REGELING van de Staatssecretaris van Economische Zaken
van 24 maart 2005, nr. WJZ 5017251, houdende regels inzake het
verstrekken van middelen in verband met de verschaffing van
risicokapitaal aan bedrijven van technostarters (Regeling seed capital
technostarters)
De
Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Economische Zaken;
b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn
verbonden:
1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of
indirect:
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft
aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer
rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
c. kapitaalvennootschap:
1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste
Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot
het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden
verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van
artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van
de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten
einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht
van één van de lidstaten van de Europese Unie, die
rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij
uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden
aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen
is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG
van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden
te beschermen.
d. technostarter: een rechtspersoon die een onderneming drijft:
1°. die voor eigen rekening en risico producten, processen of
diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn
gebaseerd op een nieuwe technische vinding of een nieuwe
toepassing van bestaande technologie;
2°. die ten hoogste vijf jaar geleden is ingeschreven in het
handelsregister van een Kamer van Koophandel en Fabrieken;
3°. die ten tijde van de eerste verstrekking van risicodragend
kapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van
middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de
bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van
25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr.
70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de
toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op
staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10);
e. technostartervennootschap: een technostarter die
1°. een onderneming drijft in de vorm van een
kapitaalvennootschap, en
2°. zijn primaire bedrijfsactiviteiten in Nederland uitvoert,
behoudens voor zover de onderneming behoort tot de economische
sectoren van landbouw, visserij, aquacultuur of scheepsbouw of tot
de EGKS-sectoren;
f. startersfonds: een vennootschap
1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een
vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het
recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn
vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan
uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van risicodragend
kapitaal aan technostartervennootschappen teneinde winst te
behalen; en
3°. waarin ten minste drie aandeelhouders of hoofdelijk
aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken
zonder dat twee of drie van hen tot dezelfde groep behoren en
zonder dat één van hen een meerderheidsbelang in het fonds
heeft;
g. achtergestelde vordering: een vordering van een startersfonds
ten laste van een technostartervennootschap
1°. die het startersfonds heeft verkregen door aan de
technostartervennootschap geld ter leen te verstrekken,
2°. die niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, en
3°. waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende
bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een
akkoord na verlening van surséance van betaling of een akkoord in
faillissement van de debiteur, eerst verplicht is rente en
aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande
schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van de
schulden die voortvloeien uit leningen waaraan een bepaling van
gelijke aard als voornoemde bepaling is verbonden,
4°. terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de
crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening
van de rente en aflossing;
h. participatie: risicodragend kapitaal in de vorm van
1°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap
die het startersfonds rechtstreeks van de
technostartervennootschap heeft verkregen tegen volstorting van
die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde
vordering; of
2°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap
als bedoeld onder 1° in combinatie met een achtergestelde
vordering;
i. verkrijgingsprijs van een participatie: het bedrag in geld
waarvoor het startersfonds de participatie heeft verkregen;
j. fondsplan: een plan van een startersfonds tot uitvoering van
een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten die bestaan uit
het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties en het
begeleiden van de desbetreffende technostartervennootschappen;
k. investeringsperiode: de periode gedurende welke een
startersfonds activiteiten verricht ter verkrijging van
participaties;
l. investeringsbudget: de financiële middelen die een
startersfonds beschikbaar heeft of zal hebben en die bestemd zijn om
de verkrijgingsprijs van participaties te voldoen;
m. inkomsten: alle op geld waardeerbare voordelen die een
startersfonds heeft uit een participatie, waaronder dividend, rente,
aflossingen, opties, de prijs waartegen de participatie is
vervreemd, de prijs waartegen de participatie door de
technostartervennootschap is ingekocht of terugbetaald en de
liquidatie-uitkering;
n. beheerskosten: alle kosten die een startersfonds maakt voor
het verkrijgen, behouden en beëindigen van participaties, met
inbegrip van de kosten van begeleiding van
technostartervennootschappen, uitgezonderd de verkrijgingsprijs van
de participaties;
o. referentierente: de referentierentevoet, bedoeld in de
Mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie-
en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEG 1997, C 273),
zoals laatstelijk vastgesteld voor Nederland, en vermeerderd met 4%.
