| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kaderwet financiële
verstrekkingen Financiën
TIJDELIJKE
REGELING HERVERZEKERING INVESTERINGEN 2004
Tekst zoals deze geldt op
28 januari 2010
Regeling vervalt m.i.v. 3 juni 2010
Vervallen
m.i.v. 3 juni 2010
|
|
|
De Minister van
Financiën;
Handelend in overeenstemming met de
Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet
financiële verstrekkingen Financiën;
Besluit:
Artikel 1. Definities
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Kaderwet: de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën;
b. Minister: de Minister van Financiën;
c. investeringsland: een land als bedoeld in artikel 3, tweede lid,
van de Kaderwet;
d. investering: de inbreng door een ondernemer van middelen in geld
of in natura in een onderneming in een investeringsland, teneinde met
die onderneming duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen
werkzaamheid, voor een duur van tenminste drie jaren of indien het een
geldlening betreft voor de duur van tenminste vier jaren; onder
investering wordt mede begrepen de garantie die een ondernemer in
aanvulling op de inbreng geeft, onder welke naam dan ook, tot betaling
van hetgeen uit hoofde van een lening is verschuldigd in het geval dat
de met de ondernemer duurzaam verbonden onderneming in een
investeringsland in gebreke blijft;
e. lening: een door een geldgever, niet zijnde de onder d bedoelde
ondernemer, in samenhang met een investering aan een onderneming in
een investeringsland verstrekte lening, voor een duur van tenminste
vier jaren en die, indien die geldgever in hoofdzaak op de financiële
markten werkzaam is, tot doel heeft aan de onderneming duurzaam
vermogen te verschaffen;
f. geldgever:
i. een kredietinstelling die beschikt over een vergunning als
bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000
betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden
van kredietinstellingen (PbEG L 275),
ii. een onderneming of instelling als bedoeld in artikel 2 of 3
van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht kredietwezen 1992 die
volgens haar statuten in Nederland haar zetel heeft en die deel
uitmaakt van de groep waartoe de ondernemer behoort, of
iii. een multilaterale instelling die wordt genoemd in de bijlage
bij deze regeling;
g. verzekeraar: een verzekeraar, bedoeld in artikel 3, derde lid,
van de Kaderwet;
h. verzekerde: degene die voor een niet-commercieel risico, dat is
verbonden aan een door hem gedane investering of een door hem
verstrekte lening, door tussenkomst van een verzekeraar is
herverzekerd op grond van deze regeling;
i. aanvangswaarde: de waarde van de investering die tot uitdrukking
wordt gebracht in de som van het door de verzekerde ingebrachte geld,
de tegenwaarde van de door verzekerde ingebrachte middelen in natura
en het bedrag van de garantie, dan wel in de hoofdsom van de door de
verzekerde betaalde lening;
j. opbrengst: rente, dividend, royalties en andere gelden die door
de onderneming in het investeringsland ter beschikking aan de
verzekerde zijn gesteld, anders dan als aflossing van een lening of
als terugbetaling van een investering;
k. ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onder b,
van de Kaderwet.
2. Van toepassing is uitgesloten de onderneming of instelling,
bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht
kredietwezen 1992, die behoort tot een groep waarvan de rechtspersoon
die, alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd
staat van die groep volgens zijn statuten buiten Nederland zijn zetel
heeft.
Artikel 2. Herverzekering (niet-commercieel
risico)
1. Met inachtneming van het bepaalde in
deze regeling herverzekert de Staat het risico dat voortvloeit uit een
verzekering die een verzekeraar heeft afgesloten met een verzekerde ter
dekking van een niet-commercieel risico dat is verbonden aan een
investering of een lening.
2. Onder een niet-commercieel risico als bedoeld in het eerste
lid wordt in ieder geval verstaan:
a. een betalingsverbod, een moratorium, een verhindering van
repatriëring van geld en een transferverbod;
b. oorlogsrisico, in het bijzonder het risico van lokale oorlog,
burgeroorlog, revolutie, opstand en burgerlijke onlusten buiten
Nederland;
c. nationalisatie, onteigening, confiscatie en elk ander handelen
en nalaten van de zijde van de autoriteiten in het betrokken
investeringsland dat met nationalisatie, onteigening of confiscatie
gelijk gesteld kan worden;
d. niet-nakoming of niet-erkenning van een aan de investering ten
grondslag liggende overeenkomst door de autoriteiten van het
investeringsland waarmee die overeenkomst is gesloten, voor zover dit
bij een onherroepelijke uitspraak van een rechter of van een door
partijen aangewezen arbiter is vastgesteld en die uitspraak niet door
de autoriteiten van het investeringsland wordt opgevolgd.
