| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kaderwet
SZW-subsidies
REGELING
TEGEMOETKOMING ASBESTSLACHTOFFERS
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING tot verlening van een eenmalige uitkering ter
tegemoetkoming in immateriële schade aan werknemers die ten gevolge van
blootstelling aan asbest ernstig ziek zijn geworden
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van
de Kaderwet SZW-subsidies, de artikelen 25, eerste lid, onderdeel f,
28, vijfde lid, 70, 86 en 87, derde lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de
Algemene bijstandswet;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1.In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister:
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Wet SUWI:
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
c. SVB:
Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
d. instituut asbestslachtoffers:
Stichting Instituut Asbestslachtoffers te ‘s-Gravenhage;
e. werknemer:
degene die voor een natuurlijke of rechtspersoon arbeid in
Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse
publiekrechtelijke aanstelling of krachtens een arbeidsovereenkomst
waarop Nederlands recht van toepassing is of was;
f. werkgever:
de natuurlijke of rechtspersoon, bedoeld in onderdeel e;
g. asbest:
stoffen die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten
bevatten:
1º. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4);
2º. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5);
3º. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5);
4º. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5);
5º. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6);
6º. crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4);
h. maligne mesothelioom:
door blootstelling aan asbest veroorzaakte tumor van het
longvlies, het buikvlies of het hartvlies als bedoeld in het
protocol diagnostiek;
i. protocol diagnostiek:
protocol diagnostiek maligne mesothelioom, opgenomen in de
bijlage bij deze regeling;
j. nabestaanden:
1º. de langstlevende van de echtgenoten;
2º. bij ontstentenis van de onder 1°. bedoelde persoon, de
minderjarige kinderen, tot wie de overledene in
familierechtelijke betrekking stond;
3º. bij ontstentenis van de onder 1°. en 2°. bedoelde
personen, degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels
in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in
gezins-verband leefde;
k. voorschot:
een uitkering als voorschot op de eventuele vordering op de
werkgever op wie de immateriële schade kan worden verhaald;
l. de lasten:
1º. de eenmalige uitkeringen, bedoeld in artikel 6;
2°. het voorschot;
3º. de vergoedingen die door de SVB aan het instituut
asbestslachtoffers worden verstrekt voor de advisering ten
behoeve van deze regeling.
m. huisgenoot:
de persoon met wie de werknemer een duurzaam hoofdverblijf heeft
gehad in dezelfde woning ten tijde van de blootstelling aan asbest.
2.In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de
geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde
lid, onderdeel a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene
Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt
aangemerkt.
3.In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die
duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
4.Indien de nabestaanden een eenmalige uitkering hebben aangevraagd
op grond van artikel 7, derde lid, is voor de beoordeling welke
persoon of personen met toepassing van het eerste lid, onderdeel j,
als nabestaande wordt aangemerkt, bepalend de situatie ten tijde van
de indiening van de aanvraag. In andere gevallen geschiedt deze
beoordeling op basis van de omstandigheden op het tijdstip van
overlijden van de werknemer.
Artikel 2. Arbeid op vaartuig
Arbeid die wordt verricht aan boord van schepen en luchtvaartuigen
die in Nederland hun thuishaven hebben, wordt ten opzichte van de
bemanning aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.
Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van de eenmalige uitkering
Artikel 3. Voorwaarden recht op eenmalige uitkering
De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie
met toepassing van het protocol diagnostiek de ziekte maligne
mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een eenmalige uitkering
indien:
a. is vastgesteld dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt
door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als
werknemer;
b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest
tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte
maligne mesothelioom van de werkgever heeft ontvangen, dan wel in
verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan €
18.626.- ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard
van de kosten waarin de betaling voorziet; en
c. de schade niet langs burgerrechtelijke weg kan of kon worden
verhaald.
Artikel 4. Recht op eenmalige uitkering nabestaanden
Indien de werknemer is overleden:
a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de
aanvraag is beslist, of
b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij
het instituut asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft
ingediend, hebben in zijn plaats de nabestaanden recht op de
eenmalige uitkering indien de overledene recht op de uitkering zou
hebben gehad.
Artikel 5. Beperkingen recht op eenmalige uitkering
1. Indien de werknemer ten behoeve van meer dan één werkgever
arbeid heeft verricht gedurende welke hij is blootgesteld aan asbest
en die het maligne mesothelioom kan hebben veroorzaakt, bestaat het
recht op een eenmalige uitkering uitsluitend als de omstandigheden,
bedoeld in artikel 3, zich ten aanzien van elk van de betreffende
werkgevers voordoen.
2. Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest
tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor
veroorzaakte maligne mesothelioom een betaling van de werkgever heeft
ontvangen, bestaat het recht op eenmalige uitkering in afwijking van
artikel 3 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan €
18.626.- ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van
de kosten waarin de betaling voorziet.
3. Geen recht op een eenmalige uitkering bestaat indien aan de
werknemer of diens nabestaanden reeds een voorschot als bedoeld in
artikel 6a of artikel 10b dan wel een eenmalige uitkering als bedoeld
in artikel 10a is betaald.
Artikel 6. Hoogte eenmalige uitkering
1. De eenmalige uitkering strekt tot tegemoetkoming in immateriële
schade en bedraagt € 18.626.-.
2. Indien de werkgever in verband met de blootstelling aan asbest
van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor
veroorzaakte maligne mesothelioom een bedrag heeft betaald dat lager
is dan € 18.626.- of indien de werknemer een betaling heeft
ontvangen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt de hoogte van de
eenmalige uitkering vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen
bedrag en € 18.626.-.
3. Voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel en van
artikel 3, onderdeel b, wordt als maatstaf genomen de hoogte van de
betaling nadat daarop de verschuldigde belasting ingevolge de Wet
inkomstenbelasting 2001 en premie voor de volksverzekeringen ingevolge
de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht.
Hoofdstuk 2a. Het recht op en de hoogte van een voorschot
Artikel 6a. Voorwaarden recht op een voorschot
De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie
met toepassing van het protocol diagnostiek de ziekte maligne
mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien:
a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat het maligne mesothelioom is
veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van
arbeid als werknemer;
b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest
tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte
maligne mesothelioom van de werkgever heeft ontvangen, dan wel in
verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan €
18.626,- ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard
van de kosten waarin de betaling voorziet;
c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het
instituut asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade
vergoed te krijgen en, met inachtneming van onderdeel d, tot
medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te
krijgen;
d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel
74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig
de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een
bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van
het instituut asbestslachtoffers;
e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel
74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de
immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen,
teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever,
het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager
is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de
SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht,
bedoeld in onderdeel d, en
g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de
schadevergoeding, bedoeld in onderdeel f.
Artikel 6b. Recht op voorschot nabestaanden
Indien de werknemer is overleden nadat hij de aanvraag heeft
ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist, hebben in zijn plaats
de nabestaanden recht op het voorschot indien de overledene recht op dat
voorschot zou hebben gehad.
Artikel 6c. Beperking recht op voorschot
1. Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest
tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor
veroorzaakte maligne mesothelioom een betaling van de werkgever heeft
ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel
6a uitsluitend voorzover die betaling lager is dan € 18.626.-
ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten
waarin de betaling voorziet.
2. Geen recht op een voorschot bestaat indien aan de werknemer of
diens nabestaanden reeds een eenmalige uitkering als bedoeld in
artikel 3 of artikel 10a dan wel een voorschot als bedoeld in artikel
10b is betaald.
Artikel 6d. Hoogte voorschot
1. Het voorschot bedraagt € 18.626.-.
2. Indien de werkgever in verband met de blootstelling aan asbest
van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor
veroorzaakte maligne mesothelioom een bedrag heeft betaald dat lager
is dan € 18.626.- of indien de werknemer een betaling heeft
ontvangen als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, wordt de hoogte van
het voorschot vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag
en € 18.626.-.
3. Voor de toepassing van het tweede lid en van artikel 6a,
onderdeel b, wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betaling
nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet
inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond
van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn
gebracht.
Hoofdstuk 3. Het geldend maken van het recht op de eenmalige
uitkering en het voorschot
Artikel 7. De aanvraag om de eenmalige uitkering en het voorschot
1.De SVB stelt op aanvraag van de werknemer vast of recht op de
eenmalige uitkering bestaat en of er recht op het voorschot bestaat.
2.Een aanvraag om de eenmalige uitkering en een aanvraag om het
voorschot wordt bij de SVB ingediend door middel van door de SVB
beschikbaar gestelde aanvraagformulieren.
3.Indien de werknemer, na het indienen van een verzoek om
bemiddeling bij het instituut asbestslachtoffers, is overleden kan de
aanvraag om de eenmalige uitkering worden gedaan door de nabestaanden
binnen twaalf maanden nadat tijdens het bemiddelingstraject toepassing
van deze regeling is gebleken.
4.Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden
er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot
vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling,
het in ontvangst nemen van de eenmalige uitkering of het voorschot
daarbij inbegrepen.