Artikel 2
1. De minister verleent op aanvraag een subsidie in de vorm van
een geldlening aan een startersfonds voor het uitvoeren van een
fondsplan dat is gebaseerd op de uitgangspunten dat:
a. het startersfonds participaties verkrijgt gedurende een
investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en deze uiterlijk zes
jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemdt;
b. de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende
de investeringsperiode in één technostartervennootschap worden
verkregen, ten minste € 100.000,– en ten hoogste € 2.500.000,–
bedraagt;
c. de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties die
een startersfonds gedurende de investeringsperiode per
technostartervennootschap verkrijgt, over alle
technostartervennootschappen genomen ten hoogste € 800.000,–
bedraagt;
d. de middelen die door een startersfonds per half jaar aan een
technostartervennootschap worden verstrekt ten hoogste € 500.000,–
bedragen;
e. de beheerskosten jaarlijks ten hoogste 5% bedragen van het
investeringsbudget;
f. de fondsbeheerder voor zijn werkzaamheden een beloning verkrijgt
die afhankelijk is van zijn individuele prestatie;
g. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen zodanig wordt
beperkt dat ten hoogste 35% van het totaal van de verkrijgingsprijzen
van de participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen;
h. voor achtergestelde vorderingen een rente wordt bedongen die ten
minste gelijk is aan de referentierente;
i. de participaties verkregen worden in
technostartervennootschappen waarvan de rentabiliteits- en
continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn;
j. bij de beslissing van het startersfonds inzake de verkrijging
van een participatie rekening wordt gehouden met het ondernemingsplan
van de desbetreffende technostartervennootschap;
k. de participaties verkregen worden in
technostartervennootschappen waarin niet eerder een participatie is
verkregen door een investeringsfonds, niet zijnde een startersfonds,
behoudens indien de eerdere participatie is verkregen door een
investeringsfonds dat uitsluitend het verstrekken van risicodragend
kapitaal aan technostartervennootschappen tot doel heeft en dat naar
het oordeel van de minister niet in staat is nieuwe participaties in
de technostartervennootschap te verkrijgen.
2. De verstrekking van de geldlening vindt plaats onder de
voorwaarde dat binnen twee weken na de beschikking tot verstrekking van
de geldlening een overeenkomst tot geldlening wordt gesloten tussen de
Staat en het startersfonds.
3. De Staat doet een aanbod een overeenkomst tot geldlening te
sluiten, die is opgesteld overeenkomstig het model dat is opgenomen in
de bij deze regeling behorende bijlage 1.
4. In de overeenkomst tot geldlening wordt onder meer bepaald
dat:
a. de geldlening een bedrag betreft dat ten hoogste door het
startersfonds kan worden opgenomen;
b. ingevolge de geldlening het startersfonds bedragen in contanten
kan opnemen, telkens indien het startersfonds een participatie
verkrijgt, voor zover het totaal van de verstrekte middelen niet hoger
is dan het maximale bedrag van de geldlening;
c. het startersfonds een deel van de inkomsten uit participaties
overboekt aan de minister;
d. het startersfonds geen andere activiteiten verricht dan de
uitvoering van het fondsplan.
5. De minister kan in aanvulling op het model in het aanbod voor
de overeenkomst tot geldlening bepalingen opnemen die strekken tot
verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Artikel 3
1. De geldsom die op grond van de in artikel 2, tweede lid
bedoelde overeenkomst tot geldlening ten hoogste kan worden geleend,
bedraagt 50 procent van het investeringsbudget, maar niet meer dan een
plafond-bedrag dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
2. Het in het eerste lid bedoelde plafond-bedrag bedraagt € 4.000.000,–
voor het in 2005 verstrekken van een geldlening op grond van deze
regeling.
3. Indien een ander bestuursorgaan of de Commissie van de
Europese Gemeenschappen een financiële bijdrage aan het
investeringsbudget van het startersfonds heeft verstrekt, wordt op grond
van deze regeling slechts een zodanige geldlening verstrekt, dat het
totaal van de geldlening en de andere financiële bijdragen niet meer
bedraagt dan het in het eerste lid bedoelde percentage.
