeld op grond van
artikel 61, tweede lid, is de aanbieder een retributie verschuldigd,
naast de ingevolge artikel 42, eerste lid verschuldigde retributies,
bestaande uit een bedrag van€ 34,07 per kwartier dat de
werkzaamheden langer duren dan is aangemeld.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en
andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet
Artikel 52
De in artikel 15 aangewezen
toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en
diervoeders worden aangewezen als toevoegingsmiddelen, vervangende
voederproteïnen, voormengsels, onderscheidenlijk diervoeders als
bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.
§ 2. Aanwijzing toezichthouders en
laboratoria
Artikel 53
Als ambtenaren als bedoeld in artikel
17, eerste lid, van de wet worden aangewezen:
a. de ambtenaren van de Voedsel en
Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
b. de ambtenaren van Algemene
Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
Artikel 54
1. De ambtenaren van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, worden benoemd tot
onbezoldigd ambtenaar bij de VWA voor de volgende taken:
a. het signaleren van
toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels
of diervoeders die in of uit Nederland worden gevoerd;
b. het in ontvangst nemen en
behandelen van een kennisgeving als bedoeld in artikel 31,
tweede lid;
c. het uitvoeren van de
controles, bedoeld in artikelen 14 en 15 van verordening (EG)
nr. 882/2004;
d. het nemen van beslissingen
over het voldoen van producten aan de eisen, neergelegd in
artikel 16, tweede lid, van de wet, voorzover het producten
betreft waarvoor uitsluitend een documenten- en een
overeenstemmingscontrole plaatsvindt;
e. het aantekenen van de in
onderdeel d bedoelde beslissing, voorzover de producten voldoen
aan de eisen, neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de wet,
en overige gegevens op het in artikel 34, eerste lid, bedoelde
document;
f. het controleren van vervoer
van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen,
voormengsels en diervoeders over Nederlands grondgebied onder
douanetoezicht;
g. het geven van uitvoering aan
maatregelen waartoe de minister heeft besloten.
2. De taken, bedoeld in het eerste
lid, worden uitgevoerd in opdracht en onder verantwoordelijkheid van
de minister.
Artikel 55
Als instellingen als bedoeld in artikel
23 van de wet worden aangewezen:
a. RIKILT te Wageningen;
b. de laboratoria van de Voedsel en
Waren Autoriteit;
c. het Belastingdienst/Douane
West/Douane Laboratorium te Amsterdam;
d. LabCo B.V. te Europoort;
e. TNO-Voeding te Zeist.
Artikel 56
Als vastgestelde analysemethoden als
bedoeld in artikel 24 van de wet worden aangemerkt de methoden,
genoemd in:
a. bijlage 1 bij deze regeling, en
b. bijlage 2 bij deze regeling, met
dien verstande dat deze worden toegepast binnen de
toepassingsgebieden en titels in genoemde bijlage.
§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen
Artikel 57
Als schadelijke stoffen als bedoeld in
artikel 28, eerste lid, van de wet worden aangewezen:
a. voedermiddelen als bedoeld in
artikel 3 van de wet;
b. ongewenste stoffen, voorzover
aanwezig in een diervoeder met een hoger gehalte dan vastgesteld
inartikel 2;
c. van zoogdieren afkomstige
eiwitten als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr.
999/2001, voorzover deze in strijd met de bepalingen uit die
verordening of de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften
zijn vervoederd;
d. dierlijke producten, opgenomen
in punt I van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001,
voorzover deze in strijd met de bepalingen uit die verordening of
de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften zijn vervoederd;
e. dierlijke bijproducten en
afgeleide producten als bedoeld in artikel 11, van verordening
(EG) 1069/2009, voor zover deze in strijd met dat artikel zijn
vervoederd;
f. farmacologisch werkzame
substanties die niet zijn opgenomen in tabel 1 van de bijlage bij
verordening (EU) nr. 37/2010.
§ 4. Nadere regelen over het gebruik
van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen of een product
met een mogelijk ongewenste stof in een proefstadium of voor
onderzoeksdoeleinden
Artikel 58
Een onderzoek of proef als bedoeld in
artikel 28, eerste lid, onderdeel d, van het besluit wordt uitgevoerd
overeenkomstig de richtsnoeren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van
verordening (EG) nr. 1831/2003.
Artikel 59
1. Een aanvraag tot toestemming als
bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dan
wel tot verlenging of wijziging daarvan, wordt ingediend bij het
Bureau Diergeneesmiddelen.
