In deze regeling wordt verstaan onder:
a. fonds: de Stichting Pensioenfonds ABP;
b. pensioenreglement: het pensioenreglement van het fonds;
c. datum van toetreding: de datum waarop voor de
verschillende groepen rechthebbenden ingevolge artikel 3, eerste en
tweede lid, van de Kaderwet militaire pensioenen, een recht of
uitzicht krachtens het pensioenreglement ingaat;
d. Amp-wet: de Algemene militaire pensioenwet zoals die op
de datum van toetreding luidde;
e. nabestaandenreglement: het Nabestaandenreglement
militairen zoals dat op de datum van toetreding luidde;
f. nabestaandenbesluit: het Besluit bijzondere
voorzieningen militair nabestaandenpensioen zoals dat op de datum
van toetreding luidde;
g. diensttijd: voor zover doorgebracht voor de datum van
toetreding, de diensttijd in de zin van de Amp-wet of een vroegere
militaire pensioenwet in de zin van die wet;
h. reservist: degene die op grond van artikel E3, eerste
lid, van de Amp-wet of de daarmee overeenkomende bepalingen in
vroegere militaire pensioenwetten in de zin van die wet, recht of
uitzicht op pensioen zou hebben gehad indien die wetten niet waren
ingetrokken.
Artikel 2
1. De op grond van de Amp-wet, de vroegere militaire
pensioenwetten in de zin van die wet, het nabestaandenreglement of het
nabestaandenbesluit toegekende of in uitzicht gestelde pensioenen
worden, voor zover die uitsluitend naar voor pensioen geldige
diensttijd moeten worden vastgesteld en die diensttijd niet kan worden
vergolden met een pensioen ingevolge het besluit, te rekenen van de
datum van toetreding omgezet in een recht of uitzicht ingevolge het
pensioenreglement.
2. De in het eerste lid bedoelde omzetting vindt plaats door het
recht of uitzicht krachtens de daar bedoelde regelingen vast te stellen
naar de situatie die voor een betrokkene op de datum van toetreding
geldt en het resultaat daarvan langs de in de bij dit besluit behorende
bijlage vastgestelde actuariële rekenregels te waarderen en in te
zetten voor de vaststelling van een in de rekenwijze van het
pensioenreglement passend nieuw recht of uitzicht op pensioen.
3. Bij de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde oude
rechten en uitzichten wordt:
1e. rekening gehouden met de diensttijd en de welvaartsvaste
pensioengrondslagen zoals die krachtens de betreffende regels zijn
vast te stellen of, naar de toestand op de in het tweede lid bedoelde
datum van toetreding, bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar
zouden zijn vast te stellen;
2e. voordat omrekening plaatsvindt, de belanghebbende zo nodig de
in artikel F 2, tweede lid, onder b, van de Amp-wet bedoelde keus
voorgelegd;
3e. het bepaalde in de artikelen F 6k, eerste lid, tweede volzin,
zoals dat artikel voor vernummering en wijziging ingevolge de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen luidde, en J 1 van
de Amp-wet buiten beschouwing gelaten;
4e. alleen daar waar die artikelen betrekking hebben op de door de
militair zelf opgebouwde rechten, naar de toestand op de meergenoemde
datum van toetreding en met gebruikmaking van de in artikel 18c. 7 van
het pensioenreglement aangegeven berekeningsmethode rekening gehouden
met het bepaalde in de artikelen M 3, M 6 en M 7 van de Amp-wet;
5e. voor zover hoofdstuk M van de Amp-wet toepassing moet vinden en
alleen daar waar dat ten aanzien van de verzekeringsperiode van de
militair zelf het geval is, naar de toestand op de peildatum en met
gebruikmaking van de in artikel 18c, 7 aangegeven berekeningsmethode
rekening gehouden met het bedrag aan algemeen pensioen zoals daar na
een mogelijke korting in verband met niet verzekerde tijdvakken recht
op zal bestaan;
6e. het bij het nabestaandenreglement en het nabestaandenbesluit
behorende overgangsrecht, voor zover dat de strekking heeft het recht
op pensioen te beperken, buiten beschouwing gelaten;
7e. een toeslag die in het pensioenreglement terugkeert als
afzonderlijke component van het oude recht buiten beschouwing gelaten.