Artikel 4
1. Er is een Adviescommissie seed capital technostarters die
tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent
aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van deze
regeling.
2. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een
deugdelijke motivering.
3. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en
ten hoogste zes andere leden. De leden beschikken tezamen over
deskundigheid op het terrein van de verstrekking van risico-kapitaal aan
beginnende ondernemingen en de beoordeling van ondernemingsplannen. De
leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de rijksoverheid.
4. De voorzitter en de andere leden worden door de minister voor
een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn opnieuw
benoembaar voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
5. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
6. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding
en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft
bij de beschikking op de aanvraag.
7. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de
vergaderingen van de commissie bij te wonen.
8. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister
voorzien.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van
de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie
van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de
werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat
ministerie.
10. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de
uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage
vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de
vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
11. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op
van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de
minister stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij
aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar
taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de
minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
Artikel 5
1. Het subsidieplafond voor het in 2005 verstrekken van
geldleningen op aanvragen op grond van deze regeling, bedraagt € 20.600.000,–.
2. Bij ministeriële regeling wordt een plafond vastgesteld voor
het verstrekken van geldleningen op aanvragen op grond van deze regeling
die na 2005 zijn ontvangen in een periode als bedoeld in artikel 6,
tweede lid. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden
vastgesteld voor aanvragen die betrekking hebben op participaties in
bepaalde categorieën technostarters of voor aanvragen die worden gedaan
in een bepaalde periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
3. Indien het plafond met betrekking tot enig kalenderjaar nog
niet is vastgesteld op 1 januari van dat jaar, bedraagt het plafond met
betrekking tot de aanvraagperiode in dat jaar € 11.600.000,–.
§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 6
1. Aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van
deze regeling worden in 2005 gedaan op een zodanig tijdstip dat zij
worden ontvangen in de periode van 1 april tot en met 30 juni.
2. Aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van deze
regeling worden in de jaren vanaf 2005 gedaan op een zodanig tijdstip
dat zij worden ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 31
maart, of in een andere periode indien deze bij ministeriële regeling
is vastgesteld.
3. Een aanvraag om verstrekking van een geldlening wordt
ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de
bij deze regeling behorende bijlage 2.
4. De aanvraag gaat vergezeld van een fondsplan en een begroting
voor het fondsplan alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen
in het formulier is vermeld.
Artikel 7
Binnen dertien weken na de laatste dag van de bij artikel 6, eerste
lid, vastgestelde periode, geeft de minister een beschikking omtrent in
die periode ontvangen aanvragen om verstrekking van een geldlening.
Artikel 8
1. De minister wint omtrent de aanvragen het advies in van de
Adviescommissie seed capital technostarters.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij,
daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat:
a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. onvoldoende aannemelijk is dat het startersfonds gedurende de
investeringsperiode daadwerkelijk zal beschikken over de middelen die
het fonds aan het investeringsbudget bijdraagt;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het startersfonds bij het
verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties het ontstaan van
belangenverstrengeling zal voorkomen;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de
capaciteiten hebben voor het verkrijgen van participaties en voor het
beheer van het startersfonds op een wijze zoals bij
participatiefondsen gebruikelijk is;
e. het fondsplan onvoldoende is onderbouwd;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het fondsplan naar behoren
wordt uitgevoerd.
3. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de commissie,
de aanvragen waarop hij niet afwijzend beschikt zodanig, dat een
aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de aanvrager meer kan steunen op relevante ervaring en
deskundigheid;
b. het fondsplan meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle
ondernemingen door technostartervennootschappen;
c. het fondsplan doelmatiger is ingericht.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van
de rangschikking.
5. Indien een aanvraag is gedaan om verstrekking van een
geldlening voor een bedrag dat hoger is dan het in artikel 3, eerste en
tweede lid, bedoelde plafond-bedrag en indien die aanvraag voor het
overige kan worden toegewezen, kan de minister in afwijking van het
bepaalde in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid het maximale
bedrag van de geldlening bepalen op een hoger bedrag dan het
plafond-bedrag indien het op grond van artikel 5 beschikbare bedrag
daarvoor toereikend is.