Artikel 8. Overlijden na aanvraag
1.Indien de werknemer is overleden nadat hij de aanvraag heeft
ingediend, doch voorafgaand aan het tijdstip waarop op de aanvraag om
de eenmalige uitkering of de aanvraag om het voorschot is beslist,
wordt de behandeling van de aanvraag ten behoeve van de nabestaanden
voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs
te stellen.
2.Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9. Informatieverplichtingen aanvraag eenmalige uitkering
1.De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen
of instellingen bij de indiening van de aanvraag om de eenmalige
uitkering in ieder geval de inlichtingen en bewijsstukken die
noodzakelijk zijn ter vaststelling van:
a. maligne mesothelioom;
b. de blootstelling aan asbest gedurende het verrichten van
arbeid als werknemer;
c. de periode gedurende welke die blootstelling aan asbest
heeft plaatsgevonden;
d. degenen die in verband met de arbeid waarbij de
blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden als werkgever worden
aangemerkt; en
e. de mogelijkheden of reeds gedane inspanningen om de schade
langs burgerrechtelijke weg te verhalen.
2.De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen
of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige
inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van
deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die
redelijkerwijs nodig is.
3.Indien de aanvraag is ingediend door de nabestaanden of de
behandeling van de aanvraag van een werknemer na diens overlijden
wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is het eerste en het
tweede lid op hen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9a. Informatieverplichtingen aanvraag voorschot
1.De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen
of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot in
ieder geval de inlichtingen en bewijsstukken die noodzakelijk zijn ter
vaststelling van maligne mesothelioom.
2.In verband met de voorwaarde dat aannemelijk dient te worden
gemaakt dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling
aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer verstrekt
de werknemer de SVB of de door haar aangewezen personen of
instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot voorts
in ieder geval de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:
a. de blootstelling aan asbest gedurende het verrichten van arbeid als
werknemer; b. de periode gedurende welke die blootstelling aan asbest
heeft plaatsgevonden; c. degenen die in verband met de arbeid waarbij
de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden als werkgever worden
aangemerkt.
3 .De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen
personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige
inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van
deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die
redelijkerwijs nodig is.
4.Indien de aanvraag om het voorschot van een werknemer na diens
overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit
artikel op hen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2003]
Hoofdstuk 3a. Het recht van huisgenoten op de eenmalige uitkering en
het voorschot
Artikel 10. Toepassingsgebied
Deze regeling is, met inachtneming van de artikelen 10a tot en met
10c, van overeenkomstige toepassing op huisgenoten.
Artikel 10a. Het recht van huisgenoten op een eenmalige uitkering
In afwijking van artikel 3, onderdeel a, heeft de huisgenoot die op
het moment van aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het
protocol diagnostiek de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld,
recht op een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 3 indien:
a. hij het duurzaam hoofdverblijf, bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel m, aannemelijk heeft gemaakt;
b. is vastgesteld dat:
1°. de werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel m, is blootgesteld aan asbest tijdens het verrichten
van arbeid als werknemer, en
2°. de huisgenoot als gevolg hiervan de ziekte maligne
mesothelioom heeft opgelopen.
Artikel 10b. Het recht van huisgenoten op het voorschot
In afwijking van artikel 6a, onderdeel a, heeft de huisgenoot die op
het moment van aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het
protocol diagnostiek de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld,
recht op een voorschot als bedoeld in artikel 6a indien hij aannemelijk
heeft gemaakt dat:
a. er sprake is van een duurzaam hoofdverblijf als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel m;
b. de werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m,
is blootgesteld aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als
werknemer, en
c. hij als gevolg hiervan de ziekte maligne mesothelioom heeft
opgelopen.
Artikel 10c. Beperkingen recht van huisgenoten op de eenmalige
uitkering en het voorschot
Geen recht op een eenmalige uitkering of een voorschot met toepassing
van dit hoofdstuk bestaat indien aan een huisgenoot of diens
nabestaanden reeds een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 3 of
een voorschot als bedoeld in artikel 6a is betaald.
Hoofdstuk 4. Betaling en terugvordering
Artikel 11. Uitbetaling
De eenmalige uitkering en het voorschot worden door de SVB zo spoedig
mogelijk uitbetaald aan de werknemer of de nabestaande, bedoeld in
artikel 7, vierde lid.