4. De vaststelling van de nieuwe rechten en uitzichten vindt
plaats naar de rekenregels van het pensioenreglement. Daarbij wordt:
1e. in afwijking van hoofdstuk 5 van dat reglement, de voor de
datum van toetreding opgebouwde diensttijd vastgesteld naar de normen
en voorwaarden zoals die ingevolge de Amp-wet of een vroegere
militaire pensioenwet in de zin van die wet op die datum golden;
2e. de op de datum van toetreding geldende berekeningsgrondslag
vastgesteld op de hoogste welvaartsvaste pensioengrondslag, zoals die
ingevolge de genoemde oude regels voor het ouderdomspensioen van de
betrokkene gold of zou hebben gegolden;
3e. het gevolg van het wegvallen van het in artikel F 10b van de
Amp-wet omschreven systeem van een afrekening van opgebouwde
diensttijd naar verschillende pensioengrondslagen, dat van het
wegvallen van het in artikel F 3, zesde lid, van die wet omschreven
franchisestelsel en van het in hoofdstuk M van die wet neergelegde
inbouwstelsel, langs de meerbedoelde actuariële rekenregels zowel
vastgelegd in een welvaartsvast correctiebedrag op het ingevolge het
pensioenreglement te verlenen nieuwe recht of uitzicht op eigen
pensioen voor een rechthebbende die in de zin van hoofdstuk M van de
Amp-wet gehuwd is als in een welvaartsvast correctiebedrag voor degene
die in de zin van dat hoofdstuk ongehuwd is;
4e. het correctiebedrag voor de nabestaandenpensioenen gesteld op
de voor de rechthebbende geldende berekeningsbreuk, genoemd in de
artikelen 7.2 en 7.7 van het pensioenreglement, van het ingevolge het
gestelde onder 3e vast te stellen correctiebedrag voor een gehuwde en
waar nodig over de partner- en bijzondere partnerpensioenen verdeeld
door vermenigvuldiging met een breuk waarvan de teller bestaat uit de
met het pensioen te vergelden en tot het correctiebedrag leidende
diensttijd en de noemer bestaat uit de totale tot het correctiebedrag
leidende diensttijd;
5e. het bedrag van het recht of uitzicht op een tropenverhoging in
de zin van de Amp-wet of de vroegere militaire pensioenwetten in de
zin van die wet als welvaartsvaste extra component bij de onder 3e
genoemde correctiebedragen geteld;
6e. de reservist met een recht of uitzicht op ouderdomspensioen
mede tot de deelnemers of gewezen deelnemers gerekend;
7e. het bedrag van het pensioen voor de reservist dat ingevolge de
Amp-wet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet
met 0,4% per dienstjaar zou moeten worden vergolden als welvaartsvaste
extra component bij de onder 3e genoemde correctiebedragen geteld
indien er daarnaast van vergelding met 1,75% per dienstjaar sprake is;
8e. het bedrag van het pensioen voor de reservist dat ingevolge de
Amp-wet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet
met 0,4% per dienstjaar zou moeten worden vergolden als zelfstandig
pensioenbedrag beschouwd indien er daarnaast niet van vergelding met
1,75% per dienstjaar sprake is;
9e. voor degene die op de datum van toetreding de rang van
korporaal of korporaal 1 bekleedt, voor onbepaalde tijd is aangesteld
bij het militair beroepspersoneel en diensttijd kan aanwijzen die voor
1 januari 1986 ligt, een extra toeslag op de correctiebedragen
verleend gelijk aan het verschil tussen enerzijds het over die
diensttijd krachtens de oude regeling vast te stellen pensioen bij een
bezoldiging gelijk aan het maximum van de laatstgenoemde rang minus
het krachtens die oude regeling over die diensttijd vast te stellen
pensioen naar de werkelijke bezoldiging op de datum van toetreding en
anderzijds het krachtens de nieuwe regeling voor die diensttijd bij
dat maximum te verlenen pensioen minus het krachtens die nieuwe
regeling over die diensttijd vast te stellen pensioen naar de
werkelijke bezoldiging op de meerbedoelde datum;
10e. het bepaalde in artikel 7.5, tweede lid, onder b, van het
pensioenreglement buiten toepassing gelaten indien een recht op
bijzonder partnerpensioen werd gevestigd voor de datum van
inwerkingtreding van het nabestaandenreglement.