6. Bij de toepassing van het vijfde lid wordt voorrang gegeven
aan aanvragen die hoger in de rangschikking zijn geplaatst.
7. Voor de rangschikking wegen de in het derde lid genoemde
criteria even zwaar.
§ 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
In 2005 worden slechts geldleningen op grond van deze regeling
verstrekt indien de Europese Commissie de minister heeft bericht dat
deze regeling verenigbaar is met de regels van de Europese
Gemeenschappen ten aanzien van staatssteun.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling seed capital
technostarters.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 2, 3, 4, 5 en 6, die
ter inzage worden gelegd bij TechnoPartner, SenterNovem, Juliana van
Stolberglaan 3, Den Haag.
Den Haag, 24 maart 2005.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
C.E.G. van Gennip.
Overeenkomst tussen:
1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat,
vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken;
2. ...., hierna te noemen startersfonds;
Partijen zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Economische Zaken;
b. kapitaalvennootschap:
1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste
Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot
het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden
verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van
artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van
de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten
einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die ten tijde van de eerste
verstrekking van risicodragend kapitaal op grond van deze regeling
is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de
Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen
heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan
worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving
onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn
68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden
als derden te beschermen;
c. technostarter: een rechtspersoon
1°. die voor eigen rekening en risico producten, processen of
diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn
gebaseerd op een nieuwe technische vinding of een nieuwe
toepassing van bestaande technologie;
2°. die zijn onderneming heeft ingeschreven in het
handelsregister van een Kamer van Koophandel en Fabrieken maar
niet langer dan 5 jaar;
3°. wiens onderneming voldoet aan de definitie van een kleine
of middelgrote onderneming, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder
b, van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van
12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87
en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote
ondernemingen (PbEG L 10);
d. technostartervennootschap: een technostarter die
1°. een onderneming drijft in de vorm van een
kapitaalvennootschap, en
2°. zijn primaire bedrijfsactiviteiten in Nederland uitvoert,
behoudens voor zover de onderneming behoort tot de economische
sectoren van landbouw, visserij, aquacultuur of scheepsbouw of tot
de EGKS-sectoren;
e. achtergestelde vordering: een vordering van het startersfonds
ten laste van een technostartervennootschap
1°. die het startersfonds heeft verkregen door aan de
technostartervennootschap geld ter leen te verstrekken,
2°. die niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, en
3°. waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende
bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een
akkoord na verlening van surseance van betaling of een akkoord in
faillissement van de debiteur, eerst verplicht is rente en
aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande
schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van de
schulden die voortvloeien uit leningen waaraan een bepaling van
gelijke aard als voornoemde bepaling is verbonden,
4°. terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de
crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening
van de rente en aflossing;
f. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn
verbonden:
1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of
indirect:
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft
aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over
een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
g. participatie: risicodragend kapitaal in de vorm van
1°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap
die het startersfonds rechtstreeks van de
technostartervennootschap heeft verkregen tegen volstorting van
die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde
vordering; of
2°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap
als bedoeld onder 1° in combinatie met een achtergestelde
vordering;
h. verkrijgingsprijs van een participatie: het bedrag in geld
waarvoor het startersfonds de participatie heeft verkregen;
i. fondsplan: een plan van het startersfonds tot uitvoering van
een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten die bestaan uit
het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties en het
begeleiden van de desbetreffende technostartervennootschappen;
j. investeringsperiode: de periode gedurende welke het
startersfonds activiteiten verricht ter verkrijging van
participaties;
k. investeringsbudget: de financiële middelen die het
startersfonds beschikbaar heeft of zal hebben en die bestemd zijn om
de verkrijgingsprijs van participaties te voldoen;
l. inkomsten: alle op geld waardeerbare voordelen die het
startersfonds heeft uit de participatie, waaronder dividend, rente,
aflossingen, opties, de prijs waartegen de participatie is
vervreemd, de prijs waartegen de participatie door de desbetreffende
technostartervennootschap is ingekocht of terugbetaald en de
liquidatie-uitkering;
m. beheerskosten: alle kosten die het startersfonds maakt voor
het verkrijgen, behouden en beëindigen van participaties, met
inbegrip van de kosten van begeleiding van
technostartervennootschappen, uitgezonderd de verkrijgingsprijs van
de participaties.