2. Een aanvraag wordt in behandeling
genomen nadat het ingevolgeartikel 41, onderdeel a, verschuldigde
bedrag is voldaan.
Artikel 60
Bij een aanvraag als bedoeld in artikel
59 wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de
richtsnoeren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG)
nr. 1831/2003.
Artikel 60a
1. De VWA kan toestemming verlenen
voor een proefneming met een product dat mogelijk een ongewenste
stof bevat voor de vaststelling van een verhoogd gehalte, een
maximumgehalte of een actiedrempel als bedoeld in artikel 4, tweede
lid, eerste alinea, van richtlijn nr. 2002/32/EG.
2. De VWA draagt bij het verlenen van
een toestemming als bedoeld in het eerste lid, zorg voor toepassing
van artikel 4, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn nr.
2002/32/EG.
§ 5. Verrichtingen op verzoek
Artikel 61
1. Een aanvraag tot het doen van
verrichtingen op verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de VWA,
onder vermelding van:
a. de soorten te verrichten
bedrijfsactiviteiten;
b. de soorten en hoeveelheden van
de goederen;
c. de datum en het tijdstip
waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen
aanvangen;
d. de datum en het tijdstip
waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen eindigen,
en
e. de locatie(s) waarop de
bedrijfsactiviteiten zullen plaatsvinden,
2. De aanbieder meldt de gewenste
verrichtingen schriftelijk bij de VWA, uiterlijk vóór 07:00 uur op
de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering.
§ 6. Nadere regelen omtrent het
verstrekken van inlichtingen
Artikel 62
De inlichtingen die ingevolge artikel
32, eerste lid, van de wet worden verstrekt bevatten ten minste:
a. gegevens die een nauwkeurige
identificatie van de producten waarop de inlichtingen betrekking
hebben mogelijk maken;
b. een zo volledig mogelijke
beschrijving van het risico dat de producten opleveren;
c. gegevens die kunnen worden
gebruikt om de producten op te sporen.
Artikel 63
Inlichtingen als bedoeld in artikel 32,
eerste lid, van de wet die op een andere wijze worden verstrekt dan
door toezending van een schriftelijke en ondergetekende verklaring,
worden onverwijld bevestigd door middel van een schriftelijke en
ondergetekende verklaring.
§ 7. Heronderzoek
Artikel 64
Een belanghebbende kan binnen zeven
dagen nadat aan hem het resultaat van het onderzoek, bedoeld in
artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bekend is
gemaakt, bij de ambtenaren, bedoeld inartikel 53, een verzoek om
heronderzoek indienen.
Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen
Artikel 65
1. Een kennisgeving, aanvraag of
verklaring als bedoeld in respectievelijk artikel 18, eerste, tweede
en derde lid, van verordening (EG) nr. 183/2005 worden ingediend bij
de VWA.
2. Met een kennisgeving als bedoeld
in artikel 18, eerste lid, vanverordening (EG) nr. 183/2005 wordt
voor wat betreft deze regeling gelijkgesteld een aanvraag als
bedoeld in artikel 49, tweede lid, van de wet.
Artikel 65a
1. Tot en met 31 augustus 2011 blijft
de Regeling diervoeders zoals die regeling luidde bij de
inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing op diervoeders
die in de handel worden gebracht, voorzover deze zijn bestemd voor
gezelschapsdieren en geëtiketteerd volgens die regeling.
2. Onverminderd het eerste lid blijft
na 31 augustus 2011 de Regeling diervoeders zoals die luidde bij de
inwerkingtreding van deze regeling van toepassing op diervoeder,
bestemd voor gezelschapsdieren, voorzover een diervoeder voor 1
september 2011 in de handel is gebracht, in overeenstemming met die
regeling is geëtiketteerd en de voorraad van dat diervoeder nog
niet is uitgeput.
Artikel 65b
Artikel 60a vervalt binnen een jaar na
inwerkingtreding, of, indien binnen een jaar bij algemene maatregel
van bestuur in vervanging als bedoeld in artikel 37 van de wet is
voorzien.
Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking
van andere regelingen
Artikel 66
[Wijzigt de Regeling zekerheidsstelling
en betaling van VWA-keurlonen]
Artikel 67
[Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel
en Waren Autoriteit]
Artikel 68
[Wijzigt de Beleidsregels normenkader
randvoorwaarden GLB]
Artikel 69
[Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun
2006]
Artikel 70
De Regeling diervoeders wordt
ingetrokken.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 71
Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 september 2010.
Artikel 72
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling diervoeders 2010.
Deze regeling
zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 20 augustus 2010.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg.
Bijlagen niet opgenomen
|