| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Kernenergiewet (KEW)
UITVOERINGSBESLUIT
EUROTOM-RICHTLIJN BASISNORMEN
Tekst zoals deze geldt op
22 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 8 juli 2002 tot wijziging van het Besluit
kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (uitvoering
Euratom-richtlijn basisnormen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer, van 14 november
2001, nr. MJZ2001120 764, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling
Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op Richtlijn nr. 96/29/Euratom van de
Raad van de Europese Unie van 13 mei 1996 tot vaststelling van de
basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der
werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PbEG
L 159) en de artikelen 1, eerste lid, onderdeel b, 14, eerste
lid, 15c, derde lid, 16, eerste lid, 21, eerste en tweede lid,
67, eerste lid, en 73 van de Kernenergiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 31
januari 2002, nr. W08.01.0621/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 4 juli 2002,
nr. MJZ2002057207, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling
Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken
en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.
Hoogervorst;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen]
Artikel II
A.
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet
voor het voorhanden hebben of het zich ontdoen van splijtstoffen of
ertsen, indien:
a. wordt voldaan aan de artikelen 41, 42 of 43, eerste en tweede
lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, zoals
deze luidden voor de inwerkingtreding van dit besluit; en
b. binnen 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit
besluit een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 15, onder a,
van de wet wordt ingediend, en op de aanvraag om die vergunning nog
niet definitief is beslist.
B.
1. Op de aanvraag om een vergunning
krachtens artikel 15 van de wet, die is ingediend voor de datum van
inwerkingtreding van dit besluit, wordt beslist overeenkomstig het bij
of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
bepaalde, zoals dat luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit
besluit.
2. Voor de behandeling van bezwaar of
beroep, ingesteld voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit
tegen de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel
15 van de wet, blijft het bij of krachtens het Besluit kerninstallaties,
splijtstoffen en ertsen bepaalde van toepassing, zoals dat luidde tot de
datum van inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstande dat in
het geval na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een bezwaar
of beroep leidt tot vernietiging van het besluit tot verlening van een
vergunning, een nieuw besluit wordt genomen met toepassing van het bij
of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
bepaalde, zoals dat na die inwerkingtreding luidt.
C.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de beschikking van 31
augustus 1987 inzake de erkenning van de Centrale Organisatie voor
Radioactief Afval N.V. als ophaaldienst op artikel 42, derde lid, onder
c, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.
Artikel III
[Wijzigt het Definitiebesluit Kernenergiewet]
Artikel IV
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 8 juli 2002
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de eerste augustus 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|