n. fondspartij: een aandeelhouder of hoofdelijk aansprakelijk
vennoot van het startersfonds;
o. eigen bijdrage: de geldelijke middelen die door de
fondspartijen in het investeringsfonds zijn ingebracht en die
daadwerkelijk zijn gebruikt voor het verkrijgen van participaties;
p. referentierente: de referentierentevoet, bedoeld in de
Mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie-
en disconteringspercentages worden vastgesteld(PbEG 1997, C 273),
zoals laatstelijk vastgesteld voor Nederland, en vermeerderd met 4%.
Artikel 2. Verstrekking lening
1. De Staat verstrekt het startersfonds voor het verkrijgen van
participaties een renteloze geldlening tot een bedrag van € ...........,
...., met een looptijd van .... jaar, gegeven een investeringsbudget van
€ ..........., .....
2. De Staat kan de in het eerste lid genoemde termijn op verzoek van
het startersfonds verlengen indien daarvoor zwaarwegende economische
redenen zijn.
3. Het startersfonds kan bedragen in contanten opnemen, telkens
indien het startersfonds een betaling verricht ter verkrijging van een
participatie, voor zover het totaal van de opgenomen bedragen niet hoger
is dan het maximale bedrag van de geldlening.
4. Telkens indien het startersfonds inkomsten heeft verkregen uit een
participatie boekt het een deel van deze inkomsten over aan de Staat,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
5. Het startersfonds is niet gehouden de uitstaande hoofdsom af te
lossen, anders dan door de overboekingen bedoeld in het vierde lid.
Artikel 3. Opname van de lening
1. Indien het startersfonds een participatie heeft verkregen na de
indiening van de aanvraag om subsidie op grond van de Regeling seed
capital technostarters en over gaat of over is gegaan tot betaling aan
de technostartervennootschap van de verkrijgingsprijs of van een deel
daarvan, verricht de Staat op verzoek van het fonds een betaling aan het
fonds ter hoogte van dat bedrag vermenigvuldigd met het percentage dat
het maximale bedrag van de geldlening vormt van het investeringsbudget,
met dien verstande dat de middelen die door een startersfonds per half
jaar aan een technostartervennootschap worden verstrekt ten hoogste € 500.000,–
bedragen.
2. Het startersfonds doet het verzoek om betaling met gebruikmaking
van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage 1 bij deze
overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van de overeenkomst tot
verkrijging van de participatie en van andere bescheiden als genoemd in
het model.
3. De Staat verricht de betaling binnen twee weken na ontvangst van
het verzoek om betaling, tenzij hij van oordeel is dat het startersfonds
niet heeft voldaan aan de ingevolge deze overeenkomst voor hem geldende
verplichtingen, dan wel indien het startersfonds failliet is verklaard
of aan het fonds surséance van betaling is verleend of ten aanzien van
fonds de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
4. De Staat bericht het startersfonds na afloop van de
investeringsperiode wat het totale bedrag is dat op grond van deze
overeenkomst is opgenomen.
Artikel 4. Overboeking van inkomsten uit participaties
1. Indien het startersfonds inkomsten heeft uit een participatie,
wordt daarvan een deel binnen een maand overgeboekt aan de Staat.
2. Het deel van de inkomsten dat aan de Staat wordt overgeboekt
verschilt al naar gelang de inkomsten worden ontvangen in één van de
volgende perioden:
a. periode A: vanaf het totstandkomen van deze overeenkomst tot
het tijdstip waarop het totaal van de door het startersfonds uit de
participaties verkregen inkomsten na aftrek van het totaal van de
aan de Staat overgeboekte bedragen gelijk is aan de eigen bijdrage
voor de verkregen participaties;
b. periode B: vanaf het onder a bedoelde tijdstip tot het
tijdstip dat het totaal van de aan de Staat overgeboekte bedragen
gelijk is aan het totaal op grond van de leningsovereenkomst
opgenomen bedrag;
c. periode C: vanaf het tijdstip dat het totaal van de aan de
Staat overgeboekte bedragen gelijk is aan het totaal op grond van de
leningsovereenkomst opgenomen bedrag.