11e. een krachtens het pensioenreglement te verlenen toeslag bij
het na omzetting gevonden pensioenbedrag geteld.
Artikel 3
Artikel 18c.3 van het pensioenreglement wordt bij de in het tweede
lid bedoelde omzettingen inachtgenomen.
Artikel 4
De ingevolge artikel 2 voor de vaststelling van de nieuwe rechten of
uitzichten op pensioen gevonden berekeningsfactoren vormen voor het
fonds het uitgangspunt voor de onder de werking van het
pensioenreglement voort te zetten verdere ontwikkeling daarvan.
Artikel 5
Indien het niveau van een om te zetten recht op pensioen of samenstel
van pensioenen mede wordt bepaald door een zekere mate van invaliditeit
met dienstverband, wordt:
1e. het naar diensttijd te berekenen deel van dat recht met
overeenkomstige toepassing van de voorgaande artikelen op de voor
dat pensioen of samenstel van pensioenen geldende toetredingsdatum
omgezet in een vergelijkbaar recht krachtens het pensioenreglement
of, indien de rechthebbende niet tot de deelnemers daarin behoort,
langs dezelfde weg, in een vergelijkbaar recht krachtens het Besluit
bijzondere militaire pensioenen en,
2e. de naar invaliditeit met dienstverband vast te stellen
aanvullende aanspraak op dezelfde datum langs de daarin aangegeven
weg omgezet in een vergelijkbaar recht krachtens het onder 1e
genoemde besluit.
Artikel 6
In afwijking van artikel 5 wordt een recht op eigen pensioen, zoals
dat middels de toetreding tot het Besluit aanvullende
arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen tot het
bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is bestendigd, voor het
naar diensttijd te berekenen deel daarvan per gelijke datum en met
overeenkomstige toepassing van artikel 2 omgezet in een bij het bereiken
van die leeftijd te effectueren uitzicht op pensioen.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2001 en zal met
bijlage en toelichting worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Conversieregeling militaire
pensioenen.
De Staatssecretaris van Defensie,
H.A.L. van Hoof.
§ 1. Begripsomschrijving:
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a. pensioenregeling: het pensioenreglement van de
Stichting Pensioenfonds ABP;
b. conversie: de omzetting van de pensioenrechten
krachtens de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande
militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen
naar pensioenrechten op grond van de pensioenregeling;
c. conversiedatum: de datum waarop de pensioenregeling
mede voor het militair personeel en hun nabestaanden is gaan gelden;
d. contante waarde: het bedrag waarop een opgebouwd
uitzicht op pensioen wordt gewaardeerd door vermenigvuldiging van
dat pensioen met de contante-waardefactor;
e. contante-waardefactor: het actuarieel bepaalde getal,
gebaseerd op kans- en rentefactoren, waarmee de waarde van een
pensioen op enig tijdstip wordt vastgesteld;
f. pensioenaanspraken: de volgens de overgangsbepalingen
bij de pensioenregeling bij de conversie in aanmerking te nemen
aanspraken op pensioen;
g. alleenstaandentoeslag: het verschil tussen het
ouderdomspensioen als alleenstaande en het ouderdomspensioen voor de
rechthebbende met een partner.
