| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kaderwet
SZW-subsidies
TIJDELIJKE
SUBSIDIEREGELING OMSCHOLING WERKNEMERS BIJ
DREIGENDE WERKLOOSHEID
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
Regeling vervalt m.i.v. 1 januari 2013
|
|
|
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18
juni 2009, nr. PLW/2009/13297, tot verstrekken van subsidie voor de
omscholing van werknemers (Tijdelijke subsidieregeling omscholing
werknemers bij dreigende werkloosheid)
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 3, 5 en 8 van de Kaderwet
SZW-subsidies, artikel 32d, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 121a van de Wet
financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in
artikel 610, eerste lid, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
een met ontslag bedreigde werknemer: een werknemer als
bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
uitzendovereenkomst: een uitzendovereenkomst als bedoeld in
artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
UWV: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
0-uren-overeenkomst: een oproepcontract met uitgestelde
prestatieplicht.
Artikel 2. Subsidie omscholing werknemer
De Minister verstrekt, overeenkomstig de regels van deze regeling, op
aanvraag aan een werkgever subsidie voor de omscholing van een
werknemer, die in de periode van drie maanden onmiddellijk voorafgaande
aan zijn huidige dienstbetrekking bij een andere werkgever een
dienstbetrekking had en aldaar:
a. een met ontslag bedreigde werknemer was;
b. werkzaam was op grond van een arbeidsovereenkomst voor
bepaalde tijd, waarvan de overeengekomen duur geλindigd is in de
periode van drie maanden onmiddellijk voorafgaande aan zijn huidige
dienstbetrekking, dan wel zou eindigen op het tijdstip waarop zijn
huidige dienstbetrekking is ingegaan, dan wel zou eindigen in de
periode van vier maanden onmiddellijk na aanvang van zijn huidige
dienstbetrekking:
c. werkzaam was op grond van een uitzendovereenkomst, dan wel,
d. werkzaam was op grond van een 0-uren-overeenkomst.
Artikel 3. Aanvraagtijdvak
1. De mogelijkheid tot het indienen van subsidieaanvragen bestaat
slechts gedurende een door de Minister vastgesteld aanvraagtijdvak.
2. Het aanvraagtijdvak voor het kalenderjaar 2009 loopt vanaf de
datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december
2009.
3. Het aanvraagtijdvak voor het kalenderjaar 2010 loopt van 1
januari 2010 tot en met 31 december 2010.
Artikel 4. Subsidieaanvrager
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt aangevraagd door de
werkgever tot wie de om te scholen werknemer in dienstbetrekking
staat.
2. De subsidie wordt verleend aan de subsidieaanvrager.
Artikel 5. Subsidieaanvraag
De subsidieaanvraag wordt bij het UWV ingediend met gebruikmaking van
een door het UWV beschikbaar gesteld aanvraagformulier, dat door de
subsidieaanvrager volledig wordt ingevuld en ondertekend.
Artikel 6. Volgorde behandeling subsidieaanvragen
1. Voor het bepalen van het bereiken van het van toepassing zijnde
subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van
binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in
behandeling worden genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is
sprake, indien wordt voldaan aan artikel 5.
2. Wanneer de subsidieaanvrager op grond artikel 4:5 van de
Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad zijn aanvraag
aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst
van de volledige aanvraag.
3. Indien subsidieverlening op grond van de subsidieaanvragen die
op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het
van toepassing zijnde subsidieplafond, wordt, indien de volgorde van
binnenkomst van die aanvragen niet kan worden vastgesteld, in
afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de
volgorde door loting vastgesteld.
Artikel 7. Subsidieverlening
1. Het UWV beslist op de subsidieaanvraag binnen acht weken na
ontvangst van de volledige aanvraag.
2. Artikel 8 van de Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van
toepassing.
Artikel 8. Subsidieplafond
1. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2009 bedraagt 19
miljoen.
2. Subsidieaanvragen die in het kalenderjaar 2009 worden ingediend
komen ten laste van het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2009.
3. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2010 bedraagt 40
miljoen.
4. Subsidieaanvragen die in het kalenderjaar 2010 worden ingediend
komen ten laste van het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2010.
Artikel 9. Voorwaarden
1. Subsidie wordt slechts verleend, indien:
a. de omscholing wordt gegeven aan een werknemer als bedoeld in
artikel 2;
b. de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking
met de te scholen werknemer na 1 januari 2009 is aangegaan;
c. de omscholing opleidt tot een diploma of een certificaat dat
in de sector waarin de subsidieaanvrager zijn bedrijf of beroep
heeft, algemeen is aanvaard; en
d. de omscholing door een externe scholingsaanbieder wordt
gegeven.