3. Het deel van de inkomsten dat aan de Staat wordt overgeboekt is
a. in periode A: 20 procent van de inkomsten, vermenigvuldigd met
een breuk waarvan de teller bestaat uit het maximale bedrag van de
geldlening en de noemer uit het investeringsbudget met uitzondering
van de geldlening van de Staat;
b. in periode B: 50 procent van de inkomsten, vermenigvuldigd met
een breuk waarvan de teller bestaat uit het maximale bedrag van de
geldlening en de noemer uit het investeringsbudget met uitzondering
van de geldlening van de Staat;
c. in periode C: 20 procent van de inkomsten, vermenigvuldigd met
een breuk waarvan de teller bestaat uit het maximale bedrag van de
geldlening en de noemer uit het investeringsbudget met uitzondering
van de geldlening van de Staat.
4. Telkens indien het startersfonds een bedrag overboekt aan de
Staat, informeert het de Staat over de aard van de inkomsten met
gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model, dat als
bijlage 2 bij deze overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van
bescheiden als genoemd in het model, waaronder in geval van inkomsten
uit vervreemding van de participatie de overeenkomst tot vervreemding
van de participatie.
5. Indien het startersfonds inkomsten heeft uit een participatie die
niet bestaan uit een geldsom, maakt het deze inkomsten te gelde voor het
verloop van de in artikel 2, eerste lid, genoemde termijn.
6. Zodra de in het vijfde lid bedoelde inkomsten te gelde zijn
gemaakt, boekt het startersfonds het in overeenstemming met het derde
lid bepaalde deel van deze gelden over aan de Staat.
7. Op verzoek van de Staat verstrekt het startersfonds een
accountantsverklaring dat het startersfonds bij de verkrijging, het
bezit of de vervreemding van de participatie waaruit inkomsten aan de
Staat zijn overgeboekt, in overeenstemming met deze overeenkomst heeft
gehandeld.
Artikel 5. Verkrijging van participaties
1. Het startersfonds hanteert bij het verkrijgen van participaties in
technostartervennootschappen de volgende voorwaarden:
a. de participaties worden verkregen gedurende een
investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en deze worden
uiterlijk zes jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemd;
b. de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende
de investeringsperiode in één technostartervennootschap worden
verkregen, bedraagt ten minste € 100.000,– en ten hoogste
€ 2.500.000,–;
c. de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties
die een startersfonds gedurende de investeringsperiode per
technostartervennootschap verkrijgt, bedraagt over alle
technostartervennootschappen genomen ten hoogste € 800.000,–;
d. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen wordt
zodanig beperkt dat ten hoogste 35% van het totaal van de
verkrijgingsprijzen van de participaties betrekking heeft op
achtergestelde vorderingen;
e. voor achtergestelde vorderingen wordt een rente bedongen die
ten minste gelijk is aan de referentierente;
f. de participaties worden verkregen in
technostartervennootschappen waarvan de rentabiliteits- en
continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn;
g. bij de beslissing van het startersfonds inzake de verkrijging
van een participatie wordt rekening gehouden met het
ondernemingsplan van de desbetreffende technostartervennootschap.
2. Bij of in verband met het verkrijgen van een participatie
verstrekt het startersfonds geen andere goederen dan geld.
3. Het startersfonds verkrijgt geen participatie in een
technostartervennootschap indien in de voorafgaande periode van twaalf
maanden meer middelen aan de technostartervennootschap zijn onttrokken
ten behoeve van derden dan noodzakelijk voor een redelijk te achten
bedrijfsvoering, dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking
is aangegaan.
4. Het startersfonds verkrijgt geen participatie in een
technostartervennootschap indien een ander investeringsfonds in deze
vennootschap reeds een participatie heeft, behoudens
a. indien dit investeringsfonds een ander startersfonds is en
voor zover als gevolg van de nieuwe participatie het in het eerste
lid, onder b, bedoelde maximum niet wordt overschreden;
b. indien dit investeringsfonds
1°. de vorm heeft van een kapitaalvennootschap of een
vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het
recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. blijkens de akte waarbij de statuten van de vennootschap
zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij de
vennootschap is aangegaan uitsluitend tot doel heeft het
verstrekken van risicodragend kapitaal aan
technostartervennootschappen teneinde winst te behalen; en
3°. naar het oordeel van de minister niet in staat is nieuwe
participaties in de technostartervennootschap te verkrijgen,
voor zover als gevolg van de nieuwe participatie het in het
eerste lid, onder b, bedoelde maximum niet wordt overschreden.