§ 2. Bepalen contante waarde
Artikel 2
1. Voor het bepalen van de contante-waardefactor worden
gehanteerd:
a. sterftekansen op basis van de sterftetafels van het ABP (ABP
93). Onderscheid wordt gemaakt tussen sterftekansen voor mannen en
sterftekansen voor vrouwen;
b. een rentefactor van 4%;
c. een continue uitkeringsfrequentie;
d. een vast leeftijdsverschil tussen de beroepsmilitair en zijn
(bijzondere) partner voor het bepalen van het correctiebedrag voor de
pensioenaanspraken van de beroepsmilitair met partner zoals beschreven
in artikel 9 en het correctiebedrag voor het latente bijzondere
partnerpensioen zoals beschreven in artikel 10. De man wordt
verondersteld drie jaar ouder te zijn dan de vrouw. Bij een
beroepsmilitair met een partner van hetzelfde geslacht worden gelijke
leeftijden verondersteld;
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt voor het bepalen
van het correctiebedrag van het ingegaan ouderdomspensioen zoals
beschreven in artikel 9 lid 2 en lid 4 en het correctiebedrag van het
ingegaan partnerpensioen zoals beschreven in artikel 12 lid 4 en lid 6
een contante-waardefactor gehanteerd op basis van een rentefactor van
7%.
Artikel 3
Bij het bepalen van de contante waarde wordt geen rekening gehouden
met het latente wezenpensioen.
Contante waarde van de pensioenaanspraken van de beroepsmilitair met
partner
Artikel 4
1. De contante-waardefactoren voor de pensioenaanspraken van
een mannelijke x-jarige beroepsmilitair met een y-jarige vrouwelijke
partner zijn:
a. voor het ouderdomspensioen:
1e. n|ax met n=65-x voor een uitzicht op ouderdomspensioen;
2e. ax voor een ingegaan ouderdomspensioen;
3e. n|ay|x met n=65-x voor een uitzicht op alleenstaandentoeslag;
4e. ay|x voor de alleenstaandentoeslag bij een ingegaan
ouderdomspensioen.
b. voor het latente partnerpensioen:
1e. indien de partner jonger is dan 65 jaar:
- ax|yk met k=65-y voor het latente partnerpensioen tot 65 jaar;
- k|ax|y met k=65-y voor het latente partnerpensioen vanaf 65 jaar;
2e. ax|y indien de partner 65 jaar of ouder is.
2. De contante-waardefactoren voor de pensioenaanspraken van
een vrouwelijke y-jarige beroepsmilitair met een mannelijke x-jarige
partner zijn:
a. voor het ouderdomspensioen:
1e. k|ay met k=65-y voor een uitzicht op ouderdomspensioen;
2e. ay voor een ingegaan ouderdomspensioen;
3e. k|ax|y met k=65-y voor een uitzicht op alleenstaandentoeslag:
4e. ax|y voor de alleenstaandentoeslag bij een ingegaan
ouderdomspensioen.
b. voor het latente partnerpensioen:
1e. indien de partner jonger is dan 65 jaar:
- ay|xn met n=65-x voor het latente partnerpensioen tot 65 jaar;
- n|ay|x met n=65-x voor het latente partnerpensioen vanaf 65 jaar;
2e. ay|x indien de partner 65 jaar of ouder is.
3. De contante-waardefactoren voor de pensioenrechten van een
beroepsmilitair met een partner van hetzelfde geslacht worden op
vergelijkbare wijze vastgesteld waarbij rekening gehouden wordt met
het feit dat beide partners van hetzelfde geslacht zijn.
Contante waarde van het latente bijzondere partnerpensioen
Artikel 5
1. De contante-waardefactoren voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een vrouwelijke bijzondere partner van een
mannelijke beroepsmilitair zijn:
a. indien de bijzondere partner jonger is dan 65 jaar:
- ax|yk met k=65-y voor het pensioen tot 65 jaar;
- k|ax|y met k=65-y voor het pensioen vanaf 65 jaar;
b. ax|y indien de bijzondere partner 65 jaar of ouder is.
2. De contante-waardefactoren voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een mannelijke bijzondere partner van een
vrouwelijke beroepsmilitair zijn:
a. indien de bijzondere partner jonger is dan 65 jaar:
- ay|xn met n=65-x voor het pensioen tot 65 jaar;
- n|ay|x met n=65-x voor het pensioen vanaf 65 jaar;
b. ay|x indien de bijzondere partner 65 jaar of ouder is.
