|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet
subsidies Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. havenproject: het geheel van de direct noodzakelijke investeringen
of voorgenomen investeringen dat strekt tot aanleg, uitbreiding of
herstructurering van een zeehaventerrein of het aanbrengen van
infrastructurele voorzieningen in of op een zeehaventerrein;
b. projectkosten: de totale kosten van de realisering van een
havenproject voor zover deze ten laste komen van de subsidieontvanger.
Artikel 2
1. Op aanvraag van een beheerder van een
zeehavengebied kan de Minister ter bespoediging van de ontwikkeling en
uitvoering van havenprojecten subsidie verlenen voor havenprojecten die
zijn gelegen binnen de havengebieden die worden beheerd door:
a. Groningen Seaports (Delfzijl/Eemshaven);
de gemeente Harlingen;
de gemeente Den Helder;
de gemeente Den Haag (Scheveningen), en
Zeeland Seaports.
b. het gemeentelijk havenbedrijf Amsterdam;
de NV Zeehaven IJmuiden;
de gemeente Velsen;
de gemeente Beverwijk, en
de gemeente Zaanstad.
c. Havenbedrijf Rotterdam N.V.;
de gemeente Maassluis;
de gemeente Vlaardingen;
de gemeente Schiedam;
de gemeente Dordrecht, en
het havenschap Moerdijk.
2. De subsidie kan slechts worden verleend indien:
a. met de werkzaamheden is of wordt gestart na 1 januari 2000;
b. de subsidiabele kosten van het havenproject ten minste €
1.134.450 bedragen;
c. de uitvoering van het havenproject naar het oordeel van de
Minister past binnen de doelstellingen van het nationale
zeehavenbeleid.
Artikel 3
1. Een beheerder van een zeehavengebied,
genoemd in artikel 2, eerste lid, kan tot drie maanden na het in werking
treden van deze regeling een aanvraag voor een subsidie voor een
havenproject indienen.
2. De aanvraag vindt plaats door indiening van een door de
Minister vast te stellen aanvraagformulier. De Minister stelt in de vorm
van het aanvraagformulier vast welke gegevens en bescheiden bij de
aanvraag gevoegd worden.
Artikel 4
1. Het subsidieplafond voor de
havenprojecten waarvoor een aanvraag wordt ingediend door de beheerders
van de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a,
bedraagt ten hoogste 40% van het totaal van de bedragen die in de
begrotingen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor de jaren
2000 tot en met 2003 voor de uitvoering van deze regeling beschikbaar
worden gesteld onder artikel 05.32.
2. Het subsidieplafond voor de havenprojecten waarvoor een
aanvraag wordt ingediend door de beheerders van de zeehavengebieden,
genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste 25%
van het totaal van de bedragen die in de begrotingen van het ministerie
van Verkeer en Waterstaat voor de jaren 2000 tot en met 2003 voor de
uitvoering van deze regeling beschikbaar worden gesteld onder artikel
05.32.
3. Het subsidieplafond voor de havenprojecten waarvoor een
aanvraag wordt ingediend door de beheerders van de zeehavengebieden,
genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste 35%
van het totaal van de bedragen die in de begrotingen van het ministerie
van Verkeer en Waterstaat voor de jaren 2000 tot en met 2003 voor de
uitvoering van deze regeling beschikbaar worden gesteld onder artikel
05.32.
Artikel 5
1. Zowel de beoordeling van de aanvragen
als de verlening van de subsidies tot het subsidieplafond, bedoeld in
artikel 4, vindt plaats in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met
dien verstande dat als datum van ontvangst geldt de dag waarop de
aanvraag, al dan niet na aanvulling, als volledig is aangemerkt.
2. Indien de aangevraagde subsidies niet leiden of niet kunnen
leiden tot subsidieverlening tot het geldende budget voor elk van de
onderscheidene zeehavengebieden, kan de Minister het niet verleende
subsidiebudget bestemmen voor een havenproject in één van de twee
andere zeehavengebieden.
Artikel 6
1. De subsidie bedraagt ten hoogste 20%
van de subsidiabele kosten van het havenproject, met dien verstande dat
de te verlenen subsidie per havenproject niet hoger is dan €
3.630.241.
2. De subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de kosten van werken in de havens en havengebieden, met inbegrip
van:
— het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
— het opruimen van milieuverontreiniging tot een maximum van
25% van die kosten;
— landaanwinning, met uitzondering van het bouwrijp maken van
de grond;
— baggerwerken;
— de installatie van nutsaansluitingen;
— de aanleg binnen het terrein waar het havenproject wordt
gerealiseerd van openbare wegen en spoorwegen ter ontsluiting van
dat terrein.
b. de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht,
forfaitair vastgesteld op 16% van de kosten, genoemd onder a;
c. de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde
belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd.
3. Indien ten behoeve van het havenproject door andere overheden
of uit anderen hoofde financiële bijdragen worden verleend of daarop
aanspraak kan worden gemaakt, wordt de subsidie op grond van deze
regeling zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan
50% van de projectkosten.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in artikel
4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvrager
binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag in de
gelegenheid gesteld de aanvraag of de daarbij behorende gegevens en
bescheiden binnen een daarbij bepaalde periode aan te vullen.
Artikel 7
1. De Minister beslist binnen vier
maanden na ontvangst van de aanvraag.
2. De Minister kan de aanvraag afwijzen indien het havenproject
binnen één jaar niet uitvoeringsgereed is in die zin dat de benodigde
vergunningen nog niet verleend zijn en de financiering van het
havenproject nog niet verzekerd is.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:
a. de onderdelen van het havenproject die als subsidiabel zijn
aangemerkt;
b. de geschatte totale projectkosten;
c. het maximale subsidiebedrag en de wijze waarop dit berekend is.
4. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt het
betalingsritme vastgesteld.
5. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan bepaald worden
dat een daarbij aan te geven bedrag bij wijze van voorschot wordt
uitbetaald. Het voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het maximale
subsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en wordt
uitbetaald volgens een aan het beschikbare budget, aan de in enig
begrotingsjaar beschikbare kasruimte en aan het tijdstip van de aanvang
van de projectwerkzaamheden gerelateerd kasschema. Van dit kasschema kan
bij de uitbetaling in voor de subsidie-ontvanger gunstige zin worden
afgeweken. Het resterende deel van het maximale subsidiebedrag wordt
verrekend met de eindafrekening, bedoeld in artikel 11, derde en vierde
lid.
6. Indien het voornemen tot subsidieverlening moet worden
aangemeld op basis van artikel 87 van het EG-Verdrag, wordt het besluit
tot subsidieverlening opgeschort tot goedkeuring van de Europese
Commissie is verkregen. Aan de aanvrager wordt van het verzoek tot
goedkeuring mededeling gedaan.
Artikel 8
Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet
bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd indien niet
wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
Artikel 9
1. De subsidie-ontvanger vangt met de
uitvoering van het project aan binnen twee jaar na de subsidieverlening.
2. De subsidie-ontvanger die een wijziging aanbrengt in het
havenproject of afziet van de uitvoering van het havenproject of een
onderdeel daarvan, deelt dit onverwijld mede aan de Minister.
3. Onverminderd het tweede lid legt de subsidie-ontvanger, indien
de uitvoering van het havenproject een looptijd heeft van langer dan 18
maanden, jaarlijks binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar
een voortgangsrapportage aan de Minister over, waarin zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de in het desbetreffende kalenderjaar
uitgevoerde activiteiten en de per activiteit gedane uitgaven;
b. een planning van de in het kader van het project nog uit te
voeren activiteiten, en
c. de nog te verwachten uitgaven.
4. Onverminderd het tweede en het derde lid legt de
subsidie-ontvanger binnen vier maanden na voltooiing van het
havenproject aan de Minister een financiële verantwoording af over de
uitvoering van het totale havenproject. Deze verantwoording is voorzien
van een verklaring van een onafhankelijke registeraccountant of
accountant-administratieconsulent. De Minister schrijft een
controleprotocol voor dat door de registeraccountant of de
accountant-administratieconsulent wordt gehanteerd.
Artikel 10
Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de
subsidieverlening worden ingetrokken of ten nadele van de
subsidie-ontvanger worden gewijzigd indien is gebleken dat niet is
voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
Artikel 11
1. Binnen drie maanden nadat de
subsidie-ontvanger de gegevens, bedoeld in artikel 9, vierde lid, heeft
overgelegd, wordt het bedrag van de subsidie vastgesteld overeenkomstig
het tweede lid.
2. Indien uit de gegevens, bedoeld in het vorige lid, blijkt dat
de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project
lager zijn dan was vermeld in de beschikking tot subsidieverlening wordt
het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale
subsidiebedrag zodanig verlaagd dat de subsidie bestaat uit een
vergoeding van ten hoogste 20% van de werkelijke kosten van de
subsidiabele onderdelen.
3. Het vastgestelde subsidiebedrag is niet hoger dan het in de
beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag.
4. Indien het vastgestelde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen
reeds als voorschot ingevolge artikel 7, vijfde lid, is uitbetaald,
wordt het meerdere binnen vier weken na de dag waarop de
subsidievaststelling is bekend gemaakt, uitbetaald.
5. Indien het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan hetgeen
reeds als voorschot ingevolge artikel 7, vijfde lid, is uitbetaald,
betaalt de subsidie-ontvanger op eerste vordering van de Minister binnen
een daarbij te bepalen termijn het te veel betaalde terug.
Artikel 12
Onverminderd de artikelen 4:48 en 4:49 van de Algemene wet
bestuursrecht kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten
nadele van de subsidie-ontvanger worden gewijzigd indien is gebleken dat
niet wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
Artikel 13
1. De subsidie-ontvanger voert een
administratie die zodanig is ingericht dat hij daaruit op ieder gewenst
tijdstip op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de activiteiten
gerelateerde kosten kan afleiden.
2. Op verzoek van de Minister verleent de subsidie-ontvanger alle
medewerking aan een evaluatie-onderzoek, bedoeld om te beoordelen in
welke mate de verlening van de subsidie heeft bijgedragen aan de door de
Minister geformuleerde beleidsdoelstellingen.
3. Indien de subsidie-ontvanger zich niet houdt aan de bij of
krachtens deze regeling gestelde voorwaarden en voorschriften betaalt
deze op eerste vordering van de Minister binnen een daarbij te bepalen
termijn een daarbij aan te geven deel of het gehele bedrag van de
verleende subsidie terug.
Artikel 14
Vóór 31 december 2004 publiceert de Minister een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Haveninterne Projecten
II.
De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
|