Artikel 3. De uitvoeringsovereenkomst met
een verzekeraar
1. Alvorens overeenkomsten tot
herverzekering worden gesloten, wordt tussen de Staat en de betrokken
verzekeraar een overeenkomst gesloten tot uitvoering van deze regeling.
2. De Minister sluit, in overeenstemming met de Minister van
Economische Zaken, de overeenkomst tot uitvoering van deze regeling
alleen met een verzekeraar:
a. waarvan naar zijn oordeel buiten twijfel staat dat het beschikt
over voldoende deskundigheid op het gebied van verzekeringen van de
risico’s die voortvloeien uit investeringen en leningen;
b. waarvan het naar zijn oordeel voldoende aannemelijk is dat het
de overeenkomst tot uitvoering van deze regeling juist en volledig zal
nakomen.
3. De overeenkomst tot uitvoering van deze regeling bevat in
ieder geval de volgende elementen:
a. de bepaling dat uitsluitend tot herverzekering zal worden
overgegaan, indien wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde
eisen;
b. de bepaling dat de niet-commerciële risico’s van elke
verzekering van risico’s voortvloeiend uit een investering of een
lening, die voldoet aan de in deze regeling gestelde criteria, ter
herverzekering worden aangeboden aan de Staat;
c. bepalingen met betrekking tot maatschappelijk verantwoord
ondernemen;
d. de bepaling dat de verzekeraar voor de herverzekering de Staat
een bedrag verschuldigd is gelijk aan de premie die de verzekerde
terzake van diens verzekering aan de verzekeraar verschuldigd is;
e. de bepaling dat de verzekeraar van de aanvrager van een
verzekering een vergoeding van administratiekosten zal verlangen en
vaststelling van de hoogte daarvan;
f. een procedure volgens welke een aanvraag tot herverzekering
wordt ingediend;
g. een procedure voor de wijziging van een dekkingstoezegging of
van polisvoorwaarden voor te sluiten herverzekeringsovereenkomsten;
h. een procedure volgens welke schadegevallen worden afgewikkeld;
i. een procedure voor het nemen van incassomaatregelen en voor het
treffen van maatregelen ter beperking van de schade;
j. een bepaling inzake de administratie van de uit de
herverzekering voortvloeiende verplichtingen;
k. een bepaling inzake de afrekening en controle;
l. een bepaling inzake de kostenvergoeding aan de verzekeraar;
m. een geschillenclausule;
n. een bepaling inzake de duur en beëindiging van de overeenkomst.
Artikel 4. Aan de investering en de lening
gestelde eisen
1. Voor herverzekering komt alleen in
aanmerking het risico dat voortvloeit uit een verzekering die een
niet-commercieel risico dekt:
a. van een investering die op het moment, waarop een verzekering
wordt gevraagd, nog niet is gedaan, of van een lening die op dat
moment nog niet is betaald;
b. van een reeds gedane investering of betaalde lening, mits het
voornemen tot het verzekeren van een met de investering of de lening
verbonden niet-commercieel risico niet meer dan twaalf maanden voor
het tijdstip waarop de investering is gedaan of de lening is betaald
aan de verzekeraar schriftelijk is gemeld, en vervolgens binnen drie
maanden na het doen van de investering of het betalen van de lening de
aanvraag tot verzekering wordt ingediend; of
c. van een bestaande investering of lening, indien die investering
of die lening wordt uitgebreid met een investering of lening als
bedoeld onder a of b, de waarde van de investering of het bedrag van
de lening waarmee wordt uitgebreid ten minste gelijk is aan de waarde
van de bestaande investering of het bedrag van de bestaande lening, en
het niet-commerciële risico van de investering of de lening
voorafgaand aan de uitbreiding niet is toegenomen ten opzichte van het
tijdstip, waarop de bestaande investering of lening wordt verzekerd.
2. In alle gevallen komt voor herverzekering alleen het risico in
aanmerking dat voortvloeit uit een verzekering die het niet-commerciële
risico dekt:
a. van een investering die de economische banden tussen Nederland
en het betrokken investeringsland duurzaam uitbreidt dan wel
versterkt; of
b. van een lening die wordt verstrekt in samenhang met een
investering als bedoeld onder a.