3. De contante waarde-factoren voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een bijzondere partner van een beroepsmilitair van
hetzelfde geslacht worden op vergelijkbare wijze vastgesteld waarbij
rekening gehouden wordt met het feit dat beide partners van hetzelfde
geslacht zijn.
Contante waarde van het ingegane partnerpensioen
Artikel 6
1. De contante-waardefactoren voor het ingegane
partnerpensioen van een vrouwelijke partner zijn:
* indien de partner jonger is dan 65 jaar:
- ayk met k=65-y voor het pensioen tot 65 jaar;
- k|ay met k=65-y voor het pensioen vanaf 65 jaar.
b. ay indien de partner 65 jaar of ouder is.
2. De contante-waardefactoren voor het ingegane partnerpensioen
van een mannelijke partner zijn:
a. indien de partner jonger is dan 65 jaar:
- axn met n=65-x voor het pensioen tot 65 jaar;
- n|ax met n=65-x voor het pensioen vanaf 65 jaar.
b. ax indien de partner 65 jaar of ouder is.
§ 3. Bepalen van het correctiebedrag
Artikel 7
De afzonderlijk vastgestelde waarde van de pensioenaanspraken voor
beroepsmilitairen opgebouwd op grond van de Algemene militaire
pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het
Nabestaandenreglement militairen enerzijds en de waarde van
pensioenaanspraken op grond van de pensioenregeling anderzijds kan
ongelijk zijn. Het verschil van die waarden wordt gecompenseerd door
de vaststelling van een correctiebedrag dat van toepassing is op grond
van de overgangsbepalingen in de pensioenregeling.
Correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van de beroepsmilitair
zonder partner.
Artikel 8
Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van
beroepsmilitairen zonder partner is gelijk aan het verschil tussen de
pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond
van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande
militaire pensioenwetten en de pensioenaanspraken op grond van de
pensioenregeling op de conversiedatum.
Correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van de beroepsmilitair
met partner
Artikel 9
1. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van
mannelijke beroepsmilitairen met een vrouwelijke partner wordt
bepaald zodanig dat de term
correctiemet * (n|ax + 5/7 *ax|y) + (correctiezonder - correctiemet)
* n|ay|x
+ 0,15 * ax|yk * MIN(70.843,34 ; 5/7 * correctiemet + PPnieuw)
gelijk is aan het verschil tussen de contante waarde van de
pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond
van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande
militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen
enerzijds en de contante waarde van de pensioenaanspraken op de
conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen
zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6
daarvan en zonder de alleenstaandentoeslag anderzijds. In de term:
a. is PPnieuw het partnerpensioen op de conversiedatum op grond
van de pensioenregeling zonder de toeslagen zoals beschreven in de
artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6 daarvan;
b. is correctiemet het correctiebedrag voor de beroepsmilitair
met partner;
c. is correctiezonder het correctiebedrag voor dezelfde
beroepsmilitair zonder partner zoals beschreven in artikel 8;
d. is MIN (...;...) de kleinste van de twee binnen de haken
genoemde termen;
e. geldt n=65-x en wordt als de leeftijd van de beroepsmilitair
hoger is dan 65 jaar:
- de factor n|ax vervangen door de factor ax;
- de factor n|ay|x vervangen door de factor ay|x;
f. geldt k=65-y en vervalt als de leeftijd van de partner hoger
is dan 65 jaar de term “0,15 * ax|yk * MIN (70.843,34 ; 5/7 *
correctiemet + PPnieuw)” .
