| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kaderwet subsidies
Verkeer en Waterstaat
SUBSIDIEREGELING
PROTOTYPE ETCS
Tekst zoals deze geldt op
21 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 juni 2005,
nr. HDJZ/ABJZ/2005-1446, Hoofddirectie Juridische Zaken, houdende
bepalingen voor de subsidi๋ring van ombouw en typekeuring van ETCS in
goederenlocomotieven
De Minister van Verkeer en
Waterstaat;
Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en
Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: minister van Verkeer en Waterstaat;
b. ETCS: European Train Control System;
c. prototyping: het project om de eerste locomotief uit een serie
van ้้n type goedgekeurd te krijgen voor ETCS. Het project loopt
van engineering, inbouw van apparatuur en testen tot en met de
toelating van de locomotief. De keuring geschiedt conform het
regime, beschreven in Annex E van de TSI van het subsysteem Control
Command Signalling (CCS) onder richtlijn 2001/16/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de
interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese
spoorwegsysteem (PbEG L 110);
d. prototype: de locomotief die als resultaat van het prototyping
wordt toegelaten op de Nederlandse spoorwegen;
e. keuringsinstantie: instantie aangewezen op grond van artikel
93 van de Spoorwegwet.
Artikel 2
1. De minister kan een subsidie verstrekken aan de eigenaar van
een locomotief als bijdrage in de kosten voor de prototyping.
2. De subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van het prototype.
3. Het aantal subsidie aanvragen per spoorwegbedrijf,
leasebedrijf of fabrikant is beperkt tot:
a. ้้n, mits het prototype wordt gevolgd door seriematige ombouw
van minimaal 2 locomotieven van het zelfde type.
b. twee, mits het tweede prototype wordt gevolgd door minimaal 9
locomotieven.
c. drie, mits het derde prototype wordt gevolgd door minimaal 14
locomotieven.
4. De subsidie wordt verleend indien aan de volgende voorwaarden
wordt voldaan:
a. voor het type op geen andere wijze subsidie is ontvangen;
b. de locomotieven van het type worden ingezet op de Betuweroute;
c. een inzetcertificaat voor inzet op de Betuweroute, bedoeld in
artikel 36, vierde lid, van de Spoorwegwet wordt verkregen voor 31
december 2007;
d. de documentatie over inbouw beschikbaar is voor alle toekomstige
gebruikers van hetzelfde type locomotief.
Artikel 3
1. Het subsidieplafond dat voor deze regeling beschikbaar is,
bedraagt 5.000.000
gedurende de looptijd van deze regeling.
2. Op de aanvragen wordt in volgorde van ontvangst beslist.
Artikel 4
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij het
Directoraat-Generaal Goederenvervoer.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. de gegevens van de aanvrager bestaande uit de naam, het adres
van de aanvrager, de dagtekening en de vermelding van de
subsidieregeling waar aanspraak op wordt gemaakt;
b. vermelding van het type locomotief en ETCS boordapparatuur;
c. een overzicht van de te verrichten werkzaamheden aan de
locomotief;
d. een overzicht van de leveranciers;
e. een voorcalculatie van alle werkzaamheden;
f. de periode waarin het project moet zijn uitgevoerd;
g. de naam van de keuringsinstantie, die de keuring uitvoert;
h. de seriegrootte van het type dat zal worden omgebouwd naar ETCS
en ingezet op de Betuweroute.
Artikel 5
1. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de
volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen,
door subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten voor:
a. engineering;
b. inbouw van de werkplaats en gebruikte materialen en
hulpmiddelen;
c. veiligheidsstudie door de Independant Safety Assessor (ISA);
d. onderzoek en certificering door de keuringsinstantie;
e. voorbereiding en begeleiding van de prototyping;
f. aanschaf van de boordapparatuur.
2. Tot de subsidiabele kosten behoren niet:
a. de kosten van stilstand van de locomotief;
b. de inzet van de machinist;
c. de training van het personeel.
Artikel 6
De subsidie bedraagt ten hoogste:
a. 700.000
voor goederenlocomotieven, die voor 1 januari
2004 waren toegelaten tot het Nederlandse spoorwegnet.
b. 300.000
voor goederenlocomotieven, die voor 1 januari
2004 niet waren toegelaten tot het Nederlandse spoorwegnet.
Artikel 7
1. De minister besluit over verlening van de subsidie binnen
twee maanden na de datum waarop de aanvraag en alle bescheiden,
bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ontvangen.
2. De minister kan, indien de gegevens genoemd in artikel 4,
tweede lid, niet toereikend worden geacht, aanvullende gegevens
opvragen.
Artikel 8
1. De subsidieontvanger vangt binnen drie maanden na de
subsidieverlening met de uitvoering van de prototyping aan, doch
uiterlijk voor 1 januari
2007.
2. De subsidieontvanger die een wijziging aanbrengt in de
prototyping of afziet van uitvoering van de prototyping of een onderdeel
daarvan, deelt dit onverwijld mede aan de minister.
3. De minister neemt binnen vier weken een beslissing of hij
akkoord gaat met de wijziging of afstel van prototyping en deelt dit
mede aan de subsidieontvanger.
Artikel 9
1. De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen.
2. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van het subsidiebedrag,
bedoeld in artikel 6. In de subsidiebeschikking wordt de fasering van de
voorschotbetaling nader uitgewerkt.
3. De fasering van het voorschot wordt bepaald door de
gerealiseerde en geplande voortgang van de werkzaamheden van prototyping.
Artikel 10
1. De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na voltooiing van
de protoyping een aanvraag tot definitieve subsidievaststelling in.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de
uitvoering en de resultaten van de activiteiten;
b. een financieel eindverslag, waarin de kosten, bedoeld in artikel
5, worden gespecificeerd, voorzien van een verklaring omtrent de
getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
3. De definitieve subsidie bedraagt maximaal de kosten, genoemd
in artikel 6.
4. Indien de subsidieontvanger niet binnen de termijn, bedoeld in
het eerste lid, een aanvraag tot subsidievaststelling indient, stelt de
minister de subsidie ambtshalve vast.
Artikel 11
1. De minister neemt binnen 6 weken na ontvangst een beslissing
op de aanvraag tot subsidievaststelling.
2. De subsidie wordt binnen 6 weken na de subsidievaststelling
betaald, met verrekening van de verleende voorschotten.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Prototype ETCS.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
|
|
|