REGELING van de Minister van Verkeer en Waterstaat
houdende regels voor tijdelijke verstrekking van subsidie aan de
Stichting Waterloopkundig Laboratorium en de Stichting GeoDelft
(Tijdelijke subsidieregeling Stichting Waterloopkundig Laboratorium en
Stichting GeoDelft)
De Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet
subsidies Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. WL/Delft Hydraulics: de Stichting Waterloopkundig Laboratorium
te Delft;
c. GeoDelft: de Stichting GeoDelft te Delft;
d. functie van technologisch kenniscentrum: het onderhouden van
een kennisbasis die voorziet in de huidige en voorzienbare
kennisbehoeften van overheid en bedrijfsleven door middel van
kennisontwikkeling en kennisoverdracht;
e. functie van technologisch ontwikkelingscentrum: het
vraaggestuurd ontwikkelen en beschikbaar stellen van technologie ten
behoeve van overheid en bedrijfsleven;
f. basissubsidie: subsidie ten behoeve van de functie van
technologisch kenniscentrum uit middelen van het Ministerie van
Verkeer en Waterstaat en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen;
g. doelsubsidie: subsidie ten behoeve van de functie van
technologisch ontwikkelingscentrum uit middelen van het Ministerie
van Verkeer en Waterstaat;
h. aanvrager: degene die met toepassing van artikel 5, eerste
lid, subsidie heeft aangevraagd;
i. subsidieontvanger: degene die op grond van deze regeling een
beschikking tot subsidieverlening heeft ontvangen.
Artikel 2
1. De minister kan per boekjaar, voor de boekjaren 2005 tot en
met 2007, een basis- en een doelsubsidie verstrekken aan WL/Delft
Hydraulics en GeoDelft ter ondersteuning van de functies van
technologisch kenniscentrum en van technologisch ontwikkelingscentrum.
2. De functies van technologisch kenniscentrum en van
technologisch ontwikkelingscentrum van WL/Delft Hydraulics hebben
betrekking op kennis en technologie op het terrein van water, andere
vloeistoffen en gassen op:
a. de kerndiscipline hydrodynamica;
b. de kerndiscipline morfologie;
c. de kerndiscipline oppervlaktewaterhydrologie;
d. de discipline waterkwaliteit;
e. de discipline aquatische ecologie.
3. De functies van technologisch kenniscentrum en van
technologisch ontwikkelingscentrum van GeoDelft hebben betrekking op
geotechnische kennis en technologie op de kerndisciplines:
a. grondmechanica;
b. funderingstechniek;
c. geo-ecologie.
Artikel 3
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Artikel 4
1. Het maximaal te verstrekken bedrag aan subsidie is:
a. € 5.234.890,– voor WL/Delft Hydraulics voor het boekjaar
2005;
b. € 4.984.890,– voor WL/Delft Hydraulics voor het boekjaar
2006;
c. € 5.136.000,– voor WL/Delft Hydraulics voor het
boekjaar 2007;
d. € 4.510.890,– voor GeoDelft voor het boekjaar 2005;
e. € 4.260.890,– voor GeoDelft voor het boekjaar 2006;
f. € 4.390.000,– voor GeoDelft voor het boekjaar 2007.
2. Van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a en
onderdeel b, wordt per boekjaar maximaal € 226.890,– verstrekt
voor het onderdeel grote faciliteiten (Getijgoot en Deltagoot) van de
functie van technologisch ontwikkelingscentrum.
3. Van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdeel c en
onderdeel d, wordt per boekjaar maximaal € 226.890,– verstrekt
voor het onderdeel grote faciliteit (Geocentrifuge), van de functie van
technologisch ontwikkelingscentrum.
4. De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen jaarlijks worden
verhoogd met een compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling en met
een prijscompensatie voor de materiële kosten, indien hiervoor
overeenkomstig de desbetreffende loon- en prijsbijstellingsbrieven van
het Ministerie van Financiën gelden ter beschikking worden gesteld.
5. Van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdeel e en f,
wordt maximaal € 227.000,– verstrekt voor het onderdeel grote
faciliteiten (Getijgoot en Deltagoot, onderscheidenlijk Geocentrifuge)
van de functie van technologisch ontwikkelingscentrum.
Artikel 5
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door de
directie van WL/Delft Hydraulics, respectievelijk door de directie van
GeoDelft bij de minister ter attentie van de Hoofdingenieur-Directeur
van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Postbus 5044, 2600 AG te Delft.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is een gecombineerde
aanvraag voor basis- en doelsubsidie.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk
ingediend op 1 november voorafgaand aan het boekjaar waarvoor
subsidie wordt aangevraagd. In afwijking van de eerste volzin wordt de
aanvraag voor het boekjaar 2007 uiterlijk 15 december ingediend.