2. Indien voor een reeds voor de conversiedatum ingegaan
ouderdomspensioen van een mannelijke beroepsmilitair met vrouwelijke
partner blijkt dat de som van het ouderdomspensioen op de
conversiedatum op grond van het pensioenregeling en het in lid 1
vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het ouderdomspensioen bij
de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de
Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire
pensioenwetten, dan wordt het correctiebedrag opnieuw vastgesteld. m
wordt zodanig bepaald dat de term
(mExy:7% * ax+m y+m:4% + 5/7 * ax|y:4% * (1,04/1,07)m + axym7%) *
OPoud
+ 0,15 * ax|yk4% * MIN (70.843,34 ; 5/7 * OPoud * (1,04/1,07)m )
+ (OPnieuw + correctiezonder) * ay|x4%
gelijk is aan de contante waarde van de pensioenaanspraken direct
voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire
pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het
Nabestaandenreglement militairen. Als de leeftijd van de partner hoger
is dan 65 jaar vervalt “0,15 * ax|yk * MIN (70.843,34 ; 5/7 *
correctiemet + PPnieuw)”. Het correctiebedrag is vervolgens gelijk
aan
Opoud * (1,04/1,07)m - OPnieuw , waarin:
a. OPoud het ouderdomspensioen is op grond van de Algemene
militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire
pensioenwetten bij de laatste pensioenuitkering voor de
conversiedatum;
b. OPnieuw het ouderdomspensioen is op de conversiedatum op grond
van de pensioenregeling.
3. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van
vrouwelijke beroepsmilitairen met een mannelijke partner wordt bepaald
zodanig dat de term
correctiemet * (k|ay + 5/7 *ay|x) + (correctiezonder - correctiemet)
* k|ax|y
+ 0,15 * ay|xn * MIN(70.843,34 ; 5/7 * correctiemet + PPnieuw)
gelijk is aan het verschil tussen de contante waarde van de
pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond
van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande
militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen
enerzijds en de contante waarde van de pensioenaanspraken op de
conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen
zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6
daarvan en zonder de alleenstaandentoeslag anderzijds. Als de leeftijd
van de partner hoger is dan 65 jaar vervalt de term “0,15 * ay|xn *
MIN (70.843,34 ; 5/7 * correctiemet + PPnieuw)”.
Als de leeftijd van de beroepsmilitair hoger is dan 65 jaar:
a. wordt de factor k|ay vervangen door de factor ay;
b. wordt de factor k|ax|y vervangen door de factor ax|y;
4. Indien voor een reeds voor de conversiedatum ingegaan
ouderdomspensioen van een vrouwelijke beroepsmilitair met mannelijke
partner blijkt dat de som van het ouderdomspensioen op de
conversiedatum op grond van het pensioenregeling en het in lid 3
vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het ouderdomspensioen bij
de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de
Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire
pensioenwetten dan wordt het correctiebedrag opnieuw vastgesteld. m
wordt zodanig bepaald dat de term
(mEyx:7% * ay+m x+m:4% + 5/7 * ay|x:4% * (1,04/1,07)m + ayxm7%) *
OPoud
+ 0,15 * ay|xn4% * MIN (70.843,34 ; 5/7 * OPoud * (1,04/1,07)m )
+ (OPnieuw + correctiezonder) * ax|y4%
gelijk is aan de contante waarde van de pensioenaanspraken direct
voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire
pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het
Nabestaandenreglement militairen. Als de leeftijd van de partner hoger
is dan 65 jaar vervalt “0,15 * ax|yn * MIN (70.843,34 ; 5/7 *
correctiemet + PPnieuw)”. Het correctiebedrag is vervolgens gelijk
aan de term
Opoud * (1,04/1,07)m - OPnieuw
5. De gepensioneerde heeft in het in lid 2 en lid 4 beschreven
geval tevens recht op een tijdelijke toeslag ter overbrugging van het
verschil tussen het nominale niveau van het ouderdomspensioen bij de
laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de
Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire
pensioenwetten en het geïndexeerde ouderdomspensioen na de
conversiedatum op grond van de pensioenregeling plus het geïndexeerde
correctiebedrag zoals beschreven in lid 2 en lid 4.