5. Het startersfonds verkrijgt of behoudt geen participatie in de
vennootschap van een technostarter indien een fondspartij, bestuurder of
een beheerder of andere betrokkene bij het startersfonds een bedrijf
uitoefent dat gelijk of verwant is aan het bedrijf van de technostarter
terwijl tussen beide bedrijven een vaste afnemersrelatie bestaat.
6. Het startersfonds brengt voor het verkrijgen van participaties
eigen geldelijke middelen in het investeringsbudget in tot ten hoogste
€ ..........., ....euro.
7. Het startersfonds verricht geen andere activiteiten dan de
uitvoering van het fondsplan.
Artikel 6. Vervreemding van participaties
1. Het startersfonds vervreemdt een participatie niet eerder dan twee
jaar na de verkrijging ervan, tenzij de Staat desgevraagd met
vervreemding binnen deze termijn heeft ingestemd.
2. Het startersfonds draagt ervoor zorg dat vervreemding van een
participatie gebeurt tegen een marktconforme prijs.
3. Indien het startersfonds een participatie geheel of voor een deel
vervreemdt aan één van zijn fondspartijen, bestuurders, beheerders of
andere betrokkenen, draagt het er voor zorg dat ten minste een derde
deel van de participatie wordt vervreemd aan onafhankelijke derden dan
wel dat de prijs waartegen de vervreemding plaats vindt, is gebaseerd op
een taxatie van twee onafhankelijke deskundigen.
Artikel 7. Fondsbeheer algemeen
1. Het startersfonds voert het fondsplan uit, voert daarbij een
actief en winstgericht beleid voor het verkrijgen, behouden en
beëindigen van participaties en begeleidt in dat kader
technostartervennootschappen waarin een participaties is verkregen.
2. Het startersfonds hanteert een expliciete gedragslijn om het
ontstaan van belangenverstrengeling te voorkomen en neemt ook overigens
de in dit verband noodzakelijke maatregelen.
3. Desgewenst kan een door de minister daartoe gemachtigde persoon
als toehoorder deelnemen aan overleg van een orgaan van het
startersfonds over de uitvoering van het fondsplan.
4. Het startersfonds staat er voor in dat fondspartijen, bestuurders,
beheerders of andere betrokkenen bij een startersfonds geen medewerking
verlenen aan investeringen door een ander dan het startersfonds in een
technostartervennootschap waarin het startersfonds een participatie
heeft verkregen, indien deze investeringen niet tegen marktconforme
voorwaarden plaatsvinden.
5. Het startersfonds bedingt van technostarters die in verband met
participaties worden geadviseerd of begeleid geen vergoeding voor deze
advisering respectievelijk begeleiding die hoger is dan hetgeen in de
markt gebruikelijk is.
6. Het startersfonds richt het beheer zodanig in dat de jaarlijkse
beheerskosten ten hoogste 5% van het investeringsbudget bedragen.
7. De fondsbeheerder verkrijgt voor zijn werkzaamheden een beloning
die afhankelijk is van zijn individuele prestatie.
Artikel 8. Administratie en informatieverstrekking
1. Het startersfonds draagt ervoor zorg dat een administratie wordt
gevoerd die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op
eenvoudige en duidelijke wijze gegevens kunnen worden afgelezen over de
verkrijging, het beheer en de vervreemding van participaties, over de
inkomsten uit deze participaties, over de ondernemingsresultaten van de
desbetreffende technostarters en over de kosten van het fondsbeheer.
2. Het startersfonds informeert steeds na afloop van een periode van
zes maanden de Staat schriftelijk over de voorstellen voor participaties
die in de voorafgaande periode van zes maanden zijn ontvangen van
technostartervennootschappen en over de besluitvorming die hierover bij
het startersfonds heeft plaatsgevonden.