4. Uiterlijk 1 juli 2005 stuurt de aanvrager een concept van de
in het eerste lid bedoelde aanvraag voor het boekjaar 2006 naar het
adres, genoemd in het eerste lid.
5. Het gedeelte van de aanvraag dat betrekking heeft op de
doelsubsidie, komt tot stand in overeenstemming met de minister
vertegenwoordigd door de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Weg- en
Waterbouwkunde.
Artikel 6
De beslissing op de aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk
genomen op de eerste dag van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking
heeft.
Artikel 7
De subsidie wordt steeds verleend onder de voorwaarde dat voor het
deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde
begroting komt, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 8
1. De subsidieontvanger:
a. rondt de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is
verleend in het desbetreffende boekjaar af;
b. doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van alle
omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en de
rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan;
c. verleent medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en
doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt
verricht namens of in opdracht van de minister of de Algemene
Rekenkamer en verschaft degene die met dit onderzoek is belast
desgevraagd alle informatie die deze voor het onderzoek nodig acht.
2. Subsidie die is verleend op grond van deze regeling wordt niet
aangewend ter gehele of gedeeltelijke financiering op welke wijze dan
ook van activiteiten die andere instellingen of bedrijven op
commerciële basis ontplooien of zouden kunnen ontplooien.
Artikel 9
1. Alle resultaten van de activiteiten die worden gesubsidieerd
op grond van deze regeling behoren tot het publieke domein en worden
door de subsidieontvanger, tegen betaling van kosten die zijn gemoeid
met het vastleggen van de resultaten op het daarvoor meest geschikte
medium en onder verlening van een gratis, niet-exclusief en permanent
gebruiksrecht, aan belangstellenden ter beschikking gesteld.
2. Tot resultaten, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk
geval computerprogrammatuur, bestanden en de daarbij behorende
documentatie.
3. De subsidieontvanger kan met de belangstellende, bedoeld in
het eerste lid, een vergoeding overeenkomen voor het beheer en het
onderhoud voor de ter beschikking gestelde resultaten, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 10
1. De minister kan op aanvraag van de subsidieontvanger
voorschotten verlenen met betrekking tot de verleende subsidie voor
het desbetreffende boekjaar.
2. Voorschotverlening op grond van het eerste lid vindt plaats
volgens de volgende verdeelsleutel:
a. ten hoogste 35% van de verleende subsidie per 15 februari;
b. ten hoogste 50% van de verleende subsidie per 15 april;
c. ten hoogste 15% van de verleende subsidie per 1 september.
3. Een aanvraag tot voorschotverlening wordt, uiterlijk zes weken
voor de in het tweede lid genoemde datum waarop de aanvraag betrekking
heeft, ingediend bij Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, p/a Dienst
Weg- en Waterbouwkunde, t.a.v. de Directie Bedrijfsvoering, afdeling
control en toezicht, Postbus 5044, 2600 GA te Delft.
4. Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een
factuur waarin staat vermeld:
a. het bedrag van het gevraagde voorschot;
b. het nummer en de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
5. Betaling van het voorschot vindt uiterlijk plaats op de
achtste werkdag na de in het tweede lid genoemde datum waarop de
aanvraag betrekking heeft.
Artikel 11
1. De subsidieontvanger dient binnen vier maanden na afloop van
het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot
subsidievaststelling in.
2. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst op de in
het eerste lid bedoelde aanvraag.
3. De accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid,
van de Algemene wet bestuursrecht, wordt opgesteld overeenkomstig het in
de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
Artikel 12
[Wijzigt de Regeling basis- en doelsubsidiëring Stichting GeoDelft.]
Artikel 13
[Wijzigt de Regeling basis- en doelsubsidiëring Stichting
Waterloopkundig Laboratorium.]
Artikel 14
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt
geplaatst.
2. Deze regeling werkt terug tot en met 1 oktober 2004 en vervalt
na vaststelling van de subsidie voor het boekjaar 2007.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling
Stichting Waterloopkundig Laboratorium en Stichting GeoDelft.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
Controleprotocol Tijdelijke subsidieregeling Stichting
Waterloopkundig Laboratorium en Stichting GeoDelft
Dit controleprotocol heeft betrekking op de verantwoording van de
aanwending van de door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
verleende subsidie die in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling
Stichting Waterloopkundig Laboratorium en Stichting GeoDelft is
verleend.
De volgende regelgeving en begrippen zijn van toepassing:
1. de Regeling: Tijdelijke subsidieregeling Stichting
Waterloopkundig Laboratorium en Stichting GeoDelft;
2. de beschikking: de beschikking van de Minister van Verkeer en
Waterstaat houdende subsidieverlening en/of -vaststelling op
grond van de Regeling;
3. subsidieontvanger: degene die op basis van de Regeling een
beschikking heeft ontvangen;
4. de verantwoording: de financiële verantwoording door de
subsidieontvanger te overleggen aan de Minister van Verkeer en
Waterstaat;
5. alle overige correspondentie tussen de Minister van Verkeer en
Waterstaat en de subsidieontvanger voorafgaand aan en volgend op de
beschikking.
In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene
uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de
controle van de financiële verantwoording door de accountant van
respectievelijk de Stichting Waterloopkundig Laboratorium en de
Stichting GeoDelft, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze
controle dienen te worden gerapporteerd ten behoeve van de gebruiker van
de verantwoording met bijbehorende accountantsverklaring (het Ministerie
van Verkeer en Waterstaat).
De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de verantwoording
berust bij de Stichting Waterloopkundig Laboratorium c.q. de Stichting
GeoDelft.
Het is mogelijk dat door de Departementale Auditdienst van het
Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door deze dienst aangewezen
accountants een review zal worden uitgevoerd bij controlerend accountant
van de Stichting Waterloopkundig Laboratorium c.q. de Stichting GeoDelft
ter toetsing van de naleving van het controleprotocol. Indien een review
wordt uitgevoerd zal hierover overleg worden gepleegd met de
desbetreffende stichting.
Algemene uitgangspunten voor de controle
De controle betreft zowel de getrouwe weergave van de verantwoording,
als de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen.
Van de controlerend accountant wordt verwacht dat hij met betrekking
tot de in de verantwoording opgenomen uitgaven, ontvangsten en andere
gegevens toetst dat de uitgaven daadwerkelijk zijn gedaan, voldoen en
passen binnen het kader van de activiteiten zoals die genoemd zijn in de
beschikking en de Regeling
Ten behoeve van de uitvoering van de controle dient de
controletolerantie in overeenstemming te zijn met die welke volgens
algemeen aanvaarde controle grondslagen gebruikelijk is voor de controle
van de verantwoording van Stichting Waterloopkundig Laboratorium c.q. de
Stichting GeoDelft. De controletolerantie heeft uitsluitend betrekking
op het totaal van de kosten, dus niet op de afzonderlijk genoemde
kostenposten.
Specifieke vereisten
Voor de rapportering geldt dat de bij de controle geconstateerde en
niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden, die individueel of in totaal
meer bedragen dan 1% van het totaal van de kosten dienen te worden
gerapporteerd.
De financiële verantwoording van de doelsubsidie vindt plaats
volgens de bijgevoegde modelverantwoording. Een model van de
accountantsverklaring luidt als volgt:
Accountantsverklaring
Wij hebben de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte financiële
verantwoording inzake de tijdelijke doelsubsidie in verband met de …..
over het jaar …. van de (Stichting Waterloopkundig
Laboratorium/Stichting Geodelft) te Delft gecontroleerd. Deze
verantwoording is gebaseerd op de bijlage bij de Regeling. Deze
verantwoording is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding
van de Stichting Waterloopkundig Laboratorium/Stichting Geodelft en is
bestemd voor de bepaling van de definitieve subsidie aan de stichting in
het kader van voornoemde Regeling. Het is onze verantwoordelijkheid een
accountantsverklaring bij deze financiële verantwoording te
verstrekken.
Werkzaamheden
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen
aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens
deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en
uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de
verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat.
Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van
deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de
financiële verantwoording.
Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor
financiële verslaggeving die bij het opmaken van de verantwoording zijn
toegepast.
Voorts is bij de controle het ‘Controleprotocol Tijdelijke
subsidieregeling Stichting Waterloopkundig Laboratorium en Stichting
GeoDelft’ in acht genomen.
Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt
voor ons oordeel.
Bevindingen
(indien van toepassing)
Oordeel
Wij zijn van oordeel dat voldaan is aan de terzake geldende
voorwaarden.
Wij hebben deze verklaring afgegeven ten behoeve van Rijkswaterstaat,
Dienst Weg- en Waterbouwkunde te Delft van het Ministerie van Verkeer en
Waterstaat.
Plaats,
Datum
Ondertekening
Bijlage bij het Contoleprotocol
Financiële verantwoording jaar …
Exploitatieresultaat Getijgoot/Deltagoot/Geocentrifuge jaar …
Totaal inkomsten
Personeelskosten
Indirecte materiele kosten
Afschrijvingen
Overhead
Totaal kosten
Resultaat exclusief doelsubsidie
Doelsubsidie
Resultaat inclusief doelsubsidie