6. De tijdelijke toeslag zoals beschreven in lid 5 vervalt
zodra het ouderdomspensioen op grond van de pensioenregeling plus de
toeslag zoals beschreven in lid 2 en lid 4 door indexatie hoger is dan
het nominale niveau van het ouderdomspensioen bij de laatste
pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de Algemene
militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire
pensioenwetten.
7. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van
beroepsmilitairen met een partner van hetzelfde geslacht wordt
vergelijkbaar aan de in lid 1 tot en met lid 4 beschreven wijze
vastgesteld waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat beide
partners van hetzelfde geslacht zijn. Een beroepsmilitair met een
partner van hetzelfde geslacht heeft tevens recht op een tijdelijke
toeslag zoals omschreven in lid 5 en lid 6 overeenkomstig het in lid 2
en lid 4 beschreven geval.
Correctiebedrag voor het latente bijzondere partnerpensioen
Artikel 10
1. Het correctiebedrag voor een latent bijzonder
partnerpensioen van een nabestaande van 65 jaar of ouder is gelijk
aan het verschil tussen het latente bijzondere partnerpensioen op
grond van het Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande
aan de conversiedatum en het latente bijzondere partnerpensioen op
grond van de pensioenregeling op de conversiedatum.
2. Het correctiebedrag voor een latent bijzonder
partnerpensioen dat uitsluitend berekend is naar diensttijd na 31
december 1985 is gelijk aan het verschil tussen het latente bijzondere
partnerpensioen op grond van het Nabestaandenreglement militairen
direct voorafgaande aan de conversiedatum en het latente bijzondere
partnerpensioen op grond van de pensioenregeling op de conversiedatum.
3. Het correctiebedrag voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een vrouwelijke bijzondere partner van een
mannelijke beroepsmilitair anders dan in lid 1 en lid 2 wordt bepaald
zodanig dat de term correctiebedrag *ax|y gelijk is aan het verschil
tussen de contante waarde van het latente bijzondere partnerpensioen
direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen en de contante waarde van het latente
bijzondere partnerpensioen op de conversiedatum op grond van de
pensioenregeling.
4. Het correctiebedrag voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een mannelijke bijzondere partner van een
vrouwelijke beroepsmilitair anders dan in lid 1 en lid 2 wordt bepaald
zodanig dat de term correctiebedrag *ay|x gelijk is aan het verschil
tussen de contante waarde van het latente bijzondere partnerpensioen
direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen en de contante waarde van het latente
bijzondere partnerpensioen op de conversiedatum op grond van de
pensioenregeling.
5. Het correctiebedrag voor het latente bijzondere
partnerpensioen van een bijzonder partner van een beroepsmilitair van
hetzelfde geslacht wordt op vergelijkbare wijze vastgesteld waarbij
rekening gehouden wordt met het feit dat beide partners van hetzelfde
geslacht zijn.
Correctiebedrag voor het bijzonder ouderdomspensioen
Artikel 11
Het correctiebedrag voor het bijzonder ouderdomspensioen is gelijk
aan het verschil tussen het bijzondere ouderdomspensioen direct
voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de voor de
conversiedatum geldende wetgeving en het bijzondere ouderdomspensioen
op grond van de pensioenregeling op de conversiedatum.
Correctiebedrag voor het ingegane partnerpensioen
Artikel 12
1. Het correctiebedrag voor een ingegaan partnerpensioen van
een nabestaande van 65 jaar of ouder is gelijk aan het verschil
tussen het partnerpensioen op grond van het Nabestaandenreglement
militairen direct voorafgaande aan de conversiedatum en het
partnerpensioen op grond van de pensioenregeling op de
conversiedatum.
2. Het correctiebedrag voor een ingegaan partnerpensioen dat
uitsluitend berekend is naar diensttijd na 31 december 1985 is gelijk
aan het verschil tussen het partnerpensioen op grond van het
Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande aan de
conversiedatum en het partnerpensioen op de conversiedatum op grond
van de pensioenregeling.