3. Het startersfonds brengt steeds binnen zes maanden na afloop van
een periode van twaalf maanden aan de Staat schriftelijk verslag uit
over de uitvoering van het fondsplan, met in het bijzonder een overzicht
over de verkregen en de vervreemde participaties, de gerealiseerde
verkrijgingsprijzen, de beheerskosten en de inkomsten, welk verslag
vergezeld gaat van een accountantsverklaring die is opgesteld
overeenkomstig een model dat als bijlage 3 bij deze overeenkomst is
gevoegd, en met gebruikmaking van een controleprotocol dat als bijlage 4
bij deze overeenkomst is gevoegd.
4. Desgevraagd verstrekt het startersfonds de Staat gegevens en
bescheiden over het beheer van het fonds en de verkregen participaties.
5. Na afloop van de looptijd van deze overeenkomst brengt het
startersfonds een eindverslag uit omtrent de uitvoering en de resultaten
van het fondsplan.
6. De Staat bericht het startersfonds na afloop van de looptijd van
deze overeenkomst of het startersfonds naar zijn oordeel bij het
verkrijgen en vervreemden van participaties in overeenstemming met deze
overeenkomst heeft gehandeld.
Artikel 9. Status van startersfonds
1. Het startersfonds zal tijdens de looptijd van deze overeenkomst
haar statuten of de overeenkomst waarbij zij is aangegaan niet wijzigen
dan wel meewerken aan vermindering van haar kapitaal of aan een
vermindering van het aantal aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke
vennoten die niet behoren tot dezelfde groep tot minder dan drie, tenzij
de Staat desgevraagd hiermee heeft ingestemd.
2. Het startersfonds doet onverwijld mededeling aan de Staat van de
indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance
van betaling aan hem, een verzoek tot faillietverklaring van hem of een
verzoek om ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen van toepassing te verklaren.
Artikel 10. Opzegging
1. De Staat is gerechtigd deze overeenkomst schriftelijk op te zeggen
indien
a. het startersfonds tekort schiet bij de nakoming van één van
zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst;
b. het aantal aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke
vennoten die niet behoren tot dezelfde groep kleiner is geworden dan
drie, behoudens voor zover de Staat desgevraagd hiermee heeft
ingestemd;
c. ten aanzien van het startersfonds een verzoek bij de rechtbank
is ingediend tot verlening van surseance van betaling, een verzoek
tot faillietverklaring of een verzoek tot van toepassing verklaring
van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of een
buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren wordt aangeboden;
d. het startersfonds is ontbonden;
e. de Regeling seed capital technostarters niet langer
verenigbaar is met de regels van de Europese Gemeenschappen ten
aanzien van staatssteun.
2. Een opzegging op grond van het eerste lid, onder a en b, geschiedt
uitsluitend nadat de Staat het startersfonds op de hoogte heeft gesteld
van het voornemen tot opzegging en nadat deze in de gelegenheid is
gesteld om een tekortschieten dat hersteld kan worden te herstellen
binnen een redelijke termijn.
3. Bij een opzegging als bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c,
kan de Staat van het startersfonds het totale bedrag dat hij
overeenkomstig artikel 3 aan het startersfonds heeft betaald, verminderd
met het bedrag dat het startersfonds overeenkomstig artikel 5 aan hem
heeft overgeboekt, direct opeisen.
Artikel 11. Geschillen
1. Ieder geschil ten aanzien van deze overeenkomst zal bij
uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het
arrondissement Den Haag.
2. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Artikel 12. Adressering schriftelijke stukken
Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd
voor de onder 1 gemelde partij worden gericht aan
Ministerie van Economische Zaken,
TechnoPartner, SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd
voor de onder 2 gemelde partij worden gericht aan
.....
Artikel 13. Betalingen
Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door het
startersfonds geschieden door overmaking van de betreffende bedragen
naar rekeningnummer 19.23.24.217 bij de Rabobank, ten name van
TechnoPartner/SenterNovem, onder vermelding van het projectnummer
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan
door de partijen.
........., ten deze vertegenwoordigd door
1. ...
2. ...
Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag