| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kaderwet EZ-subsidies
REGELING
IMPULS KENNISEXPLOITATIE CREATIEVE STARTERS
Tekst zoals deze geldt op
2 april 2008
Vervallen
m.i.v 1 januari 2009
|
|
|
REGELING van de Minister van Economische Zaken van 14 juli 2007,
nr. WJZ 7085549 (Regeling impuls kennisexploitatie creatieve
starters)
De Minister van Economische
Zaken;
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Economische Zaken;
b. MKB-onderneming: een onderneming die voldoet aan de definitie
van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de
bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van
25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001
van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing
van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor
kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10);
c. creatieve starter:
1°. een natuurlijke of rechtspersoon die een MKB-onderneming
drijft
i. die voor eigen rekening en risico producten, processen of
diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die
zijn gebaseerd op een nieuwe vinding of een nieuwe toepassing op
het gebied van informatie- en communicatietechnologie, nieuwe
media, mode of vormgeving;
ii. die ten hoogste vijf jaar geleden is ingeschreven in het
handelsregister van een Kamer van Koophandel en Fabrieken;
2°. een natuurlijke persoon die voorbereidingen treft voor de
oprichting van een onderneming als bedoeld onder 1°;
d. kennisexploitatieproject: een planmatig en met elkaar
samenhangend geheel van activiteiten met een looptijd van ten
hoogste vier jaar, dat bijdraagt aan
1°. de exploitatie van kennis op het gebied van informatie- en
communicatietechnologie, nieuwe media, mode of vormgeving; of
2°. de oprichting en de opbouw van succesvolle ondernemingen
door creatieve starters op het gebied van informatie- en
communicatietechnologie, nieuwe media, mode of vormgeving;
e. kennisexploitatieverband: een samenwerkingsverband of een
organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Regeling
subsidieprogramma kennisexploitatie.
Artikel 2
1. De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan
a. een kennisexploitatieverband dat rechtspersoonlijkheid bezit en
dat voor eigen rekening en risico een kennisexploitatieproject
uitvoert, of
b. een deelnemer in een kennisexploitatieverband dat geen
rechtspersoonlijkheid bezit die tezamen met de andere deelnemers in
het kennisexploitatieverband voor gezamenlijke rekening en risico een
kennisexploitatieproject uitvoert.
2. De subsidie wordt verstrekt voor activiteiten ten aanzien van:
a. het zoeken naar creatieve starters die streven naar groei van
hun onderneming en die daarvoor beschikken over de relevante
competenties en naar commercieel relevante kennis voor aanwending door
creatieve starters;
b. de voorlichting over en de verwerving van intellectuele
eigendomsrechten ten behoeve van creatieve starters;
c. het inventariseren van test- en onderzoeksapparatuur en andere
materiële faciliteiten die door creatieve starters gebruikt kunnen
worden en het adviseren van creatieve starters over het gebruik
daarvan, voor zover deze activiteiten gecoördineerd plaatsvinden;
d. de begeleiding van creatieve starters bij de oprichting en de
opbouw van hun onderneming en de ondersteuning van creatieve starters
door het vormen van een netwerk met begeleiders, potentiële
opdrachtgevers en distributeurs, met andere economische sectoren en
met economische sectoren in andere landen, voor zover deze
activiteiten gecoördineerd plaatsvinden; en
e. het verstrekken van financiële faciliteiten aan creatieve
starters ten behoeve van de bekostiging van activiteiten die verband
houden met de oprichting en ontwikkeling van hun onderneming.
Artikel 3
1. Op de verstrekking van de subsidie zijn de artikelen 2,
derde en vierde lid, 3, vierde lid, en 7 tot en met 21 van de Regeling
subsidieprogramma kennisexploitatie van overeenkomstige toepassing.
2. De subsidie bedraagt 50% van de projectkosten, maar niet meer
dan € 2.500.000,–.
3. In afwijking van het in het tweede lid genoemde percentage
bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede
lid, onder b,
a. 70 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 17.500,–
per aanvraag indien de aanvraag of het desbetreffende intellectuele
eigendomsrecht binnen 30 maanden na de indiening van de aanvraag is
overgedragen aan de onderneming van een creatieve starter of indien
voor de aanvraag of het desbetreffende intellectuele eigendomsrecht
binnen deze periode een licentie is verleend aan de onderneming van
een creatieve starter;
b. 50 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 12.500,–
per aanvraag indien de aanvraag of het desbetreffende intellectuele
eigendomsrecht binnen 30 maanden na de indiening van de aanvraag is
overgedragen aan een andere onderneming dan die van een creatieve
starter of indien voor de aanvraag of het desbetreffende intellectuele
eigendomsrecht binnen deze periode een licentie is verleend aan een
andere onderneming dan die van een creatieve starter;
c. 30 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 7.500,–
per aanvraag in andere gevallen.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid bedraagt de
subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e,
niet meer dan een bedrag dat wordt berekend door vermenigvuldiging van
het aantal creatieve starters aan wie financiële faciliteiten wordt
verstrekt met een bedrag van € 50.000,–.
Artikel 4
Als subsidiabele projectkosten worden uitsluitend in aanmerking
genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het
kennisexploitatieproject toe te rekenen, na de indiening van de
aanvraag om subsidieverlening en voor de aanvraag om
subsidievaststelling door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde
kosten:
1°. ten aanzien van de coördinatie van de activiteiten,
bedoeld in artikel 2, tweede lid:
de loonkosten van het kennisexploitatieverband;
2°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onder a:
de loonkosten van de kennisinstellingen en MKB-ondernemingen die
deel uitmaken van het kennisexploitatieverband en van de door deze
aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van reis- en
verblijfkosten;
3°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onder b:
i. voor zover het de voorlichting over intellectuele
eigendomsrechten betreft: de loonkosten van de kennisinstelling
en van MKB-ondernemingen die deel uitmaken van het
kennisexploitatieverband;
ii. voor zover het de verwerving van intellectuele
eigendomsrechten betreft: de door de kennisinstelling aan
anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van reis- en
verblijfkosten, en de kosten van de kennisinstelling;
4°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onder c en d: de loonkosten van degene die door het
kennisexploitatieverband is belast met de uitvoering;
5°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onder e: de totale waarde van de verstrekte
financiële faciliteiten, met dien verstande dat
i. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar
stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen
voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere
dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
ii. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van
prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk
is;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 50 procent van de onder
a bedoelde loonkosten.
2. Het tweede en derde lid van artikel 4 van de Regeling
subsidieprogramma kennisexploitatie zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 5
1. De Adviescommissie kennisexploitatie, genoemd in artikel 5,
eerste lid, van de Regeling subsidieprogramma kennisexploitatie heeft
mede tot taak de Minister op zijn verzoek te adviseren omtrent
aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. Het tweede tot en met het elfde lid van artikel 5 van de
Regeling subsidieprogramma kennisexploitatie zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 6
Onverlet de overeenkomstige toepassing van artikel 10 van de Regeling
subsidieprogramma kennisexploitatie kan de Minister afwijzend beslissen
op een aanvraag indien een aanvraag niet voldoet aan een van de volgende
uitgangspunten:
a. het project is gericht op de doelgroep van creatieve starters
met de potentie economisch te groeien;
b. het project heeft een nationaal bereik;
c. in het projectvoorstel is aangeduid hoe door het project de
kennisinfrastructuur op het gebied van creatieve starters wordt
versterkt.
Artikel 7
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies krachtens deze
regeling wordt vastgesteld op € 4.900.000,–.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls kennisexploitatie
creatieve starters.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 14 juli 2007.
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven.
|
|
|