3. Het correctiebedrag voor een ingegaan partnerpensioen van
een vrouwelijke nabestaande anders dan in lid 1 en lid 2 is zodanig
dat de term correctiebedrag * ay gelijk is aan het verschil tussen de
contante waarde van het ingegane partnerpensioen op grond van het
Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande aan de
conversiedatum exclusief de toeslag zoals beschreven in artikel 13, en
de contante waarde van het ingegane partnerpensioen op de
conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen
zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6 van
de pensioenregeling.
4. Indien blijkt dat de som van het partnerpensioen op grond
van de pensioenregeling op de conversiedatum van een vrouwelijke
nabestaande anders dan in lid 1 en lid 2 en het volgens lid 3
vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het partnerpensioen bij de
laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen dan wordt het correctiebedrag opnieuw
vastgesteld. m wordt zodanig bepaald dat de term
(mEy:7% * ay+m:4% + aym7%) * PPoud
gelijk is aan de contante waarde van het partnerpensioen op grond
van het Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande aan de
conversiedatum. Ppoud is het partnerpensioen bij de laatste
pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen zonder de toeslagen, overeenkomend
met die, bedoeld in het derde lid. Indien een m resulteert waarvoor
geldt m>k, dan wordt m gelijkgesteld aan k. Het correctiebedrag is
vervolgens gelijk aan de term
7/5 * PPoud * (1,04/1,07)m -/- OPnieuw
5. Het correctiebedrag voor een ingegaan partnerpensioen van
een mannelijke nabestaande anders dan in lid 1 en lid 2 is zodanig dat
de term correctiebedrag * ax gelijk is aan het verschil tussen de
contante waarde van het ingegane partnerpensioen op grond van het
Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande aan de
conversiedatum exclusief de toeslagen, overeenkomend met die, bedoeld
in het derde lid, en de contante waarde van het ingegane
partnerpensioen op de conversiedatum op grond van de pensioenregeling,
eveneens zonder die toeslagen.
6. Indien blijkt dat de som van het partnerpensioen op grond
van de pensioenregeling op de conversiedatum van een mannelijke
nabestaande anders dan in lid 1 en lid 2 en het volgens lid 5
vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het partnerpensioen bij de
laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van het
nabestaandenreglement dan wordt het correctiebedrag opnieuw
vastgesteld. m wordt zodanig bepaald dat de term
(mEx:7% * ax+m:4% + axm7%) * PPoud
gelijk is aan de contante waarde van het partnerpensioen op grond
van het Nabestaandenreglement militairen direct voorafgaande aan de
conversiedatum. PPoud is het partnerpensioen bij de laatste
pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen zonder de toeslagen, overeenkomend
met die, bedoeld in het derde lid. Indien een m resulteert waarvoor
geldt m>k, dan wordt m gelijkgesteld aan k. Het correctiebedrag is
vervolgens gelijk aan de term
7/5 * PPoud * (1,04/1,07)m -/- OPnieuw
7. De nabestaande heeft in het in lid 4 en lid 6 beschreven
geval tevens recht op een tijdelijke toeslag ter overbrugging van het
verschil tussen het nominale niveau van het partnerpensioen op grond
van het Nabestaandenreglement militairen bij de laatste
pensioenuitkering voor de conversiedatum en het geïndexeerde
partnerpensioen na de conversiedatum op grond van de pensioenregeling
plus het geïndexeerde correctiebedrag zoals beschreven in lid 4 en
lid 6.
8. De tijdelijke toeslag zoals beschreven in lid 7 vervalt
uiterlijk bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd of eerder indien
het ouderdomspensioen op grond van de pensioenregeling plus de toeslag
zoals beschreven in lid 4 en lid 6 door indexatie hoger is dan het
nominale niveau van het ouderdomspensioen bij de laatste
pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van het
Nabestaandenreglement militairen.
Correctiebedrag voor het ingegaan wezenpensioen
Artikel 13
Het correctiebedrag voor een ingegaan wezenpensioen is gelijk aan
het verschil tussen het wezenpensioen direct voorafgaande aan de
conversiedatum op grond van het Nabestaandenreglement militairen en
het wezenpensioen op de conversiedatum op grond van de
pensioenregeling.