Artikel 5. Aan de verzekering gestelde eisen
1. Voor herverzekering komt alleen het
niet-commercieel risico in aanmerking dat voortvloeit uit een
verzekering waarvan de polisvoorwaarden zijn goedgekeurd door de
Minister en de Minister van Economische Zaken en die voorts voldoet aan
de volgende voorwaarden:
a. de duur van de verzekering is ten hoogste twintig jaren, met
dien verstande dat de duur niet langer is dan vijftien jaren, te
rekenen vanaf het tijdstip waarop de investering volledig is gedaan of
de lening volledig is betaald;
b. de verzekerde heeft een eigen risico van een bedrag ter grootte
van tenminste tien procent van de geleden schade;
c. de vergoeding die aan de verzekerde ten hoogste wordt betaald:
i. gaat een bedrag ter grootte van tweehonderd procent van de
aanvangswaarde van de investering of van de lening niet te boven;
ii. bedraagt, voor zover een opbrengst onder de verzekering valt,
ter vergoeding van deze opbrengst, onverminderd onderdeel i, niet
meer dan twaalf procent, berekend per jaar waarin de opbrengst
opeisbaar wordt, van de verzekerde waarde van de investering of de
lening; geen opbrengst wordt vergoed die niet opeisbaar is;
ii. bedraagt in geen geval meer dan € 100 miljoen per in een
investeringsland gevestigde onderneming, waarbij aan die onderneming
betaalde leningen voor niet meer dan € 75 miljoen worden vergoed;
is bij een in een investeringsland gevestigde onderneming meer dan
een verzekerde betrokken, dan wordt een uit deze bepaling
voortvloeiende beperking van de vergoeding naar rato van inbreng
verdeeld over de verzekerden;
d. de verzekering vervalt indien niet langer wordt voldaan aan de
criteria om te kunnen spreken van een investering of een lening.
2. De Minister kan, in overeenstemming met de Minister van
Economische Zaken, in bijzondere gevallen besluiten af te wijken van de
vereisten, gesteld in het eerste lid.
Artikel 6. Het sluiten van de herverzekering
1. De Minister kan, alvorens hij een
herverzekering sluit, advies inwinnen van derden.
2. De Minister kan, in overeenstemming met de Minister van
Economische Zaken, aan een herverzekering nadere, door hem te bepalen
voorwaarden stellen.
Artikel 7. Gevallen, waarin geen
herverzekering wordt gesloten
De Minister sluit, in overeenstemming met de Minister van Economische
Zaken, in ieder geval geen herverzekering, indien:
a. het sluiten van de herverzekering zou leiden tot
overschrijding van het bedrag, tot welke krachtens artikel 6 van de
Kaderwet in het betrokken kalenderjaar ten hoogste verplichtingen
kunnen worden aangegaan op grond van het bepaalde in artikel 3 van
de Kaderwet;
b. er nadat de herverzekering is gevraagd, maar voordat zij wordt
gesloten in het investeringsland maatregelen worden getroffen of
zich omstandigheden voordoen waardoor er een gerede kans is dat de
herverzekering zal leiden tot een schade-uitkering;
c. het sluiten van de herverzekering tot gevolg heeft dat in het
lopende kalenderjaar voor enig investeringsland verplichtingen uit
hoofde van herverzekering een bedrag te boven gaan dat gelijk is aan
twintig procent van de som van, enerzijds, de verplichtingen uit
hoofde van herverzekering die per ultimo van het voorgaande
kalenderjaar bestonden en, anderzijds, het voor het lopende
kalenderjaar ingevolge artikel 6 van de Kaderwet beschikbare bedrag
voor het aangaan van verplichtingen; of
d. het sluiten van de gevraagde herverzekering tot gevolg heeft
dat een evenwichtige spreiding over bedrijfssectoren van
investeringen en leningen waarvan een niet-commercieel risico is
verzekerd wordt verstoord.
Artikel 8. Overgangsbepaling
1. De Regeling herverzekering
investeringen wordt ingetrokken.
2. Voor overeenkomsten tot herverzekering, die door de Staat zijn
gesloten met inachtneming van de Regeling herverzekering investeringen
voor de dag, waarop deze regeling in werking treedt, blijft de Regeling
herverzekering investeringen van kracht.
Artikel 9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling
herverzekering investeringen 2004.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.
Bijlage 1
Lijst van multilaterale instellingen als bedoeld in artikel 1f, sub
iii
In artikel 1f, sub iii van de Regeling herverzekering investeringen
2004, wordt bepaald dat een geldgever een multilaterale instelling kan
betreffen. De volgende multilaterale instellingen komen hiervoor in
aanmerking:
– Asian Development Bank
– European Bank for Reconstruction and Development
– European Development Fund
– European Investment Bank
– International Bank for Reconstruction and Development
– International Development Association
– Inter-American Development Bank
– International Fund for Agricultural Development
– International Finance Corporation
– Inter-American Investment Corporation
– Multilateral Investment Guarantee Agency
– Nordic Development Fund
– Nordic Investment Bank
|
|
|