Artikel 12. Herziening, intrekking en terugvordering
1.De SVB herziet een besluit tot toekenning van de eenmalige
uitkering of het voorschot of trekt dat in indien degene aan wie de
eenmalige uitkering of het voorschot is toegekend:
a. nadien alsnog een betaling heeft ontvangen waarmee rekening
zou zijn gehouden bij de vaststelling van het recht op de
eenmalige uitkering of het voorschot, of
b. de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a, onderdelen c,
f en g, 9 en 9a niet of niet behoorlijk zijn nagekomen en dit
heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van de eenmalige uitkering of het voorschot.
2.Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de SVB
besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te
zien.
3.De eenmalige uitkering of het voorschot die als gevolg van een
besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte of tot een te hoog
bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is
betaald, wordt van degene aan wie de eenmalige uitkering of het
voorschot is toegekend teruggevorderd.
Artikel 12a. Indexering van bedragen
Wanneer de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon daartoe
aanleiding geeft, maakt de minister een wijziging van de bedragen,
vermeld in deze regeling tijdig vóór de aanvang van een kalenderjaar,
met ingang van 2004, bekend in de Staatscourant.
Hoofdstuk 5. Uitvoering en financiering
Artikel 13. Uitvoeringsorgaan
Deze regeling wordt uitgevoerd door de SVB.
Artikel 14. Advies instituut asbestslachtoffers
1.De SVB kan over het recht op de eenmalige uitkering of het
voorschot advies vragen aan het instituut asbestslachtoffers.
2.De SVB stelt de eisen vast waaraan het advies voldoet en stelt
een termijn binnen welke het advies wordt verwacht.
Artikel 15. Overeenkomst tussen SVB en instituut asbestslachtoffers
1.De SVB en het instituut asbestslachtoffers stellen een
overeenkomst op betreffende de samenwerking en werkwijze in het kader
van de uitvoering van deze regeling.
2.In de in het eerste lid bedoelde overeenkomst wordt ten minste
vastgelegd:
a. op welke wijze de behandeling van aanvragen van een
eenmalige uitkering of een voorschot plaatsvindt;
b. op welke wijze de juistheid en de volledigheid van de
verkregen inlichtingen wordt onderzocht;
c. op welke wijze de informatievoorziening aan belanghebbenden
wordt ingericht;
d. welke vergoeding door de SVB aan het instituut
asbestslachtoffers zal worden verstrekt per uitgebracht advies;
e. op welke wijze de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld
in onderdeel d, zal worden ingericht;
f. dat periodiek overleg zal worden gevoerd betreffende de
uitvoering van deze regeling, alsmede de frequentie daarvan;
g. welke informatie door het instituut asbestslachtoffers aan
de SVB wordt verstrekt ten behoeve van de informatieverplichting
van de SVB aan de minister;
h. hoe uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen zullen
worden beslecht.
Artikel 16. Raming baten en lasten
1. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt de SVB aan de Minister in
het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor
het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot deze
regeling, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en
uitvoeringskosten per jaar.
2. In de opgave van de uitkeringslasten, bedoeld in het eerste lid,
wordt rekening gehouden met de posten genoemd in artikel 19, tweede
lid.
Artikel 16a [Vervallen per 01-04-2011]
Artikel 17. Betaling voorschot
1. De uitkeringslasten en uitvoeringskosten van deze regeling
worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten laste van de begroting
van de minister.
2. De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel
5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op
het bedrag, bedoeld in artikel 16, van:
a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de
tweeëntwintigste dag van elke maand, en
b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als
valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
3. De Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het tweede
lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken.
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 19. Afrekening
1. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI,
worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld
in artikel 17, tweede lid, uitgesplitst naar uitkeringslasten en
uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling opgenomen.
2. Op de in het eerste lid bedoelde uitkeringslasten komen in
mindering:
a. de bedragen die op grond van artikel 6a, onderdelen e en f,
zijn terugbetaald;
b. de eenmalige uitkeringen en voorschotten die op grond van
artikel 12 zijn teruggevorderd en zijn terugbetaald.
3. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de
jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten,
met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als
valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
4. Voor de afrekening van de lasten en de uitvoeringskosten van
deze regeling en de vaststelling en afrekening van de rijksbijdrage
ten gunste of ten laste van de SVB voor het jaar 2011, is artikel 19,
zoals dat luidde op 31 december 2011, van toepassing.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 20. Wijziging regeling vrijlating in ABW
[Wijzigt de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid inzake de vrijlating in de Algemene bijstandswet van
tegemoetkomingen]
Artikel 21. Wijziging wettelijke grondslag
Deze regeling berust mede op artikel 121, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen.
Artikel 22. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 26 januari 2000 en
werkt terug tot en met 6 juni 1997.
Artikel 23. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming
asbestslachtoffers.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 21 januari 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|
|