2. Geen subsidie wordt verleend voor zover de voor subsidie in
aanmerking te brengen kosten van omscholing zijn gemaakt voor de datum
van indiening van de subsidieaanvraag bij het UWV.
Artikel 10. Omvang subsidie
1. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van de
omscholing van de werknemer, tot een maximum van 2500, per
werknemer, indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn
bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds werkzaam
is en dat Opleidings- en Ontwikkelingsfonds 50% of meer van de kosten
van de omscholing van de werknemer voor zijn rekening neemt.
2. De subsidie bedraagt 35% van de kosten van de omscholing van de
werknemer, tot een maximum van 1750, per werknemer, indien in
de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een
Opleidings- en Ontwikkelingsfonds werkzaam is en dat Opleidings- en
Ontwikkelingsfonds minder dan 50% van de kosten van de omscholing van
de werknemer voor zijn rekening neemt.
3. Indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of
beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds ontbreekt, bedraagt
de subsidie 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot
een maximum van 2500, per werknemer.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de subsidie de
werkelijk ten laste van de werkgever gebleven kosten, te boven gaat.
Artikel 11. Declaratie
1. De subsidieaanvrager dient uiterlijk zes maanden na afloop van
de omscholing van de werknemer bij het UWV een declaratie in met
gebruikmaking van een door het UWV beschikbaar gesteld
declaratieformulier, dat door de subsidieaanvrager volledig wordt
ingevuld en ondertekend.
2. Artikel 16 van de Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van
toepassing.
Artikel 12. Subsidievaststelling
Het UWV stelt de subsidie vast uiterlijk dertien weken na ontvangst
van de volledige declaratie.
Artikel 13. Verplichtingen subsidieaanvrager
1. De subsidieaanvrager is verplicht:
a. desgevraagd aan het UWV aan te tonen dat de omscholing
waarop de declaratie betrekking heeft, heeft plaatsgevonden en dat
is voldaan aan de subsidievoorwaarden en de aan de subsidie
verbonden verplichtingen;
b. onverwijld een melding te doen aan het UWV zodra aannemelijk
is dat de omscholing niet of niet geheel zal plaatsvinden, of dat
niet aan de subsidievoorwaarden of de aan de subsidie verbonden
verplichtingen zal worden voldaan; en
c. alle medewerking te verlenen aan een steekproef met
betrekking tot het voldoen aan de subsidievoorwaarden en de aan de
subsidie verbonden verplichtingen, alsmede de juistheid van de
gedeclareerde kosten, door daartoe door het UWV aangewezen
personen.
Artikel 14. Mandaat, volmacht en machtiging UWV
1. De Minister verleent aan het UWV het volgende mandaat:
a. het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van
deze regeling namens de Minister besluiten te nemen,
privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen
te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een
besluit zijn;
b. het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van
deze regeling namens de Minister te beslissen op bezwaarschriften,
met dien verstande dat degene die betrokken is bij het
besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook
betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste
aanleg;
c. het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van
deze regeling namens de Minister in rechte op te treden en tegen
rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen,
dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie.
2. Het UWV is bevoegd in het kader van de uitvoering van deze
regeling tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van
zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame
functionarissen. Het UWV doet daarvan mededeling aan de Minister.
3. De artikelen 14 tot en met 25 van het Organisatie-, mandaat- en
volmachtbesluit SZW 2009 zijn van toepassing op de uitoefening van
bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening
van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk
doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend.
Artikel 15. Verslag UWV
Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit
over de uitvoering van de regeling overeenkomstig artikel 49 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Artikel 16. Financiering en administratie
1. De subsidiebedragen en uitvoeringskosten van deze regeling
worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten laste van de begroting
van de Minister.
2. In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage,
bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken
van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
3. De artikelen 5.32, 5.33, 5.34 en 5.35 van de Regeling Wfsv zijn
van overeenkomstige toepassing op de subsidies en uitvoeringskosten,
met dien verstande dat de artikelen 5.34 en 5.35 niet van
overeenkomstige toepassing zijn ten aanzien van de uitvoeringskosten.
4. Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen en
uitgaven voor de subsidies en de uitvoeringskosten op grond van deze
regeling.
Artikel 17. Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt
met ingang van 1 januari 2013
2. In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die
luidde op 31 december 2012, van toepassing op de afwikkeling van de
subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 18. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling
omscholing werknemers bij dreigende werkloosheid.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 18 juni 2009.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|
|
|